
Hanne Ørstavik (1969) werd geboren en groeide op in Tana in Oost-Finnmark als tweede van drie kinderen in een christelijk gezin:
iedereen kende iedereen, en was met iedereen verwant, dat gold niet voor ons, wij waren inwijkelingen uit Zuid-Noorwegen.
Verschillende van haar romans spelen zich af in dit noordelijke deel van Noorwegen, en ze heeft zelf het grote belang benadrukt dat het landschap van Finnmark heeft gehad voor haar ontwikkeling als persoon en als schrijver.
Toen ze zestien was keerde het gezin terug naar het zuiden, naar Oslo:
Ik praatte het dialect van Finnmark en merkte dat de mensen niet luisterden naar wat ik zei, maar naar hoe ik het zei. Heel bewust koos ik ervoor om dat dialect achter me te laten (…) Nu denk ik dat mijn opvatting over literatuur en lezen daardoor beïnvloed is: kijk niet naar de verpakking (…) maar naar de inhoud.
Ze studeerde psychologie, Frans en sociologie aan de universiteit van Oslo; kunst en ambacht aan Statens lærerhøgskole en creatief schrijven aan de Høgskole i Telemark in Bø.
Ørstavik debuteerde met de experimentele romans Hakk (1994) en Entropi (1995). Een pikant detail is dat ze geweigerd werd toen ze zich na de publicatie ervan wou aansluiten bij de Forfatterforening.
Ørstaviks doorbraak kwam er met Kjærlighet (1997), het boek dat voor Mattis Øybo (Natt & dag, 1999/4) haar evolutie van
een intellectueel naar een schrijver die wil raken
illustreerde:
Ik wil dat mijn boeken met iemand praten. Ik vond het belangrijk dat het boek de lezers zou raken. Dat is wat ik wil doen. Ik wil iets schrijven waar mensen commentaar op zullen geven. Dat geeft veel voldoening. Om een dialoog aan te gaan met iets, of iemand. Dat er iets aan het gebeuren is. Dat is wat zo geweldig is aan de grote mannelijke schrijvers zoals Mykle, Solstad, Fløgstad, enz. Dat ze in een context worden geplaatst. Dat ze iets kunnen zeggen over de maatschappij, dat er over hen gesproken wordt.
Kjærlighet vormt samen met Like sant som jeg er virkelig (1999) og Tiden det tar (2000) een trilogie:
Ik beschouw deze drie boeken als een thematische trilogie: ze vullen elkaar aan en verdiepen elkaar. Ze gaan over kinderen van verschillende leeftijden, maar hun gemene deler is dat ze gaan over ouders die geen ouders willen zijn en over kinderen die veel verantwoordelijkheid op zich moeten nemen om de relatie in stand te houden. En wanneer de onvolwassenheid van de ouders alle plaats inneemt, blijft er weinig ruimte over voor de kinderen. (interview in Finnmarken, 07.11.2000)
Ørstavik heeft wel eens het verwijt gekregen dat ze echte personen in haar romans verwerkt, maar zelf ontkent zelf dat ze autobiografisch schrijft, hoewel er parallellen met haar eigen leven in haar romans zitten:
Ik schrijf vooral over mijn gevecht met de vragen des levens. En het is de abstracte, gestileerde en geconstrueerde romanachtige vorm die me toelaat om mijn innerlijke zelf, waarvan ik hoop dat het ook iets universeels is, te onderzoeken. Autobiografisch schrijven zou ik als beperkend en onvrij ervaren. (Dagsavisen, 17.09.2011)
In hetzelfde interview heeft ze het ook over haar manier van werken:
Het is erg vruchtbaar om niet van een vooraf gedefinieerde benadering uit te gaan, maar open te houden wat er gaat gebeuren. Voor mij is dat veel spannender dan je te baseren op een vooraf bepaalde formule.
Ze denkt niet plotgericht, maar gaat zitten en overweegt en ziet hoe het gaat. Dan schrijft ze. Ze noemt het een organische aanpak. Het moet gewoon de tijd die het kost duren.
Hanne Ørstavik wordt beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers van haar generatie.
Annelies Verbeke zei over haar in Het Belang van Limburg (29.01.2005)
Orstavik schrijft geladen proza waarin de onderhuidse spanning vanaf de eerste bladzijde aanwezig is en opbouwt tot aan het eind. Haar personages geloven in geluk, maar kunnen het niet bereiken omdat hun verwrongen familiebanden en (bijbehorende) verdrongen demonen dat verhinderen. Wat volgt is een eenzame, diepgravende en uiteindelijk ontnuchterende reis door de eigen psyche. Bij vlagen hebben de romans van deze Noorse veel weg van een film van Ingmar Bergman.
en Pernille Lisborg schreef in haar recensie (litteratursiden.dk, 23.02.2009) van Kallet – romanen (litteratursiden.dk, 23.02.2009):
Ik ben diep onder de indruk van Hanne Ørstaviks romans: hun authenticiteit, hun eerlijkheid, hun ernst en de existentiële onderwerpen die ze altijd behandelen. Ze zijn niet gemakkelijk te lezen en niet amusant, maar het is toch een bijzonder genoegen om ze te lezen, net vanwege de eerlijkheid en de taalkundige scherpte van de auteur.
Ørstavik was ook actief als vertaler en heeft o.a. Leslie Kaplan (L’excès – l’usine) en Jacques Réda (in: Det Næres exotica: 10 franske samtidspoeter) in het Noors vertaald.
Ze grossiert ook in literaire prijzen:
►Tanums kvinnestipend 1998
►P2-lytternes romanpris 1999 (voor Like sant som jeg er virkelig)
►Sult-prisen 1999: Met haar compromisloze beschrijvingen van het soort intieme relaties waardoor we zowel zelf gevormd worden als zij die ons na staan vormen, is Hanne Ørstavik (…) een belangrijk en uniek profiel in de jonge Noorse hedendaagse literatuur. (Atle Kittang tijdens de uitreiking van de prijs)
►Havmannprisen 2000 (voor Tiden det tar)
►Oktoberprisen 2000
►Doblougprisen 2002
►Amalie Skram-prisen 2002: Ørstavik boeit, provoceert en schrijft fictie helemaal in de geest van Amalie Skram (…) Ze schrijft literatuur die we belangrijk vinden en die onze gedachten kan veranderen nadat we haar hebben gelezen (jurylid Yngvild Bøe)
►Klassekampens litteraturpris 2004 (voor Presten)
►Brageprisen 2004 (voor Presten): De prijswinnaar van dit jaar heeft zich al weten te onderscheiden door een ongewoon consequent en consistent auteurschap. Zij is een auteur die literatuur met grote diepgang benadert en compromisloos ernstig wil zijn (motivatie van de jury)
►Aschehougprisen 2007: In dit auteurschap gaat het over de relatie tussen de literatuur en het leven, over de intermenselijke relatie, over de relatie tussen het zelfbeeld en wat de mens “eigenlijk” is. Het lijkt alsof er een onmogelijk verlangen is naar communicatie, naar het begrijpen van mensen en de taal van de auteur. Het is literatuur met kracht, intensiteit en autoriteit (jurybeoordeling)
►Gyldendalprisen 2023: een van de meest markante en vooraanstaande auteurs van onze tijd
Hanne Ørstavik werd verder o.a. ook genomineerd voor de Kritikerprisen 2000 (Tiden det tar), voor de American Book Award 2018 in de categorie vertaalde literatuur (Love) en voor de Lytternes romanpris 2023 (Bli hos meg).
Kjærlighet**** (Hanne Ørstavik) (1997) (Nederlandse titel: Liefde (2004))
Vibeke is single en nog niet zo lang aan de slag als consulente in een niet nader genoemde plaats ergens in Noord-Noorwegen. Ze heeft een zoon Jon, die de volgende dag negen wordt. Wanneer ze thuiskomt begint ze een taart voor hem te bakken. Jon gaat de deur uit om in de buurt lotjes te verkopen.
Vibeke, die niet weet dat Jon het huis uit is, gaat naar de bibliotheek. Die blijkt gesloten te zijn, maar Vibekes oog valt op een reizend pretpark in de buurt. Ze maakt er kennis met kermisexploitant Tom. Eerst drinken ze iets in zijn caravan, daarna trekken ze de nacht in.
Jon keert ondertussen naar huis terug en constateert dat hij de sleutel van de voordeur niet bij zich heeft. Er wordt niet geageerd wanneer hij aanbelt en hij gaat ervan uit dat zijn moeder het huis uit is omdat ze nog een ingrediënt voor zijn taart nodig heeft. Jon besluit nog een wandeling te maken en wordt opgepikt door een vrouw in een auto.
Kjærlighet zadelt je als lezer op met een ongemakkelijk gevoel:
Het einde is erg onverwacht en beangstigend en laat ruimte voor discussie en interpretatie. (Vilde Katrine Pettersen, site.uit.no, 20.10.2020)
Ørstavik zei zelf over haar roman:
Het was een eng boek om te schrijven omdat het eigenlijk over iets heel kwetsbaars gaat. (Arbeiderbladet, 15.09.1997)
en
Een deel van het idee achter Kjærlighet was om te vragen hoe normaal vrouwelijk geweld eruit ziet. Ik kwam tot de conclusie dat het niet zo gebruikelijk is dat vrouwen slaan, maar dat ze andere dingen doen. Misschien is het beter om te zeggen dat ze macht uitoefenen door passief te zijn of door verwaarlozing. (Dag og Tid, 18.02.1999)
Kjærlighet is dan ook een boek over wat in het Noors “omsorgssvikt” genoemd wordt: kinderverwaarlozing. Puur materieel gezien komt Jon waarschijnlijk niets tekort, maar Vibeke is niet echt in hem geïnteresseerd: wanneer hij niet lijfelijk aanwezig is, verdwijnt hij helemaal uit haar gedachten:
Het catastrofale ligt in het totale gebrek aan overlapping tussen de bewustzijnswereld van beide hoofdpersonages. Er is geen echt contact tussen hen.(…) Lichaamsverzorging en erotiek zijn de centrale componenten in [Vibekes] associatiepatroon. (…) Een gesloten deur tussen de warmte van de flat en de ijzig koude buitenwereld staat symbool voor de moeder-zoon relatie (Bjarne Markussen, Edda 2001/1 )
Both leave the home and embark upon a journey away from the other – an ironic contrast to Vibeke’s initial dream of them being together on a journey forever. The pitiful lack of contact between the mother and child comes across as profoundly contradictory, and rather than seeing this as a result of a series of coincidences and misunderstandings, Ørstavik inserts the relationship into a relentless course of events, leading to a conclusion as the dramatic logical end to a deterministic plot. (Unni Langås, “Distant Intimacy in the Works of Hanne Ørstavik” in: The history of Nordic women’ s literature; 28.11.2014)
Een belangrijk thema dat Hanne Ørstaviks roman Liefde lijkt aan te snijden, is de relatie tussen esthetiek en ethiek – dat wil zeggen, tussen wat er ‘goed uitziet’ of ‘mooi’ is aan de ene kant, en wat moreel goed is, of het juiste om te doen aan de andere kant.
De hoofdpersoon in de roman – de in zichzelf gekeerde moeder Vibeke – is erg bezig met esthetiek. Ze denkt veel aan oppervlakkige dingen – aan haar make-up, aan de bruine ogen van een collega op het werk, aan het feit dat het Britse dialect mooier is dan het Amerikaanse, dat ze van ramen zonder gordijnen houdt, enzovoort, en ze kijkt bijna de hele tijd in de spiegel. Dit gaat ten koste van de ethiek, ten koste van wat “juist” is. In de loop van het boek denkt ze nauwelijks één keer aan haar achtjarige zoon − de meeste mensen zouden waarschijnlijk denken dat [vaak] aan haar zoon denken als moeder haar morele plicht is (…) Het taalgebruik van Vibeke – en dus ook haar manier van denken – lijkt doordrenkt te zijn met reclame-achtige clichés: (…) Als ze besluit om ’s avonds te gaan wandelen, zegt ze tegen zichzelf: “Ik verdien het”. In de jaren 90 was er een advertentie voor een haarshampoo van Loreal, waarbij de slogan (…) was “Omdat je het verdient”. Deze taal kenmerkt zowat Vibekes hele denkwereld, zodat het lijkt alsof ze nauwelijks nog een eigen ziel heeft. Haar reclamejargon-achtige taal laat zien hoe hol en oppervlakkig ze is als persoon. (Jostein Christensen en Asbjørn Odin Aag, kublakan.no)
Vibeke creëert voor zichzelf een ideaalbeeld van Tom waaraan hij hoogstwaarschijnlijk niet beantwoordt.
Het lijkt alsof Jon niet veel verwacht van zijn moeders aanwezigheid. Veel vraagt hij niet. Dat is het pijnlijkste om te lezen.
schreef Tonesbokmerke.blogspot.com (29.10.2013). Ze wees er ook op dat de vele referenties naar koude, sneeuw en duisternis de impact van wat verteld wordt, versterken. Ook stilistisch verdient de roman zeker een pluim: Ørstavik heldere , afstandelijke en nauwgezette stijl werkt sterk sfeerscheppend.
De titel Kjærlighet komt ironisch over, hoewel Ørstavik het zelf niet zo ziet:
De lezer moet zichzelf afvragen waarom ik het boek Kjærlighet genoemd heb. Wat mij betreft is het geen ironische titel, integendeel, voor mij is het een wanhopige en uitzichtloze titel. (Bindestreken, 2002/2)
In Arbeiderbladet (15.09.1997) zei Ørstavik over het woord “kjærlighet”:
Liefde is hoe dan ook een van de meest problematische woorden. Het wordt heel gauw een van de meest inhoudsloze.
Kjærlighet heeft een alwetende verteller, maar die beperkt zich tot het beschrijven van gedachten en situaties: achtergrondinformatie en interpreterend commentaar ontbreken. Ørstaviks proza is compact en structureel wisselt de focus voortdurend tussen Jon en Vibeke, zonder dat dit in de bladspiegel aangegeven wordt.
De roman stond op nr. 6 van de lijst van de 25 beste Noorse romans en novellebundels van de jongste 25 jaar, gekozen door een vakjury van de krant Dagbladet (12.09.2006). Hij werd vertaald in meer dan 30 talen.
Aftenposten (geciteerd op kritikkportalen.no) noemde de roman
een buitengewoon goed opgebouwd, taalkundig zelfverzekerd, origineel en niet in de laatste plaats beangstigend verhaal. (…) Ørstavik brengt een heel andere versie van het verhaal van de symbiose tussen moeder en kind, die in onze cultuur als zo’n fundamentele relatie wordt beschouwd.
en Tone Velldal (Morgenbladet, 26.09.1997)) had het over
Een pijnlijk en tot nadenken stemmend verhaal. De lezer volgt de twee hoofdpersonages door een koude winterdag en -nacht, uren waarin de kloof die tussen beiden bestaat als het over beleven en interpreteren gaat op een brute en toch bijna rustige manier wordt blootgelegd.
Nog meer lof voor Kjærlighet:

