Heidi Linde

Heidi Linde (1973) studeerde scenarioschrijven in Lillehammer en creatief schrijven in Bø. Als auteur debuteerde ze in 1998 met het kinderboek Myggstikk. Under bordet (2002), haar eerste roman, werd meteen als hoofdboek voor “Bokklubben Nye Bøker” geselecteerd.

Linde vindt het leuk om af te wisselen tussen het schrijven voor kinderen en voor volwassenen.

“Voor mij is er weinig verschil tussen de twee. In beide gevallen gaat het over het vinden van personages die me interesseren. Of het personage nu 12, 35 of 80 jaar oud is, is niet zo belangrijk. Ik vind het erg leuk om beide te kunnen doen.

Het zijn de gewone mensen die me interesseren. Ik zal wel nooit een politiek geladen misdaadroman schrijven, maar politiek heeft veel betekenissen. En iedereen is wel bezig met hoe school en gezondheidszorg eruit zien, of hoe je thuis het werk verdeelt. In die zin heeft datgene waarover ik schrijf iets politieks. (Mitt Kongsvinger, 01.11.2020)

Ironie, sprankelende humor en zelfs wat slapstick kenmerken Lindes debuutroman Under bordet **** (Nederlandse vertaling: Ondersteboven (2004). Dit is een erg leuk boek of, zoals Øystein Rottem (Dagbladet, 09.10.2002) het formuleerde, een boek

waar je opgewekt van wordt

en dat mag ook wel eens een keer.

Jenny (26) heeft na vier jaar de brui gegeven aan haar studies geneeskunde. Haar ouders weten daar maanden later nog altijd niets van. Samen met Sara, die een baantje bij NRK heeft en Trond, een nogal hypochondrisch aangelegde student communicatiewetenschappen, vormt ze een minicollectief.

Wat ze nu met haar leven moet aanvangen, daar is Jenny nog niet helemaal uit. Zelf zegt ze:

Ik heb tijd nodig om het een en ander uit te zoeken (vertaling Maartje Lanen)

Ze wordt verliefd op Morton, die opvallend bruine ogen heeft, bezoekt haar dementerende grootmoeder, ontmoet geregeld haar eerder bazige nicht Cecilie, en helpt vrienden uit de nood, bijvoorbeeld wanneer ze figureert als Tronds verloofde wanneer diens vader op bezoek komt. Het resultaat is een dikke cheque voor Trond.

Daarnaast vindt ze een job als hulpje in een pensionnetje:

“Ik was gecharmeerd door de manier waarop je je uitdrukte,” zei ze […] “Je maakt mooie zinnen, weet je dat?” (…) “Aan de andere kant,” zei Marion Dahl terwijl ze in de rieten stoel tegenover mij ging zitten, “waren er ook niet veel anderen die gereageerd hebben op de advertentie.” (vertaling Maartje Lanen)

Dit is een voorbeeldje van het soort humor waarin Under bordet uitblinkt. Er zitten daarnaast ook echt hilarische passages in  het boek (naast de hierboven al vermelde “impersonatie” is er o.a. nog een brief die Jenny zogezegd naar haar ouders stuurt waarin ze na een heleboel onzin schrijft dat ze met haar studies gestopt is). Daar staan wel een paar tragische passages tegenover in een boek dat absoluut veel minder chaotisch opgebouwd is dan het op het eerste gezicht lijkt: Linde heeft

een goede verteltechnische bagage

schreef Kyrre Andreassen op de website van bokklubben.no. Verder vond hij dat

wat misschien het meest indruk maakt in deze roman, is Heidi Lindes talent om geloofwaardige personages te creëren. Door te focussen op mimiek, manier van praten of het beschrijven van een personage via een paar uiterlijke kenmerken, zorgt ze ervoor dat het personage voor de lezer herkenbaar en geloofwaardig overkomt. (…) De roman wordt met veel vertelplezier en in een hoog tempo verteld. De verschillende tekstlagen − de zoektocht naar liefde, de afrekening met de familie, Jenny’s sterke interesse voor de vermiste Janne Magnus en de herinneringen die die oproept − schuren tegen elkaar aan en zorgen voor frictie en punch. (…)  Heidi Linde beschrijft het streven naar geluk en het geluk zelf in plaats van een muurvast ongeluk te beschrijven. Weinig schrijvers durven dat. Het is veel gemakkelijker om over de schamele kanten van het leven te schrijven. Heidi Linde durft het tegenovergestelde te doen en slaagt erin.

