Ingvild Rishøi

Ingvild Rishøi Hedemann (1978) groeide op in de wijk Lambertseter in Oslo. Haar moeder werkte voor NRK en haar vader was leraar. In haar tienerjaren woonde ze in de buitenwijk Kjelsås en was ze een fervent handbalspeelster.

Rishøi studeerde journalistiek, was een tijd werkzaam als interim leerkracht en basisonderwijsassistent. In het begin van de jaren 2000 maakte ze naam als reportagejournalist voor onder meer Dagbladet en Dagens Næringsliv.

Een langdurige ziekte zette haar aan het denken en ze besloot schrijfster te worden:

Het meeste over het vak schrijven leerde ik op de cursus “literair schrijven” van de volkshogeschool in Åsane

zei Rishøi in een interview met Dagsavisen (08.11.2014). Ze debuteerde als auteur in 2007 met de novellebundel La stå, die als “boek van de maand” geselecteerd werd door de boekenclub Nye Bøker. Voor Historien om Fru Berg werd ze genomineerd voor de Bragepris. Rishøi publiceerde ook twee prentenboeken. Veel succes had ze met haar derde novellebundel Vinternoveller (2014) en met haar eerste roman Stargate – en julefortelling (2021).

In een interview met bokklubben.no (30.10.2007) zei Rishøi over haar novellen dat ze gaan

over belangrijke keerpunten in het leven van mensen. Over iets in het leven dat je niet kunt vergeten of dat je niet achter je kunt laten.

Voor Sanna Samuelsson (Göteborgs-Posten, 18.10.2023) behoort Rishøi samen met o.a. Erlend Loe en Jon Fosse tot de naïvistische stroming in de Noorse literatuur:

Naïviteit klinkt misschien negatief geladen, maar ik heb het hier niet over onvolwassenheid, maar over een zachte blik op de mensheid, een vriendelijke en liefdevolle taal waarin de duisternis vorm krijgt door de worsteling van het individu om zich in de wereld staande te houden, eerder dan door het breed formuleren van existentiële vragen.

De drie verhalen in Vinternoveller **** (Nederlandse vertaling: Winterverhalen (2023))  hebben qua thematiek veel met elkaar gemeen: ze gaan alle drie over mensen die laag op de maatschappelijke ladder staan en met gevoelens van onmacht en ontoereikendheid kampen.

In “Vi kan ikke hjelpe alle” (Nederlandse titel: “We kunnen niet iedereen helpen”) heeft een alleenstaande moeder geldzorgen: haar ex heeft al drie maanden geen alimentatie meer betaald. Wanneer haar vijfjarige dochter Alexia haar dan nog overhaalt om wat geld te geven aan een drugsverslaafde bedelaar, is er zelfs niet voldoende geld meer voor een nieuw slipje voor Alexia, die in haar broek geplast heeft. Ook de bus naar huis kunnen ze nu vergeten.

In het door de voortdurende afwisselingen qua tijd en plaats complexere “Riktig Thomas” Nederlandse titel: “De goede Thomas”) heeft Thomas Kristiansen een gevangenisstraf achter de rug en bereidt hij zich nu voor op het bezoek van zijn zoon Leon, die het “resultaat” is van een onenightstand met Live, die daarna aanvankelijk geen relatie met hem wou, maar hem uiteindelijk toch contacteerde. Dat is waar de titel naar verwijst: Live kende Thomas’ achternaam niet en vroeg iedereen in de karaokebar waar ze elkaar ontmoet hadden of ze iemand kenden met de voornaam Thomas. Bij de eerste zes telefoontjes kwam ze telkens bij een verkeerde Thomas uit, bij het zevende had ze de juiste beet. De Nederlandse titel “Goede Thomas” verwijst dus niet naar diens karakter.

Thomas wil nu een kussen kopen voor Leon, maar slaagt daar niet in. En wanneer hij daarna zijn oud-klasgenote Vibeke ontmoet en die nogal wat belangstelling voor hem vertoont, zou het met de geplande afspraak met Leon wel eens helemaal fout kunnen aflopen…

In “Søsken” (Nederlandse titel: “Grote zus”) ontvlucht de 17-jarige Rebekka het ouderlijk huis samen met haar halfzusje Mia (7 jaar) en haar halfbroertje Mikael (4 jaar). De thuissituatie is problematisch met een moeder die na de dood van haar echtgenoot nog verschillende relaties had (Mia en Mikael hebben een verschillende vader) maar haar leven nooit meer op de rails kreeg. De zorg voor Mia en Mikael viel daardoor grotendeels op Rebekka’s schouders.