Ørstavik beschrijft deze spannende uren met een verfijnde taalkundige flair. De toon is ingetogen, de woorden geloofwaardig, en het verhaal is aangrijpend en meeslepend

Stijl en thematische overgangen getuigen van Ørstaviks literaire talent.

Het boek is een literair meesterwerk en treft de lezer midscheeps.

Onder onze jonge auteurs zijn er maar weinigen die zo’n sterke en positieve ontwikkeling doorgemaakt hebben als zij.

Hanne Ørstavik, Liefde, vertaald door Marianne Molenaar, Breda (De Geus), 2004 ISBN 90-4450-308-1
Like sant som jeg er virkelig ***½ (Nederlandse titel: Waarheid (2005))
Johanne woont samen met haar moeder Unni in een flat in Oslo. Van haar vader is geen sprake – hij(?) wordt alleen twee keer kort vermeld in Johannes dromen. Johanne heeft een sterke band met God en dat contrasteert opvallend met haar soms verwrongen fantasieën. Ze spaart voor haar toekomst en hoopt later haar intrek te kunnen nemen in het huis van haar nu al oude grootmoeder.
Johanne studeert psychologie aan de universiteit. Op een dag arriveert ze na een kletsnatte fietstocht aan de universiteit en maakt ze in het cafetaria kennis met de jonge muzikant Ivar: hij werkt er in de keuken en stopt haar een handdoek toe.
Het is liefde op het eerste gezicht en Ivar stelt haar al heel snel voor om samen voor zes weken naar de Verenigde Staten te trekken. Johannes moeder is allesbehalve opgetogen met Ivar en het idee van een reis naar de V.S. valt bij haar in heel slechte aarde.
Johanne zet door en pakt haar koffer. Maar op de vertrekdag en nadat haar moeder ’s ochtends naar haar werk vertrokken is, stelt Johanne vast dat de deur van haar slaapkamer aan de buitenkant op slot zit. Paniekerig zoekt ze een uitweg terwijl wat er de voorbije weken gebeurd is door haar gedachten flitst…
Net zoals in Kjærlighet staat ook in Like sant som jeg er virkelig een vertroebelde ouder-kind relatie centraal, maar van verwaarlozing in de strikte betekenis van het woord is er deze keer helemaal geen sprake:
De vriendelijkheid en behulpzaamheid waarmee Johannes moeder haar dochter tegemoet treedt lijkt geworteld te zijn in een onbewuste angst om de macht over haar te verliezen en om alleen achter te blijven als Johanne vertrekt. (Marte Gresvik, Bøygen, 2/1999)
Unni’s moederliefde komt erg bezitterig en manipulerend over:
Mannen zijn zo simpel. Ze worden door seks en macht gestuurd. Net robotten. (vertaling Marianne Molenaar)
Ironisch genoeg is manipuleren net wat ze haar dochter verwijt. Na het samen bekijken van de film Betty Blue (over een “passionele en tragische liefdesaffaire” dixit Film Fest Gent) zegt ze boos:
Ik tolereer alleen geen manipulatie meer. Ik wil dat het waar is. Dat wat waar is? vroeg ik. Wat we tegen elkaar zeggen moet waar zijn, zei ze. Wat ik zeg moet waar zijn en wat jij zegt moet waar zijn. (vertaling Marianne Molenaar)
en zadelt op die manier haar dochter met schuldgevoelens op:
Mama, riep ik haar na (…) Ik heb nooit tegen je willen liegen. Ik wilde alleen maar aardig zijn, dacht ik. Ik probeer echt aardig te zijn, mama. Maar misschien was ik dat niet. Misschien was ik naar buiten toe heel anders dan ik zelf kon zien. Misschien was ik verschrikkelijk, een vreselijk mens. Een afschuwelijke vleesklomp, gemeen en berekend. (vertaling Marianne Molenaar)
Dat Johanne net psychologie studeert (in de tekst wordt verschillende keren verwezen naar onderwerpen die aan bod komen in de lessen die ze volgt) maakte voor Marte Gresvik deel uit van de onderliggende ironie van de roman:
Johanne [studeert] psychologie (…) maar slaagt er niet in om de psychische anomalieën van haar moeder en zichzelf te doorgronden
Haar houvast is nog altijd haar moeder. “Er ontbreekt iets bij mij, ik heb een gat, er is een gat in mij waar alle kracht in wegvloeit. Met mama samen te wonen en later op het erf te wonen, dat was mijn geheim, dat zou me helpen, me helpen zodat het gat niet opviel.”
Wat Hanne ondanks haar vertrouwdheid met freudiaanse en andere theorieën niet ziet, is dat haar moeder dat innerlijke zwarte gat in stand houdt. (Alexandra De Vos, De Standaard, 24.02.2005)
Dat wordt ook duidelijk wanneer Johanne zegt:
Haar ervaring moet mij behoeden voor een man die geen grenzen kent, geen zelfbeheersing en inlevingsvermogen heeft (vertaling Marianne Molenaar)
Het einde van Like sant som jeg er virkelig met zijn combinatie van wanhoop en berusting komt nauwelijks verrassend, maar wel erg pijnlijk over:
Het echte drama is dat Hanne berust. Ze heeft haar eigen gevangenis gecreëerd. Calvinistisch schuldbesef en de knellende familieband houden haar af van inzicht en waarheid, en daarmee ook van haar bevrijding. (Alexandra De Vos)
Het interessante aan relaties is dat ze zo complex zijn. De moeder is niet weloverwogen slecht. Ze hebben een goede relatie en wonen fysiek dicht bij elkaar, maar emotioneel bevinden ze zich op verschillende planeten. De moeder sluit haar dochter op en meent het goed.
zei Ørstavik zelf (Vårt Land, 11.02.1999)
Dit nieuwe boek is in zekere zin de volwassen versie van Kjærlighet. Het gaat over hoe het kind uit de eerste roman eruit zou zien als volwassene. (Natt & dag, 1999/4)
Marte Gresvik ging in haar recensie o.a. dieper in op de rol van taal en op Ørstaviks eigen taalgebruik in de roman:
Hanne Ørstaviks literaire project kan als taalkritisch omschreven worden omdat ze voortdurend laat zien hoe we de werkelijkheid omzeilen door de ambiguïteit van taal. Haar eigen literaire taalgebruik is beknopt, de roman wordt gekenmerkt door een bijna staccato ritme, maar is niettemin levendig en direct en weerspiegelt de spontane en naïeve manier waarop de hoofdpersoon de werkelijkheid waarneemt.
Unni Langås (“Distant Intimacy in the Works of Hanne Ørstavik” in The history of Nordic women’s literature, 28.11.2014) las Like sant som jeg er virkelig als het relaas van
A case of mutual dependence, an unhealthy, close connection characterised by detachment and lack of understanding (…) Through Johanne’s reminiscences, we gain an insight into how she is torn between the desire for a free life, the relationship with Ivar, and an internalised feeling of guilt for not living up to the expectations of her mother and her friend.
Over Ørstaviks plaats in de toenmalige Noorse literatuur schreef Tom Egil Hverven (Dagsavisen, 17.02.1999):
Ørstavik, is, net zoals een aantal sterke stemmen van haar generatie, niet geïnteresseerd in de grote, allesomvattende en onverschillige samenleving die de publieke sector is, maar in de kleine, intieme, cruciale en kwetsbare samenleving van het gezin (…) Hanne Ørstavik schrijft steeds beter van roman tot roman, en dat belooft veel goeds voor een schrijverscarrière die nog maar net begonnen is.

