
Anne Holt (1958) studeerde rechten aan de universiteit van Bergen, specialiseerde zich als advocaat in zaken die met kinderbescherming te maken hebben, was journaliste en ankervrouw voor de Noorse openbare omroep NRK, hulpofficier van justitie en ook een korte periode (eind 1996 – begin 1997) minister van justitie in de Arbeiderparti-regering van Thorbjørn Jagland. Als auteur debuteerde ze in 1993 met Blind gudinne. Ze wordt beschouwd als een van de belangrijkste auteurs van feministische misdaadromans. (wikipedia.no)
Haar werk als hulpofficier van justitie heeft volgens Nils Nordberg (“A Dame’s gotta Do What a Dame’s Gotta Do”, Norwegian Literature 1996) gezorgd
for the nitti-gritti realism of her work. Her detectives are constantly hampered by the strict rules and regulations that govern police investigations in this country.
Over haar detectiveromans zegt Anne Holt in een interview (crimezone.nl) met Kees de Bree:
Als ik naar mijn eigen werk kijk, zie ik verder dat de hedendaagse maatschappij de belangrijkste bron is waar ik uit put. Latere generaties lezers van mijn boeken, zullen nauwkeurig kunnen herleiden hoe de maatschappij er in mijn tijd uitzag. Mijn verhalen zijn een weerspiegeling van het hedendaagse leven.
Haar favoriete schrijver is Dennis Lehane:
Zijn boek Mystic River is de mooiste thriller die mensenhanden ooit geschreven hebben. Dostojevski meets Raymond Chandler, echt waar. Ik herlees het boek om de twee jaar. Het is mijn diepste wens om ooit iets te schrijven dat in de verste verte kan tippen aan Mystic River. Dat ga ik dus over vijf jaar proberen. Tot die tijd zullen de lezers het moeten doen met mijn vaste figuren.”
Anne Holt schrijft conservatief bokmål. Haar reeksen over Hanne Wilhelmsen, Stubø & Vik en Selma Falck worden best in chronologische volgorde gelezen omwille van de ontwikkeling die de hoofdpersonages maken en de verwijzingen die in de latere boeken voorkomen.
Voor liefhebbers van traditionele, maar spannende en goed geconstrueerde detective-romans is Anne Holts debuut Blind Gudinne**** beslist een aanrader. Het boek kende een fenomenaal succes in Noorwegen en daarmee stak Holt al dadelijk Kim Småge naar de kroon als populairste Noorse detectiveschrijfster.
Een drugkoerier wordt vermoord aangetroffen op een brug over de Akerselva in Oslo. Zijn gezicht is onherkenbaar verminkt maar toch is de moordenaar vlug gevonden: de jonge drugverslaafde Nederlander Han van der Kerck wordt met bebloede kleren opgepakt terwijl hij doelloos door de stad zwerft. Van de Kerck bekent, maar is voor de rest bijzonder zwijgzaam over motief en opdrachtgever. Bovendien staat hij erop om als verdediger de advocate te krijgen die het lijk gevonden heeft – en zij is een specialiste handelsrecht zonder de minste ervaring in dit soort zaken.
Wanneer een paar dagen later een advocaat die vaak druggebruikers verdedigt neergeschoten wordt en er geruchten de ronde beginnen te doen over advocaten die betrokken zijn bij de import van verdovende middelen begint, wat eerst een banale afrekening tussen twee kleine vissen uit het drugsmilieu leek te zijn, steeds grotere en mysterieuzere proporties aan te nemen …
Het onderscheid tussen wat de politie vermoedt en wat werkelijk hard gemaakt kan worden fungeert prominent in het verhaal – Anne Holt creëert op subtiele wijze een band tussen de lezer en de hoofdpersonages. Ze vergeet ook het “human interest” element niet: politiadjutant Håkon Sand wordt verliefd op Karen Borg, de advocate die het lijk gevonden heeft en die trouwens een oude bekende van hem is. En politibetjent Hanne Wilhelmsen is
opvallend knap […] gerespecteerd en bewonderd en verdiende dat ook. (vertaling Annemarie Smit)
kortom ze benadert wat veel mannen de ideale vrouw zouden noemen, op één detail na dan: ze heeft een lesbische verhouding en kan daar in het machomilieu van de politie natuurlijk met geen woord over reppen…
De “Blind Gudinne” uit de titel is de Romeinse godin Justitia:
Vrouwe Justitia was prachtig. Ze torende vijfendertig centimeter boven het tafelblad uit en het geoxydeerde brons wees op een aanzienlijke leeftijd. De blinddoek voor haar ogen was bijna helemaal groen, het zwaard in haar rechterhand was een beetje rood uitgeslagen. Maar de twee platte weegschalen glommen. […] Ze mag zich door niemand laten beïnvloeden. Ze moet de blinde rechtvaardigheid uitoefenen,” onderwees de commissaris hem. “Maar met een blinddoek voor de ogen is het nogal moeilijk iets te zien,” zei Håkon Sand (vertaling Annemarie Smit)
In Blind Gudinne is Hanne Wilhelmsen maar één van de hoofdpersonages. In de volgende romans zal ze steeds meer op de voorgrond treden.

Anne Holt, Blinde godin, vertaald door Annemarie Smit, Amsterdam (De Arbeiderspers), 1997, ISBN 978-90-295-2086-7
Voor Salige er de som tørster**** (1994) won Anne Holt de Rivertonprijs, die ieder jaar uitgereikt wordt aan de beste nieuwe publicatie binnen het misdaadgenre.
Weet je met hoevelen we hier op de afdeling zouden moeten zijn, als we iedere verkrachting naar behoren willen onderzoeken?
Hanne schudde haar hoofd.
– Ik ook niet.
Hij snufte weer.
– Maar zo is het leven. We hebben te weinig mensen. Verkrachting is een moeilijk misdrijf. We kunnen er niet zoveel tijd aan besteden. Helaas. (vertaling Annemarie Smit)
Met een dergelijke zaak wordt Hanne Wilhelmsen geconfronteerd tijdens een snikhete julimaand. Dat verklaart de Nederlandse titel Hittegolf. De oorspronkelijke Noorse titel is een verwijzing naar het evangelie Evangelie volgens Matteüs (5.6):
Salige er de som hungrer og tørster [efter rettferdighet, for de skal mettes]
Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden
en verwijst naar een bijkomend probleem waarmee Hanne Wilhelmsen tijdens haar onderzoek geconfronteerd wordt. De vader van het slachtoffer wil zelf wraak nemen voor het verschrikkelijke leed dat zijn dochter is aangedaan en start op eigen houtje een parallel onderzoek:
“Ik vermoord hem,” zei hij langzaam.
Wanneer hij echt geïrriteerd was, had hij wel vaker gedreigd zowel haar als anderen te vermoorden. Ze bedacht hoe zinloos zo’n bewering was. Als je het niet daadwerkelijk meende. In een verstard, donker ogenblik zag ze het duidelijk. Deze keer was het bittere ernst. (vertaling Annemarie Smit)
En alsof Hanne Wilhelmsen met deze zaak alleen nog niet genoeg heeft, wordt ze ook nog belast met het onderzoek naar enorme plassen bloed die op verschillende plaatsen in Oslo gevonden worden – zonder dat er ook maar een lijk in de buurt blijkt te zijn.
Salige er de som tørster komt misschien wat traag op gang, maar wint snel aan vaart en spanning. Terje Stemland had het in zijn recensie (Aftenposten, 11.10.1994) over
een onovertroffen stuk criminalistisch handwerk […] psychologisch overtuigend en zo goed geschreven dat hij op wezenlijke punten het genre overschrijdt. […] En minstens even spannend als [Blind gudinne]
Alleen kun je je misschien afvragen of de figuur van Hanne Wilhelmsen hier niet te perfect voorgesteld wordt, zoals in de volgende passage:
Toen hij haar voor het eerst had gezien, afgelopen maandag, had hij passief geregistreerd dat ze aantrekkelijk was. Lang en slank, maar met volle heupen en ronde borsten. Nu had ze meer weg van een amazone. (vertaling Annemarie Smit)
of in de omschrijving die collega en goeie vriend Billy T. van haar geeft:
Iedereen weet dat jij een fantastische politievrouw bent. Er is verdomme zowat niemand te vinden met zo’n goede reputatie als jij. En iedereen vindt je aardig. Er worden overal alleen maar goede dingen over jou gezegd. (vertaling Annemarie Smit)
Een kniesoor die daar echter over valt.
Salige Er De Som Tørster werd in 1997 verfilmd met Carl Jørgen Kiønig als regisseur.