Soms is de droom beter […] Soms moet je het laten bij de gedachte hoe het geweest had kunnen zijn. (vertaling Maartje Lanen)

Dat idee laat Jenny uiteindelijk varen en dus krijgt de lezer een soort happy end.

Het is overigens opvallend hoeveel er in het boek gedronken wordt (Jameson gin!) in het studentenmilieu en dat terwijl alcohol zo duur is in Noorwegen…

Heidi Linde, Ondersteboven, vertaald door Maartje Lanen, Amsterdam (Arena), 2004   

ISBN 978-90-6974-577-0


Heidi Linde debuteerde met het jeugdboek Myggstikk (1998)

Milly heeft het niet erg naar haar zin in de Zweedse hoofdstad tijdens de vakantie die ze daar doorbrengt met haar vader en diens nieuwe partner “hun derre Britt” en daarom trekt ze naar haar oom Leo op het Noorse platteland om samen met hem het verjaardagsfeest voor hem en zijn tweelingzus (Molly’s moeder) voor te bereiden. Met een verkleedpartij werkt ze zichzelf daar in de nesten. Indirect speelt ook de bekende Noorse schrijfster Camilla Collett een rol in het verhaal:

Wat zou Camilla Collett gedacht hebben van de manier waarop ze zich in de nesten gewerkt had? Zou ze beweren dat Milly net zoals zij vindingrijk en temperamentvol geweest was, of zou ze verbijsterd geworden zijn, en vinden dat Milly onverantwoordelijk en misschien kinderachtig was?

Heidei Linde, Myggstikk, Oslo (Gyldendal Tiden), 1998    ISBN 82-478-0262-7

Myggstikk werd in het Frans vertaald:

Heidi Linde, Piqûres de moustiques, vertaald door Jean-Baptiste Coursaud, Parijs (l’École des loisirs), 2000    ISBN 2-211-05692-X


Juggel ***½ (2004) was Lindes tweede roman.

Maj is 29 en heeft net haar universitaire studies afgerond met een diploma cand. polit. Ze woont samen met Jon, heeft net ontdekt dat ze zwanger is en heeft daar ambivalente gevoelens over:

[Ik] huilde (…) stilletjes in mijn handen. En ik dacht dat ik niet het recht had om dat te doen. Je kunt huilen als je vijftien bent, dacht ik, misschien ook als je tweeëntwintig bent, en als je verkracht bent, natuurlijk. Maar als je bijna dertig bent, als je samenwoont, een opleiding gevolgd hebt en geld op de bank, welk recht heb je dan om te huilen?

Terwijl ze voor een begrafenis met de auto terugkeert naar het stadje waar ze opgroeide, denkt ze voortdurend terug aan wat ze daar allemaal meemaakte. Vooral de lente van 1986 staat centraal, ″den våren ingenting skjedde″, ″de lente waarin niets gebeurde″, een ironische formulering, want er gebeurde heel wat meer dan dat Maj kranten rondbracht en in het muziekkorps van de school speelde. Aangename en heel wat minder aangename gebeurtenissen volgden elkaar in snel tempo op: het pijnlijke lot van een minder gegoede klasgenote is maar één voorbeeld van de tweede categorie:

Het leven van de meisjes in een klein Noors stadje is redelijk saai en Heidi Linde beschrijft het bijzonder geloofwaardig. Maj verwijt haar vriendin Anja dat ze in het geniep rookt en bewondert de oudere meisjes  met hun geblondeerde haar en hun zonnecrème. Deze meisjes dromen, proberen en mislukken op een onschuldige manier wanneer het over de liefde gaat. In schril contrast met een kansarme klasgenote lopen ze alleen maar schaafwonden op. (Inger Bentzrud, Dagbladet, 06.09.2004)

Centraal in het boek staat Majs vriendschap met het buurmeisje Anja. Soms voelt ze zich onzeker:

Dat Anja knap was drong tot me door toen we allebei aan een kant van het bed zaten, ze was veel knapper dan ik, en ik keek allesbehalve uit naar de dag dat ze dat zelf zou ontdekken.