Hanne Ørstavik, Waarheid, vertaald door Marianne Molenaar, Breda (De Geus), 2005 ISBN 978-90-445-0309-8
Tiden det tar***½ (Nederlandse titel: Tijd (2007))
De kersttijd met zijn gedwongen samenzijn in duisternis en koude en zijn overvloed aan familietradities, is als het ware geschapen om smeulende gezinsconflicten aan de oppervlakte te brengen (Lars O. Haugen, Finnmarken, 30.12.2000)
Dat geldt misschien nog meer wanneer je in het in de winter erg duistere Finnmark woont…
Dertien is Signe wanneer zij en haar broer Einar volop geconfronteerd worden met de steeds slechter wordende relatie tussen hun ouders. Wat er gebeurt wordt door de ogen van Signe gezien, en het is wel duidelijk dat haar vader (die oh ironie! als verpleger in een psychiatrische instelling werkt veel schuld treft. Hij komt over als iemand die erg bazig en dominant is, verwijt zijn vrouw dat ze hem niet apprecieert, en gebruikt ook fysiek geweld tegen haar.
Signe en Einars moeder is een sociologe die voor de kinderbescherming werkt en gewoonlijk met stilzwijgen op zijn uitvallen reageert
Hij zei dat ze tegen hem samenspanden, hij begreep heus wel dat het een tactiek was. Daar zei haar moeder niets op. (vertaling Marianne Molenaar)
Ze is
fysiek aanwezig, maar is er niet voor de kinderen. Haar zwijgen en haar teruggetrokkenheid maken haar onbeschikbaar, er is geen plaats voor Signe in het leven van haar moeder. (…) de relatie tussen Signe en haar moeder kan worden omschreven als een afwezigheid. (Lisa Johannson Skjelbred, Som om vi hadde noe å skjule. En psykoanalytisk lesning av Hanne Ørstaviks Kjærlighet, Like sant som jeg er virkelig og Tiden det Tar, Oslo, 2007)
Aan zijn kinderen stelt hun vader hoge eisen en ook God wordt dan bij de zaak betrokken:
Jij bent verstandig, Signe. Je moet tegen jezelf zeggen dat je verstandig bent. Jullie hebben vele talenten, je broer en jij, denk eraan, God heeft jullie geschapen, hij heeft jullie sterk en levend geschapen. Je talenten mag je niet begraven (…) Jij en je broer, jullie zijn de besten. Niet goed, niet de op een na besten. Jullie zijn de besten. Wat jullie in dit leven gaan doen, zal geweldig zijn. Jullie zullen belangrijke dingen volbrengen, Signe. Denk daaraan. (vertaling Marianne Molenaar)
Dat alles zorgt voor een allesbehalve leuke aanloop naar het kerstfeest voor de kinderen, hoewel vooral Signe zich inspant om toch iets van de kerstsfeer in huis te halen, maar daar niet echt in slaagt:
Ze bevindt zich in een oorlogsgebied, is bang is voor zichzelf, terwijl ze zich tegelijkertijd zorgen maakt over de anderen in het gezin. Signe probeert de traumatische situatie in het gezin zo goed mogelijk te verdringen (Skjelbred)
Maar welke impact heeft dit op Signes latere leven? Voor Øystein Rottem (Dagbladet, geciteerd op bokklubben.no) leek het toch nogal mee te vallen: zeventien jaar later begint ze komaf te maken met haar verleden. Hij verwijst daarvoor naar de “proloog” van Tiden det tar, die aan wat hierboven verteld wordt voorafgaat. Daar is Signe zelf aan het woord. Ze is dertig, getrouwd met Einar, en heeft een dochter van vier, Ellen. Samen wonen ze nog niet zo lang in een op te knappen hoeve in het zuiden van Noorwegen.
Weer komt Kerstmis eraan, en haar (nu gescheiden) ouders komen op bezoek – dat zorgt ervoor dat Signe die zich de traumatische kerstperiode van zeventien jaar geleden weer voor de geest haalt. Vooral Signes moeder dringt erop aan dat Signe en haar gezin op eerste of tweede kerstdag bij haar op bezoek komen, maar haar dochter wimpelt dat af en stelt, tot grote ergernis van haar moeder, derde kerstdag voor:
Opmerkelijk is wel dat vooral Signes moeder nu in een negatief daglicht komt te staan, terwijl haar vader een soort bemiddelende rol speelt:
Signes moeder, die in het verleden wordt afgeschilderd als zwak en stil, wordt in het heden beschreven als zowel sterk als veeleisend, terwijl de voormalige machtsbeluste en wrede vader in het heden wordt afgeschilderd als de zwakkere partij. De ouders hebben dus een omgekeerde rol gekregen. (Skjelbred)
Opvallend is ook dat Signes vader en moeder “naamloos” blijven
Dat kan erop wijzen dat Signe afstand van hen probeert te nemen, omdat ze zich niet echt met hen verbonden voelt of omdat ze hen niet kent. (Skjelbred)
Voor Rottem bewees Signes weigering dat ze uiteindelijk haar verleden te boven is gekomen en aan zelfstandigheid heeft gewonnen:
Het boek als geheel is helemaal niet zo somber als het onderwerp misschien suggereert. Het stelt net dat bevrijding mogelijk is en dat ieder individu verantwoordelijk is voor zijn eigen leven. Het klopt dat er een aantal moeilijke keuzes moeten worden gemaakt voor degenen die de kansen willen grijpen, maar ze zijn er.
Skjelbred formuleerde het zo:
Signes bevrijding bestond uit het onder woorden brengen van traumatische ervaringen. (…) Signe toonde als volwassene een inzicht in zichzelf, dat ze niet had toen ze kind was. Dit is ook hoe ze haar onafhankelijkheid won.
De titel van de roman verwijst daarnaar:
het duurt erg lang om je te bevrijden uit de hel die ouders gecreëerd hebben (Kari Wærum, Fredriksstad Blad, 19.11.2000)
of
Het duurt erg lang voor je volwassen genoeg bent om Kerst te vieren zoals je dat zelf wilt (Cathrine Sandnes, Finnmarken, 07.11.2000)
Maar is Signe haar verleden wel echt helemaal te boven gekomen? Ze studeert pedagogie, maar heeft haar studies tijdelijk (?) stopgezet wegens ziekte en kampt met een gevoel van machteloosheid:
Ik ben een nietsnut, ziek verklaard, het lukt me niet eens om huisvrouw te zijn, de simpelste dingen krijg ik niet voor elkaar en de dagen verstrijken maar, nu is het al kerst en het lukt me niet eens om de vloer te dweilen, er is zoveel te doen en ik krijg niets geregeld. (vertaling Marianne Molenaar)
Briljant is haar situatie dus zeker nog(?) niet.
In de korte epiloog vernemen we dat Signe zelfs op derde kerst dag niet bij haar moeder op bezoek geweest is, wat een blijk van toegenomen zelfstandigheid zou kunnen zijn. Voor de rest bestaat dit deel vooral uit een kerstbrief van haar moeder, die alles hoe dan ook rooskleurig lijkt in te zien,
De brief doet Signe inzien dat haar moeder waarschijnlijk altijd de façade tegenover de buitenwereld zal ophouden.
Enkele citaten uit recensies:
* aangrijpende literatuur, mooi opgebouwd en elegant, en met een taalintensiteit die je rillingen bezorgt, zeker een van de (…) literaire hoogtepunten van dit najaar. (Kjell Eriksen, Rakkestad Avis, 15.11.2000)
* Alleen al de trefzekere beschrijving van het lokale milieu, met de Finnmark-zomer en de beschrijving van het leven van een jonge tiener in de jaren tachtig van de vorige eeuw, maken het boek het lezen meer dan waard. (…) (…) Het is een waar genoegen om een auteur te lezen die zoveel vertrouwen heeft in het alledaagse taalgebruik. (…) Samen met het herkenningseffect en het sterke verhaal maakt dit het boek zeker de moeite waard om een paar donkere winteravonden aan te besteden. Al moet je misschien wachten tot de kerstvieringen een tijd voorbij zijn. De lectuur zorgt er niet voor dat je sterker begint te geloven in het gelukkige gezin. (Lars O. Haugen, Finnmarken, 30.12.2000)
* Maar er is ook ruimte voor gevoelens van tederheid en warmte voor zij die het slachtoffer zijn van onbegrip. De kinderen doen de hele tijd hun uiterste best om hun ouders te behagen. En dat is niet het minst pijnlijke deel van de lectuur. (Øystein Rottem)
* Het mooiste verhaal van Tijd is dat wat niet verteld wordt. Je ziet als lezer de smalle schoudertjes van de dertienjarige Signe die alle verantwoordelijkheid torsen voor haar ouders’ welzijn. Je ziet ook de tijdkloof tussen de jonge Signe en de dertigjarige vrouw die zich terugtrok met man en kind en expliciet alles anders wil doen dan haar ouders. Je kunt je zo inbeelden wat in de tussentijd gebeurde. Je ziet die vader en moeder en je beseft welke ondraaglijke druk ze op hun kinderen legden. Tijd gaat, net zoals Ørstaviks vorige boeken Liefde en Waarheid, over de verwachtingen tussen ouders en kinderen en over de onmacht om je los te maken van je idealen. Het is een schitterend boek met mooie sfeerbeelden en prachtige karaktertekeningen. (Gerd Boeren, misdaadromans.nl, vijf sterren)
Heel negatief was Belinda Aebi (De Standaard, 15.02.2008), die het boek maar één ster gaf en onder de titel ″Koekjes bakken″ o.a. schreef:
Spijtig genoeg verneem je niets over de oorzaken van het conflict, ook niet tussen de regels (…) Om de twee pagina’s verneem je dat de kleine Signe zin heeft om koekjes te bakken (….) We hebben allemaal angsten en vreemde kronkels die we doorgeven aan onze kinderen, de ene al nefaster dan de andere. Over ouder-kindrelaties is het laatste boek nog niet geschreven. Maar na tweehonderd pagina’s koekjes bakken, denk je hier: ″Tijd om op te stappen.”