Anne Holt, Hittegolf, vertaald door Annemarie Smit, Antwerpen/Amsterdam (Archipel), 1998, ISBN 90-295-2147-3
In Demonens død ****(1995) heeft Hanne Wilhelmsen promotie gemaakt. Ze is nu “førstebetjent” (inspecteur) en leidt zelf een onderzoeksteam waarvan de kleurrijke Billy T. de meest opvallende figuur is.
Colin Dexter verzweeg meer dan 10 romans wat de voornaam van Morse was; zo lang houdt Anne Holt het niet uit. Na intens aandringen van Hanne Wilhelmsen onthult Billy T. (heel erg tegen zijn zin) aan het einde van de roman dat de T. voor “Torvald” staat, iets wat haar onder andere omstandigheden in een schaterlach zou doen uitbarsten – nu glimlacht ze alleen maar:
De T stond voor Torvald. Hij heette Billy Torvald. Een achterlijker naam was niet denkbaar. (vertaling Annemarie Smit)
De naam Torvald roept in Noorwegen dus blijkbaar heel duidelijke associaties op – welke is mij niet duidelijk. Ook de Nederlandse vertaling brengt geen duidelijkheid.
Håkon Sand is niet meer van de partij: hij is met “pappapermisjon” (vaderschapsverlof). Wilhelmsen weet zelf niet of ze zich wel zo goed voelt in haar nieuwe functie. Ze gaat liever zelf op onderzoek uit dan te detacheren, iets wat ook haar oversten niet ontgaat:
Zelf was ze actiever betrokken dan gebruikelijk was voor een inspecteur en ze wist dat daarover werd gepraat. Niet alleen in positieve bewoordingen. Het werd haar sowieso steeds duidelijker dat een jarenlang bestaan als de grote held, die gelukkig verschoond was gebleven van kritiek en conflicten, voorbij was. (vertaling Annemarie Smit)
In Demonens død wordt de directrice van een opvangtehuis voor jongens in haar kantoor vermoord, en zoals klassiek in een detectiveroman zijn er ook nu weer heel wat verdachten. Anne Holt heeft echter ook duidelijk een sociaalkritische en een psychologische dimensie aan haar verhaal willen geven
De twaalfjarige Olav Håkonsen (die op de avond van de moord uit het tehuis verdwenen is) is abnormaal dik en lijdt aan MBD (minimal brain disfunction – een lichte stoornis in het functioneren van de hersenen). Via een soort monologue interieure volgen we Olavs moeder die terugblikt op de hopeloze strijd die ze gevoerd heeft met haar zoon en met de kinderbescherming. Daarnaast gaat het in Demonens død ook over schuld en boete of: zich schuldig voelen is niet altijd hetzelfde als schuldig zijn, iets wat Sigurd Christiansen al in de jaren 30 met de roman To levende og en død geponeerd had.
Voor Demonens død kreeg Anne Holt in 1995 de Bokhandlerpris.

Anne Holt, Het verschrikkelijke kind, vertaald door Annemarie Smit, Antwerpen/Amsterdam (Archipel), 1999, ISBN 90-295-2166-X
Na Demonens død nam Anne Holt voor een tijdje afscheid van Hanne Wilhelmsen. In 1997 publiceerde ze Mea Culpa **½, een roman waarin een lesbische relatie een belangrijke rol speelt:
Nooit voordien heeft een zo bekend Noors auteur een verboden lesbische liefdesrelatie zo openhartig beschreven als Anne Holt […] De verhouding wordt beschreven als allesverslindend en gelukkig, maar tegelijkertijd hopeloos, verboden en ten slotte tragisch.
schreef Håkon Moslet in Dagbladet (27.08.97).
Toch is Mea Culpa in de eerste plaats een roman over schuld en zich (niet) schuldig voelen. De 28-jarige Synne Nielsen wordt halsoverkop verliefd op de zowat 15 jaar oudere Rebecca Schultz:
Met die vrouw wil ik naar bed
is wat er door haar hoofd schiet bij hun eerste ontmoeting in het niet nader omschreven overheidsdepartement waar ze beiden werken. Ze weet Rebecca inderdaad voor zich te winnen en begint een relatie met haar, een relatie die jaren zal duren, maar nooit echt onproblematisch zal worden. Rebecca blijft het erg moeilijk hebben om volledig te breken met haar vroegere leven en haar achtergrond. Schuldbesef (ze is getrouwd en heeft kinderen) en daarmee gelieerde “donkere” periodes zijn nooit ver weg. Na een fataal ongeluk waar Rebecca Synne de schuld van geeft, komt het tot een onherstelbare breuk.
Terugkijkend op wat er gebeurd is zegt Synne:
Het probleem is dat er zo veel is om me over te schamen, maar dat ik geen schuld voel. Dat is mijn grootste zonde, en mijn schuldgevoel daarover is kolossaal.
Ze beseft wel heel duidelijk dat het aangaan van de relatie hoe dan ook zware gevolgen voor Rebecca heeft gehad:
Met welk recht scheppen we ons eigen leven? En hebben we het recht om… Is het juist om ons eigen geluk na te streven omdat we geloven dat dat ook het leven van anderen beter zal maken? […] met welk recht greep ik in haar leven in, wie gaf mij de toestemming om zoveel te verwoesten, een familie uit elkaar te rukken omdat ik die ene mens van heel de wereld gevonden had die ik wou hebben; die mens over wie boeken geschreven worden, maar die niemand behalve ik ooit vindt, de perfecte geliefde, over wie men zijn hele leven droomt, maar van wie men bijna altijd aanvaardt dat men hem niet vindt; had ik het recht om Rebecca met beide handen te grijpen en haar nooit meer los te laten?
Wat de directe aanleiding voor de definitieve breuk betreft, heeft Synne zichzelf weinig te verwijten – als we haar versie van de feiten mogen geloven tenminste. Want Mea Culpa bestaat uit twee door elkaar geweven delen. Na de breuk met Rebecca is Synne naar het eiland Mauritius in de Stille Oceaan “gevlucht”. Het leven dat ze daar leidt beschrijft ze in de eerste persoon. Ze ontmoet er iemand van wie de situatie (ondanks de uiterlijke verschillen) een zeker parallellisme met de hare vertoont: ook Asha heeft ooit een beslissing genomen die het leven van een ander grondig en onherroepelijk gewijzigd heeft. Het min of meer chronische relaas van de relatie tussen Synne en Rebecca wordt door Synne in de derde persoon geschreven.
Mea Culpa werd door het publiek niet slecht ontvangen: drie oplagen binnen het jaar na verschijning – het is dan ook een erg leesbaar boek. De roman werd ook in het Deens, het Zweeds en (veel recenter) in het Duits vertaald. Ook de critici waren redelijk positief:
Der Roman ist kurz, in wenigen Stunden geschafft, der Leser wird durch die kurzen Kapitel vorangetrieben. Er wird mit seinen eigenen Vorurteilen konfrontiert, wird aufgefordert, sich mit “Schuld” auseinander zu setzen und mit einer fiktiven, doch realistischen Wirklichkeit.
schreef de recensent van Schwedenkrimi. (http://www.schwedenkrimi.de/holt_rez.htm)
Sylvi Berit Andersen schreef dat
Anne Holt geeft een erg goede beschrijving van wat het is om een verhouding met een getrouwde vrouw te hebben. Hoe erg de eenzaamheid is wanneer de ander bij haar gezin is en men eenzaam achterblijft.
maar vond ook dat:
Wat een beetje ontgoochelend is, is dat men achterblijft met een gevoel van niet helemaal vertrouwd geraken met de personages.
Fredrik Wandrup (Dagbladet, 28.08.1997) had stilistische bezwaren:
een moreel boek? Ja, maar niet boodschapperig. Holt wil de gevolgen schetsen van de “fatal attraction” van Rebecca Schultz voor Synne Nielsen. Ze wil passie tegenover rede plaatsen, begeerte tegenover verantwoordelijkheid. Daar slaagt ze in; zonder dat de taal in het boek beantwoordt aan de intensiteit, het verlangen of de mismoedigheid die in het verhaal naar voren gebracht worden. De stijl is nuchter vertellend en beslist meeslepend, maar zonder de grote uithalen die het onderwerp vraagt.
Formele bezwaren zorgden er blijkbaar ook voor dat Mea Culpa buiten de innkjøpsordningen til alle landets biblioteker” bleef. “Innkjøpsordningen” is een overheidsinitiatief dat als steun voor de Noorse uitgevers bedoeld is. Van de meeste nieuwe Noorse literaire werken voor volwassenen worden er 1000 exemplaren aangekocht en verdeeld over de bibliotheken.
Zij die zich kritisch hebben opgesteld tegenover de beslissing hebben o. a. gesteld dat het feit dat Holt zo’n bekende naam is ervoor gezorgd heeft dan men een voorbeeld wou stellen. […] De Cultuurraad wordt ook bekritiseerd omdat ze de motivering voor haar beslissingen niet openbaar wil maken. ( Aftenposten, 17.01.98.)
Per Glad van Holts uitgever Cappelen formuleerde het zo:
Mea Culpa heeft op mij en op duizenden lezers een diepe indruk gemaakt. Het werd ook aangekocht door de leidende uitgeverijen Gyldendal i Denemarken en Norsteds in Zweden. Men heeft er hier [d.w.z. in Noorwegen] voor gekozen om de sterkte, de eerlijkheid en het engagement buiten beschouwing te laten en zich op het element taal te concentreren.