Een belangrijke rol is ook weggelegd voor leraar L.O. Henrik Bergseth. Een episode uit hun relatie zou in dit woketijdperk zeker als grensoverschrijdend gedrag gecatalogeerd worden, ook al zorgt ze bij Maj wel voor een positiever zelfbeeld:

Voor de allereerste keer keek ik goed naar mezelf, en ik kon niet anders dan glimlachen, want alles aan me was zacht en rond en uitnodigend

″Juggel″ betekent rommel en er zit in het boek inderdaad een episode waarin een dure ring uiteindelijk rommel blijkt te zijn, maar de titel heeft duidelijk ook een algemenere betekenis: onder de kop ″Teder en warm maar ongelijk″ schreef Geir Vestad (Glåmdalen, 01.09.2004)

er zit een deel rommel in Majs, Anja’s en Helenes jeugd (…) En in de uitgebreide terugblikken herleeft en doorziet Maj wat vals en wat echt is.

In Lindes eigen woorden klonk het zo:

Op een algemener niveau verwijst de titel naar het feit dat men geleidelijk aan doorziet wat echt en wat fake is als het over gevoelens gaat, en dan zeker over liefde. (abcnyheter.no, 10.09.2004)

In een interview in Østlendingen (25.08.2004) zei ze over het stadje waar ze zelf opgroeide:

Ik herinner me nog hoe Kongsvinger eruitzag, vol glitter, pracht en praal als de lichten aan waren, en lelijk en leeg wanneer dat niet het geval was. Zo is het ook met gevoelens, wat is echt en wat is schijn?

Ze omschreef Juggel als

niet alleen een roman over opgroeien, maar ook over het maken van grote keuzes in het leven. (Glåmdalen, 13.09.2004

Wanneer Lena Simone Jensen (Tønsbergs Blad, 09.12. 2004) Juggel

Gewoonweg een feelgoodboek

noemde, maakte ze er zich dus wel wat gemakkelijk vanaf…

een sympathieke roman over opgroeien

Zo vatte Anita Krok (Glåmdalen, 13.09.2004) de recensies van andere kranten samen. Dit was Jon Terje Grønli’s oordeel:

Juggel is op het eerste gezicht een eenvoudige roman met een duidelijke en overzichtelijk verloop. Niettemin ontwikkelt Maj zich tot een vrij complexe figuur – iemand die het verleden een beslissende invloed laat hebben op een van de belangrijkste keuzes van het leven. Het is niet moeilijk om gefascineerd te worden door dit onderwerp – een onderwerp dat een breed scala aan herkenbare elementen in zich draagt. (Gjengangeren, 20.01.2005)

Lindes proza is nog altijd lichtvoetig, ook al is de ondertoon nu donkerder (…) Haar proza leest gemakkelijk, de dialogen zijn goed, de milieuschilderingen visueel en de nuances subtiel.  

schreef Siri M. Kvamme  (Bergens Tidende, 13.09.2004).

Net zoals Saabye Christensen of misschien nog meer zoals Vigdis Hjorth is Linde erg goed in het beschrijven van puberale overmoed, blozende onzekerheid en het ontluikende besef dat niet alles uiteindelijk goed afloopt.

was John Olav Krokens oordeel (Dagsavisen, 18.08.2004). Hij had wel een bedenking:

Een zwakker punt is wel de voorliefde van de auteur om “speciale” gebeurtenissen door de tekst heen te strooien. (de erfenis!) 

Juggel kreeg ook één erg negatieve recensie. Aftenposten had het over een

vederlicht bagatelletje

Daarmee geconfronteerd zei Linde:

Het merkwaardige is dat je de goede recensies snel vergeet, terwijl je de slechte met je mee blijft dragen. Ik zou natuurlijk graag hebben dat iedereen zou vinden dat wat ik doe fantastisch is. Maar ik denk dat negatieve recensies een soort “maakt me niet uit”-gevoel bij me teweegbrengen. (abcnyheter.no, 10.09.2004)

Heidi Linde, Juggel, Oslo (Gyldendal), 2004    ISBN 82-05-33229-0


In Resten av livet ***(2007) dat Heidi Linde samen met haar oudere zus Ellen schreef,

Ellen en Heidi Linde
(foto: Glåmdalen)

draait alles rond de grafische ontwerper Helle, die net voor de eerste keer moeder is geworden. De geboorte van Gustav heeft een hele ommekeer in haar leven teweeggebracht. De uitdagingen waarmee ze tijdens haar ouderschapsverlof te maken krijgt zijn divers en heel herkenbaar.

Een heel dorp stond klaar om vader groot te brengen. Anders en ik zullen het helemaal alleen moeten doen, en op dit moment voelt dat als een onoverkomelijke taak.