Hanne Ørstavik, Tijd, vertaald door Marianne Molenaar, Breda (De Geus), 2007
ISBN 978-90-445-0700-3
“Roman” staat er op het voorplat van Hanne Ørstaviks Ti amo ***½ (2020). Formeel is dat zeker correct, maar tijdens de lectuur wordt algauw duidelijk dat er een sterk autobiografisch element aanwezig is. De weliswaar naamloze verteller heeft net als Ørstavik al veertien romans geschreven en van drie ervan worden ook de titels genoemd: Milano (2019), Kjærlighet (1997) en Over fjellet (2017). Verder heeft de verteller van Ti amo het ook over “sannhet” als literair concept, iets waar Ørstavik het al in romans zoals Uke 43 (2002) en Kallet (2006) over heeft gehad.
In 2016 ontmoette Ørstavik tijdens het literatuurfestival in Lillehammer, de Italiaanse uitgever Luigi Spagnol. Ze konden het erg goed met elkaar vinden en wisten meteen dat ze samen wilden zijn. Ze trouwden in 2019. Op dat ogenblik had Spagnol al alvleesklierkanker, en hij overleed een jaar later.
Ørstavik beklemtoont dat Ti amo, ook al sluit de tekst dicht aan bij haar persoonlijke ervaringen, toch een roman is. “Ik had een plaats nodig waar ik heen kon met alles waarover we niet konden praten. Het fantastische aan een tekst en een literaire wijkplaats is dat ze me iets teruggeven (…) Achteraf is ze dankbaar dat ze de tekst geschreven heeft, want die houdt de erin beschreven situatie levend voor haar. (…) Ik hoef ze niet altijd bewust levend te houden, ik draag ze altijd met me mee. (Aftenposten, 02.10.2020)
Ti amo vertelt dan ook een tragisch verhaal. Luigi’s ziekte heeft een grote impact op hun relatie:
Ik denk dat ieder moment van vreugde van nu af aan iets van de dood in zich zal hebben
schrijft de verteller. Ze beseft al snel dat een dodelijke afloop onvermijdelijk is, maar haar partner kan/wil dat niet inzien:
Waarom kunnen we de waarheid niet vertellen? Waarom kunnen we het niet zeggen zoals het is? Wil je de waarheid over jezelf niet weten? . (…) eigenlijk sta jij aan de ene kant en ik en de dood aan de andere, want we praten niet over de dood. Ik begrijp niet hoe je erin slaagt er niet over te praten. Ik kan toch niet anders dan denken dat je er ergens in je binnenste aan denkt.
vooraleer het einde echt heel dichtbij is:
Maar wat zullen ze dan doen, zeg je, als ze niet zullen opereren en de chemotherapie niet werkt? Zullen ze me gewoon dood laten gaan? zeg je en het lijkt alsof dat een totaal nieuwe gedachte is, alsof dat betekent dat je een afgesloten terrein binnengaat, een terrein dat je voordien nog nooit betreden hebt, waar je niets van afweet, en het doet zo’n pijn om je zo te zien
“Ti amo”(…) deze woorden uitspreken omvat alles waar ze niet over kunnen praten. Leven in de onmiddellijke nabijheid van een stervende, zorgt ervoor dat de vrouw liefde, verdriet en eenzaamheid ervaart, maar ook een dieper inzicht in ons wonderlijke leven.
schreef Janneken Overland (Våganavisa, 15.12.2021).
Formeel gezien bestaat het hele boek uit een lange tot haar (niet aanwezige) partner gerichte monoloog waarin heden en verleden elkaar voortdurend afwisselen. Stilistisch valt het gebruik van lange zinnen vol komma’s en “ogs” op. De fysieke implicaties van de ziekte worden niet verhuld:
There are also some very frank descriptions of uncomfortable and unfortunate incidents as the disease progresses
schreef Tony Malone (tonysreading.wordpress.com, 05.12.2022)
Tracing the onset and progression of illness against an account of their lives before and after diagnosis, the narrator is continually seeking to understand what she feels and who she is in relation to a man who often seems so helplessly far away. (Joseph Schreiber, roughghosts.com, 27.08.2022)
Veelzeggend is in dat verband het onverwacht opduiken van A. Ze ontmoet hem op een boekenbeurs in Mexico:
Maar ik weet dat het op een bepaalde manier erger voor je zou zijn te weten dat ik een andere man ontmoet heb dan te weten dat je dat zal sterven, ook al heb ik niets anders gedaan dan hem op zijn wang vaarwel kussen, want (…) plots waren we van elkaar losgerukt en had ik nabijheid gedeeld met een ander. Nooit zal ik je dat vertellen.
Ze begint geen relatie met A (…) maar beseft wel welk universum van afstand er ligt tussen haar en de doodzieke Luigi … de afstand tussen leven en dood. (Jan Ø. Helgesen, nettavisen.no, 12.10.2020)
Onder meer Ingrid Åbergsjord (Aftenposten, 03.10.2020) wees op de verwantschap tussen Ti amo en Marguerite Dumas’ L’ Amant (1984)
De sterke impact van het boek roept onmiddellijk associaties op aan Marguerite Duras’ iconische liefdesroman L’amant (…) In Duras’ L’amant weet het paar de hele tijd dat hun relatie niet kan blijven duren. Door haar jonge leeftijd en zijn hoogburgerlijke achtergrond zijn ze gedoemd om elkaar de rest van hun leven te missen.
Ørstavik vertaalde ook een publicatie van Michelle Porte over Dumas in het Noors:

en brengt Duras ook ter sprake in Ti amo, wanneer de twee geliefden een reis maken naar Ho Chi Minhstad, het vroegere Saigon, waar de Franse schrijfster haar jeugd doorbracht, maar ze vinden er niets meer terug van de wazige, dromerige sfeer uit Duras’ boeken.
Linda Nesby, (Sinne, samhold og kjendiser, 2021) zag daarnaast ook gelijkenissen met Ragnar Hovlands Ei vinterreise (2001):
Het is vooral het reizen als motief dat de twee romans gemeen hebben. (…) Het grote verschil tussen de twee romans zit hem in de manier waarop het paar met elkaar communiceert en elkaar steunt.
Ti amo kreeg veel aandacht in de Noorse pers. Jan Ø. Helgesen vond het
een mooi boek (…) goed geschreven en geloofwaardig
en Janneken Øverland omschreef het als
mooi en verdrietig, maar inspirerend en vol levensaanvaarding
Ingrid Åbergsjords oordeel was:
Ørstavik schrijft zo goed dat de roman als wezenlijk, tijdloos en universeel ervaren wordt. Zowel haar man als de liefde komen tot leven in het boek.
Linda Nesby omschreef Ti amo als
een direct en brutaal eerlijk portret van een relatie dat op een gevoelig manier toont hoe de gezonde partner tekortschiet in er zijn voor haar levensgezel, en hoe de communicatie tussen deze twee, die allebei leven van het zich uitdrukken in woord en beeld, verbroken wordt. Het is een weemoedige en aangrijpende tekst (…) een bewonderenswaardige eerlijke tekst over getrouwd zijn met een geliefde, bewonderde en doodzieke echtgenoot en zich tegelijkertijd staande weten te houden als auteur en vrouw.
De recensie van Jan Askelund (Stavanger Aftenblad, 23.11.2020) neemt een wat aparte plaats in, en lijkt ook een moreel oordeel te bevatten:
Moet je je gewoon eerbiedig laten boeien door de ernst van de auteur en het onderwerp, of moet je melden hoe succesvol het is als fictie (….) en is het ongepast om te beoordelen en te ‘bekritiseren’ wat je voorgeschoteld krijgt? In een poging om het laatste te doen, moet gezegd worden dat Hanne Ørstavik in Ti amo vakkundig en berekend effectief de twee hoofdpersonages en hun relatie uit de doeken doet, net wat je van een ervaren en bejubeld auteur kunt verwachten. (…) Maar de nabijheid en de openheid die ze zegt bij hem te missen, ontbreekt ook in dit boek zonder warmte, waarin ze zelf net als voordien met haar eigen werk bezig blijft – ze traint en schrijft en trekt van de ene presentatieklus naar de andere (…) Ze is niet oprecht als het over hun relatie gaat, verbergt actief waaraan ze schrijft terwijl hij op sterven ligt, komt met het verhaal over hun laatste dagen samen terwijl die nog bezig zijn, daar en dan, hier en nu.
Ti amo werd niet alleen in het Nederlands, maar o.a. ook in het Engels en het Duits vertaald en kreeg in de Engelstalige pers een aantal lovende reacties. De recensent van Kirkus Reviews (15.07.2022) had het over
A remarkably frank and finely sieved account of two people approaching the ultimate parting of the ways. (…) Yet, dark though its central topic undeniably is, the novel shares a compassionate vision, bridging the gulf between the one who will go on and the one who will not.
Joseph Schreiber (roughghosts.com, 27.08.2022) schreef o. a.
Tracing the onset and progression of illness against an account of their lives before and after diagnosis, the narrator is continually seeking to understand what she feels and who she is in relation to a man who often seems so helplessly far away. (…) The (…) novella, written in just ten days, overflows with warmth, tenderness and grief rendered in spare, poetic prose. (…) Ti Amo, in arising so directly from her experiences and emotions in his final months, is more than autobiographical fiction or memoir — it is also a deeply personal tribute to the power of love.
Lee Langley (The Spectator, 03.09.2022) vond de roman
a deceptively slim novel. Its 96 pages contain multitudes: two lives, past and present, seamlessly interwoven
Voor Kevin Brazil (Times Literary Supplement, 14.10.2022) was Hanne Ørstavik
an author who has tried to do away with artifice and invention (…) The book was written in only a couple of weeks and, in its sparse, often brutal style (…), it bears the shadow of experiences so raw that they overwhelm the possibility of reflection, embellishment and transformation – that is to say, of fiction.
Einen solch ehrlichen, sich völlig offenbarenden Text literarisch zu beurteilen, fühlt sich fast falsch an. Dennoch: er ist von großer Poetizität und sprachlicher Schönheit. Und damit auch formal ein ganz besonderes Stück Literatur.
schreef Petra Reich (literaturreich.de, 22.09.2021)
Een veel uitgebreidere reeks van recensiefragmenten vind je op der website van Archipelago books : https://archipelagobooks.org/book/ti-amo/
Soetkin Rigole van boekhandel Limerick in Gent schreef in De Standaard (17.01.2026) o.a.
Ørstavik schrijft spaarzaam proza, maar weet complexe gevoelens wonderwel te vangen. Ze heeft een directe en toch subtiele stijl, krachtig én fragiel (…) [Ti amo] is wellicht haar meest persoonlijke boek tot dusver. Ørstavik wist met haar emoties geen blijf toen haar partner stervende was en daar niet over wilde praten (…) Hoe ze in een roman van 100 pagina’s de meest complexe gevoelens van diepe eenzaamheid, liefde en rouw weet te vatten, getuigt van meesterschap.

