
CC BY-SA 4.0
Morten A. Strøksnes werd in 1965 geboren in Kirkenes en woont in Oslo. Hij is ideeënhistoricus, journalist, fotograaf en auteur. Na zijn studie in Oslo en Cambridge trad Strøksnes in dienst bij Morgenbladet, waar hij tot 2004 werkte als redacteur en journalist. Hij heeft sindsdien rapporten, essays, portretten en recensies geschreven voor de meeste grote Noorse kranten en tijdschriften, en was columnist voor Stavanger Aftenblad, Bergens Tidende, Nordlys en Adresseavisen.
Strøksnes ontving verschillende onderscheidingen voor zijn journalistiek werk:
Språkprisen 2011
Bokbloggerprisen 2015
Brageprisen 2015
Kritikerprisen 2015
Petter Dass-medaljen 2016
Reine-Ord prisen 2016
Wissensbuch des Jahres 2017
The Edward Stanford Travel Writing Award 2018
Ik heb er altijd al op uit willen trekken en nieuwe oorden ontdekken, maar ik schrijf niet om te reizen. Ik ben niet zo dol op lange reizen. Nee, ik ben op reis om te schrijven. De beste verhalen zijn vaak te vinden in door conflicten geteisterde gebieden. Als iemand naar dat soort plaatsen trekt, moet het iemand zoals ik zijn. Iemand die namens anderen over de ervaringen kan schrijven. (abcnyheter.no, 27.10. 2012)
zegt hij zelf.
Tot zijn publicaties in boekvorm behoren o.a. Hva skjer i Nord-Norge? (2006), Et mord i Kongo (2010; genomineerd voor de Bragepris) en Tequiladagbøkene (2012; over een reis door de Mexicaanse Sierra Madre). Havboka (2015) werd een internationaal succes. Het is ook in het Nederlands vertaald.
In Havboka (2015) focust Morten A. Strøksnes op een aantal dingen die de Noren nauw aan het hart liggen: de visvangst, de zee, de natuur, het avontuur, de zelfredzaamheid… Niet verwonderlijk dat het boek erg enthousiaste recensies kreeg. Een selectie daaruit is te vinden op de binnenflap van de cover:


( met “melken” wordt “merken” bedoeld natuurlijk)
Dat het o.a. over haaien gaat, maakt de Noorse ondertitel al duidelijk, in de Nederlandse vertaling verwijst ook de titel zelf al naar die diersoort.
De Groenlandse haai is een (belangrijk) onderwerp in Havboka, maar zoals uit de citaten hierboven blijkt, zeker niet het enige.
Verteller Morten A. Strøksnes en zijn goede vriend Hugo Aasjord zijn de twee centrale figuren. Hugo (bizar kenmerk: overgeven kan hij niet) woont op het kleine Lofoteneiland Skrova, is kunstschilder en houdt zich ook bezig met renovatie. Samen vatten ze het plan op om een “håkjerring” (Nederlandse naam: “Groenlandse haai”) te vangen. Ze hebben er nog nooit

(wikipedia CC BY-SA 4.0 Hemming1952)
een gezien, laat staan gevangen.
De grootste ontdekkingen wachten ons in de zee. Daar duiken voortdurend nieuwe levensvormen op waarvan we tot voor kort het bestaan niet hadden kunnen bevroeden (…) En wie beseft eigenlijk dat er in de diepe geulen en troggen van de Vestfjord Groenlandse haaien zwemmen, een haai die tot een meter of acht lang kan worden en twaalfhonderd kilo kan wegen? (vertaling Paula Stevens).
Een gemakkelijke klus wordt het zeker niet, zeker wanneer je maar met zijn tweetjes bent en je met een kleine boot op zee waagt:
Op wat voor en idiote, moordende missie hebben we ons begeven? (vertaling Paula Stevens)
Het loopt dus niet van een leien dakje wanneer ze uiteindelijk beet hebben, ontsnapt de haai finaal toch − niet dat dat op zichzelf veel uitmaakt.
Naast de beschrijving van hun “visavonturen” weidt Strøksnes – zoals hierboven al aangegeven – uit over de meest diverse onderwerpen, die voor het allergrootste deel één kenmerk gemeen hebben: de zee en alles wat daarbij hoort. Onder meer de volgende onderwerpen passeren daarbij de revue:
► Hugo’s (voor een deel straffe) verhalen
► de geschiedenis van de vuurtoren van Skrova

► Strøksnes’ dromen
► de Carta Marina van Olav Magnus, waarop allerlei zeemonsters afgebeeld staan:

(een aantal vergrote details van de kaart vind je hier.)
► de organisatie van het “fest for VM i skreifiske” (“wereldkampioenschap kabeljauwvissen”) waar het er nogal baldadig aan toe kan gaan.
► plankton: de opsomming van al de vormen die het kan aannemen begint met
snøkrystaller, månelandingsfartøy, orgelpiper, eifeltårn, frihetsgudinner, kommunikasjonssatellitter, fyrverkeri (sneeuwkristallen, maanlanders, orgelpijpen, Eiffeltorens, vrijheidsgodinnen, communicatiesatellieten, vuurwerk — vertaling Paula Stevens)
en eindigt een goede halve bladzijde later met
livmorer, piggete kjønnsorganer, sædceller, hjerner og fyllepenner (baarmoeders, stekelige geslachtsorganen , zaadcellen, hersens en vulpennen — vertaling Paula Stevens)
► teloorgegane visbedrijven
► sprookjesverzamelaar Peter Christen Asbjørnsens werk als mariene bioloog
► leven elders in het universum (de uitzondering die de regel bevestigt)
en natuurlijk ook de ecologische ramp die de zee als onderdeel van de aarde bedreigt. Strøksnes heeft het in dat verband over “den sjette masseutryddelsen” (“de zesde massale uitroeiing”), die zich aan het voltrekken is: plasticvervuiling en overbevissing zijn twee van de voornaamste boosdoeners. De voetnoten achterin in het boek geven het betoog een wetenschappelijke achtergrond.
De Noorse tekst bevat een heleboel woorden die naar allerlei zeebewoners verwijzen en verder heel wat dialectwoorden die de lokale vissers gebruiken wanneer ze het over het weer, vissoorten en vistechnieken hebben:
Torsk, uer, sei og kveite, med jukse, line, vad og garn, men det morsomste fisket han har vært med på, var etter størje.
Kabeljauw, roodbaars, koolvis en heilbot, met handlijn, beug, zegen of net; maar het leukst vond hij het vissen op tonijn (vertaling Paula Stevens)
Det ser ut til at alle typer produkter ble registrert: råfisk, saltfisk, tørrfisk (i ulike kvaliteter), lever (ubehandlet, spritkonservert eller dampet), produsert som centrifugetran, varmpresstran, surtran, ind. presstran
Het ziet ernaar uit dat alle soorten producten werden geregistreerd: verse vis, gezouten vis, gedroogde vis (in verschillende kwaliteiten), lever (onbehandeld, geconserveerd in alcohol of gestoomd) verwerkt tot levertraan (gecentrifugeerd, gestoomd, gefermenteerd) (vertaling Paula Stevens)
Lulofs’ woordenboek biedt vaak een uitkomst, maar niet altijd… Een podcast waarin Paula Stevens het heeft over “de kunst van het vertalen” vind je hier
Voor Havboka kreeg Strøksnes in 2015 in de categorie “sakprosa” zowel de Bragepris als de Kritikerpris en daarnaast ook de Bokbloggerpris in de open categorie:
Op een meesterlijke manier verweeft Strøksnes vuurtoren- en kustgeschiedenis, ideeën- en literatuurgeschiedenis met zowel droomafbeeldingen als poëtische beschrijvingen van water en zee, en herinnert ons aan onze zee van hoop met al het leven, en onze gemeenschappelijke oorsprong. (Bragepris)
Zelf zei Strøksnes over het succes van zijn boek:
Ik denk dat het is omdat het een aanstekelijk enthousiasme voor de oceaan en het zeeleven overbrengt, dat het de lezer een gevoel van verbondenheid geeft. De meeste mensen in Noorwegen hebben, direct of indirect, een relatie met de zee, maar als volk zijn we waarschijnlijk behoorlijk vervreemd geraakt van de zee. Havboka blaast misschien nieuw leven in de relatie die de individuele lezer heeft met zijn oude vlam de zee, ze kunnen hun eigen ervaringen in het boek verwerken. Het boek laat zien dat het niet de olie is die de echte rijkdom van de zee uitmaakt. (bok365, 13.04.2016)

Morten A. Strøksnes, Haaienkoorts — De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee, vertaald door Paula Stevens, Amsterdam/Antwerpen (Atlas Contact), 2016 ISBN 978-90-450-3301-3


Ontdekkingsreiziger, etnoloog en antropoloog Carl Lumholtz (1851-1922) was in zijn tijd een (ook internationaal) bekende Noor, maar belandde daarna min of meer in de vergetelheid:
Few Norwegians have been as famous, nationally and internationally, then fallen so far into obscurity.
staat op de website van Norwegian Literature Abroad.
Ter illustratie: in de vijfde uitgave van Aschehoughs konversasjonsleksikon (1974) kreeg Lumholz 29 halve regels; Amundsen 200 en Nansen 211! In de Grote Winkler Prins (1971) werd Lumholz zelfs niet vermeld
Morten A. Strøksnes heeft met zijn boek Lumholtz’ gjenferd **** (2022) (Nederlandse vertaling: De man die de wereld wilde zien (2025) Lumholtz opnieuw onder de aandacht gebracht.
Almost thirty years ago, I came across a book by Lumholtz. Becoming an author was still quite an unrealistic dream. All the same, it struck me even then, that Lumholtz and his life was a source of immeasurably rich material. Treated correctly, it could say much about the world, what it was and what it turned into. (…) he was driven by a thirst for knowledge, his desire to experience the world, and his love for nature. Much of what motivated him, also motivates me — although the comparison stops there.
zei Strøksnes in een interview met NORLA.
Er zijn dunne boekjes, gewone boeken, dikke boeken en héél dikke boeken. Lumholtz’ gjenferd hoort met zijn meer dan 900 bladzijden, een enorm uitgebreid notenapparaat (met daarin verwijzingen naar geraadpleegde bronnen), heel wat illustraties en een namenregister ongetwijfeld thuis in de laatste categorie. De recensent van Het Parool (25.09.2025) had het niet ten onrechte over
een kostbaar waagstuk.
van uitgeverij Merediaan.
Lumholtz’ gjenferd houdt het midden tussen een biografie (een chronologisch overzicht van Lumholtz’ leven met de nadruk op zijn ontdekkingsreizen) en een reisverhaal: Strøksnes heeft Lumholtz’ reizen zo goed mogelijk zelf overgedaan. Hij hoopte
dat het bestuderen van de archieven en mijn eigen waarnemingen in het heden twee parallelle sporen zouden vormen. Sporen die zich weliswaar met elkaar zouden vervlechten, maar ook zichtbaarder zouden maken wat er was gebeurd tussen toen en nu. (vertaling Paula Stevens en Det Rijvers)
Het verhaal begint in Lillehammer, waar de jonge Lumholtz op de Latijnse school zijn passie voor natuuronderzoek ontwikkelt. Omdat wetenschappelijk werk zo goed als onbetaald was, studeerde hij theologie en werd leraar; in zijn vrije tijd verzamelde hij vogels en stuurde opgezette exemplaren naar het Zoölogisch Museum in Oslo. Die inzendingen bezorgden hem op 29‑jarige leeftijd een door het museum gefinancierde expeditie naar Australië. (NRC Handelsblad, 20.10.2025)
Centraal in Strøksnes’ boek staan Lumholtz’ drie grote expedities: naar Australië (Queensland) (1880-1884), naar het zuiden van de Verenigde Staten en naar Mexico (verschillende tochten tussen, 1889 en 1910) en ten slotte zijn expeditie door Centraal Borneo (1913-1917).
Tijdens zijn verblijf in Australië woonde Lumholtz lange tijd tussen de Aborigines en verrichtte daarmee antropologisch pionierswerk: hij gedroeg zich als een soort “deelnemende observator” en probeerde het vertrouwen van de Aborigines te winnen zodat ze aan hem gewend raakten en zich natuurlijk en spontaan gedroegen:
Lumholtz was een zeldzame Europeaan die geen gezag claimde: hij observeerde, probeerde niet te veranderen wat hij zag (Bernice Notenboom, De Standaard, 14.03.2026
Daarnaast legde hij een grote collectie aan van schedels, skeletten en gedode dieren.
Lumholtz beschreef in het boek dat hij later over zijn tijd in Australië publiceerde ook de houding van de kolonisten tegenover de Aborigines (“Niggers and cattle don’t mix”) en kwam als kind van zijn tijd tot de conclusie dat de cultuur van de Aborigines ten dode opgeschreven was – een opvatting die hij later zou herhalen:
Moet de zwakkere altijd verpletterd worden voordat hij kan opgaan in de nieuwe samenleving? (vertaling Paula Stevens en Det Rijven)
schreef hij in zijn dagboek tijdens een verblijf in Mexico, en zijn boek over de exploratie van Borneo eindigt zo:

Maar het is moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, een assimilatieproces te beperken dat eeuwen geleden begon. De uiteindelijke uitroeiing van de Dajaks1 is onvermijdelijk, want de Maleiers2 zijn niet alleen sterker, ook hun kinderrijkdom speelt in hun voordeel.
1 de inheemse bevolking van het eiland Borneo 2 etnische groep uit Zuid-Oost Azië
Tijdens zijn reis in Australië kon Strøksnes oude en nu gedigitaliseerde bronnen inkijken die duidelijk aantonen dat de kolonisten ervan overtuigd waren dat ze niets van de “inboorlingen” konden leren en dat de Europese landbouwmethodes zonder aanpassingen ook in Australië gebruikt konden worden.
Strøksnes bespreekt ook uitgebreid de rol van de toenmalige “native police”: Aborigines die door de blanken gerekruteerd werden om voor hen het vuile werk op te knappen en hun lotgenoten onder de knoet te houden.

Hij beschrijft ook verschillende situaties aan waaruit blijkt dat er ook nu nog discriminatie is, ook al wordt er officieel tegen opgetreden, en dat ontlokt hem enig cynisch commentaar:
De teruggave van land is al heel lang een heet hangijzer, en er gebeurt veel op dat gebied, in heel Australië (…) Het is dus mogelijk om land terug te krijgen, vooral als het van nul en generlei waarde is voor de witte Australiërs.(vertaling Paula Stevens en Det Rijvers)
Na zijn terugkeer naar Europa werd Lumholtz niet alleen in Noorwegen maar ook daarbuiten een bekende figuur. Hij kreeg in zijn vaderland een stipendium en publiceerde Blandt Menneskeædere. 4 aars reise i Australien (1887) (Tussen de menseneters. Een vier jaar lange reis door Australië).

Het boek wordt een succes, ook omdat Lumholtz (zoals al uit de titel blijkt) redelijk opvallend inspeelt op de Westerse vooroordelen over de oorspronkelijke bewoners..
Datzelfde trucje paste hij ook toe tijdens zijn succesvolle lezingentournee door de Verenigde Staten:
Hij had op de juiste knoppen gedrukt. De meest sexy en aantrekkelijke onderwerpen waren de woestheid van de inboorlingen, hun kannibalisme, hun lage morele standaard (vertaling Paula Stevens en Det Rijven)
Nu bleek ook dat Lumholtz een gedreven netwerker was en dat het hem dus lukte om veel sponsors te vinden voor het etnologisch onderzoek dat hij wou verrichten in het zuiden van de Verenigde Staten en in Mexico.
Een belangrijk verschil met de expeditie in Australië was dat hij er nu niet langer in zijn eentje opuit trok, maar met een (wisselend) aantal medewerkers, soms alleen maar lokale gidsen. Tijdens de verschillende reizen die hij maakte bezocht hij de minst toegankelijke delen van de bergen van de Sierra Madre.
Lumholtz bestudeerde de inheemse cultuur van de Anasazi en de Mogollon, maar zijn meeste aandacht ging uit naar de
►Tarahumara (of Rarámuri), die hij beschreef als zachtaardige, sympathieke, gezonde en eerlijke mensen en die hem imponeerden door hun fysieke eigenschappen: het waren ongelooflijke langeafstandlopers.

en later de
►Huicol (of Wixárika), die Lumholtz tijdens zijn tien maanden lange verblijf kennis lieten maken met de lokale drug peyote (= mescaline). Opnieuw verzamelde hij schedels, voorwerpen en gedode, tot dan toe onbekende diersoorten. Lumholtz ging daarbij nogal drastisch te werk. Strøksnes had het in dat verband o.a. over een fase die meer leek
op een rooftocht dan een veldexpeditie (vertaling Paula Stevens en Det Rijven)
en over Lumholtz die
tamelijk meedogenloos [was] waar het ging over het verzamelen van skeletten .
Onder andere de Huichol maakte hij
een complete collectie etnologische voorwerpen, hun goden incluis
afhandig.
Hij moest zijn werk een aantal keren onderbreken en naar de Verenigde Staten terugkeren op zoek naar nieuwe fondsen. Ook zorgde hij voor ook voor een expositie op de wereldtentoonstelling in Chicago in 1893 en contacteerde hij in 1897 zijn sponsor AMNH (American Museum of Natural History). In 1901 maakte Lumholz een korte trip naar Europa. Over zijn veldonderzoek schreef hij Blandt Mexicos Indianere.
Een aantal van Lumholtz’ sponsors zouden nu voor wenkbrauwengefrons zorgen. Strøksnes heeft het in dat verband bijvoorbeeld over de New Yorkse advocaat Madison Grant:

Deze vermogende New Yorkse advocaat onderschreef de stelling dat inferieure of gedegenereerde rassen, zoals Zuid-Europeanen, joden, Oost-Europeanen en zwarten, het noordse in Amerikaans genetisch materiaal ondermijnde. Grant werd buitengewoon bewonderd door Adolf Hitler, die fanbrieven schreef (…) Het is wellicht een onderschat feit dat de VS een pioniersland op dit gebied was voor Hitler en nazi-Duitsland. (vertaling Paula Stevens en Det Rijven)
Strøksnes’ eigen reis door Mexico verschilde aanzienlijk van die van Lumholtz. Wat hem vooral opviel was de alomtegenwoordigheid van drugs. Wat hij daarvoor in Tequilladagbøkene – Gjennom Sierera Madre (zie hieronder) al had geschreven over de grensstad Ciudad Juarez kon hij nu alleen maar bevestigen. Het is inderdaad
de gevaarlijkste stad buiten oorlogsgebied’
zoals Wikipedia het formuleert…
Op zijn tocht bezocht Strøksnes de inheemse volkeren die Lumholtz bestudeerd had. Bij de Huichol nam hij deel aan een heuse peyoteceremonie en maakte hij samen met een jonge inlandse gids, de antropoloog Leobardo en de filosoof Nelson een vermoeiende en gevaarlijke klimtocht naar de heilige stad Teakáta — Leobardo gooide er onderweg doodmoe het bijltje bij neer.

Het bezoek zelf gebeurde op een diefje want de toestemming van de dorpsoudsten hadden ze niet…
Ook in Mexico zelf is er nu meer belangstelling voor de inheemse culturen:

Voor de eerste keer in de geschiedenis van Mexico, geeft de overheid gevolg aan het standpunt van president Andrés Manuel López Obrador dat er aandacht moet geschonken worden aan de armsten, de eenvoudigsten en de buitengeslotenen, en vooral dan aan de inheemse volkeren, door hun eeuwenoude cultuur te erkennen en te zoeken naar manieren om hun heilige plaatsen en bedevaartroutes te beschermen.
Tijdens Strøksnes’ bezoek aan de Rarámuri bleek dat de hardlooptraditie die Lumholz bewonderde nog altijd springlevend was. Hij maakte er ook uitgebreid kennis met de cultfiguur Micah True (zie hieronder bij Tequiladagbøkene) – over hem vind je ook een uitgebreid hoofdstuk op de Engelstalige Wikipedia.
Strøksnes bracht ook een bezoek aan het op twee na grootste reservaat van de Verenigde Staten, in Tucson aan de grens met Mexico. De grensbewaking was er opvallend streng, wat niet belette dat er ook hier veel drugs- en mensensmokkel voorkwam. Bijzonder welkom was hij (in tegenstelling tot Lumholtz voor hem) er niet, en een voettocht door de woestijn liep bijna faliekant af wanneer de watervoorraad opraakte.
Lumholtz bracht verslag uit over zijn verblijf in Mexico in

Zijn laatste expeditie in Mexico werd waarschijnlijk gesponsord door industriëlen die hoopten dat er zich bodemschatten in het gebied bevonden.
Bij Lumholtz rijpte ondertussen al het plan voor een nieuwe en grote expeditie naar een ander en nog nauwelijks verkend gebied: Nieuw-Guinea. Het idee dat er daar nog koppensnellers leefden zorgde in Europa voor de nodige nieuwsgierigheid en promotie.
Lumholtz vertrok in 1913 en kwam per schip aan in Batavia, de hoofdstad van de toenmalige Nederlandse kolonie Nederlands-Indië, maar toen gooide de Eerste Wereldoorlog, die in Europa uitbrak, roet in het eten. Ook de kolonies van de verschillende landen raakten onrechtstreeks betrokken en dus kon de Nederlandse gouverneur-generaal geen schepen en soldaten vrijmaken voor Lumholtz’ expeditie, ook al was Nederland zelf neutraal.
Lumholz maakte dan maar een lange “uitstap” naar India en koos daarna eieren voor zijn geld: zonder schepen, soldaten en logistiek van de Nederlandse overheid bleef een expeditie naar Nieuw-Guinea onuitvoerbaar en daarom verlegde hij zijn terrein naar Centraal Borneo:

Zijn eerste pogingen moest hij stopzetten, maar uiteindelijk lukte het toch en kon hij, ondanks vele moeilijkheden onderweg (ruzie met de Nederlandse commandant die de expeditie begeleidde, negatieve berichten in de Nederlandse pers, problemen met de ingehuurde fotograaf, diefstal van een grote som geld…) lukte het hem om een groot aantal objecten te verzamelen.
Strøksnes’ reis verliep in de omgekeerde richting: hij vertrok waar Lumholtz aankwam. Ook voor hem verliep de reis niet probleemloos:
Het regenwoud is een ongevoelig, genadeloos landschap, met weinig ruimte voor zwakte. (vertaling Paula Stevens en Det Rijven)
en dat de relatie met de gids niet optimaal was, maakte alles er niet gemakkelijker op.
Over zijn tocht door Centraal Borneo schreef Lumholtz in Under tropenes himmel (1922).

Hij had nog altijd plannen om naar Nieuw-Guinea te trekken, maar de fondsenwerving verliep niet goed en veel erger was dat hij ernstig ziek werd. Lumholtz overleed op 5 mei 1922 in Saranac Lake in de Verenigde Staten, het land waarin hij een groot deel van zijn leven doorgebracht had.
Wat voor een man was Carl Lumholtz? Zijn prestaties spreken voor een groot deel voor zichzelf, maar Strøksnes spreekt zich ook een aantal keer expliciet uit. Lumholtz was natuurlijk een kind van zijn tijd:
Als denker is Lumholtz niet interessant vanwege zijn originaliteit (…) Hij zat gevangen in de gedachten, ideologieën en taalsystemen van zijn tijd, net als vrijwel alle mensen, te allen tijde. (…) er zijn weinig aanwijzingen dat Lumholtz het kolonialisme als een werkelijk ethisch probleem beschouwde (…) Vergeleken met degenen die inheemse volkeren verachtten en vonden dat het Kaukasische of Angelsaksische ras superieur was (aan alle andere), was Lumholtz genuanceerd (…) Het zal u wellicht verbazen, maar het staat buiten kijf dat de primaire volkeren (…) in vele opzichten boven de geciviliseerde staan.(…) Nogal wat duidt er op dat hij ten tijde van zijn expeditie in Borneo een hekel had gekregen aan het doden van dieren. (vertaling Paula Stevens en Det Rijven)
Strøksnes, die een opvallend soepele stijl hanteert, schetst in zijn boek ook de sociale en politieke achtergrond van de periode waarin zijn onderwerp actief was. Hij besteedt ook aandacht aan Lumholtz’ voorlopers en tijdsgenoten binnen de antropologie, en een enekel keer schuwt hij ook de “petite histoire” niet, bijvoorbeeld wanneer hij het heeft over Apache, de hond die Lumholtz vergezelde op een aantal reizen door Mexico, of wanneer hij uitgebreid beschrijft wat er met je lichaam gebeurt als de dorst steeds erger wordt.
Strøksnes is over het algemeen terughoudend over het privéleven van zijn onderwerp. We komen wel te weten dat Lulholtz, wanneer hij niet op reis was, een voorkeur had voor eerder luxueuze hotels en dat hij niet in Noorwegen was toen een aantal van zijn naaste familieleden overleden, maar met uitzondering van een nogal bizar overkomende episode over een dag waarop Lumholtz op “vrouwenjacht”, ging komt de lezer maar weinig te weten over ’s mans “persoonlijke levenssfeer”.
Ook aanwezig in het boek zijn een vrij groot aantal zwart-wit en kleurenfoto’s. Lumholtz maakte doorgaans veel foto’s tijdens zijn expedities, en was daarmee ook op dat gebied een pionier.
Waarom gaf Strøksnes zijn boek de titel Lumholtz’ gjenferd? “Gjenferd” wordt in het Nederlands gewoonlijk vertaald als “spook”, maar daarmee verliest het woord toch een deel van zijn betekenis. Het eerste deel “gjen” is verwant aan het Engelse “again” en duidt dus op een herhaling, op iets uit het verleden dat weer zichtbaar wordt – daarom heet Ibsens bekende stuk uit 1881 in het Noors niet “Spøkelser”, maar “Gengangere”. En het meervoud van “gjenferd” is “gjenferd”, dus als we bij gebrek aan een beter woord toch voor “spook” opteren, kan er hier ook sprake zijn van “spoken”.
De keuze voor “gjenferd” kan op verschillende manieren verklaard worden:
► de titel kan verwijzen naar Lumholtz’ verdwijning uit het collectieve geheugen tot hij daar dankzij Strøknes weer in opdook.
► de titel kan aanduiden dat Strøknes tijdens zijn eigen tochten voortdurend Lumholtz “voor” zich zag en diens ideeën toetste aan wat hij zelf zag.
► als “gjenferd” een meervoud is, zou het kunnen verwijzen naar de door Lumholtz bestudeerde inheemse stammen waarvan hij meende dat ze gedoemd waren om te verdwijnen.
Daarbij moet toch even vermeld worden dat Lumholtz nooit helemaal “verdwenen” was. Zo gaf Tiden Forlag bijvoorbeeld in 1993 een boek uit met als titel Under Tropenes himmel – den store oppdager Carl Lumholtz van Arne Martin Klausen en Arve Sørum. Het bevat geredigeerde uittreksels uit Lumholtz’ eigen publicaties.
Hoe kijkt Strøksnes nu zelf aan tegen zijn project? In een interview in Dagsavisen (11.11.2022) zei hij daarover:
Het was bijwijlen een overweldigend project, maar ik heb er ook veel voor teruggekregen zoals een heel nieuwe visie op de wereld en een beter begrip van wat er achter de problemen zit waarmee we heden ten dage af te rekenen hebben.
Sindre Hovdenakk (VG, 04.11.2022) was wel eerlijk:
Maar op een gegeven ogenblik slaat de vermoeidheid toch toe. Bijna 900 bladzijden volgestouwd met informatie, namen en steeds weer nieuwe oorden eist echt wel veel van je. Misschien iets te veel.
Een zeer uitgebreide bespreking van Strøksnes boek vind je :
https://historiek.net/carl-lumholtz-noorse-ontdekkingsreiziger/179351/

Internet Archive heeft nog een grotere collectie: ga naar wikipedia
en klik onderaan op deze pagina op “Works by or about Carl Sofus Lumholtz”.