Nu wil de jeugdbescherming Rebekka en de twee andere kinderen van elkaar scheiden. Om dat te vermijden trekken de drie kinderen op initiatief van Rebekka eerst met de bus en daarna verder te voet naar een vakantieterrein in Valdres waar Rebekka de vorige zomer samen met haar toenmalige vriendin Cecilie een tijd logeerde. De tocht is lang, het weer is guur, en Mia en Mikael raken al snel oververmoeid…

Rishøi slaagt er uitstekend in om de pijn en de machteloosheid van haar personages op de lezer over te brengen. Het einde van ieder verhaal brengt wel een sprankel hoop. Dat is zeker het geval in “Vi kan ikke hjelpe alle” en “Riktig Thomas”, en voor de meeste recensenten geldt het ook voor “Søsken”, ook al is het einde daar mijns inziens ambiguer.

Maar Hanna Malene Lindberg (underdusken.no, 04.02.2014) merkt heel terecht op dat je

[niet] glimlacht (…) wanneer je het boek uit hebt. Voor de concrete situaties in de novellen komt er een uitweg in de vorm van een soort deus ex machina. Onbekenden helpen een handje nu de nood het hoogst is. Maar op lange termijn zijn het geen oplossingen. De specifieke situaties veranderen misschien, maar op langere termijn verandert dat niets aan de situatie van de betrokkenen.

Vinternoveller kreeg terecht heel goede recensies en een hoge score op bokelskere.no:

Ingvild H. Rishøi lezen lijkt een beetje op het kijken naar een film die je voortdurend het ergste doet vrezen(…) als er iets is dat haar schrijverschap opvallend kenmerkt, dan is het wel de solidariteit en empathie die Rishøi voelt voor haar personages. Haar over hun eigen voeten struikelende personages doen zo hun best. En wij, de lezers, willen het beste voor hen.

schreef Anne Merethe K. Prinos (Aftenposten, 12.01.2014)

Rishoi is enorm goed in het beschrijven van kwetsbaarheid. Ze wil mensen die de wereld rondom hen als een bedreiging ervaren echt begrijpen. (…) Rishøi heeft opnieuw prachtige verhalen geschreven. De manier waarop ze menselijke machteloosheid en wanhoop benadert is indrukwekkend. Zwaarwichtige onderwerpen krijgen bij haar een elegante verwoording.

vond Eskil Skjedal (Vårt Land, 01.2014)

Een van de “bokelskere” loofde ook Rishøis stilistische kwaliteiten:

Haar stijl sluit nauw aan bij de taal van de personages in haar novellen, heeft vele kenmerken van de spreektaal, maakt de teksten levendig en zorgt voor een erg nauwe band tussen de verteller, de lezer en de personages waar de verhalen over gaan. We bevinden ons waar het gebeurt, en we vereenzelvigen ons steeds meer met hen terwijl het drama zich voltrekt.

Knut Hoem (nrk.no, 16.01.2014) had het o.a. over het “moderne” sprookjesgehalte van Vinternoveller:

Ingvild H. Rishøis succes is gebaseerd op het feit dat ze zich richt op het hart en het geweten van de lezer, en raak treft (…) Rishøi portretteert vaak de kansarmen van het moderne Noorwegen. We zien de wereld door hun ogen, en dit gezichtspunt zorgt voor empathie bij de lezer. (…) Rishøis realisme is misschien eerder een schijnbaar realisme. Misschien zijn het eigenlijk echte sprookjes − sprookjes voor volwassenen − d.w.z. een soort in 2014 bijgewerkte variant van H.C. Andersens sprookjes.

Ook voor Dietse Geerlings (Tzum, 08.01.2024) was er in Vinternoveller sprake van “geüpdatete” sprookjes:

De verhalen zijn spannend en tegelijkertijd meeslepend door de treurige, maar helaas ook herkenbare situaties waarin de personages zich bevinden. In klassieke sprookjes is “goed” meestal duidelijk van “kwaad” te onderscheiden. In Rishøis verhalen ligt dat allemaal wat subtieler. De personages willen het allemaal wel goed doen, maar door omstandigheden zijn ze daar niet toe in staat. Je voelt een diep mededogen met deze arme figuren die vast dreigen te lopen in de letterlijke en de figuurlijke kou.