Hanne Ørstavik, Ti amo, vertaald door Liesbeth Huijer, Zaandam (Uitgeverij Oevers), 2025 ISBN 9789493367692
Uke 43**½
Solveig is een 33-jarige literatuurwetenschapper met
een doctoraat en briljante cijfers
en
een stage aan de École Normale in Parijs
als achtergrond.
Ze heeft net een baan gekregen als docente aan een hogeschool in een niet nader genoemde plaats. Ze had naar precies die job gesolliciteerd omdat de wat oudere Hilde daar werkt en die verkondigt in haar publicaties een visie op literatuur die Solveig erg aanspreekt:
Ze wilde graag met Hilde samenwerken. Zijn waar Hilde was, was het hoogst bereikbare. Niet omdat ze iets wist over Hilde als persoon, maar omdat dat waar Hilde voor stond ertoe deed: haar artikels, haar invalshoeken, de scherpe warmte, de kracht die ze in zich had en die duidelijk naar voren kwam in wat ze schreef. (…) En ze was zo opgelucht en gelukkig. Eindelijk! Eindelijk was er iemand die net zo dacht als zij, die de dingen had geformuleerd waarvan ook zij vond dat ze van enorm veel inzicht en belangrijkheid getuigden, zij ging altijd tot op de bodem, daar beneden waar iets voelbaar was tot in het ruggenmerg , waar de basis lag voor al het denkwerk. Daar bevond Hilde zich. En nu was ze teruggekeerd. Nu was ze hier!
Solveig heeft bijvoorbeeld een grondige hekel aan de roman “Tennessee”, die nochtans door vele anderen geprezen wordt:
Wat wordt er gezegd? Hoe wordt het gezegd? Is het echt? Wat betekent het? De eerste twee punten waren cruciaal voor de studenten als ze wilden slagen voor het examen, ze gingen over inhoud en vorm. Maar hoe zit het met de laatste twee? Het was omwille van de laatste twee punten dat ze dit vak gekozen had. Toch kwam het bijna nooit voor dat er op die manier over literatuur gesproken of geschreven werd. Of het nu echt is, of waar, wat daar geschreven staat. Dat is de essentiële vraag. Dat is de hoeksteen, dacht Solveig. (…) Het was niet alleen het effectbejag dat haar niet beviel. Het was iets anders, iets meer, iets heel fundamenteels. De toon van het verhaal. De stem. De blik. Het was de blik die niet echt was in die roman, de houding die de blik verwoordde. Het was een blik die niet solidair was met degenen naar wie hij keek, over wie het verhaal ging, het was een blik die hen liet spartelen als kleine kronkelende hulpeloze mieren. Kijk naar hen, kijk hoe dom ze zijn, zei de tekst. En wie zou er nu zo dom willen zijn? Wie wil naar die tekst gaan en zich inleven, zich gooien, wat nodig is opdat een tekst zich zou openen en impact hebben.
Wanneer er onenigheid ontstaat tussen Hilde en het management van de hogeschool over de invulling van een bijvak, versterkt dat nog haar prille band met Hilde:
Ja, maar je opzet is belangrijk, zei Solveig. Ze hoorde hoe opgewonden haar stem klonk, bijna piepend. Hilde keek haar aan en knikte kalm. Je kunt hun plannen niet zomaar accepteren, zei Solveig. Kun je niet klagen, een brief schrijven, in de krant schrijven? Doe iets, Hilde, er moet iets zijn dat we kunnen doen! (let op de “we” aan het einde)
Alles in Uke 43 speelt zich af binnen een tijdsverloop van ongeveer één week (vandaar de titel) en alles wat er gebeurt wordt consequent via Solveig gezien. De interior monologue-techniek resulteert ook in een aantal beschrijvende passages die (op het eerste gezicht?) weinig relevant lijken te zijn:
In de keuken was de koffie al lang klaar, ze nam een kopje uit de kast en schonk er koffie in, haalde de kom en de ontbijtgranen en de melk, pakte een lepel. Misschien moest ze weer levertraan innemen, een van die groene flessen kopen. Ze ging aan tafel zitten en keek naar het natte gras buiten, ze hoorde de kinderen van naast de deur, ze waren in de hal, ze hoorde een bonk op de muur, misschien verloor een van hen zijn evenwicht terwijl hij zijn rubberen laarzen aantrok, ze hoorde de dunne, piepende stem van het meisje: ze schreeuwde naar de jongen en toen zei hij iets terug, Ze kon niet horen wat het was.
Solveig heeft een verstoorde relatie met haar moeder:
Het lukte me nooit haar blij te maken, de pijn weg te nemen, de wonde te helen. (…) Nee, het lukte haar nooit om te vatten wat er aan de hand was. Waar het misliep. Ja, dacht ze, want het was echt alsof er ergens een stuk glas zat, in haar moeder of in haar, of in beiden, of er tussenin. En het maakt niet uit wat, het maakt niet uit wie of waar, het sneed en sneed en sneed. En als ze dat stuk had kunnen vinden, had ze het kunnen wegplukken. Dan had ze het weg kunnen halen! Maar ze kwam er niet aan toe. Ze wist niet wat het was.
Die moeder duiktregelmatig op in Solveigs niet al te prettige dromen. En ook belangrijk: ondanks al haar inzet wordt Solveig soms ook door twijfel bevangen:
En het was net alsof naar hier verhuizen, deze herfst, de duisternis die nu in haar dagen zonk, het was net alsof die haar overviel, ze was er niet op voorbereid. Er zat geen plan in, geen doel.
Loopt het uiteindelijk goed af?
En het drong plotseling tot Solveig door dat ze aan het einde van de weg was gekomen. Het leek haar dat de weg waarop ze liep plotseling ophield, niet verder ging. Ze kon nergens heen. En hier kon ze niet blijven. Ze kon voelen hoe benauwend het er was, klam en muf, ze kon nauwelijks ademen.
Zelf zei Ørstavik in Finnmarken (28.03.2003) over Uke 43:
Alle romans zijn verkapte poëtica’s. Maar Uke 43 vertolkt explicieter een visie op literatuur. Het gaat eigenlijk meer over lezen. Wat ervaren wij als werkelijk? Het is geen polemische roman. Het gaat over een verlangen naar nabijheid, saamhorigheid en zingeving. Het is een roman over geloven dat iets ertoe doet, over geloven in mensen. Een geloof dat in stand gehouden wordt door een eenzaamheid die bijna wanhopig is, en dat daarmee gedoemd is te mislukken. Maar betekent dit dat geloof verkeerd is?
In een interview in Dagsavisen (14.02.2002) klonk het zo:
Ik wilde schrijven over een vrouw die een intens intellectueel leven heeft, en een gepassioneerde relatie met haar beroep en haar mentor (…) Dit is van oudsher mannelijk literair terrein, nu wilde ik zo’n leven beschrijven vanuit het oogpunt van een vrouw.
De auteur zegt dat het uitgangspunt en het idee voor de roman ook uit de intellectuele lucht kwam vallen, meer bepaald uit een essay dat de Zweedse literaire criticus Margit Abenius in 1944 schreef. “Ze heeft met veel inzicht geschreven over auteurs als Cora Sandel en (…) Karin Boye. (…) Ze noemt vier punten die cruciaal zijn voor literaire kwaliteit (…) Vorm en inhoud zijn belangrijk, maar authenticiteit is cruciaal. Literatuur moet waar zijn. Dat is noodzakelijk om diepgang en waarde te krijgen.
Net zoals alle andere romans van Hanne Ørstavik werd ook Uke 43 uitvoerig gerecenseerd, en deze keer waren de besprekingen niet unaniem positief. Ane Farsethås (Vinduet, 15.09.2002)
had het over de
lauwe welwillendheid
waarmee de roman door de “gevestigde critici” werd ontvangen:
met respect voor Ørstavik als auteur, belangstelling voor het literaire aspect en een onzekere aarzeling ten opzichte van de puur compositorische en taalkundige aspecten van het boek.
Farsethås’ eigen oordeel was niet positief. Ze vond
onvoldoende kwaliteit in de tekst, die er niet in slaagde om de literaire problematiek in een gepaste enscenering te presenteren (…) Als roman is de tekst zo vormeloos eentonig en repetitief dat je je rode potlood wilt pakken en de helft van de spaarzaam beschreven pagina’s wilt doorstrepen.
en had het over
een willekeurige aaneenschakeling van triviale taferelen rond de opeenvolgende gedachten van hoofdpersoon Solveig (…) een verbluffend zwakke romantekst van een anders zo gedreven auteur (…) De auteur neemt niet genoeg afstand van Solveig en zegt daardoor veel via haar, maar weinig over haar. (…) Solveig wordt geportretteerd als een overgevoelig iemand die stilstaat bij elk klein detail en elke actie, elk woord interpreteert als een uitdrukking van essentiële kwaliteiten, die aangeven of mensen nu ‘echt’ of ‘oppervlakkig’ zijn (…) er is niet veel voor nodig om Ørstaviks overgevoelige literatuurwetenschapper uit balans te brengen. Het feit dat iemand die ze leuk vindt een boek leest dat ze niet leuk vindt, is genoeg om het fundamentele onderscheid tussen “authentiek” en “nep”‘ waarop ze haar wereldbeeld baseert, te kortsluiten.
Daarbij komt nog dat
authenticiteit Solveigs stokpaardje is – maar ze heeft grote moeite om te formuleren wat dit begrip nu precies inhoudt. (…) Ze slaagt er nooit in om voor deze subjectieve manier van lezen formuleringen te vinden die het mogelijk maken om haar leeservaring met andere lezers te kunnen bespreken. Ze komt niet verder dan “Ze wist gewoon dat het zo was, en geen enkele discussie kon haar ertoe brengen het anders te ervaren.” Ze was er helemaal van overtuigd dat hoe ze zelf de tekst aanvoelde correct was. Dat het de waarheid was. Al de rest waren leugens.
Voor Farsethås wordt Ørstaviks roman het best gelezen als de beschrijving
van een persoonlijkheidsstructuur waarin de angst om verbaal tekort te schieten, om in een hokje te worden gestopt, om innerlijke ervaringen niet in een geldige taal te kunnen overbrengen, omslaat in minachting voor de omgeving.
Maar was dat niet Ørstaviks bedoeling?
Het probleem met de roman is (…) dat het Solveigs ik-tegen-de rest-mentaliteit afschildert als heldhaftig, standvastig en waardig en niet als een voortdurende zelfdestructieve oorlogsverklaring aan de buitenwereld.
Het resultaat is dat de roman
een tekst is die zowel inhoudelijk als formeel verward overkomt, waarbij de solidariteit van de auteur met de loopgravenoorlog van de hoofdpersoon het verhaal wegduwt van Solveigs tegenstrijdige relatie met zichzelf en de wereld in plaats van daar dieper op in te gaan.
Geir Vestad (Dagens bøker, 07/2002) was positiever in zijn oordeel:
Solveig is een persoon die zoekende is, fouten maakt en haar eigen drijfveren niet volledig overziet. Een van de dingen die voor spanning zorgen in de roman zijn de uitbarstingen van niet-erkende krachten, die kunnen verschijnen in de vorm van plotselinge flitsen van rauwe agressie. (…) Solveig staat niet open voor compromissen wanneer haar opvattingen onderwerp van gesprek worden Tegelijkertijd laat de roman zien waar dergelijk compromisloos gedrag toe leidt.
In een recensie op nrk.no (15.08.2002) formuleerde Tom Egil Hverven het onder de titel ″Niet helemaal geslaagd″ zo:
Auteurs als Dag Solstad of Jon Fosse hebben al tientallen jaren dezelfde vragen benaderd met erg interessante literatuur als resultaat. Het probleem van de authenticiteit van kunst is immers niet bepaald nieuw (…) Ørstavik doet een dappere poging, maar heeft niet voldoende tijd en moeite in Uke 43 gestoken om het helemaal te vullen met relevante inhoud. Maar ze is, net als Solveig, nog maar net 30, en er blijft tijd voor meer boeken die dieper ingaan op de vraag wat authentiek is is.