Anne Holt, Mea Culpa, en historie om kjærlighet, Oslo (Cappelen), 19973 ISBN 978-82-02-16757-8
Mea Culpa werd in het Duits vertaald:
Anne Holt, Mea culpa, vertaald door Gabriele Haefs, Berlin (Orlanda), 2003 ISBN 978-3-936937-01-5
Hanne Wilhelmsen keert terug in het samen met Berit Reiss-Andersen geschreven Løvens gap**** (1997).

Berit Reiss-Andersen is de kleindochter van de bekende Noorse dichter Gunnar Reiss-Andersen (1896-1964), en haar invloed is volgens Fredrik Wandrup (Dagbladet, 22.10.1997) o. a. stilistisch merkbaar:
de stijl lijkt economischer en compacter dan voorheen. Het boek is grotendeels vrij van stijlbloempjes, en de goedgeschreven dialogen worden gebruikt om het verhaal vaart te geven.
Opnieuw spelen schuldig zijn en zich schuldig voelen een belangrijke rol. Hanne Wilhelmsen zelf staat minder centraal in het boek; ze is alleen officieus bij het onderzoek betrokken. Billy T. komt meer op de voorgrond en ook Håkon Sand is terug. Verder maakt ook Gunnar Staalesens Varg Veum een cameo in het boek.
In Løvens gap bevindt Noorwegen zich in een Olaf Palme-situatie nadat eerste minister Brigitte Volter in haar kantoor vermoord is. Een erg belangrijke, maar niet gemakkelijk te beantwoorden vraag daarbij is: werd Volter vermoord omdat ze eerste minister was of heeft de moord met haar privéleven te maken? Op de achtergrond waart de hele tijd ook een onderzoek naar een onverklaarbaar grote zuigelingensterfte in het jaar 1965 rond…
Anne Holt gebruikt Løvens gap ook om haar gram te halen op de sensatiepers: “Kikk + Lytt” is natuurlijk “Se og Hør” en KA, waar journaliste Liten Lettvik werkt, VG:
Ze stond wijdbeens, haar borstelige haar stond naar alle kanten uit en haar hele lichaam maakte zo’n fanatieke indruk, dat ze een beetje leek op een overjarige, te zware jachthond die haar welpjes wel eens zou laten zien hoe het moest. (vertaling Annemarie Smit)
Lettvik is totaal niet geïnteresseerd in de emotionele schade die ze aanricht tijdens haar jacht op een scoop:
Het is net als een mes […] Het is alsof iemand een litteken opensnijdt dat na vele jaren eindelijk is geheeld. (vertaling Annemarie Smit)
fluistert een van haar slachtoffers. Overigens zitten er ook tussen de politici een paar onaangename figuren. Om de al vernoemde Fredrik Wandrup nog eens te citeren:
Ik vind het boek een uitstekend voorbeeld van een misdaadroman die als puzzel aan de verwachtingen voldoet maar terzelfder tijd iets belangrijks vertelt over waartoe huichelarij en geheimhouding in het politieke milieu kunnen leiden.
Maar een groep tegenstanders van de walvisvaart een begrafenis laten verstoren is flauw, heel flauw.

Anne Holt en Berit Reiss-Andersen, De muil van de leeuw, vertaald door Annemarie Smit, Breda (De Geus), 2001, ISBN 90-445-0014-7
Op de eerste bladzijde van Død joker**** (1999) (Nederlandse vertaling: Dode joker) pleegt er iemand zelfmoord. Op de tweede bladzijde volgt de meest macabere executie die Billy T. ooit heeft meegemaakt. Billy T. – zo weet de trouwe Holt-fan – is een van de vaste medewerkers van hoofdfiguur Hanne Wilhelmsen.
Straffe kost dus om mee te beginnen. De vermoorde vrouw is daarenboven niemand minder dan de echtgenote van openbaar aanklager Sigurd Halvorsrud. Halvorsrud zelf beweert te weten wie de moordenaar van zijn vrouw is: ene Ståle Salvesen.
Maar die Ståle Salvesen zou wel eens de man kunnen zijn die op bladzijde 1 al een einde aan zijn leven gemaakt heeft en bijgevolg al dood was op het ogenblik van de lugubere moord. Nogal wat indiciën wijzen in de richting van Halvorsrud zelf – of werd die er gewoon ingeluisd?
De plot van Død joker zit goed in mekaar. De plaats van handeling wijzigt voortdurend en de lezer wordt constant (o.a. door het aanwenden van fragmenten waarin figuren optreden die niet bij name genoemd worden) in het ongewisse gelaten. Verder worden er een aantal personages opgevoerd die iets met de moord te maken zouden kunnen hebben – maar wat juist? Zo is er bijvoorbeeld Evald Bromo. Hij werkt als journalist voor de respectabele krant Aftenposten en is erin geslaagd zijn pedofiele geaardheid altijd goed voor de buitenwereld verborgen te houden. Of Eivind Torsvik, die als achttienjarige zijn stiefvader op beestachtige wijze vermoord heeft en nu een succesauteur is.
Død joker is ook een lijvig boek. Dat komt voor een belangrijk deel ook omdat er, nog meer dan in de vorige detectiveromans, veel aandacht besteed wordt aan het privéleven van Hanne Wilhelmsen. Die worstelt met een midlifecrisis en wordt door totaal onverwacht slecht nieuws (haar partner Cecilie Vibe is ernstig ziek) emotioneel nog meer uit haar evenwicht gehaald – en dat blijft natuurlijk niet zonder gevolgen voor het onderzoek dat ze leidt.
Ten slotte nog dit: met de reputatie van België in het buitenland was het aan het eind van de vorige eeuw slecht gesteld:
België […] Dioxine en Belgisch blauw. Corruptie en seksschandalen. Politieke moorden. Salmonella en importverboden. België: alleraardigst land in het centrum van Europa. (vertaling Annemarie Smit)
en nog:
“Marc Dutroux” […] “Herinner je je die nog?”
Natuurlijk herinnerde ze zich Marc Dutroux. Het monster van Charleroi. Joost mocht weten hoeveel levens hij op zijn geweten had, zowel letterlijk als in meer figuurlijke betekenis. Het pedofilieschandaal dat in de late zomer en het najaar van 1996 over België heen was gespoeld, had over de hele wereld schokgolven veroorzaakt. De stoffelijke overschotten van kleine en grotere kinderen werden uit ruïnen opgegraven of doodgehongerd in speciaal gemetselde kelders aangetroffen, waarna er massaal arrestaties waren verricht. Na verloop van tijd hadden zich de contouren van een omvangrijk pedofilienetwerk afgetekend en werden politiemensen en rechters en ook een handjevol belangrijke politici.
“Het ergste van de zaak was dat Marc Dutroux duidelijk bescherming genoot van machtige mensen binnen het systeem” (vertaling Annemarie Smit)
De believers zaten niet alleen in België…

Anne Holt, Dode joker, vertaald door Annemarie Smit, Breda (De Geus), 2007 ISBN 978-90-445-0763-8
In Uten Ekko**** (dat weer samen met Berit Reiss-Andersen geschreven is) (2000) keert Hanne Wilhelmsen na een verblijf van een half jaar in een Italiaans klooster (waarin ze zich teruggetrokken had na de dood van haar partner Cecilie Vibe) weer terug naar het hoofdkantoor van politie in Oslo. De ontvangst daar is niet bepaald hartelijk. Het wordt haar nog steeds erg kwalijk genomen dat ze na Cecilies dood onmiddellijk vertrokken is en zelfs diens begrafenis niet heeft bijgewoond. De woorden van haar vroegere maatje Billy T. zijn veelzeggend:
“Ground rules”, antwoordde hij verbeten en hij sloeg met zijn vuist op de tafel. Hun gezichten waren slechts vijftien, twintig centimeter van elkaar verwijderd toen hij verderging: “Eén: ik laat jou met rust. Twee: jij laat mij met rust. Drie: je laat mijn rechercheurs verdomme ook met rust, zodat ze gewoon hun werk kunnen doen. (vertaling Annemarie Smit)
En dus mag ze papierwerk doen in de zaak die op dat ogenblik in handen is van Billy T.
Brede Ziegler, de bekendste kok van Noorwegen en eigenaar van het chique restaurant Entré, wordt vermoord teruggevonden … aan de achterkant van het hoofdbureau van politie. Ziegler, zo blijkt al snel, was iemand die alleen in zichzelf geïnteresseerd was – een man die zich heel wat vijanden gemaakt had dus. Uit het forensisch onderzoek blijkt dat op zijn minst twee personen hem erg graag dood wilden en daarvoor gebruik hebben gemaakt van
gif dat in ieder huis te vinden is en een mes dat gewoon vrij te koop is. (vertaling Annemarie Smit)
Het probleem is dat Billy T. een compleet zootje van het moordonderzoek maakt. Hij geeft niet echt leiding, communiceert slecht, vergeet informatie door te spelen en houdt zich niet aan de regels die gelden voor de politie.
En dus moet Hanne, ondanks de aanvankelijke onwil tot medewerking van de andere leden van het team met hun
tactiek om te doen alsof ze lucht was, was nauwkeurig gepland, zorgvuldig uitgevoerd en kennelijk algemeen geaccepteerd. (vertaling Annemarie Smit)
voor een doorbraak zorgen.
Zoals altijd bij Anne Holt zit de plot goed in elkaar en wordt de lezer bij het lief en leed van de politieonderzoekers betrokken. De personengalerij bevat verder o.a. een student die om de een of andere reden dringend aan geld moet geraken, een redelijk bizarre en onaangename oudere dame die de pers met de regelmaat van een klok op ingezonden brieven trakteert, en een Italiaan met “wijnkleptomanie”.
Wat Hanne Wilhelmsen zelf betreft moet zeker vermeld worden dat ze op de terugreis naar Noorwegen een nieuwe partner ontmoet, de Turkse Nefis, die wiskunde doceert aan de universiteit van Istambul. Verder haalt ze Harrymarry
de oudste straathoer van Oslo. (vertaling Annemarie Smit)
in huis, en die fungeert als een soort feelgoodelement in de roman:
‘Ai luv joe’, snikte ze zacht.
Het was Harrymarry’s allereerste zin in het Engels. Ze wist zeker dat het de juiste begroeting was voor een nieuwe vriendin. (vertaling Annemarie Smit)

Anne Holt en Berit Reiss-Andersen, Zonder echo, vertaald door Annemarie Smit, Breda (De Geus), 2005, ISBN 978-90-445-0464-4
In Det som er mitt****(2001) verlaat Anne Holt voor het eerst de Hanne Wilhelmsenreeks. Hier is het Yngvar Stubø die het onderzoek leidt. Hij is 54, grootvader, en heeft twee jaar geleden z’n vrouw en dochter verloren in iets wat alleen maar als een “freak accident” omschreven kan worden. Stubøs intuïtie laat hem niet vaak in de steek maar in de zaak waar hij nu mee bezig is zou hij toch graag hulp krijgen van Inger Johanne Vik.
Inger Johanne is criminologe, juriste en psychologe; ze heeft vroeger nog voor het FBI gewerkt (en daar, zal in de volgende romans blijken, iets traumatiserends beleefd); ze is “vooraan in de dertig”, gescheiden, “mooi op een saaie manier”en ze heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Stubø zou graag hebben dat ze een profiel opmaakt van de ontvoerder van een aantal jonge kinderen, maar Inger Johanne voelt daar maar weinig voor: ze heeft zelf een dochtertje, Kristiane, dat een ontwikkelingsachterstand heeft en vreest dat ze de zaak emotioneel niet aan zal kunnen. Na lang aandringen stemt ze toch toe en groeit er een band tussen haar en Stubø.
Het onderzoek waar Stubø mee bezig is heeft Noorwegen in rep en roer gezet. Drie jonge kinderen zijn ontvoerd, twee ervan worden dood teruggevonden: het is volstrekt onduidelijk wat de doodsoorzaak is. Een moord op een baby wordt aan de dezelfde dader toegeschreven. En misschien wel het allervreemdste: de ontvoerder lijkt geen seksuele pervert te zijn, maar iemand die op wraak uit is. Dat is waar de titel van de Nederlandse vertaling Je verdiende loon naar verwijst. Maar wraak op wie of op wat dan? Dat is waar de Noorse titel naar verwijst.
Terzelfder tijd onderzoekt Inger Johanne als universiteitslector en vorser nog een andere zaak die een vreemde parallel vertoont met wat er nu aan de hand is. In 1956 werd een zekere Aksel Seier veroordeeld voor de moord op de achtjarige Hedvig. Een paar jaar later werd hij plots zonder enige verklaring vrijgelaten. Alle documenten over de zaak bleken toen overigens onvindbaar te zijn. Veel wijst er nu op dat Seiers veroordeling een justitiële dwaling was…
Det som er mitt is (opnieuw) een knap geconstrueerde en spannende thriller. Zoals steeds besteedt Anne Holt ruime aandacht aan de psychologie van haar personages. Terloops wordt ook de “veramerikanisering” van de nieuwsgaring gehekeld: de beschrijving van de achtervolging van een copycat – helikopters van de tv-stations inbegrepen – verwijst duidelijk naar de arrestatie van O.J. Simpson. En ook op burgerwachten die het heft in eigen handen nemen heeft in elk geval Stubø het niet begrepen:
Ik kan niet bepalen wat jullie hier in Asker en Bærum doen, maar als ik jou was… bekeur die klootzakken die zijn arm hebben gebroken. Zo niet, dan is het hier binnen een week wild west. Let op mijn woorden. Je reinste Texas. (vertaling Annemarie Smit)

Anne Holt, Je verdiende loon, uit het Noors vertaald door Annemarie Smit, Breda (De Geus), 2005² De Morgen Bibliotheek Spannende Boeken, deel 8. De oorspronkelijke Nederlandse uitgave is van De Geus (ISBN 978-90-4450-270-1)
In Sannheten bortenfor***½ (2003) (vertaald als Verborgen feiten) keert Hanne Wilhelmsen terug. In de kerstperiode wordt Oslo opgeschrikt door een viervoudige moord:
de meest spectaculaire moordzaak sinds mensenheugenis van de politie van Oslo (vertaling Annemarie Smit)
De mediabelangstelling is dan ook enorm, en dat ontlokt Hanne Wilhelmsen (en Anne Holt?) de volgende zure oprisping:
De vierde macht heeft het overgenomen. Ze gaan niets uit de weg. Voor hen gelden geen regels. Ze hebben illegale archieven, ze bestoken hun bronnen meer smeergeld, ze praten ze om, chanteren en kietelen ze. Zodra iemand het woord “controle” laat vallen, beginnen ze te schreeuwen, te schoppen en te gillen. Zij beheren de vrijheid van meningsuiting namelijk, moet je weten. Elke keer als ze een blunder begaan, voeren ze een navelstaarderig debatje in hun vakbladen en dat noemen ze dan zelfkritiek. Daarna gaan ze gewoon door. (vertaling Annemarie Smit)
Drie van de slachtoffers zijn familie van elkaar: Hermann Stahlberg, eigenaar van een middelgrote rederij, zijn vrouw Turid en hun oudste zoon Preben. De vierde dode lijkt een toevallige bezoeker te zijn, een consulent van een uitgeverij met de nogal merkwaardige naam Sidensvans (een “sidensvans” is in het Noors een “pestvogel”).
Het technisch onderzoek wordt bemoeilijkt door een zwerfhond die de plaats van de misdaad vóór de politie “bezocht” heeft, maar het onderzoeksteam krijgt toch een paar mogelijke daders in het vizier: Stahlbergs jongere zoon Carl Christian en diens vrouw Mabelle waren met Carls ouders in een bitter conflict gewikkeld over de opvolging binnen de rederij. Ook dochter Hermine blijkt niet van onbesproken gedrag.
Alleen Hanne Wilhelmsen (ondertussen anderhalf jaar samen met haar nieuwe partner Nefis) is niet overtuigd. Zij vindt dat er te weinig aandacht besteed wordt aan de “toevallige” bezoeker Sidensvans – hoewel het voor haar ook duidelijk is dat de Stahlbergs liegen. Daarom gaat ze op zoek naar de “sannheten bortenfor [løgnene]” (“de waarheid achter de leugens”) van de titel:
De rest van de bende hierbuiten [d.w.z. de andere rechercheurs ] leeft in de wonderlijke veronderstelling dat wie over één ding liegt, over alles liegt. (vertaling Annemarie Smit)
Hannes eigenzinnige optreden (al jaren haar handelsmerk) maakt haar niet bepaald populair bij de rest van het team en het komt o. a. tot een ferme botsing met politiadvokat Annemari Skram:
“Weet je, Hanne, soms ben jij echt onuitstaanbaar. Waar zit je nu aan te denken? Moet je echt zo geheimzinnig doen? Beschouw je ons als idioten of heb je een andere reden om te doen alsof je precies weet wat er […] is gebeurd maar geen zin hebt om het met ons te delen?” (vertaling Annemarie Smit)
Net zoals in de andere Hanne Wilhelmsenromans besteedt Holt ook nu weer veel aandacht aan de situatie van haar hoofdpersonage. Hanne Wilhelmsen worstelt weer met persoonlijke problemen: de slechte relatie met haar nog niet zo lang geleden overleden vader houdt haar voortdurend bezig:
Ik ben niet goed genoeg […] Nooit geweest. (vertaling Annemarie Smit)
Het feit dat haar neef Alexander nu in een soortgelijke situatie beland is maakt het alleen maar erger. Ook Billy T. zit met problemen, maar die zijn van financiële aard, en dan wordt de verleiding groot om zich om te laten kopen…
En hoe loopt het allemaal af? Hanne heeft het natuurlijk bij het rechte eind, maar maakt uiteindelijk een inschattingsfout…
Sannheten bortenfor is
een strak gecomponeerde politieroman, net lang genoeg, zonder overbodig geklets en met een geloofwaardig en logisch einde
vond recensent Kurt Hanssen (Dagbladet, 08.10.2003)