Er is de voortdurende angst dat de baby iets zal overkomen:

Dit is wat me opvalt als ik met mijn vier weken oude zoontje in de kinderwagen langs de rivier wandel; de angst die nooit zal eindigen.

Er zijn de bemoeizieke schoonmoeder en de perfecte schoonzus. De impact op Helles relatie met haar man Anders valt niet te onderschatten:

“Jij kunt gewoon doorgaan met je leven alsof er niets gebeurd is!” roep ik: “Je bent van binnen en van buiten hetzelfde, en je kunt naar je werk gaan en leven net als voorheen. (Helle tegen Anders)

maar hoe denk jij dat het is om rond te lopen met het gevoel dat ik ontoereikend ben? (Anders tegen Helle)

De betweterigheid van een aantal leden van de ″barselgruppe″(een praatgroep voor vrouwen die pas moeder geworden zijn) werkt Helle op de zenuwen. Ze heeft gemengde gevoelens wanneer ze met de baby haar werkplek bezoekt en ziet dat alles ook zonder haar draait…

Helles situatie wordt daarbij grondig ″geanalyseerd″ door haar jongere zus Lea, die antropologie studeert en in de loop van het verhaal naar Tanzania vertrekt om daar veldonderzoek over ″overgangsrituelen″ te verrichten. Dat wordt niet bepaald een succes maar wanneer ze weer in Noorwegen is doet Helle haar een nieuw onderwerp voor veldonderzoek aan de hand:

Dit zijn immers overgangsrituelen! Identiteitscrises en gendersocialisatie hoe dan ook. (…) Dan kan ik ook iets zeggen over hoe en in welke mate onze opvoedingsverwachtingen cultureel bepaald zijn! (…) Een vergelijkend moederschapsonderzoek! (…) “Planning rond voortplanting. Een vergelijkende studie van de verwachtingen en de invulling van het begrip ‘moederschap’ in Oslo en Zanzibar”!

heel leuk om lezen

schreef Ann Helen Kolås Ingebrigtsen (lesmye.blogspot.com, 29.12.2012) , en Eva Nyhaug (Moss Avis, 29.09.2007) klonk enthousiast:

Zussen Ellen en Heidi Linde hebben een ongecompliceerde, makkelijk leesbare maar waanzinnig grappige roman geschreven.

Resten av livet verscheen in de reeks ″Drops″. Uitgeverij Gyldendal definieerde de romans die daar verschenen als:

Verrukkelijke feelgoodboeken die een welverdiende en langverwachte adempauze brengen in het dagelijks leven

Dagbladet-recensente Cathrine Krøger omschreef de reeks dan weer smalend als

kioskliteratuur voor vrouwen uit een stedelijk milieu

iets waar Heidi Linde heel rustig onder bleef:

ik denk niet dat Cathrine Krøger erg enthousiast zal zijn  (Tone Magni F. Vestheim, Glåmdalen, 03.09.2007)

Anita Krok (Glåmdalen, 31.10.2007) vond een boek beoordelen zonder het gelezen te hebben maar niets:

Dit is geen flitsende chiclit-roman, ook al heeft Gyldendal hem verpakt als een Drops-roman. Het is integendeel een kleine existentialistische reflectie over het soms paniekerige besef dat volgt nadat men kinderen op de wereld heeft gezet

en was voor de rest positief in haar beoordeling:

Het boek leest makkelijk, maar dat betekent niet dat het eendimensionaal is. Egocentrische moeders zonder gevoel voor zelfironie krijgen hier een ferm pak voor de broek. (…) Ellen en Heidi Linde hebben een subtiele roman geschreven vol sitcomachtige humor en accurate literaire beelden. Het gaat hier kort gezegd over alle niet zo coole aspecten van het moeder worden. U bent hierbij gewaarschuwd.

Ellen og Heidi Linde, Resten av livet, Oslo (Gyldendal), 2007  ISBN 978-82-05-40110-5


Lindes recentste roman, Hva hun klager over når hun klager over husarbeidet **** (2020) speelt zich af in een middenklassewoonwijk en heeft twee hoofdpersonages op wie om de beurt gefocust wordt.