Hanne Ørstavik, Uke 43, H. Oslo (Aschehoug & Co), 2002 ISBN 82-03-18591-6 (pocketuitgave)
Twee zelfmoorden en een zelfmoordpoging: dat is waar Liv, een nu 34-jarige, voormalige beursstudente in de theologie, in Presten *** (2004) geconfronteerd wordt.
Tijdens haar studie in een Zuid-Duitse stad ontmoet ze heel toevallig de 41-jarige poppenspeelster Kristiane, tot wie ze zich aangetrokken voelt omdat die in vele opzichten haar tegenpool lijkt. Liv is een piekeraar, Kristiane lijkt het leven te nemen zoals het is, maar pleegt een paar dagen na een nogal heftige discussie met Liv over wat waarheid inhoudt, zelfmoord:
Ik dacht dat ze zelfcontrole en vastigheid en rust uitstraalde, maar nu achteraf leek het gewoon een strategie, een fragiel vlot dat niet eens sterk genoeg was om haar te dragen. En dan had ik ook nog botweg op haar ingehakt. Onhandig, zwaar op de hand en vasthoudend was ik geweest en had niet geholpen. Wel integendeel.
Liv “vlucht” naar Noord-Noorwegen, naar een stadje dicht bij de Russische grens: ze was de enige kandidate voor een openstaande betrekking als dominee aldaar. Ze neemt haar intrek in de voor haar gereserveerde woning en omdat dat huis te groot is voor haar alleen, nodigt ze de alleenstaande weduwe en kerkdienares Nanna uit om haar intrek te nemen op de gelijkvloerse verdieping van het huis. Nanna heeft twee dochters: de vierjarige Lillen en Maja, een moeilijk te doorgronden puber.
Ook nu blijven tragedies niet achterwege. Liv kampt met twijfels over zichzelf en met gevoelens van onmacht en onvermogen. Ze slaagt er niet in, ondanks al haar inzet, om “echt” met haar kerkgangers te communiceren. Over haar eerste preek zegt ze
Ik wou het zo graag, zo graag, zo graag. Ergens zijn waar ik “wij” kon zeggen, ergens waar dat in elk geval mogelijk was.
Later klinkt het o.a. zo:
Wie was ik? Overal waar ik kwam werd er iets gebroken, vervormd. Wat had ik gedacht, dat ik door naar de andere kant van de landkaart te reizen de andere kant van mezelf zou bereiken? Iets in mij dat goed en warm en innemend was?
Waarom kon ik niet gewoon opstaan (…), eruit gooien wat ik bedoelde, de tafels omver smijten als dat nodig was, praten?
Ik kon niets met zekerheid zeggen. het lukte me niet. Ik kon het niet. Het was onmogelijk. Mijn taak, wat ik op me had genomen door dominee te worden, was wijzen en zeggen dat er ergens een zekerheid is? Iets dat overduidelijk waar is? Iets dat steek houdt?
Stilistisch doet Presten wat denken aan Kjærlighet. Passages over Livs tijd in Zuid-Duitsland en over haar relatie met Kristiane, wisselen af met wat er nu in Noord-Noorwegen gebeurt, zonder dat dit door de bladspiegel duidelijk aangegeven wordt.
Inhoudelijk combineert Presten passages waarin Liv aan zelfanalyse doet met beschrijvingen van de alledaagse 2002-realiteit waarmee ze in Noord-Noorwegen geconfronteerd wordt. Die zelfanalysefragmenten zijn niet altijd even gemakkelijk te doorgronden. Niet alles wat ze meemaakt als dominee is even positief: het gaat o.a. over de gevoelloosheid van arbeiders nadat een vakgenoot zelfmoord gepleegd heeft, de tragiek achter het doodschieten van een hond, mannelijke dominees die niet hoog oplopen met een vrouwelijke collega, protesten van de Samen tegen nieuwe regeringsplannen.
Opvallend is de inclusie in de tekst van fragmenten – citaten uit brieven van een dominee aan zijn bisschop – over een Samenopstand die 150 jaar eerder in Noord-Noorwegen plaatsvond en die resulteerde in moorden en terechtstellingen. In Zuid-Duitsland werkte Liv aan een scriptie over die revolte:
Voor mij was er iets aan dit conflict dat was blijven hangen, er zat iets in dat ik moest uitzoeken; iets verborgen en complex. Alsof het direct met mij te maken had ( (…) Ik had mijn onderzoek beperkt tot de manier waarop de Bijbelse taal werd gebruikt, ik wilde de retoriek van zowel de Noren als de Sami onderzoeken, de machtsstructuren, wat het is dat werkt in de taal, niet het concrete semantische niveau, maar het andere, wat de ruimte van de tekst is.
In een interview in Dagsavisen (20.11.2004) noemde Ørstavik de Bijbel
in de hoogste graad een tekst die aantoont dat (…) inhoud en betekenis met de realiteit te maken hebben, met concrete situaties en hoe we in deze situaties besluiten te reageren.
Niet iedere recensent was even gelukkig met die ingreep:
Het verband tussen Livs acute innerlijke onrust en haar zoektocht in het historische materiaal komt eerder gezocht over. Ørstavik slaagt er niet in om van de Sami-opstand een harmonieus onderdeel van het hele verhaal te maken
schreef Kari Wærum (Fredriksstad Blad, 03.10.2004), maar voor Henninge Solberg (Bøygen, 2004/32) behandelden die fragmenten een centraal thema van Presten:
Voor [Liv] is de opstand meer dan een politieke machtsstrijd – het is ook een verhaal over de broze en niet nagekomen belofte van vrijheid, een verhaal over de relatie tussen taal en macht. (…) Iedere tekst zal impliciet of expliciet de vraag stellen hoe goed taal geschikt is om een gewaarwording over te brengen. In haar zevende roman kaart Hanne Ørstavik onverschrokken centrale aspecten van deze problematiek aan. Het is lang geleden dat ik nog een roman gelezen heb die het aandurft om zo expliciet de mogelijkheden en de begrenzingen van het woord te behandelen.
Over de verschillende manier waarop de Samen en de gevestigde geestelijke orde de Bijbel interpreteerden, schrijft Liv
En toen lachte de dominee hen (= de Sami) uit, en dat deden ook de ordehandhaver en de koopman, ze lachten hen gewoon uit, lachten met hun wanhoop. Ze begrepen die helemaal niet.
Anita Henriksen Ravn (Nordlys, 23.12.2004) noemde Presten
Een moedige roman. Ørstavik schrijft gevoelig en pijnlijk, maar toch hard en concreet, en tilt de stenen op om te zien en te tonen wat eronder ligt.
Presten werd genomineerd voor de P2-lytternes romanpris 2004 en won de Klassekampen litteraturpris 2004 en de Bragepris 2004. De jury van de Bragepris noemde de roman
Een aangrijpend portret van een vrouwelijke dominee die tekortschiet in haar relatie met haar medemensen. Terzelfder tijd blinkt [Ørstavik] uit door het gebruik van een glashelder, precies en tegelijkertijd melodieus taalgebruik.

Hanne Ørstavik, Presten, Oslo (Forlaget Oktober), 2005 ISBN 82-495-0333-3 (pocketuitgave)
De roman werd in het Engels, het Duits en het Frans vertaald:



Hanne Ørstavik, The Pastor, vertaald door Martin Aitken, Brooklyn (Archipelago Books, 2021) ISBN 9781953861085
Hanne Ørstavik, Die Pastorin, vertaald door Ina Kronenberger, ,München (Deutsche Verlags-Anstalt), 2009 ISBN 978-3-421-04418-1
Hanne Ørstavik, La pasteure, vertaald door Jean-Baptiste Coursaud, Montréal (Les Allusifs), 2008 ISBN 978-2-922868-56-2
Kallet – romanen*** (2006)
Ik wil gewoon schrijven. Ik wil mijn verhaal beetpakken en de roman beginnen te schrijven waar ik al zo lang mee rondloop. Over een vrouw die tijdens de jaren twintig als zendelinge naar China trok. En alles wat ik er ook in wou hebben, erin wou verweven. Het was Heideggers tijd, en die van Hanna Arendt. De Eerste Wereldoorlog, en het continentale imperialistische verhaal dat veel indruk maakt in een dorp in het Vestland, en een schaapherderin de hele lange weg met zich mee trekt, en Freud en de verdringingen en de nieuwe taalfilosofie, en na Kierkegaard, de existentiële theologie.
En dan zijn er de jurken uit de jaren twintig, met een losse heupceintuur en de charleston en het bobkapsel en sigaretten met lange mondstukken, daar wou ik het ook graag over hebben, zonder dat ik helemaal wist hoe – op het schip op de Stille Oceaan misschien? Het zou wel lukken. Dat deed het altijd. Het verhaal ontvouwde zich en nam alles in zich op. Zodra er maar iets gebeurde, ging ik aan de slag.
Kallet – romanen (2006) is een roman over het schrijven van een roman, of exacter: over het niet kunnen schrijven van een roman:
Het is alsof ik de grip op wat ik schrijf verloren heb; het gutst naar buiten, loopt over, vloeit. En telkens als ik denk dat er een structuur achter zit, dat er een duidelijke samenhang is die ik als uitgangspunt kan gebruiken, verdwijnt die weer, wringt zich weg, een schijnbare luiheid, hij lijkt zich weg te wentelen en neuriet, laat me in de steek.
De 36-jarige naamloze verteller worstelt met een writer’s block, die in de roman verpersoonlijkt wordt als een in het zwart geklede vrouw, die aan het raam staat en naar buiten kijkt:
Er staat een vrouw met haar rug naar me toe (…) Niets beweegt. Het is alsof de tijd niet bestaat, geen verleden of toekomst, er gebeurt niets. Buiten is het grijs, er beweegt niets aan de hemel (…) Ik zou me los moeten rukken. Ik weet het, me losrukken van het beeld, stappen zetten, naar de tafel lopen en beginnen te schrijven (…) Ze is helemaal in het zwart, de vrouw bij het raam, het lijkt alsof ze een zwarte erg lange mantel draagt, met een kap. Soms. Maar ze blijft vaag.
De auteur weet dat de vrouw bij het raam zijzelf is, maar ze weet niet wat ze wil, en ze kan niet langs haar heen. (Pernille Lisborg, litteratursiden.dk, 23.02.2009)
De schrijversblok heeft ook lichamelijke consequenties en de verteller zoekt hulp bij een fysiotherapeut. Voor Marta Norheim (nrk.no, 06.09.2006) werd het
steeds duidelijker dat we hier niet alleen te maken hebben met een auteur die een crisis doormaakt, maar met een desintegrerende persoonlijkheid.
Als lezer komen we wel een en ander te weten over het geplande boek. De grootmoeder van de verteller wou als zendelinge naar China trekken. Ze werd naar de Verenigde Staten gestuurd om daar een voorbereidende “opleiding” te krijgen en ontmoette er een man met dezelfde roeping (dat is waar de titel van de roman naar verwijst). Ze trouwden en ze trok met hem naar China, niet als zendelinge, maar als de vrouw van een zendeling. Negen kinderen kregen ze samen. Ze keerde vroeger dan haar echtgenoot terug naar Noorwegen, en wanneer die een aantal jaren later ook naar zijn geboorteland terugkeert, komt het niet echt meer goed tussen hen.
De link tussen de naamloze verteller en haar grootmoeder is duidelijk:
Net als de grootmoeder kan de auteur haar roeping niet tot een goed einde brengen. Zowel de goddelijke missie als het project van persoonlijke en artistieke ontwikkeling mislukken, (…). De lotsbestemmingen van de twee vrouwen wisselen elkaar voortdurend af, en dat geldt ook voor droom en werkelijkheid en de tableaus van verleden, heden en toekomst. (forfatterweb.dk, s.d.)
Kallet – romanen bestaat uit een opeenvolging van kortere en langere passages – een indeling in hoofdstukken is er niet. Het “verhaal” van de grootouders ligt gefragmenteerd en onvolledig verspreid over het hele boek. De naamloze verteller snijdt daarnaast nog een aantal andere thema’s aan. Het gaat o.a. ook over
► haar relationele situatie: ze is nog niet zo lang geleden gescheiden van haar echtgenoot:
Misschien lag het aan mij, was er iets niet in de haak met mij. Maar natuurlijk waren wij het, allebei, samen. Niet hij of ik, maar wij. Tussen ons liep het niet.
en woont nu samen met haar dochter Marte in een flatje. Haar ouders hadden een turbulente en gewelddadige relatie:
Hou me stevig vast want ik haat je.
Haar moeder liet uiteindelijk haar gezin in de steek om verder te studeren.
► haar dromen en aanzetten tot zelfanalyse
► haar gesprek met Bill, een jonge vrouw die haar komt interviewen voor een tijdschrift. Het gesprek gaat vooral over literatuur:
Er wordt over literatuur geschreven en gepraat alsof die helemaal van het leven los stond, zei ik. Alsof wij er helemaal van losgekoppeld waren. Alsof het iets is dat we van veraf bekijken, iets wat eigenlijk niets met ons te maken heeft, zeg ik. En het voelt aan alsof ik dit al zo vaak gezegd heb, dat ik bijna de kracht mis om het te zeggen, alsof ik het overal en zo lang geroepen en geschreeuwd heb, en dat er nooit een reactie kwam, alsof de woorden zich altijd maar verder rechtdoor bewogen in een lege ruimte.
Empathie is voor haar belangrijk:
Op de radio is er een verslaggever aan het woord. Ik probeerde me in te beelden hoe het was om daar te liggen, in het stof op die weg te liggen met een getatoeëerd nummer op mijn lichaam. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Me inleven. Niet vergeten, me er niet van afkeren. Kijken. Kijken en kijken en kijken. Want als niemand dat doet, als niemand het ziet en doet in hun plaats, dan is er niemand die weet hoe het met ze gaat, hoe het is om hen te zijn.
Marta Norheim zag belangrijke parallellen tussen Solveig (uit Uka 43) en de naamloze verteller van Kallet – romanen. Wat ze gemeen hebben
is een sterke afkeer voor de interpretatie van teksten. Ze gaan ervan uit dat de inhoud in de tekst staat en als die goed is, moet iedereen dat kunnen zien. Deze tekstbenadering staat in schril contrast met de praktijk in onderwijsinstellingen, in de kritiek, rond cafétafels en waar mensen elkaar anderszins ontmoeten: namelijk dat een tekst door verschillende mensen op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden. En dat de auteur niet altijd de beste vertolker van eigen teksten is, omdat het gemakkelijk is om verblind te raken door eigen bedoelingen.
► haar vroegere werk als auteur en dan vooral de receptie van haar roman Dal:
Ik weet nog hoe het was toen het boek uitkwam. Bij de lancering, de interviews, ik wou zo veel, wou het zo erg, zo erg. En ik dacht dat wat ik geschreven had, zo voor de hand lag, dat de mensen zouden zeggen: ja, dat klopt helemaal! Maar het tegenovergestelde gebeurde. Niemand zag wat ik dacht dat er stond, wat zo overduidelijk was. Voor mij was het helder als water, zij vonden dat het troebel was. (…) En plots komt het bij me op dat de commentaar op Dal een poging van de literaire wereld was om mijn wil aan banden te leggen. Ik mocht niet zo vrijuit spreken, zo klaar en duidelijk. Ik moest op mijn plaats blijven, op de plaats waar de vrouw thuishoort in de literaire familie, ik mocht vooral niet denken dat ik ook maar iets over literatuur als zodanig kon zeggen.
Kallet – romanen werd een aantal keren positief beoordeeld.
een roman die met een bijna griezelige intensiteit draait rond vragen over kunst, leven en identiteit (…) Ørstavik beschrijft op een hele intense manier verschillende aspecten van deze toestand; de wilde woede-uitbarstingen, het smeken om aandacht, het vervloeken van degenen die haar niet willen zien en de minachting voor de critici die haar zien maar verkeerd begrijpen. (…) Het is fascinerend hoe de psychologische en de esthetische crisis met elkaar verweven worden in dit intense kunstenaarsportret.
schreef Marta Norheim.
Margoth Hovda-Lien (Nordlys, 12.02.2007) noemde Kallet – romanen
een complexe en ernstige roman
over
het schrijven van literatuur en over de egocentriciteit van de auteur. Ørstavik komt fundamenteel eerlijk over in haar poging om sterke negatieve gevoelens, passie en meedogenloosheid te begrijpen en onder woorden te brengen. Ze gebruikt een taal die zoekt en zoekt, ook als het gaat over wat er achter de woorden zit.
Finn Stenstad (Tønsbergs Blad, 14.10.2006) was onder de indruk van de
nauwgezette beschrijving van de situatie waarin de verteller zich bevindt, haar fysieke en mentale pijn
en vond de roman
een erg persoonlijke beschrijving van de uitdaging en de eisen waarmee een auteur geconfronteerd wordt. Het vinden van de gepaste woorden, het verhaal, de ontlading – ze kunnen bijna onoverkomelijke obstakels zijn. (…) Daarom is dit een bloedernstige metaroman, een onmiskenbare Ørstavik-tekst waarin de eigenheid van de taal als communicatiemedium centraal staat.
Pernille Lisborg had het over
een strak gecomponeerde roman en een psychologisch portret van een vrouw.
Ørstaviks roman is een uitnodigende (en verontrustende!) roman over hoe je een plek voor jezelf in de wereld kunt creëren.
schreef Anne Kirstine Munk (litteratursiden.dk, 13.02.2009)
Er waren ook recensenten die bedenkingen hadden.
Norunn Ottersen Seip (Fredriksstad Blad, 24.09.2006) gaf de roman een 4 op 6:
Een enquête onder de lezers om te weten te komen of de roman als geheel gewaardeerd wordt, zou waarschijnlijk twee erg van elkaar verschillende antwoorden opleveren. Hanne Ørstavik is een van die schrijvers waar de meeste mensen ofwel van houden ofwel een hekel aan hebben. (…) Voor mezelf zitten er in de tekst delen die me niet bevallen, maar dan lees ik verder, en ineens komt er iets voorbij dat het contact creëert dat een lezer vaak zoekt in de tekst.
Stein Arve Myrbakk (Rana Blad, 29.11.2006) zag, ondanks de gelijkenissen, toch een verschil met Ørstaviks vroegere romans:
Het zijn in de eerste plaats de toon en de stijl die deze keer een barrière opwerpen tussen mij als lezer en Ørstaviks tekst. Ik heb moeite om de auteur te volgen, of om me in elk geval positief in te leven in wat ze schrijft.
Henning Karlbom (Moss Avis, 23.09.2006) kwam met een nogal dubbelzinnige formulering:
In de raakvlakken tussen de verhalen van de grootmoeder, de vader en de hoofdpersoon zit een groot reservoir aan betekenis. (…) Het is een ervaring om de roman van Ørstavik te lezen wanneer ze dergelijke vragen aansnijdt zonder ze diepgaand te beantwoorden. Dan kunnen we ermee leven dat ze onnauwkeurig, repetitief en minder elegant is in haar beschrijvingen.
Het strengst van al was Cathrine Krøger (Dagbladet, 08.09.2006). Onder de kop

schreef ze o.a.
In de literatuur is de vraag die moet beantwoord worden of het over een goed geschreven tekst gaat. En op dit punt vind ik dat Hanne Ørstavik in dit boek tekortschiet. Hoe “dieper” ze gaat, hoe groter het aantal clichés (…)- Deze naïeve concretisering van innerlijke toestanden wordt alleen veelzeggend en pijnlijk. Ørstavik maakt er zich te gemakkelijk van af door de taal opzettelijk ingewikkeld te maken om “diepte” te creëren, en tegelijkertijd heel banale technische ingrepen te gebruiken zoals herhaling en halve zinnen.
Wanneer de naamloze verteller van Kallet – romanen zoals velen veronderstellen, een alter ego is van Hanne Ørstavik, moet die na het lezen van deze recensie wel erg boos geworden zijn…

Hanne Ørstavik, Kallet – romanen, Oslo (Fortaget Oktober), 2006
ISBN 978-82-495-0428-2
Hyenene** (2011)
Op het einde van Hyenene komt hoofdpersonage Siv met een idee voor een nieuwe roman:
ik zie de omtrekken van een roman (…) die niet één lijn volgt, maar op een web lijkt, hij begint met een punt, en dan komt er nog een punt bij, en nog een, wat verder naar achteren, verder naar binnen of hoger, en dan komen er draden die de punten met elkaar verbinden en is de roman niet langer een vlak (…) of iets massief, maar iets met een hoop lucht, heel licht, wordt hij iets zoals een moleculesysteem waarin het de lijnen en verbindingen zijn die het geheel bij elkaar houden.
Misschien is dit wel van toepassing op Hyenene zelf? Een ingewikkelde structuur heeft de roman niet en de opeenvolgende tekstdelen zijn soms wat los met elkaar verbonden.
De 40-jarige Noorse auteur Siv verblijft tijdelijk in het appartement van haar Britse collega Sally in Brighton aan de Engelse kust. Sally zelf is voor een tijdje naar Rome vertrokken. De lezer krijgt enige flitsen over haar verblijf aldaar en daaruit blijkt duidelijk dat Sally een ander (en actiever) type mens is dan Siv. In tegenstelling met Siv denkt Sally
niet na over dingen voor ze gebeuren. Ze gebeuren gewoon, en ze gaat ermee aan de slag. (Kristin Delås, bokverket.net)
Siv heeft Noorwegen verlaten omdat ze zich emotioneel niet goed voelt:
Het is alsof de motor niet meer draait. Vroeger zat ik in de boot met de motor aan en de helmstok in de hand, recht vooruit. Nu lijkt het alsof de motor niet meer draait. De snelheid is weg, de boot schommelt in het water en volgt de golven en de stroming, ik stuur niet meer en er is geen beweging recht vooruit meer. (…) Haar hele leven is een strijd geweest om echt te leven, om in contact te komen met wat echt leeft, met wat anderen en haarzelf raakt. En nu zit ze hier, en wat heeft haar strijd opgeleverd, waar is ze terechtgekomen? Ze heeft nog nooit een grotere leegte gevoeld, denkt ze.
Het is op dat ogenblik absoluut niet haar bedoeling om aan een nieuwe roman te beginnen:
Nu lijkt het alsof schrijven niet langer een link met het leven heeft (…) alsof de woorden niet meer zoals voorheen in haar handen liggen zoals pas geboren puppy’s, zacht en kloppend onder hun dunne huid.
Ze wil gewoon haar leven weer op de rails krijgen. In Hyenene ligt de klemtoon heel duidelijk op Sivs zielsleven:
Ørstavik is eerder wel verweten dat ze te veel bezig is met innerlijke ontwikkeling en te weinig met wat zich afspeelt in de buitenwereld. Nu vecht ze terug en verkondigt dat het innerlijke ook deel uitmaakt van de wereld. (Marta Norheim, nrk.no, 20.09.2011)
De verteller richt zich zelf direct tot de lezer om het belang van die “innerlijke wereld” te beklemtonen:
Wat heeft Sivs innerlijke, onzichtbare proces te betekenen. Wat heeft dat met mij te maken, kunnen we denken. Je leest dit boek, en kijkt dan misschien naar buiten en denkt: wat heeft dit te maken met de realiteit, het doorslaggevende, dat wat er in de wereld daarbuiten gebeurt. (…) Hoe is het daarbinnen, hoe ziet het landschap eruit? Zijn er bij jou heuvels en hoogvlakten, of ingestorte huizen, platgebombardeerde ruïnes? Puin en grind of lege vlakten, is het er licht en verheven of bevind je je in een nauw dal, duistere keldergangen, doorgangen, zie je deuren en kasten
Waarom voelt Siv zich niet goed? Een belangrijke factor is dat ze kort voordien een einde gemaakt heeft aan haar jarenlange relatie met Rudolf, die ze steeds meer als invasief begon te ervaren:
En ook al zou Rudolf niets doen wat ze niet wou, toch was het alsof ze zelf verdween wanneer hij in de buurt was. Ze wist niet meer wat ze zelf wou. Ze werd iets leegs waar de wind doorheen waaide. Ze voelde alleen wat ze dacht dat hij wou. Pas wanneer ze weer alleen was, voelde ze wat ze zelf wou, zag ze de nuances in wat ze voelde. Ik moet een rug en een buik krijgen, dacht Siv. Ik moet het gat dichtmaken. En daarom ben ik hiernaartoe gereisd. Ze ziet het nu duidelijker, toen ze hier arriveerde was het vager, het was alsof ze door nevel omringd werd.
Ook de relatie met haar moeder is (niet voor de eerste keer bij Ørstavik) verre van optimaal:
Siv stak haar hand uit, wou iets, zeg iets aardigs tegen me, mamma, zeg iets dat me goed doet, toe. Zeg dat je het goed met me voorhebt, dat je me wil, dat ik goed genoeg ben, dat ik hier thuis ben, mamma, zeg dat je me wil. Dat was wat ze wou.
Waarom kreeg ze niet wat ze wou? Siv weet dat wat ze niet kreeg haar bijgebleven is, dat ze het niet waard was, niet de moeite waard om het te krijgen. Ze was niets waard. En telkens als ze haar moeder ontmoette, voelde ze dat weer. Keer op keer voelde ze dat ze niemand was.
In Brighton vindt Siv een deeltijdse job in een boetiek. Kort nadat Sally teruggekeerd is uit Rome, gaat ze samen met Liv op bezoek bij haar moeder die in Noord-Engeland woont. Terug in Brighton lijkt Siv haar inzinking overwonnen te hebben en besluit ze naar Noorwegen terug te keren:
En Siv voelt dat het juist is, OK is, dat ze nu haar koffer pakt, het is alsof er niets meer is waar langer op gewacht moet worden, nu moet ze naar huis. aan de slag, voelt ze. Ik moet schrijven, voelt ze. Wat dan? vraagt ze zich af. Dat weet ik verdorie nog niet precies, zegt ze tegen de stem in haar. En ze voelt dat het helemaal OK is. Ik moet naar huis en ik moet schrijven, en het voelt niet zoals vroeger als iets dwingends, maar bijna aan als een redding, een laatste uitweg, weg van de dood.
Ze kijkt nu anders tegen het leven aan. Siv
is er altijd geweest voor anderen, heeft dingen gedaan voor anderen, heeft anderen geholpen. Ze wil nu niet langer geven en geven, maar ook iets behouden en ruimte voor zichzelf creëren. Dat Siv zich realiseert hoe het tot nu toe geweest is en van nu af anders met de anderen wil omgaan is een belangrijk keerpunt in de roman. Het is een noodzakelijk inzicht voor haar om verder te komen in het leven. (Kristin Delås, bokverket.net)
Hyenene is in wezen een roman over iets provocerend banaals: van zichzelf (beginnen te) houden om op die manier de wereld aan te kunnen.
schreef Trygve Riiser Gundersen in Dagbladet (15.09.2011). Turid Larsen (Dagsavisen, 15.09.2011) noemde de roman
in alle opzichten een typische Ørstavikroman. Het heldere, transparante taalgebruik, de verrassende observaties, de plotse flitsen humor en de meditatieve, tobberige monoloog zijn herkenbare elementen in een verhaal dat voortgestuwd wordt door innerlijke belevingen en overwegingen eerder dan door een uiterlijk handelingsverloop (…) [Hyenene is] een gedempte, bijna fluisterende roman. Je zou kunnen zeggen dat hij bij tijden wat te introvert en ingetogen is. Maar Ørstavik is zo’n bedreven schrijver en stilist dat haar romans nooit onbelangrijk of onbeduidend worden.
Tot slot dit citaat van Mille Klemmensen (litteraturnu.dk, 30. 04.2012):
Het lijdt geen twijfel dat Ørstavik een competente auteur is die kristalhelder schrijft en een tot in het kleinste detail doordacht minimalisme hanteert. Het probleem is eerder dat de roman een erg persoonlijk project is. Hij gaat over wat het betekent een mens te zijn en te vechten tegen innerlijke demonen. Maar Sivs levensgeschiedenis is zo individueel dat er lange passages in de roman zitten waar je naar en door de glasheldere taal kijkt die je als een ondoordringbare muur van het verhaal afsnijdt.
Ze besluit haar recensie met een citaat van Søren Ulrik Thomsen:
Kunst kan heel goed rijk zijn aan complexiteit zonder daarom te fascineren.
En de titel? Helemaal vooraan in de roman kijkt Siv op YouTube naar video’s over hyena’s. Bernard Ellefsen (Morgenbladet) zag het gedrag van de hyena’s zoals het beschreven wordt in Hyenene als een metafoor voor
gulzig geweld en het vitale samenhorigheidsgevoel in de menselijke kudde (geciteerd in Margrethe Karlsen, Emosjonelle rom. Fremstillinger av sorg og utenforskap i Tarjei Vesaas’ Is-slottet og Hanne Ørstaviks Hyenene, Oslo, 2017)

Hanne Ørstavik, Hyenene, Oslo (Forlaget Oktober, 2011) ISBN 978-82-495-0862-4
Terug naar startpagina