Ze besloot haar bespreking zo:

Vinternoveller is een hartverwarmende, ontroerende bundel verhalen die stuk voor stuk niet alleen solidariteit oproepen met onze gemankeerde medemens, maar ons tegelijkertijd een spiegel voorhouden: we proberen met onze gebreken wat van ons leven te maken, maar daarin zijn we niet alleen.

Voor Vinternoveller kreeg Rishøi de Bragepris én de Kritikerpris. Voor de Bragepris werd ze zelfs twee maal genomineerd: een keer in de categorie “open klasse ” en een keer in de categorie “literatuur”, iets wat nog nooit eerder gebeurd was. In de motiveringen van de jury’s werd veel herhaald van wat hierboven al gezegd werd.

Rishøi wordt vaak geprezen om haar sociale visie en om de naastenliefde die haar schrijven kenmerken, maar men mag ook niet vergeten dat ze daarnaast een uitstekende styliste is. Al vanaf haar debuut onderscheidt ze zich door het gebruik van alledaagse taal die weergeeft hoe we in het dagdagelijkse leven praten. Tegelijkertijd maken de verhalen door slimme ingrepen en precisie datgene zichtbaar waar we het allermoeilijkst over praten. Met weinig woorden toont Rishøi zowel concrete, fysieke situaties als al de emotionele lading die de mensen erin ervaren. (…) In Rishøis visie gaat sociaal geëngageerde literatuur over waardigheid, fatsoen, menselijkheid en een verlangen naar menselijk contact. Haar populariteit toont ook dat velen onder ons van dit soort verhalen houden, dat ze iets in ons raken. In een tijd waarin het lijkt alsof het scepticisme en wantrouwen tussen mensen toeneemt en de onderlinge verschillen steeds duidelijker worden, herinneren Rishois verhalen ons aan wat ons verenigt, aan wat we delen. (Kritikerpris)

Ingvild H. Rishøis boeken raken de lezer: meer dan wie dan ook weet zij te illustreren hoe fragiel en kwetsbaar mensen kunnen zijn, hoe onvoorspelbaar het leven van alledag is. (Bragepris)

Rishøy schonk het prijzengeld van de Bragepris (NOK 75.000) aan de milieubeschermings-organisatie Natur og Ungdom voor hun verzet tegen de winning van olie en gas in het Noorse deel van de Noordzee.

Een uitvoerige analyse van Vinternoveller vind je hier.

Ingvild H. Rishøi, Winterverhalen, vertaald door Liesbeth Huijer, Amsterdam (Koppernik), 2024²     ISBN 978-90-833-2398-5


Stargate*** heeft als ondertitel “En julefortelling” (“Een kerstverhaal”) en op het eerste gezicht zitten er nogal wat ingrediënten van het traditionele kerstverhaal in de korte roman. Ronja (10 jaar) en Melissa (16 jaar) leiden niet bepaald een “eenvoudig” leven: ze hebben

(k)inderogen die te veel gezien hebben, en die te weinig hebben om te vieren. (Alexandra De Vos, De Standaard, 17.12.2022)

Hun moeder is overleden en hun vader is wel van goede wil maar veel hulp valt er van hem niet te verwachten: hij is een verstokte alcoholicus. “Stargate” is de naam van zijn stamcafé en de plaats waar hij zijn drinkmaatje Sonja ontmoet. Op het Luciafeest van zijn oudste dochter was hij afwezig – gelukkig was er buurman Aronsen die bereid was om als stand-in te fungeren.

Wat het allemaal nog erger maakt, is dat Ronja en Melissa’s vader nu ook zijn job als kerstboomverkoper is kwijtgespeeld – zijn werkgever (zo zal later in het verhaal nog blijken) was/is niet bepaald een sympathieke man. Armoe troef dus en bovendien is het erg koud en komt de storm Gudrun eraan.

Toch blijft vooral Melissa niet bij de pakken zitten:

Melissa is al gekleurd door het leven met haar vader en de hardheid die hierbij komt kijken. Ze wil Ronja hiertegen beschermen en haar kinderlijke onschuld bewaren. (…) Deze wisselwerking tussen de zussen zorgt voor een ontroerend effect. De cynische blik van Melissa werkt als een versterkende factor voor de onschuld van Ronja, die hoop en dromen koestert maar gelijktijdig zorgen heeft die een tienjarige niet hoort te hebben. (Stefanie Katzenbauer, literairnederland.nl, 23.02.2023)

Ik kan Melissa bewonderen. Haar vader vindt dat ze streng is, maar eigenlijk is ze heel toegewijd. