Elin Brodin

Elin Brodin

Elin Brodin (1963) is schrijver en vertaler. Een deel van haar werk bevat elementen uit de sciencefiction- en de fantasieliteratuur:

Door een verschuiving in tijd en plaats en door de creatie van nieuwe werelden probeert de ernstige auteur de dingen vanuit onverwachte hoeken te bekijken en iets algemeens te zeggen over de situatie en de natuur van de mens en dat heeft altijd betrekking op wie hier en nu leest. (“Intervju med Elin Brodin on 4. mars 2013” http://jonewo.net/siste-nytt/intervju-med-elin-brodin/)

Veel van Brodins werk heeft dan ook een sterke maatschappijkritische inslag – ze is trouwens ook een ijverig debater. Samen met Henning Hagerup heeft ze ook een aantal “spøkelseshistorier” geschreven.

Elin Brodin
Kjære Timo: Noorse cover

De in het Nederlands vertaalde adolescentenroman Kjære Timo*** dateert van 1992, toen een AIDS-diagnose nog gelijkstond met een doodvonnis en er theorieën over de ziekte de ronde deden die nu als achterhaald beschouwd worden.

Aan het woord in Kjære Timo is de 18-jarige Sofie, die een jaar na de dood van de iets oudere aidspatiënt Timo, met wie ze bevriend was geraakt, haar herinneringen aan hem neerschrijft in de vorm van een aan hem gerichte brief.

De emoties van Timo en zijn vriend Adrian zijn vaak heftig en lopen parallel met hun steeds toenemende vertwijfeling. Terzelfder tijd schetst Brodin ook een beeld van de alternatieve adolescentenscène van het begin van de jaren 90, met jongeren die vol contradicties zitten en een engagement verkondigen waar wel enkele vragen bij gesteld kunnen worden. Of dat Brolins bedoeling was is nog maar de vraag; de oude conservatief in mij vraagt zich dan bijvoorbeeld af of de nogal satirische tekening van Sofies “pseudoprogressieve” ouders wel helemaal terecht is.

Elin Brodin, Lieve Timo, vertaald door Else Claus, Hasselt (Clavis), 1995   ISBN 90-6822-319-4

Twee van Brodins belangrijkste romans zijn Askefolket (1988) en Bedøvelse (1991)

Askefolket** is een merkwaardige combinatie van dystopie, sciencefiction, fantasy en apocalyptisch sprookje. In het Noors wordt hiervoor de door de auteurs Bringsværd en Bing geïntroduceerde term “fabelprosa” gebruikt: een

alternatieve verzamelnaam voor alle vormen van fantastische literatuur, sciencefiction inbegrepen (SNL)

Brodin zegt in het hierboven al vermelde interview over het genre:

Alles heeft zijn voor- en zijn nadelen, het komt erop aan hoe je iets gebruikt. Voor fabelprosa is het voordeel bijvoorbeeld dat je ongebreideld kunt fantaseren en gelijk welk idee aanschouwelijk kunt maken zonder aandacht te moeten besteden aan triviale overwegingen. Aan de andere kant is de uitdaging qua geloofwaardigheid groter dan wanneer je realistisch schrijft

Na een kernoorlog heerst er in de “sammenslutningens tid”(“unietijd”) in “Den Store Byen” (“De Grote Stad”) een soort vrede, maar er zijn ook duidelijke sociale spanningen. Over Askeheden, een gebied in de buurt van de stad waar zich het grootste deel van de kernoorlog afspeelde, doen allerlei geruchten en legenden de ronde, maar generaties lang heeft niemand er zich ooit gewaagd – leven zou er totaal onmogelijk zijn.

Wanneer er dan voor het eerst plannen gemaakt worden om een groep wetenschappers naar Askeheden te sturen, komt de zesjarige, blinde Adelheid plots met het verzoek om mee te gaan met de expeditie:

Ik wil met de reuzen praten

Adelheid zou over paranormale gaven beschikken en is erg intelligent: er zijn plannen om van haar een “kyborg” te maken, d.w.z. plannen om haar brein in een robot in te planten. De dertigjarige parapsycholoog Hilary Milholland wordt als haar begeleidster aangesteld.