Vigdis is een bijna 50 jaar oude vroedvrouw die getrouwd is met Rune. Hij is

zo gefocust [is] op zijn eigen behoeften dat Vigdis af en toe de indruk krijgt dat ze vier kinderen heeft. (Birte Strandby, bogvækten.dk, 11.07.2021)

Met Rune heeft ze dus drie kinderen: Magnus, die het huis al uit is, Alva, die middelbaar onderwijs volgt, en Jacob, die nog op de lagere school zit.

Vigdis is toegewijd, maar besluiteloos. Ooit studeerde ze voor arts, maar de stress werd haar toen te veel. Ze laat zich ook makkelijk overhalen om er nog een taak bij te nemen, en wordt dus, ook al heeft ze er eigenlijk geen zin in, lid van het oudercomité van Jacobs school. Ook belangrijk: ze worstelt met een soort ontevredenheidsgevoel over de sleur van alledag:

Na afloop – nadat Rune wat droge kleren heeft aangetrokken (voor hij onder de douche zal gaan) en Alva (kreunend) de borden op tafel heeft gezet en Jakob heeft gezegd dat hij op school geleerd heeft dat een scheet eigenlijk gas is dat ontsnapt uit de darmen en nadat Vigdis eindelijk (zelf) de wortels schoongemaakt heeft – gaan ze aan tafel.

De oorzaak voor die ontevredenheid zoekt ze in

Verwaarlozing (…), we hebben de liefde verwaarloosd. We zijn gestopt met praten, gestopt met lachen, willen niet meer luisteren naar wat de ander zegt, alles wat er ooit was, hebben we tussen onze vingers door laten lopen.

Terzelfder tijd voelt ze zich beschaamd:

waar had ze eigenlijk over te klagen? Iedereen wordt waarschijnlijk wel eens overweldigd door eisen of huishoudelijke taken.

In een soort proloog (November 2018) komt de lezer al te weten dat ze (uiteindelijk!) een besluit heeft genomen:

Vigdis staat bij het slaapkamerraam en staart in het herfstduister terwijl ze nadenkt over de woorden die ze moet kiezen nu ze op het punt staat om Rune, sinds iets meer dan tweeëntwintig jaar haar echtgenoot, te vertellen dat ze hem gaat verlaten. Het idee (…) is niet nieuw. In feite is het alsof Vigdis de afgelopen weken, maanden, jaren aan niets anders heeft gedacht, er moet iets gebeuren, misschien is er geen andere oplossing dan te vertrekken.

Wat dan volgt zijn flashbacks naar de maanden daarvoor. We maken kennis met Linn, bijna veertig en interieurdesigner. Ze is getrouwd met Niklas en heeft een dochtertje Billie, dat naar de kleuterklas gaat. Billie is niet altijd even gehoorzaam:

Ze gedraagt zich als een brutale tiener en lacht haar in haar gezicht uit

en dat werkt haar behoorlijk op de zenuwen, maar het is niet de voornaamste reden waarom ze niet goed in haar vel zit. Ooit won ze

zowel de prijs (…) voor de sexyste mond als die voor de heetste kont van het jaar

en

Het besef dat mannen zich op straat niet meer omdraaiden en haar nakeken

had haar getroffen

als een bliksemschicht op klaarlichte dag

Wanneer ze op een dag merkt dat mannen haar toch weer nastaren, is de ontgoocheling bijzonder groot wanneer ze ontdekt dat het is omdat ze vergeten heeft haar schoenovertrekken af te doen:

Als ze haar eigen blik in de spiegel boven het dressoir ontmoet, is het alsof de rimpels langs haar mond duidelijker zijn geworden: twee donkere lijnen die hem naar beneden trekken.

Linn heeft heeft een vriendinnengroep die haar wel wat soelaas brengt:

Verval en veroudering, het dagelijkse verdriet, suffe echtgenoten en veeleisende kinderen − al deze dingen waarvan ze nu een paar heilige uren vrij had gekregen.

maar ter zelfbevestiging maakt ze nu en dan een slippertje.

Shana Fevang Mathai (nrk.no, 16.07.16.07.2020) zag naast de verschillen ook veel overeenkomsten tussen de beide vrouwen:

Het is interessant om te zien hoeveel ze gemeen hebben: hoewel de een narcistisch is en de ander zelfopofferend, zitten ze allebei gevangen, leiden ze  een bevoorrecht maar bezwaard volwassen leven met een voortdurend onder de huid kruipende rusteloosheid in een lichaam dat in verval begint te raken. Beiden zijn vervreemd en diep eenzaam, en hebben een subtiel maar negatief beeld van mannen als gevolg van opgelegde genderrollen en seksuele intimidatie in hun jeugd.

In de loop van de roman kruisen Vigdis’ en Linns paden elkaar een aantal keer.

Het duurt lang voor Vigdis ertoe overgaat om Rune met haar plannen voor een scheiding te confronteren, maar uiteindelijk krijgt ze hulp uit een onverwachte hoek. (Strandby)

In de epiloog (december, 2019) is de scheiding een feit:

Vigdis schaamt zich niet meer om te zeggen dat ze gescheiden is.

Nogal wat recensenten wezen naar de veranderde maatschappelijke verhoudingen om de ontevredenheid van Vigdis en Lynn te verklaren:

In de overgang tussen de periode waarin mannen het geld binnenbrachten en vrouwen het huishouden deden en de periode waarin alle volwassenen in een huishouden een baan hebben is er een nieuwe term ontstaan: de derde shift. Als een spook uit de tijd van de thuiswerkende vrouw wijst hij op een ongelijke verdeling van ene mede verantwoordelijkheid voor kinderen, huishouden en dagelijkse planning. Het idee is dat als alles in één pot wordt verzameld en door twee wordt gedeeld, de ene meestal meer op zich neemt dan de andere: een soort overkoepelende verantwoordelijkheidsoverdracht die niet op papier verschijnt, maar die continu energie en denkkracht steelt van de persoon in kwestie. Dat is wat er gebeurt in Heidi Lindes Hva hun klager over når hun klager over husarbeidet. (Karoline Henanger, Fett, 2020/3)

In Dagbladet (26.06.2020) worden de “shifts” nauwkeuriger beschreven

De eerste shift is de verloonde arbeid, de tweede het huishoudelijk werk, terwijl de derde en meer onzichtbare al het dagelijkse denkwerk is dat nodig is om de boel gaande te houden. Dit soort werk wordt pas zichtbaar wanneer het achterwege blijft, wanneer je niet opduikt op het afsluitende schoolfeest of de worstjes voor een barbecue vergeet. Voor Vigdis voelt het aan, alsof ze de hele tijd paraat moet staan.

En dus gaat Lindes roman over

onbegrepen individuen, over verwrongen verwachtingen, over ongemakkelijke rollen, over slechte communicatie, en over hoe ver wij mensen erin slagen een leven te blijven leiden dat we hebben gekozen maar niet langer kiezen. (Shana Fevang Mathai)

Een alledaags onderwerp? Daar bestaat geen twijfel over, maar Lunde heft een bijzonder vlotte pen en haar roman bevat ook humoristische scenes, bijvoorbeeld wanneer het in een e-mailuitwisseling over de voorbereiding van een oudercomitévergadering tot een discussie komt:

De vader van Juni (…) stuurde vorige week een gezamenlijke e-mail waarin hij alle ouders van de jongens vroeg om iets mee te brengen om op te eten. De moeder van Mons antwoordde onmiddellijk, en het was niet om moeilijk te doen (schreef ze), maar was het ook niet zo op de laatste ouderbijeenkomst, dat de ouders van de jongens iets eetbaars meebrachten, terwijl de ouders van de meisjes wegkwamen met een kan koffie? Juni’s vader antwoordde dat dat best kon, maar dat het niet zo belangrijk was (smiley), en dat zorgde voor een lawine van meningen (wat dacht je van verse bessen in plaats van cake? Is er iemand die kan zorgen voor een glutenvrij alternatief? Voor wie geen grote koffiekan heeft, is het eigenlijk gemakkelijker om iets om op te eten mee te brengen). (…) De voorlaatste opmerking kwam van de moeder van Norvald, en was humoristisch of agressief bedoeld (Vigdis wist niet wat ze ervan moest denken), dat er hier toch enorm aan genderonderscheid gedaan werd! Want was het niet echt een beetje passé, schreef ze, om studenten in te delen op basis van het geslacht waarmee ze toevallig geboren zijn? Haar e-mail werd onmiddellijk opgevolgd door Madeleines vader “Ja, misschien is het tijd om het traditionele binaire gendermodel uit te dagen”, schreef hij, “en er rekening mee te houden dat er niet-binaire mensen zijn?

De auteur (…) gebruikt een gemakkelijk te begrijpen en charmante alledaagse taal die past bij het thema. Soms sluipt er ook een vleugje humor in de tekst, en (…) je kunt niet anders dan glimlachen om dingen waarmee de meesten van ons zich kunnen identificeren. (Nancy Øvrehus, Stavanger Aftenblad, 14.07.2020)

Hva hun klager over når hun klager over husarbeidet kreeg erg positieve beoordelingen.

► Heidi Linde is een experte in het beschrijven van de goede en de slechte kanten van het leven van alledag. (Fjell-Ljom, 17.12.2020)

Als je op de een of andere manier vastzit in een strakker wordend kader, hetzij als partner in een relatie of als ouder, zul je veel baat hebben bij deze roman.

schreef Shana Fevang Mathai. Wat Lunde in haar roman doet is

het registreren van het goed geordende volwassenenleven door de complexiteit te beschrijven die eigen is aan het banale bestaan van alledag.

► Gabriel Michael Vosgraff Moro (VG, 10.07.2020) gaf Hva hun klager over når hun klager over husarbeidet

[Lindes] achtergrond als scenarioschrijver is duidelijk merkbaar, de dialogen zijn geloofwaardig en de verdichte dramatische scènes hebben een filmische aantrekkingskracht. De auteur heeft een goed ontwikkeld oog voor herkenbaar alledaags drama. Nooit heb ik een betere beschrijving gelezen van hoe het voelt om een opstandig kind van de kleuterschool op te halen.

Over de titel schreef hij

Deze roman herinnert mannen er ook aan dat ze thuis wat meer de handen uit de mouwen moeten steken. Uit enquêtes blijkt dat Noorse vrouwen nog steeds twee keer zoveel huishoudelijk werk doen als mannen. Geen wonder dus dat sommigen er gewoon genoeg hebben.

► Positief was ook Birte Strandby:

De titel is misschien een verwijzing naar Raymond Carvers What You Talk about When You Talk about Love, en het is mogelijk dat Hva hun klager over når hun klager over husarbeidet net als dat boek een klassieker wordt.

► Inger Bentzrud (Dagbladet, 11.07.2020) was wat minder enthousiast

Goed geschreven, maar wat te voorspelbaar en ietsje langdradig. (…) Heidi Linde graaft niet diep genoeg in de materie, vind ik. Beschrijvingen van het leven van alledag domineren.

maar toch tevreden:

Zoals gewoonlijk schrijft Heidi Linde enorm goed en lichtvoetig, met goed klinkende replieken en treffende beschrijvingen van de afstompende gruwel van het huishouden.

En tenslotte nog even Heidi Linde zelf aan het woord laten:

Over het algemeen zou ik zeggen dat ik de relatie tussen school en ouders goedwillend inschat. Onderwijzen vergt veel inzet en het is fijn dat de ouders hierbij betrokken worden. Tegelijkertijd hou ik van Ellinor1 die in het boek zegt dat ik de kinderen nu hun eigen ding  wil laten. Ik denk dat sommigen van ons er baat bij zouden kunnen hebben om te horen dat kinderen niet ons project worden.

Over wat de vrouwen allemaal op hun dak krijgen zegt ze:

loonarbeid, naar de kleuterschool gaan, specifieke taken uitvoeren, alles organiseren, regelen en kopen. Veel vrouwen hebben het gevoel dat de taken behoorlijk ongelijk verdeeld worden. (…) Vandaag moeten de kinderen minutieus opgevolgd worden en is er veel vrijwilligerswerk. Het principe is dat de gezamenlijke activiteiten gratis moeten zijn, zodat iedereen kan meedoen en er wordt van ons verwacht dat we meedoen. De generatie van mijn ouders wist helemaal niet wat we op school deden. Als we zo weinig zouden bijdragen als zij deden, zou dat bijna als verwaarlozing gezien worden.

Een van de vrijwillige taken waaraan Vigdis moet deelnemen is het verkopen van wc-rollen2. Ze regelt alles via haar Facebook-profiel en moet samen met haar 14-jarige dochter rondrijden met enorme pakken wc-rollen.

Er zitten te weinig wc-rollen in de hedendaagse Noorse literatuur. Ik ben er trots op dat ik op dat gebied mijn steentje heb bijgedragen. (Aftenposten, 09.07.2020)

1 Ellinor Hallvorsen heeft een zoontje dat in Jacobs klas zit; 2 om een schoolreis van Alva te sponsoren

Heidi Linde, Hva hun klager over når hun klager over husarbeidet, Oslo (Gyldendal), 2020   ISBN 978-82-05-53930-3


Terug naar startpagina.