Anne Holt, Verborgen feiten, vertaald door Annemarie Smit, Breda (De Geus), 2006, ISBN 978-90-445-0640-2
In Det som aldri skjer***½(2004) (Nederlandse titel: Wat nooit gebeurt) is het weer de beurt aan het echtpaar Stubø-Vik. Ze hebben net een baby gekregen: Ragnhild. Stubø moet het onderzoek leiden in (alweer) een ophefmakende moordzaak: “tv-kjendis” Fiona Helle, heel bekend door haar programma “Fiona i farten” (een soort Noorse versie van “Spoorloos”) wordt bij haar thuis vermoord teruggevonden. Een gruwelijk detail is dat haar tong afgesneden werd en daarna in een soort origamiconstructie op tafel gezet.
Wat later volgt er een tweede “kjendismord”. Vibeke Heinerback, de jonge partijleidster van een niet bij naam genoemde partij (de verwijzing naar de rechtse Fremskrittsparti is echter duidelijk) wordt (ook weer thuis) vermoord teruggevonden met een exemplaar van de koran tussen haar dijen.
Er volgt nog een derde slachtoffer… en dan gaat er bij (ex)profiler Inger Johanne Vik een lichtje branden: ze ziet een opvallende gelijkenis tussen de drie moorden in Noorwegen en een vroegere reeks van vijf in de Verenigde Staten. Is er een copycat aan het werk?
Moordenaars zonder motief, zegt Vik, zijn de allermoeilijkste om op te sporen:
De moeilijkste moordenaar om te pakken, is iemand die zonder motief moordt.[…] Ook de ernstig zenuwzieke seriemoordenaar kan ontmaskerd worden, aangezien zelfs een absurde en ogenschijnlijk willekeurige keuze van slachtoffers wel in een of andere vorm een verborgen patroon, een verwantschap heeft. Wanneer zoiets niet bestaat, geen oorzaak, geen samenhang, geen logica – hoe bizar die ook mag zijn – staan wij schaakmat. Zo’n moordenaar zou ons tot … tot in de eeuwigheid voor de gek kunnen houden. (vertaling Annemarie Smit)
De politie zit inderdaad zonder een enkel duidelijk spoor en dus wordt het bang afwachten of er nog meer moorden volgen…
Det som aldri skjer is een erg onderhoudende politieroman; Ole Jacob Hoel had het (volgens het “Bonusmateriale” bij de Noorse uitgave ISBN 978-82-8143-004-4) in Adresseavisen over
het tot hiertoe meest geslaagde en meest efficiënte misdaadverhaal van de best verkopende Noorse misdaadauteur.
Leuk is dat in het boek een soort donker alter ego van Anne Holt zelf optreedt:
U bent auteur van maar liefst zeventien misdaadromans […] U wordt beschouwd als een expert op dit gebied en u oogst veel waardering voor uw grondige voorwerk en uw uitgebreide research. […] U bent van oorsprong jurist, nietwaar?’ (vertaling Annemarie Smit)
Daarnaast ontmoeten we ook nog een politieman die er wel heel onorthodoxe methodes op na houdt: een Noorse Hans Rieder zou er een vette kluif aan hebben. En op het einde van Det som aldri skjer weten we wel wie de dader(s) is/zijn, maar blijven we toch met een soort open einde achter.
Daarom nog een tip om af te sluiten: lees Holts volgende boek, Presidentens valg, NIET voor dit boek, want daar wordt meer dan een tip van de sluier opgelicht…

Anne Holt, Wat nooit gebeurt, vertaald door Annemarie Smit, Amsterdam (De Bezige Bij Cargo), 2007, ISBN 978-90-234-2628-8
Met Presidentens valg**** (2006) (Nederlandse vertaling: Mevrouw de president) begeeft Anne Holt zich op het terrein van de politieke thriller; de beschreven gebeurtenissen spelen zich niet alleen in en rond Oslo af, maar ook in de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië.
Holts uitgangspunt is iets wat in 2004 niet bewaarheid werd. In Presidentens valg wordt George W. Bush namelijk niet herkozen en krijgen de Verenigde Staten krijgen met Helen Lardahl Bentley voor het eerst een vrouwelijke president. Haar eerste buitenlandse reis is naar het land vanwaaruit haar familie ooit naar de V.S. emigreerde: op de Noorse nationale feestdag zal ze in Oslo zijn.
Maar op die 17de mei gebeurt het onvoorstelbare: Helen Lardahl Bentley wordt uit haar hotelsuite ontvoerd. De Noorse politie zet meteen de grote middelen in, en ook de Amerikanen laten zich vanzelfsprekend niet onbetuigd: ze sturen een uitgebreid onderzoeksteam onder leiding van Warren Scifford, die de lezer al “van horen zeggen” kent uit de vorige Stubø/Vik-romans.
De Noors-Amerikaanse samenwerking verloopt erg stroef, en dat is voor de chef van de Binnenlandse Veiligheidsdienst Peter Salhus geen verrassing:
We moeten niet de illusie hebben dat de Amerikanen zich in een situatie als deze de les laten lezen. Ze zullen keer op keer over de schreef gaan. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat ze over kwalificaties, uitrusting en inlichtingen beschikken die voor de zaak van doorslaggevende betekenis kunnen zijn. We hebben hen, simpel gezegd, nodig. Het allerbelangrijkste is hen ervan te overtuigen dat […] zij ons minstens even erg nodig hebben […] Zo niet, dan walsen ze over ons heen. (vertaling Carla Joustra en Kim Snoeijing)
En dat het niet altijd de Amerikanen zijn die voor problemen zorgen zou moeten blijken uit een opmerking van hun ambassadeur in Noorwegen:
Dit land heeft niet veel inwoners, maar ze zijn ongelooflijk koppig. Werkelijk allemaal. (vertaling Carla Joustra en Kim Snoeijing)
En laat nu net Stubø aangesteld worden als verbindingsman tussen het Noorse en het Amerikaanse team. Hij moet dus nauw samenwerken met Scifford. Dat brengt gezien wat er in het verleden gebeurd is, een heuse crisis in zijn relatie met Inger Vik teweeg. Ze gaat ervandoor en neemt tijdelijk haar intrek bij … Hanne Wilhelmsen, die meteen een interessante tip in huis heeft om het slabakkende onderzoek vooruit te helpen…
Dat er een heel machtig iemand achter de ontvoering zit, is van het begin duidelijk; iemand voor wie zelfs de FBI-agenten niet veilig blijken te zijn en iemand die een veel verfijndere vorm van terrorisme beoefent dan Osama bin Laden. Iemand die de V.S. wil raken daar waar de doorsnee Amerikaan dat het ergst voelt.
Wordt de presidente teruggevonden? Ja, en wel op een héél onverwachte plaats… En dat de finale terreuraanslag uiteindelijk (?) afgewend wordt is niet de verdienste van Stubø of Wilhelmsen of van het Noorse of het Amerikaanse onderzoeksteam; ik wil alleen nog verklappen dat “womaniser” Warren Scifford niet meteen zijn beste dagen beleeft.
Presidentens valg is spannende en bijwijlen verontrustende lectuur en deed Terje Stemland in zijn recensie (Aftenposten, 18.09.06) een behoorlijk lyrische toon aanslaan:
Haar portretschilderingen zijn psychologisch boeiend, en het taalgebruik munt zoals gewoonlijk uit door pregnantie en geraffineerdheid. Daarnaast weet ze erg goed te verrassen.
Ook de Thrillergids van Vrij Nederland kon het boek wel smaken.

Anne Holt, Mevrouw de president, vertaald door Carla Joustra en Kim Snoeijing, Amsterdam (Cargo – De Bezige Bij), 2008, ISBN 978-90-234-2797-1
Een “echte” comeback maakt Hanne Wilhelmsen in 1222*** (2007) (Nederlandse vertaling: Hoogtelijn).
Sinds ze bij een confrontatie met een corrupte politiechef zwaargewond raakte en sindsdien aan een rolstoel gekluisterd is, leeft Hanne Wilhelmsen een teruggetrokken leven samen met haar partner Nefis en hun dochtertje – ze wil het liefst niets met andere mensen te maken hebben.
Op 14 februari 2007 bevindt Hanne zich op de trein van Oslo naar Bergen wanneer die net na het verlaten van Finse ontspoort. Behalve de machinist overleeft iedereen het ongeval, maar er zijn wel een aantal gewonden.

Finse is niet zomaar een plaats in Noorwegen: het is het hoogstgelegen station van het land en is eigenlijk alleen maar met de trein echt bereikbaar. Alle passagiers worden naar het lokale Hotel Finse 1222 gebracht; een hevige orkaan zorgt ervoor dat ze daar de volgende etmalen volledig van de buitenwereld afgesloten zullen zijn.
Onder de passagiers bevinden zich een paar lokale bekendheden: Kari Thue is een soort Noorse Geert Wilders, Cato Hammar een bekende televisiedominee die nogal wat irritatie opwekt, Steinar Aass een zakenman met een niet al te beste reputatie. En dan zijn er nog de vier mannen die zich in een speciale wagon aan het einde van de trein bevonden: ze zijn bewapend en weigeren ieder contact met de rest van de passagiers, en dat geeft natuurlijk aanleiding tot allerlei speculaties…
Dan wordt er iemand vermoord. Hanne Wilhelmsen start een soort informeel onderzoek, daarbij geholpen door Magnus Streng (één van de dokters die zich in de trein bevond), Geir Ringholmen (een advocaat die in zijn vakantiehuisje in Finse aan het werk was) en Berit Tverre, de eigenares van het hotel.
De setting (een groep mensen samen op een locatie waar ze volledig van de buitenwereld afgesloten zijn) doet natuurlijk denken aan Agatha Christies Ten Little Niggers (die in latere versies “Indians” werden) – Hanne Wilhelmsen maakt er zelf een allusie op – en ook de ontknoping waarbij iedereen aanwezig is en de aandacht eerst uitgaat naar iemand die onschuldig blijkt te zijn is een kneep die de “queen of crime” vaak gebruikte, maar toch is 1222 een eigentijdse detectiveroman met aandacht voor de psyche van de personages (ook die van Hanne Wilhelmsen, die hier voor het eerst zelf aan het woord is) en verwijzingen naar actuele situaties. In de “Detective & Thrillergids” van Vrij Nederland werd hij zelfs bedacht met vier sterren!

Anne Holt, Hoogtelijn, uit het Noors vertaald door Annemarie Smit, Amsterdam (De Bezige Bij) 2009, ISBN 978-90-234-4026-0
Pengemannen***½ (2009) (Nederlandse vertaling: Wees niet bang) illustreert dat iedereen wel een of ander geheim heeft dat zorgvuldig voor anderen verborgen wordt. Ook voor (protestantse) bisschoppen is dat het geval. Op kerstavond wordt in Bergen Eva Karin Lysgaard op straat doodgestoken. Stubø wordt naar de stad waar het bijna altijd regent gestuurd om de plaatselijke politie bij te staan in de zoektocht naar de moordenaar van de erg geliefde bisschop. Het onderzoek verloopt bijzonder moeizaam, want noch Lysgaards echtgenoot Erik, noch hun zoon Lukas blijkt erg geneigd om hun medewerking te verlenen.
En het blijft niet bij deze ene moord. In dezelfde kerstperiode neemt het aantal moorden (vooral in Oslo en omgeving) dramatisch toe: slachtoffers zijn o.a. een Koerdische asielzoeker, een avant-garde kunstenaar en een documentairemaakster. De lezer heeft natuurlijk het stelligste vermoeden dat er en verband tussen al die moorden is, maar het duurt een hele tijd voor ook de politie tot die conclusie komt. Het is uiteindelijk Inger Johanne Vik, die aan een wetenschappelijk onderzoek over “hatvold”,
waar het motief voor het misdrijf gekoppeld kon worden aan ras, etniciteit, religie of seksuele geaardheid (vertaling Annemarie Smit)
bezig is, die het verband ziet.
Haar theorie doet echter zo fantastisch aan dat ze er Stubø niet van op de hoogte durft te brengen. Op aanraden van Hanne Wilhelmsen, die een piepkleine cameo maakt, trekt ze met haar ideeën naar Silje Sørensen van de Oslose politie. Ok Silje Sørensen kennen we al uit de Hanne Wilhemsenreeks.
Vergezocht, die indruk krijg je als lezer ook, en je stelt je zeker de vraag “waarom juist Noorwegen?”. Voor een antwoord op die vraag zorgt uiteindelijk de “pengemann” uit de titel: een rijke Noorse bedrijfsleider die als een van de weinigen de economische crisis van 2008 zonder veel kleerscheuren door is gekomen, maar die net als de vermoorde bisschop een geheim met zich meedraagt, een geheim dat hem steeds meer gewetenswroeging blijkt te bezorgen…
Anne Holt zelf omschreef Pengemannen in een interview met Geir Rakvaag (bladet.no) als een boek over
de relatie tussen haat en haat als crimineel gegeven. Het verband tussen het formuleren van hatelijke zinswendingen over anderen, wat op zich helemaal legaal is, en wanneer dat ontaardt in criminele handelingen en terreur. … Vooral ervoor ontvankelijke mensen kunnen zich laten beïnvloeden door een publieke discussie die op het scherp van de snee gevoerd wordt. Wanneer ze een bepaalde groep mensen haten kunnen sommige kwetsbare zielen in een hard debatklimaat gemakkelijker over de schreef gaan.
Holt neemt samen met de lezer een diepe duik in de financiële crisis, de criminele haat, de verhouding tussen God en de mensen, de Noorse wetgeving, de dagelijkse beslommeringen van een jonge familie, en de angst – de angst die we allemaal voelen.
Wat de roman vooral zo goed maakt, zijn de plot, al de gebeurtenissen die ten langen leste als in een fijnmazig spinnenweb met elkaar in verband staan, het gevarieerde en vlotte taalgebruik, maar ook de geniale manier van de auteur om bij de lezer associaties op te roepen met vroeger gelezen boeken van andere schrijvers.
schreef Eva Kristenstuen (Oppland Arbeiderblad, 13.10.2009)

Anne Holt, Wees niet bang, vertaald door Annemarie Smit, Amsterdam (De Bezige Bij Cargo), 2010 ISBN 978-90-234-5625- 4
Pengemannen en Presidentens Valg werden onder de naam “Modus 1” en “Modus 2” in 2015 en 2017 bewerkt tot een Zweedse televisieserie.

Samen met haar broer, de cardioloog Even Holt, publiceerde Anne Holt in 2011 de thriller Flimmer****. Het hoofdpersonage is nieuw: Sara Zuckerman is een bekend hartchirurg en professor aan het universitair

ziekenhuis GRUS in Bærum. Ze is erg goed in haar vak en dat vindt ze ook zelf:
Niemand had haar track record, haar kennis, achtergrond en aanzien. Ze was een ster, een megaster […] de beste, de grootste, de capabelste van alle Noorse middelmatigheden. (Vertaling Carla Joustra en Ingrid Hilwerda)
Maar dan wordt ze op een dag geconfronteerd met twee schijnbaar onverklaarbare, kort op elkaar volgende sterfgevallen. Een van de twee doden is Erik Berntsen, het voormalig diensthoofd cardiologie dat haar ooit aan het begin van haar carrière begeleid heeft.
Opvallend is dat Zuckerman bij beide slachtoffers erg recent een ICD (een soort heel geavanceerde en computergestuurde pacemaker) heeft ingeplant. Het wordt een hele klus om te weten te komen wat er exact fout gelopen is. Dat er in het ziekenhuis een afgunstige collega rondloopt maakt de zaak er niet eenvoudiger op. En dat de ICD’s in kwestie gefabriceerd worden door een multinational waarin de Noorse staat via zijn oliefonds fors geïnvesteerd heeft, maakt het allemaal nogal gênant. Het peterprinciple wordt dan weer in de praktijk gebracht door de directeur van GRUS.
Flimmer betekent eigenlijk “onregelmatig hartritme”. Het is een spannende thriller die wijst op de mogelijke gevaarlijke consequenties van de eerste doelstelling van de liberale economie: het maken van winst en (daarmee onlosmakelijk verbonden) het tevredenstellen van de aandeelhouders. De beurs is volgens Sara Zuckerman
Een omvangrijk, levensgevaarlijk monopolyspel met nepgeld dat kan worden ingewisseld voor echt geld, als je geluk hebt. (Vertaling Carla Joustra en Ingrid Hilwerda)
En wanneer ook toplui uit de medische wereld meer denken aan financiële consequenties dan aan veiligheid en gezondheid, en daardoor dingen in de doofpot proberen te stoppen, zijn de mogelijke gevolgen niet te overzien. Of zoals Otto Schultz, CEO van Mercury Medical het in het boek verwoordt:
De aandelenkoers! […] brulde Otto Schultz, en hij greep de rand van de tafel vast en boog zich naar voren. De aandelenkoers is nog maar één ding. Hoewel dat ook al erg genoeg is. Maar stel je eens voor wat het gaat kosten om elke patiënt opnieuw te behandelen! Alle patiënten, over de hele wereld verspreid, moeten worden opgenomen in dure ziekenhuizen en… En heb je bedacht wat dat voor onze naam betekent? (Vertaling Carla Joustra en Ingrid Hilwerda)
Maar zoals gewoonlijk in een thriller, blijkt niet alles uiteindelijk te zijn wat het lijkt.
Zoals vaak in moderne thrillers werken Anne en Even Holt met verschillende, uiteindelijk samenkomende verhaallijnen en met verschillende tijdsniveaus. Een alwetende, selectief onthullende verteller zorgt regelmatig voor onverwachte wendingen. Net als in Anne Holts politieromans wordt de lezer ook hier deelgenoot gemaakt van de privébeslommeringen van de hoofdpersonages. En precies zoals in het echte leven worden ook hier niet alle schuldigen gestraft en krijgt wie het goed voorheeft soms de volle laag.
Sara Zuckermann zien we nog terug:
Sara komt terug. Ik heb nog twee boeken met haar in de planning. Het wordt een trilogie. Maar daarnaast blijf ik ook doorgaan met mijn andere twee series. […]De karakters in al mijn boeken zijn de gereedschappen waarmee ik mijn verhaal vertel. Als ik een nieuw verhaal bedacht heb, ga ik pas kijken met welke personages uit welke serie dat verhaal het beste verteld kan worden. Het medische verhaal in Hartslag paste bij geen van de personages die ik al had. Dat is de reden geweest dat ik dokter Sara Zuckerman heb bedacht. En de enige reden dat ik met haar nog twee boeken wil maken is vanwege het feit dat ik nog twee interessante medische verhalen wil vertellen.
zegt Holt in het al in de inleiding vermelde interview met Kees de Bree.

Anne Holt & Even Holt, Hartslag, vertaald door Carla Joustra, Amsterdam (Cargo – De Bezige Bij), 2011. ISBN 978-90-234-6360-3
Unni Lindells Djevelkysset eindigt net voor de aanslagen van 22 juli 2011, Anne Holts Skyggedød*** (2012) begint op die dag.
Inger Johanne is uitgenodigd op een feestje dat Ellen Mohr (getrouwd met de succesvolle zakenman Jon) voor een aantal oude schoolvrienden organiseert. In Ellens huis heeft zich echter net voor Inger Johanne arriveert ook een drama afgespeeld: Ellens 8 jaar oude en aan ADHD lijdende zoontje heeft een val van een trapladder niet overleefd.
Maar was het wel een ongeval, of is er meer aan de hand? Tegen haar zin wordt Inger Johanne bij de zaak betrokken. Van haar man Yngvar kan ze geen hulp verwachten: die wordt volledig in beslag genomen door de zaak Breivik.
Het onderzoek wordt eerst (op een amateuristische wijze) gevoerd door de pas aan de politieacademie afgestudeerde Henrik Holme, die van de “zaak” afgehaald wordt omdat zijn overste van mening is dat er helemaal geen zaak is. Toch gaat hij op eigen houtje koppig door…
Net zoals in Fossums Helvetesilden ligt ook hier de klemtoon niet op de uitwerking van een ingewikkelde intrige, maar op wat de bij het drama betrokken personen bezielt en drijft. En ook bij Anne Holt is de tijd dat de speurder van dienst nog voor een happy ending kon zorgen allang voorbij…
In “forfatterens etterord” gaat Anne Holt nog even dieper in op haar keuze voor het onderwerp:
kindermishandeling vindt plaats omdat wij dat laten gebeuren. Omdat wij er ons niet toe kunnen zetten het te geloven. Omdat het het eenvoudigst is om je om te draaien. (vertaling Kor de Vries)

Anne Holt, Schaduwdood, vertaald door Kor de Vries, Amsterdam (Cargo – De Bezige Bij), 2013 ISBN 978-90-234-7859-1
In En grav for to**½ (2018) voert Anne Holt nog maar eens een nieuwe hoofdfiguur op om een misdaad op te lossen – niet verwonderlijk als je ziet wat voor ongelukken haar vorige speurneuzen overkomen zijn.
Selma Falck is een bekende advocate, Bekende Noor en ex-tophandbalspeelster. Verder heeft ze een stiekeme passie: ze is gokverslaafd, met poker als specialiteit. Die passie heeft ervoor gezorgd dat haar goed geordende wereld helemaal is ingestort. Om een opgelopen grote speelschuld aan te zuiveren, heeft ze tegoeden van Jan Morell, een van de rijkste mannen van Noorwegen van diens rekening gehaald en die heeft dat gemerkt voor ze het bedrag weer kon terugstorten.
Jan Morell is een harde noot: niet alleen wil hij dadelijk al zijn geld terug, waardoor ze zich elders diep in de schulden moet steken, hij eist ook dat ze zich uit de door haar opgerichte advocatenpraktijk terugtrekt. Als gevolg van dit alles is Falcks huwelijk op de klippen gelopen, heeft ze zich uit de openbaarheid teruggetrokken, en woont ze nu samen met de kat Darius in een klein en smerig flatje.
En dan komt de mogelijke redding uit een heel onverwachte hoek. Jan Morell heeft een adoptiedochter, Hege Chin Morell, die de beste langlaufster van Noorwegen is. Nu, niet zo lang Olympische Winterspelen in Zuid-Korea, heeft ze echter een positieve dopingtest afgelegd: er is het prestatieverhogende anabole steroïde clostebol in haar urine gevonden. Hege zweert dat ze onschuldig is en ook haar vader is daarvan overtuigd.
Hij gaat een weddenschap aan met Selma Falck: als ze erin slaagt te bewijzen dat zijn dochter onschuldig is, krijgt ze al haar geld terug en nog een bonus op de koop toe. Falck heeft geen andere keuze dan te aanvaarden, ook al lijkt het een opdracht die ze onmogelijk tot een goed einde kan brengen. En de zaak wordt nog complexer wanneer enkele dagen later de beste mannelijke langlaufer van Noorwegen (die daarbij ook nog haar petekind is) bij een verdacht ongeval om het leven komt en er bij de lijkschouwing bij hem eveneens clostebol aangetroffen wordt.
Selma Falck kan wel een beroep doen op een heel aparte “assistent”. Einar Falsen was ooit een gereputeerde politieinspecteur en auteur van “Etterforskerens ABC”, maar gaat nu als “uteligger” (een dakloze; letterlijk “iemand die ’s nachts in de openlucht slaapt”) door het leven nadat hij een pedofiel die ook zijn dochter misbruikt had om het leven gebracht heeft.
In Noorwegen was het overduidelijk dat En grav for to geïnspireerd was door de zaak Therese Johaug, de Noorse langlaufster die in 2016 positief testte op clostebol, in een context die erg dicht aanleunt bij wat in En grav for to geschetst wordt.


Heb je hem de fout die hij gemaakt heeft vergeven?
Nee, dat is me niet gelukt. Therese Johaug laat er tegenover Østlendingen geen twijfel over bestaan: We praten met elkaar en begrijpen elkaar, maar de gevolgen zijn enorm.
Ze zegt dat zij en Bendiksen normaal met elkaar omgaan en dat hij er nog altijd even erg mee inzit dat de zaak zo’n wending genomen heeft.
Het TAS verhoogde de straf uiteindelijk tot 18 maanden waardoor Johaug de Olympische Spelen in Pyeongchang miste. Johaug kwam daarna wel terug:

Elin Brend Bjørhei (VG, 07.09.2018) gaf En grav for to vijf dobbelsteenogen (zes is het maximum):
En grav for to toont een auteur die perfect weet hoe een misdaadroman opgebouwd moet worden. De tekst is strak geconstrueerd en bevat accurate, sprekende details en goede literaire beschrijvingen die de verschillende scènes realistisch en sfeervol maken.
Voor mij ligt het grootste probleem bij de personages. Holt besteedt heel wat aandacht aan het karakter van Selma Falck. We komen heel wat te weten over haar privéleven. Ze is bekwaam, rad van tong, leest geen romans. In haar leven is eigenlijk geen plaats voor verdriet of grote liefde:
Voor haar kinderen voelde ze iets wat misschien liefde was. Misschien hield ze van hen. Ze was daar niet zeker van, twijfelde. Ze miste ze niet echt. Had ze nooit gedaan.
Op haar echtgenoot
was ze nooit verliefd geweest. Ze hadden wel 25 jaar samengewoond. De enige op wie ze ooit dol was geweest was Morten Harket.
Morten Harket was, voor wie het niet weet, de zanger van de Noorse popgroep a-ha, die heel populair was in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw.
Verder komen we ook te weten dat ze erg goed lijkt op

de actrice Mariska Hargitay, die Olivia Benson speelt in de Amerikaanse advocatenserie “Law and Order”.
Maar toch blijft Selma Falck opvallend ééndimensionaal, en dat geldt ook voor de rest van de bezetting: Hege is een gevoelige ziel die onmogelijk kan liegen. Jan Morell is een Prinzipienreiter zonder veel gevoel voor humor. Maggi een trouwe Poolse huishoudster: het enige merkwaardige aan haar is dat ze goede referenties bij zich had toen ze door Morell aangenomen werd, hoewel ze daarvoor alleen maar in het zwart had gewerkt. En Sølve Bang is een onbetekenend persoontje dat alleen maar
aan zichzelf en zijn profijt denkt.
Een structurele zwakheid is daarbij nog het zgn. “manus” dat de dader bijhoudt en waarvan fragmenten over de roman verspreid liggen: het draagt erg weinig bij tot de intrige.



Anne Holt, En grav for to, Oslo (Gyldendal), 2018 ISBN 978-82-05-51751-6
Van En grav for to bestaat een Engelse:
Anne Holt, A grave for two, vertaald door Anne Bruce, London (Corvus), 2019 ISBN 978-1-78649-869-4
en een Duitse vertaling:
Anne Holt, Ein Grab für zwei : Kriminalroman, vertaald door Gabriele Haefs, Zürich (Atrium Verlag), 2021 ISBN 978-3-85535-121-3
Helemaal vooraan in Furet/Værbitt**½ (2019)staat o.a. dit citaat uit Bård Larsens boek Demokrati i trøbbel:
Det er paradoksalt at det liberale demokratiets største styrke også er dets største svakhet: Toleransen for dem som ønsker å ødelegge det.
Vrij vertaald: Het is paradoxaal dat de grootste kracht van de liberale democratie ook haar grootste zwakte is: de tolerantie voor degenen die haar willen vernietigen.
In Noorwegen is er nog altijd een na de Tweede Wereldoorlog opgerichte stay-behindgroep actief. Ze is bedoeld om sabotagedaden te plegen wanneer het land door een buitenlandse agressor (in casu Rusland) bezet wordt. Furet/Værbitt zal wel niet te gauw in het Russisch vertaald worden…
Binnen de raad van de groep is er een meningsverschil ontstaan: een van de leden ergert zich dood aan al de bagger die verkondigd wordt op Twitter, Facebook en meer van die zogenaamde “sociale” media:
We zijn in oorlog met de leugens, zei hij, met het kwaad, de onwetendheid, de onredelijkheid, de woede en de haat. En we zijn die oorlog aan het verliezen. Een levende democratie heeft nood aan debat. Maar iemand moet het debat willen voeren […] Fake news. Leugens en complottheorieën. Twaalf procent van de Amerikaanse bevolking gelooft nog altijd dat Hillary Clinton aan het hoofd staat van een groep pedofiele moordenaars. Nog altijd! En er zijn mensen die geloven dat de aarde plat is
Nieuw is dat niet.
Nee, maar ze hebben nog nooit de mogelijkheid gehad om hun idiotie op zo’n grote schaal te verspreiden.
Hij wil het stay-behind netwerk gebruiken om de extremisten uiterst rechts en uiterst links van het politieke spectrum “uit te schakelen”. De rest van de raad verzet zich daartegen, en hij belooft zich daarbij neer te leggen, maar drijft in het geheim toch zijn wil door.
Sjalg Petterson lijkt het eerste slachtoffer te zijn. Hij een extreem-rechtste “politisk influenser”,
de rattenvanger van Hamelen. Strak in het pak, beschaafd qua taal. Maar de ratten volgden hem. Wanneer Sjalg woorden als “onverantwoord” en “onhistorisch” gebruikten, hadden zijn aanhangers de mond vol van landverraad en dreigden ze met de doodstraf. Wanneer Sjalg het had over gevolgen, en daarmee duidelijk politieke bedoelde, schreeuwden zijn fans over ophangen aan lantaarnpalen zodra de Noorse volksrevolutie een feit was.
Op zijn eigen trouwfeest sterft hij aan een anafylactische schok als gevolg van een minimale hoeveelheid macadamianoten die iemand stiekem in zijn drankje gemengd heeft. Het was algemeen bekend dat hij een notenallergie had.
Zijn kersverse weduwe is Anine, de dochter van Selma Falck, die we al kennen uit En grav for to. De relatie tussen Anine en Selma is sinds Selma’s scheiding allesbehalve goed, en Selma, die nu aan de kost komt als privédetective, (haar pokerverslaving is min of meer onder controle) wil onderzoeken hoe en waarom Petterson vermoord is in de hoop op die manier weer in contact te komen met haar dochter. Dat ze tegelijkertijd ook een opdracht aanvaardt van Jesper Jørgensen, de bekende kok die de catering verzorgde op het trouwfeest, zal bij haar dochter wel in het verkeerde keelgat schieten.
Gelukkig kan Selma weer rekening op de hulp van ex-politierman en nu ex-dakloze Einar Falsen, die ook de zorg voor Selma’s kat op zich genomen heeft.
Qua structuur speelt Furet/Værbitt op drie tijdsniveaus en locaties die elkaar afwisselen en die “Vår” (“lente”), “Sommer” (“zomer”) en “Høst” (“herfst”) genoemd worden. In “Høst” bevindt Selma zich in uiterst penibele omstandigheden ergens op de Hardangervidda. Via “Vår” en “Sommer” wordt geleidelijk duidelijk hoe ze daar terechtgekomen is..
Holt omschrijft in haar nawoord Furet/Værbitt als een
misdaadroman over het dilemma van de liberale democratie.
Ze schrijft erg vlot (de hoofdstukken over Selma op de Hardangervidde behoren tot de beste van het boek), weidt nogal veel uit zonder dat het echt stoort, en levert nogal wat terechte kritiek op sociale media en zoekmachines. Wanneer Elias dankzij haar het internet leert kennen is hij dolenthousiast:
Het internet weet alles. Wist je bijvoorbeeld dat Osama bin Laden nooit echt door de Amerikanen gedood werd? Dat die bewering gewoon […] vals is […] De film over dat huis inn Abbottabad werd gewoon opgenomen in Hollywood met Obama Barack als regisseur. Obama. Osama. Geloof je dat de overeenkomst tussen die twee namen toevallig is? Nee toch […] Dat al-Quaida de dood van Bin Laden bevestigde, gebeurde alleen maar omdat ze een bom geld van de CIA kregen.
Jammer is wel dat het slot weinig overtuigend en vaag overkomt. Wie er uiteindelijk achter de twee ogenschijnlijk tegenstrijdige moorden zit blijft erg onduidelijk.


Anne Holt, Furet/Værbitt, Oslo (Gyldendal Norsk Forlag ), 2019 ISBN 978-82-05-52548-1
Het boek werd in het Engels vertaald:
Anne Holt, A necessary death, vertaald door Anne Bruce, London (Corvus), 2020
ISBN 978-1-78649867-0
Terug naar Auteurs