Er blijkt inderdaad leven te zijn op Askeheden: er leven mensen die via allerlei mutaties de kernramp overleefd hebben:

Die kleine groep overlevenden moest noodzakelijkerwijs de meest extreme beproevingen doorstaan hebben in de periode onmiddellijk na de oorlog: eenzaamheid, onzekerheid en al de praktische problemen die zich ontwikkelden, met daarbij nog stralingsziekte, hongersnood, baby’s die met afwijkingen of doodgeboren en al de rest die in de nasleep van een dergelijke tragedie volgde. De groep moest in alle opzichten enorm kwetsbaar geweest zijn.

Generaties verder draagt het volk nog altijd de gevolgen van de kernoorlog: de levensverwachting van de “kjempene” (“reuzen” – ze zijn abnormaal groot) is erg laag, ze zijn erg gevoelig voor allerlei kankers, heel wat vrouwen zijn trouwens onvruchtbaar. Een kind baren is hoe dan ook levensgevaarlijk.

Aan het hoofd van de “kjempene” staan de magiker/trollmann Sorte Rose en de heks Sverdilje – het zal wel niet zo bedoeld zijn maar de namen van de bewoners van Askeheden lijken vaak op de namen die indianen krijgen in de traditionele cowboyverhalen. Rituelen spelen een belangrijke rol, wetenschap kennen ze nauwelijks en er heerst een soort berusting tegenover de dood.

De contacten met Den Store Byen zullen uiteindelijk niet zonder (dramatische) gevolgen blijven voor de bewoners van Askeheden,

Het is niet zo makkelijk om de boodschap die Askefolket wil brengen exact te omschrijven, en dat heeft veel te maken met de centrale figuur, de enigmatische Sorte Rose. Hij is een zeer ambigue figuur: charismatisch, zoals blijkt uit de woorden van ik-figuur Hilary Milholland:

Ik wist dat ik kon weerstaan, maar ik wou het niet langer; ik was bereid om gelijk wat af te staan, of het nu mijn eigen ziel was, mijn eigen wil – als ik maar van dat ogenblik mocht genieten, voelen dat mijn bloed en mijn zintuigen beefden terwijl ik al het vreemdsoortige en wonderbaarlijke dat zich aan mij vertoonde opzoog.

maar vol interne tegenstellingen:

Hij zat midden in het web zoals een gouden spin en trok aan alle draden, de zwarte én de witte… Hij was “goed” en “slecht”, verrukkelijk en walgelijk, offensief en ontvankelijk, af- en aanwezigheid, hartelijk en genadeloos, gevoelig en cynisch

Voor Magdaleno, een vluchteling uit “Den Store Byen” is hij

een verwaande, walgelijke op macht beluste psychopaat

en Vinterhauk, een voormalige discipel, omschrijft hem als iemand die

mensen vermorzelde […] een monster

Van Adelheid is Sorte Rose niet bepaald een fan.

Veel van zijn cryptische uitspraken worden ook niet verklaard, en zijn ook moeilijk rationeel te verklaren. Hilary die zichzelf als nuchter en rationeel omschrijft, zegt dat ook een aantal keren met zoveel woorden:

De mythische sluier van onverklaarbaarheid die de reuzen over al hun schatten en geheimen trokken; al hun merkwaardig bijgeloof was typerend

 Ik kon niet beslissen of de inhoud verheven wijsheid was of regelrechte onzin […] de omslachtige manier waarop de reuzen zich uitdrukten […] zorgde ervoor dat de theorieën van Sorte Rose voor mij nog ontoegankelijker werden.

In een van haar kritische momenten heeft ze het zelfs over

een massa obscuur gezwets dat me nauwelijks wijzer maakte dan ik voordien was

Niettemin is de algemene strekking van de roman wel duidelijk. Hij verwoordt een pessimistische visie op de toekomst van de mens (hoewel het epiloogachtige laatste hoofdstuk voor een opener einde zorgt) en op de integratie tussen verschillende culturen. Machtsmisbruik, egoïsme en onderdrukking zijn wezenskenmerken van de machthebbers, en wetenschap is zeker niet zonder meer een garantie op een betere toekomst, zoals duidelijk blijkt uit de “experimenten” van Sorte Roses volgeling Art. Onze interpretatie van menselijk handelen blijkt overigens grotendeels cultureel gedetermineerd, zoals Hilary in een discussie moet toegeven:

Sorte Rose […] glimlachte, een gesloten, onrustwekkende glimlach en liep naar de deur. “Het is moeilijk om met jou samen te werken, Hilary: je bent intelligent, maar erg ongedisciplineerd. Wat het offeren van mensen betreft: volgens jou gebeurt dat alleen in primitieve samenlevingen. Is de Grote Stad een primitieve samenleving?” De deur sloeg achter hem dicht.

[…]

Ik aarzelde een paar seconden, en liep dan achter hem aan. ‘Sorte Rose! Je hebt gelijk!”

Hij bleef staan. “Wel?”

“Je hebt gelijk, Sorte Rose: honger en oorlog en onrechtvaardigheid kunnen in zekere zin ook als het offeren van mensen beschouwd worden. Je hebt de geruchten wel gehoord, en ze zijn nauwelijks grotesker dan de waarheid.

Elin Brodin, Askefolket, Oslo (Aschehoug), 1992, ISBN 978-82-03-16931-1

In Bedøvelse*** (1991) is ontwerper Vegard Hansen ongeveer dertig jaar oud. Hij is gescheiden van Kjersti. Samen hebben ze een dochter Synne, voor wie ze om de beurt zorgen.

Dan slaat het noodlot toe: Synne krijgt een vorm van leukemie en belandt in het ziekenhuis, met alle onprettige ervaringen die daar voor iedereen bij horen:

In de kersttijd werd ernaar gestreefd om zo veel mogelijk kinderen een tijdje naar huis te sturen. Synne was één van de gelukkigen die drie dagen het ziekenhuis mocht verlaten. Rond de tafel in de gemeenschappelijke kamer lagen en zaten kleine wrakken van mensen met wie het ziekenhuis geen risico wou nemen, en een van hem snikte omdat ik Synne kwam halen en niet hem.

Erger is nog dat de behandeling niet aanslaat en de behandelende arts uiteindelijk nog maar weinig hoop laat:

“Sta me toe het zo te formuleren,” ging hij verder. “Er zijn mensen die een val van ongelooflijke grote hoogte overleefd hebben, een val van honderden meters. Maar veruit de meeste mensen zijn er redelijk zeker van dat men vanaf zo’n hoogte zijn dood tegemoet springt.

Dat leidt tot een conflict tussen Kjersti en Vegard dat al langer smeult: heeft het nog zin om de behandeling verder te zetten:

“Misschien zou je dit beter aan mij overlaten,” zei Kjersti. “Wij dragen de verantwoordelijkheid. Ik zou het mezelf onmogelijk kunnen vergeven indien ik niet wist dat ik in ieder geval alles gedaan had wat gedaan kan worden.

Uiteindelijk zal Vegard een beslissing forceren.

Bedøvelse is een mooie kleine roman waarin de beproeving van zowel Synne als haar ouders tactvol maar indringend beschreven wordt. In een nevenintrige maakt Vegard kennis met de 17-jarige, in een problematisch milieu opgegroeide, labiele drugsverslaafde Thomas, die zich prostitueert om aan geld te geraken. Thomas heeft heldere momenten, maar slaat ook vaak provocerend klinkende wartaal uit, die Vegard soms toch tot nadenken stemt. Merkwaardig genoeg zal net Thomas aan het romaneinde een positief tintje geven.

Elin Brodin, Bedøvelse, Oslo (Aschehoug), 1991  ISBN 82-03-16776-4

Terug naar Auteurs