Morten A. Strøksnes, De man die de wereld wilde zien, vertaald door Paula Stevens en Det Rijven, Amsterdam (Merediaan Uitgevers), 2025 ISBN 978-94-93305-18-2
Tequiladagbøkene ***½ (2012) is Strøksnes’ relaas van zijn meer dan drie maanden lange reis door de Sierra Madre in Mexico:
Ik ben hiernaartoe gekomen vanwege de Noorse avonturier, ontdekkingsreiziger, fotograaf, natuuronderzoeker en etnograaf Carl Lumholtz (1851-1922) [die] in 1909 en 1910 kriskras door de Mexicaanse Sierra Madre trok.
De Sierra Madre is een gebied waar nog veel te ontdekken valt:
De kale, meedogenloze natuur zit toch vol leven, van algen tot kevers en andere insecten, reptielen, slangen, knaagdieren, vleermuizen, duiven, mussen, haviken, gieren, konijnen, poema’s, wilde schapen en antilopen die enorm lang zonder water kunnen. Veel van de planten zijn nog niet geclassificeerd, en sommige groeien alleen hier.
Strøksnes begint aan zijn reis in de zuidelijke Amerikaanse staat Arizona en steekt dan de grens over. Met wisselende begeleiders zal hij een aantal stammen bezoeken die hun oorspronkelijke cultuur nog bewaard hebben. Zo hebben bijvoorbeeld de Rarámuri vijfhonderd jaar van kolonisatie, bekering, mijnbouw, houtkap en de toestroom van Mexicaanse boeren en veeboeren doorstaan en zijn ze hardlopers die ’s werelds toonaangevende professionele ultralopers overtreffen. Zijn gids tijdens het bezoek was de bekende ultraloper Micah True, die “Caballo Blanco” als bijnaam had. In 1993 kwam True in contact met de Rarámuri lopers uit Chihuahua, Mexico en in 2003 besloot hij voor hen een race te organiseren die hen zou helpen hun cultuur en hardlooptraditie te behouden. De eerste Copper Canyon Ultra Marathon vond plaats op 23 maart 2003.

De Huicholen zijn een indianenstam die nog leeft zoals hij dat altijd heeft gedaan: in een intens symbolisch en metafysisch universum dat de sjamanen naar beste vermogen proberen te reguleren. Hun hoofdstad Teakáta is een van de hoofddoelen van Strøksnes’ reis door de Sierra Madre: met zijn vele tempels wordt het beschouwd met de nodige moeilijkheden gepaard gaat. Bij de Huicholen maakt Strøksnes ook kennis met het gebruik van “peyote”, een psychoptropische, hallucinogene cactus:

Strøksnes verwijst in zijn relaas herhaaldelijk naar Lumholz en citeert ook uit diens boeken, maar hij heeft het ook over een andere Noorse ontdekkingsreiziger die in hetzelfde gebied actief was: Helge Ingstad (1898-2001). Hij is vooral bekend omdat hij samen met zijn vrouw Anne Stine Ingstad in 1960 in L’Anse aux Meadows op het Canadese eiland Newfoundland restanten vond van een nederzetting, die na jarenlang onderzoek van Noordse origine bleek te zijn: de opgravingen kwamen overeen met vondsten uit de Vikingtijd die gedaan waren in Groenland en IJsland. Het is tot op heden de enige Noord-Amerikaanse archeologische vondst (behalve die op Groenland) waarvan bewezen is dat het een Vikingnederzetting is.

misschien had hij lessen getrokken uit zijn expeditie naar de Sierra Madre.
Ook de beruchte Belgische koning Leopold II wordt door Strøksnes vermeld als de man die van Congo zijn persoonlijk bezit maakte en op die manier een van de rijkste mannen ter wereld werd. Zijn zus Charlotte was getrouwd met de door Europa gesteunde keizer Maximiliaan van Mexico-Habsburg, die uiteindelijk door tegenstanders van zijn bewind geëxecuteerd werd.
Strøksnes’ reis eindigt in Mexico City, waar hij voor de zoveelste keer tijdens zijn reis geconfronteerd wordt met de desastreuze impact van de drugskartels op het leven van alledag. Een voorproefje daarvan had hij al in Arizona gekregen toen hij daar het reservaat van de Tohomo’s bezocht:
De Tohono’s waren erg betrokken bij een grootschalige smokkel van mensen en drugs uit Mexico, en van wapens in de omgekeerde richting. Tien tot twaalf criminele bendes afkomstig uit Los Angeles en Mexico hebben zich in het reservaat gevestigd. Er is veel onderling geweld. (…) De smokkelmaffia’s runnen een miljardenindustrie en voeren een wapenwedloop met de Border Patrol. Als de Amerikanen een hek van vijf meter hoog bouwen, maakt iemand aan de andere kant van de grens een ladder van vijf meter lang.
maar de volle omvang van het probleem wordt pas duidelijk in de net over de grens met de V.S. gelegen Mexicaanse stad Ciudad Juárez:

De moordhoofdstad van de wereld. Alcohol blies de stad honderd jaar geleden nieuw leven in, drugs verstikken haar nu. De daders worden nooit gepakt. Honderd mensen zijn mogelijk getuige geweest van de moorden. Het gebeurt nooit dat iemand zich iets interessants herinnert. Wie getuigt, pleegt als het ware zelfmoord. (…) De dood heeft in Juárez elk gevoel voor orde en proportie verloren. De bendes en kartels hebben geen erecode meer. Niets is taboe, zelfs het doden van vrouwen en kinderen niet.
Mexico herinnert me er voortdurend aan dat elke samenleving kwetsbaar is en dat pluspunten die we als vanzelfsprekend beschouwen, niet altijd vanzelfsprekend zijn.
schrijft Strøksnes.
De houding van de overheid getuigt vaak van struisvogelpolitiek:
De Mexicaanse autoriteiten beweren dat de situatie onder controle is. Maar dat doen ze altijd. Om toeristen niet af te schrikken ontkennen ze routinematig dat er een probleem is,. Ze gebruiken dezelfde mediastrategie als het over het geweld in de drugsoorlog gaat. Er gebeurt iets vreselijks. Er ontstaan veel geruchten over wat er echt gebeurd is. De politie of de media komen niets te weten. Dan, na een tijdje, ontkennen de autoriteiten dat er iets gebeurd is.
Illustratief voor de onmacht die onder de bevolking heerst is het voorstel van de beweging opgericht door de dichter Javier Sicilias wiens zoon vermoord is door de drugkartels: hij wil een soort vredesakkoord met de drugskartels sluiten. De oorlog ertegen kan niet gewonnen worden en daarom wil hij ze overtuigen om ten minste de burgers te sparen…
NORLA (Engelse naam: Norwegian Literature Abroad: het promotiekanaal voor de Noorse literatuur in het buitenland) omschreef Tequiladagbøkene zo:
This unique and ambitious work follows the footsteps of Norwegian explorer Carl Lumholtz (1851-1922) who was world-famous in his time for his expeditions to Australia, Mexico, and Borneo. Strøksnes follows the explorer around the world, from Lumholtz’ home in Lillehammer to distant rainforests, deserts, and mountains. These journeys are accompanied by extensive, pioneering research in the archives around the world. Strøksnes not only reveals Lumholtz’ life and society in all its splendor, savagery, and violence; he also uses Lumholtz’ era as a dark reflection of our own time – and all of its crises.
De tekst komt persoonlijk en emotioneel van toon over, geeft blijk van grote kennis op vele gebieden en toont ontmoetingen met mensen en culturen die fascineren. (…) Het “dagboek” beweegt zich dynamisch in tijd en ruimte, waardoor een historisch perspectief ontstaat dat helemaal teruggaat tot de tijd van de conquistadores, maar het zijn de eigen reisobservaties van de auteur die de tekst voortstuwen (…) Daarnaast bevat de tekst aanschouwelijke natuurbeschrijvingen, treffende portretten, weelderige beelden van de Indiaanse culturen die de auteur onderweg leert kennen.
schreef Steinar Sivertsen (Stavanger Aftenblad, 02.01.2013)
En ten slotte nog twee “gewone” lezers aan het woord laten. Ingun Kleppan (Kleppanova.blogspot.com, 31.07.2016) was bijzonder enthousiast:
Een fantastisch boek, waar ik echt van heb genoten. Een onvergetelijk boek! Een echte aanrader! Zoveel cultuur, verhalen en feiten.
En ook bij Anita Ness (Artemisias Verden, 12.06.2016) viel het boek erg in de smaak:
Morten A. Strøksnes schrijft erg goed, en hij is op zijn best (…) als hij beschrijft wat hij beleeft samen met degenen die hij onderweg tegenkomt, welke gedachten en gevoelens hij krijgt, wat hij ziet, wat hij doet. (…) alles samen genomen is dit een ongelooflijk fascinerend boek, een reisverslag van het soort dat ik graag lees. Boordevol informatie, ervaringen, overwegingen, beschrijvingen van prachtige wilde natuur, mensen, grotere steden en kleine dorpjes.

Morten R. Strøksnes, Tequila-dagbøkene, Oslo (Kagge Forlag), 2012 ISBN 978-82-489-1255-2
Terug naar startpagina
