
Ingar Johnsrud (1974) groeide op in Holmestrand en studeerde journalistiek en filmwetenschap. Hij was 15 jaar journalist voor VG en bracht voor die krant o.a. verslag uit over het proces van de beruchte Knutby-zaak (over een moord en een moordpoging binnen de lokale pinkstergemeente in het kleine Zweedse plaatsje Knutby). Johnsruds debuut, de politiethriller Wienerbrorskapet (2015) en het eerste deel van een trilogie rond onderzoeker Fredrik Beier, werd een enorm succes, niet alleen in Noorwegen maar ook in het buitenland. Ook de twee volgende delen werden erg goed ontvangen. Johnsrud is nu fulltime schrijver en woont in Oslo.
In een poging om resultaatgeile politici tevreden te stellen, had hoofdcommissaris Neme eigen guerrillatroepen binnen de politie in het leven geroepen. Kleine, tactische eenheden die snel en zonder bureaucratische rompslomp konden opereren en zaken konden onderzoeken en oplossen […] Volgens de kranten bestonden de teams uit “ervaren, verantwoordelijke en zelfstandige rechercheurs” […] Op het bureau wist iedereen dat er drie types politiemensen in die hoek van de open kantoortuin in Grønland waren geduwd. De onbruikbaren, de onfortuinlijken en diegenen die in ongenade waren gevallen. (vertaling Annelies de Vroom)
Fredrik Beier en Andreas Figueras vormen zo’n duo:
Andreas behoorde absoluut tot de laatste categorie […] Fredrik daarentegen behoorde tot de categorie van de onfortuinlijken (vertaling Annelies de Vroom)
Hun nieuwe opdracht is uit te vinden wat er aan de hand is met Annette en William, de dochter en de kleinzoon van Kari Lise Wetre, “nestleder” van Kristelig Folkeparti. Annette is lid van “Guds Lys”, een kleine, fundamentalistische sekte, die haar “hoofdkwartier” heeft in Solro. Kari Lise Wetre heeft al maandenlang niets meer gehoord van haar dochter en haar kleinzoon.
Kort nadat Beier en Figueras met Wetre gesproken hebben; vindt er een brutale aanval plaats in Solro. Daarbij worden Bjørn Alfsen jr., een van de drie “pastors” van de sekte, en een paar andere leden vermoord. De rest van de sekte, onder wie de twee andere “leiders”, Per Olsen en Søren Plantenstedt, is spoorloos. In een anoniem telefoontje wordt de verantwoordelijkheid voor de aanslag opgeëist “in de naam van Allah””, en daarmee komt Jamaat-e-Islami, een islamitische splintergroep waarmee Guds Lys al in de clinch gelegen heeft, in het vizier.
Op het eerste gezicht lijkt de moordpartij dan een afrekening tussen religieuze extremisten, maar zo eenvoudig ligt het niet. In Solro ontdekt de politie een streng beveiligd, ondergronds maar ook leeg laboratorium , waaruit ook alle documenten verdwenen zijn. En in de bibliotheek van Bjørn Alfsen bevindt zich een oud Duits boek over rassenhygiëne met vooraan een opdracht van Elias Brinch, die voor de Tweede Wereldoorlog in Wenen actief was met zijn “Wienerbrorskap”. Een citaat uit een boek van de Noorse “rasehygieniker”(“eugeneticus”) Jon Alfred Mjøen (heeft echt bestaan) geeft een goed idee van de principes waar de groep voor stond. Een “utbryter” van die Wienerbrorskap staat centraal in de hoofdstukken die Johnsrud voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog gesitueerd heeft.
Door de moordpartij krijgt de zoektocht naar Annette en haar zoon natuurlijk een heel andere dimensie. Beier en Figueras blijven wel bij het onderzoek betrokken – tot groot ongenoegen van politijurist Sebastian Koch, die Beier ongeschikt acht voor de job omdat hij sinds de dood van zijn jongste zoon aan angstaanvallen lijdt. Een belangrijke rol in het verdere onderzoek speelt ook Kafa Iqbal, lid van PST (Politiets sikkerhetstjeneste), het onderdeel van de politie dat verantwoordelijk is voor het bestrijden van terrorisme en sabotage.
Samen met vooral Beier gaat Iqbal op zoek naar de rest van de sekte en naar de mysterieuze, meedogenloze killer die het op hen gemunt heeft: iemand die het motto “med ondt skal ondt fordrives” (“met kwaad zal het kwaad verdreven worden) huldigt en genadeloos blijft toeslaan. Een probleem is daarbij dat een anonieme bron voortdurend (weliswaar onvolledige) informatie over de zaak lekt naar TV2-redacteur Jørgen Mostu, en die weigert natuurlijk zijn bron bekend te maken.
Dit onderzoek wordt gesaboteerd, Fredrik. Het lekken naar de pers, de valse sporen, de tips die verdwijnen (vertaling Annelies de Vroom)
zegt Beiers overste Synne Jørgensen, die in de loop van het onderzoek gesuspendeerd wordt omdat de resultaten uitblijven. Zit er een mol in de politie? Johnsrud bedient zich wel van dit cliché, maar springt er toch zuinig mee om. De vele verwikkelingen en nevenintriges (er is o.a. nog het verdwenen homopaar uit Porsgrunn) in dit boek van meer dan 400 bladzijden zorgen er alvast voor dat je bij de les moet blijven.
Voor de rest: spannend (er zitten een paar ijzingwekkende scènes in het boek), intrigerend en uiteindelijk ook verontrustend, wanneer Beiers theorie naar de prullenbak wordt verwezen. Twee kleine minpuntjes toch: de personages blijven eerder eendimensionaal, en er zitten een paar stilistische merkwaardigheden van het type
Møblene luktet av kanel og søt damefis
in het boek – de Nederlandse vertaling
de meubels roken, naar kaneel en oude dames
is veel deftiger dan het Noorse origineel.
Het zij Ingar Johnsrud vergeven. Wienerbrorskapet**** is een uitstekend thrillerdebuut. Een tweede boek van hetzelfde niveau wordt moeilijk. En opvallend: VG, de Noorse krant die er in thrillers vaak van langs krijgt wegens sensatiezucht, is in dit boek opvallend afwezig. Niet echt verwonderlijk natuurlijk: Johnsrud heeft er lang voor gewerkt.

Ingar Johnsrud, Zij die volgen – Deel 1 van de Broederschap-trilogie, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Meulenhoff), 2016 ISBN 978-90-225-7631-1
Tevreden is politiinspektør Sebastian Koss niet: Fredrik Beier heeft er bij politimester Neme zijn beklag over gedaan dat hij en zijn collega Andreas Figueras altijd zaken van kinder- en vrouwenmishandeling toegeschoven krijgen:
Ik weet dat er prioriteit aan gegeven wordt en daar is niks mis mee. Maar al dat huiselijk geweld vreet aan ons (vertaling Annelies de Vroom)
Lastige en/of onbekwame superieuren zijn schering en inslag in Noorse politieromans en Koss is geen uitzondering, en hij heeft duidelijk een troef achter de hand:
“als jullie je te goed voelen om vrouwen en kinderen in nood te helpen dan heeft de rioleringsdienst voor jullie een lijk gevonden in een rioolput in Kjelsrud. Maak dat je daar komt” (vertaling Annelies de Vroom)
Het is bepaald geen mooi gezicht dat Beier en Figueras wacht in Kjelsrud: het lijk van een man die meedogenloos gefolterd werd en daarna vermoord:
De pijnen moeten extreem zijn geweest. Maar de manier waarop de verwondingen zijn toegebracht, de systematiek van alles, de ijd die ze hebben gebruikt… dat doet vermoeden dat het hier niet gaat om wraak (vertaling Annelies de Vroom)
De man wordt geïdentificeerd als Mikael Morenius en al snel blijkt dat hij iemand was met een “beschermde identiteit”
Ondertussen is Kafa Iqbal bezig met het eerste onderzoek waarover ze echt de leiding gekregen heeft: in een villa op het schiereiland Bygdøy is het lijk gevonden van een ongeveer 50-jarige man. In zijn buurt wordt een identificatiebewijs op naam van Mikael Morenius gevonden, maar de man blijkt Aksel Thrane te heten, een “marinejeger” (lid van een legereenheid die ingezet wordt voor gevaarlijke opdrachten), die al in het begin van de jaren ’90 tijdens een opdracht de dood gevonden heeft. Alleen blijken alle documenten daarover onvindbaar…
Ingar Johnsrud heeft het hem gelapt: Kalypso****½ is nog beter dan Wienerbrorskapet. Johnsrud is zo slim geweest om uit te gaan van een vertrekpunt dat erg verschilt van dat van zijn eerste thriller. Kalypso is een ingenieus in elkaar gezette en razend spannende politiethriller vol verrassende wendingen en cliffhangers en met een erg spannende finale. Daarna volgt er nog een epiloog met een paar verduidelijkingen maar ook met nieuwe vraagtekens (Petra Johanssen?) – er komt dus nog een vervolg.
De pocketuitgave van Kalypso telt een kleine 500 bladzijden en de hele (behoorlijk complexe) intrige samenvatten zou een hele klus zijn. Het volstaat om te zeggen dat veel van wat er gebeurt verband houdt met de nasleep van een trouwpartij in de jaren ’90 en met een mislukte (?) legeroefening (?) op het schiereiland Kola rond dezelfde tijd. Die laatste zou ook nu nog een weerslag kunnen hebben op de weer gespannen relatie tussen Rusland en het Westen:
De Russen kletteren met hun atoomwapens. Hun jachtvliegtuigen inspecteren onze grenzen, onderzeeërs brengen onze wateren in kaart en in de digitale wereld is de oorlog al aan de gang. En de agressiviteit neemt toe (Vertaling Annelies de Vroom)
Nog een pluspunt is dat de figuur van Fredrik Beier beter uit de verf komt dan in Wienerbrorskapet. Zijn privéleven is redelijk chaotisch en op een nacht zou hij blijkbaar een zelfmoordpoging ondernomen hebben – een nacht waarvan Beier zich overigens nauwelijks iets herinnert.
Verder maakt Figueras’ belangstelling voor een dramatisch afgelopen confrontatie waarbij hij en Beier acht jaar eerder betrokken waren, Beier steeds wantrouwiger, en dat wantrouwen zal hem uiteindelijk met een moreel dilemma opzadelen.
Naar aanleiding van de Engelse vertaling van Samuel Bjørks Uglen (“The owl always hunts at night“) schreef de Sunday Express dat dit boek
Jo Nesbo a run for his money
geeft.
Sterk overdreven als je het mij vraagt. Maar dat Kalypso het niveau van de allerbeste Nesbø haalt, lijdt volgens mij geen twijfel.
In Kalypso wordt er een aantal malen naar gebeurtenissen uit Wienerbrorskapet verwezen, dus toch maar beginnen met Ingar Johnsrud eerste thriller!

Ingar Johnsrud, Zij die gaan, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Meulenhoff), 2017
ISBN 978-9-225-7670-0
Korset **** (2018) is meer dan 500 bladzijden lang en een samenvatting geven van de intrige is zo goed als onbegonnen werk. In een recensie van een thriller mag je hoe dan ook niet te veel over de inhoud vertellen, maar twee gebeurtenissen zetten, na een korte “teaser” waarin een “pastor” zich allesbehalve christelijk gedraagt, alles in gang. Er is de bizarre dubbele moord in een volautomatische autowasplaats en er is de mysterieuze verdwijning van een onderzoeksjournaliste van TV 2 die blijkbaar een grote scoop op het spoor was.
Algauw zitten speurders Fredrik Beier en Kafa Iqbal met een zaak die in alle richtingen lijkt uit te waaieren. Eén ding lijkt echter zeker: er is ergens een verband met de bloederige moordpartij in Solro die centraal staat in Wienerbrorskapet. Twee griezels uit dat boek zijn na verloop van tijd trouwens opnieuw van de partij.
Daarnaast heeft de lezer vrij vroeg door dat Iqbal (specialiteit: religieus fundamentalisme) iets verborgen houdt. Beier (de naam van zijn al een hele tijd overleden vader duikt na verloop van tijd in het onderzoek op) voelt zich dan nog steeds verantwoordelijk voor de dood van zijn 5 maanden oude zoontje Frikk zo’n vijftien jaar geleden. Voor de rest zit er een mol in het politiekorps en speelt er allerlei politiek gekonkel op de achtergrond. En in een thriller uit 2018 kan het internet (en vooral de donkere kant ervan dan) natuurlijk niet ontbreken.
Korset is een pageturner zonder weerga, waarin niet alleen Beier en Iqbal maar ook de lezer voortdurend op het verkeerde been gezet worden. Zitten er hiaten in de plot? Ik zou het verdorie niet weten. Je wordt zo overdonderd door de opeenvolging van gebeurtenissen dat je jezelf wel eens afvraagt: ben ik nog helemaal mee? Eén ding is zeker: Korset is verduiveld spannend. Als er een Noorse auteur is die Nesbø in het thrillergenre naar de kroon kan steken, dan is het wel Ingar Johnsrud.
En ook al lijkt de kans klein dat we Fredrik Beier nog in latere boeken zullen ontmoeten, maar een goeie raad heeft hij zijn lezers ongewild gegeven: duik niet in de koffer met vrouwen die je nauwelijks kent, vroeg of laat komen daar problemen van…

Ingar Johnsrud, Zij die doden, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Meulenhoff), 2019 ISBN 978-90-225-7671-7
Gudmoren**** (2020) werd in het Nederlands vertaald als De peetmoeder (2022)
De 39-jarige Stella heeft al een bewogen leven achter de rug wanneer ze op een dag een brief krijgt van haar vader Ringo, met wie ze al jaren geen contact meer heeft.
Stella groeide op in het kuststadje Vike. Haar moeder Ingrid werkte daar in de keuken bij de vooraanstaande familie Viike, en Ester Viike was Stalla’s meter:
Ik herinnerde me Esther als strikt, nee, onkreukbaar was een beter woord. Nu zou ik dat adellijk noemen. Haar echtgenoot William gaf weliswaar leiding aan het bedrijf, maar er bestond nooit enige twijfel wie feitelijk de baas was op het landgoed (vertaling Annelies de Vroom)
Vader Ringo werkte ook al een soort manus van alles voor Viike, maar was verslaafd aan alcohol, wat uiteindelijk leidde tot de dood van Stella’s moeder – hoe de vork precies in de steel zit wordt pas na verloop van tijd duidelijk.
Stella verbrak daarop alle contact met haar vader en trok naar Oslo, waar ze eerst als stripper en daarna als barvrouw werkte in Enhjørningen, een beruchte zaak die door de even beruchte en schimmige drugscrimineel Cornelis gebruikt werd als witwasserij. Een van Cornelis’ courante gebruiken is het afsnijden van vingers van wie hem tegenwerkt of zijn/haar belofte niet nakomt…
Bij een politierazzia werd Stella gearresteerd en later veroordeeld voor drugsbezit zodat ze in de gevangenis belandde. Het laatste deel van haar straf mag ze nu met een enkelband uitzitten, maar Cornelis wil wel dat ze hem vergoedt voor de verloren gegane heroïne en komt met een flink bedrag op de proppen…
Net dan arriveert de brief van haar vader, en daarin is sprake van een belangrijke som geld, en dus besluit Stella hem op te zoeken.
Maar ze komt te laat: Ringo heeft zelfmoord gepleegd. En er wordt een tas met heel wat geld naast zijn lijk gevonden, maar de lokale politiechef Leif wil haar het geld niet geven vooraleer duidelijk is waar het vandaan komt.
Stella trekt dus maar zelf op onderzoek uit en ontdekt spoedig dat er in Vike allerlei dingen gebeuren die het daglicht schuwen. Wraak wordt een belangrijk onderdeel van haar “project”.
Toen ik wegliep van de onstuimige zee was mijn twijfel verdwenen. Mijn schouders zakten en ik stak mijn borst vooruit. Ik had het niet meer koud. Voor mijn moeder, voor mijn vader en voor mezelf, voor ons kleine gezin moest ik een schuld vereffenen. Dat zou ik zonder genade doen en tegen woekerrente […] Ik zou wraak nemen. (vertaling Annelies de Vroom)
Gudmoren oogt heel anders (en op het eerste gezicht minder spectaculair) dan de Wienerbrorskapet-trilologie): geen sekten, geen massamoorden, geen grote samenzwering en ook geen gedreven politiespeurders – de jonge hyperactieve aspirant-politieman Tobias niet te na gesproken. Het boek heeft een vrij ingewikkelde plot waarin een aantal personages geleidelijk aan in een ander daglicht verschijnen. Spannend is het zeker met vanzelfsprekend een cliffhanger net voor het einde. Dat Stella het overleeft is geen verrassing, want ze vertelt het hele verhaal zelf, met uitzondering van de korte inleiding en het afsluitende hoofdstuk: daar is Leif aan het woord. Of ieder loontje echt om zijn boontje komt en hoe “moreel” Stella’s optreden is, zijn twee zaken om even over na te denken.
Ingvar Ambjørnsen (VG, 16.10.2020) was niet erg onder de indruk van Gudmoren en heeft het in zijn relatief korte recensie over “skikkelig kladdeføre”. “Kladdeføre” is plaksneeuw die onderaan de ski’s blijft hangen en daardoor het skiën moeilijk maakt. Van zogenaamd irrelevante, niet ter zake doende uitweidingen heb ik niet te veel gemerkt.
Ook Marit Egaas (Stavanger Aftenblad, 02.12.2020) had onder de titel “Interessante heldin in rommelige en onwaarschijnlijke roman uit West-Noorwegen” kritiek op de genre-onzuiverheid:
Is het een sociaal-realistisch misdaadverhaal over gangsters, drugssmokkel en onschuldige slachtoffers, is het een gothic novel over een mysterieus landgoed met een invloedrijke eigenares en een verloren zoon, of is het eenvoudigweg een op het platteland gesitueerd misdaadverhaal met een vermoeide, oude politieman in een centrale rol?
Genre-onzuiverheid als overheersend criterium kiezen komt toch wat eenzijdig over. Catherine Krøger, die soms erg scherp uit de hoek kan komen, laat zich (in Dagbladet, 28.11.2020) veel positiever uit over Gudmoren:
Dit is een ouderwets charmante, taalkundig inventieve en bloederige misdaadroman een ouderwetse schelmenroman bevolkt door een aantal van de onwaarschijnlijkste figuren uit de hedendaagse Noorse misdaadliteratuur. Zijn burleske vindingrijkheid zorgt voor vernieuwend en leuk entertainment.
Ingmar Johnsrud is voor mij de Noorse thrillerauteur die qua niveau het dichtst in de buurt van Nesbø komt.


De Noorse cover (links) benadrukt het succes van de Wienerbrorskapet-trilogie: 160.000 exemplaren verkocht in Noorwegen!
Ingar Johnsrud, De peetmoeder, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Meulenhoff Boekerij), 2022 ISBN 978-90-225-9475-9
Terug naar Home
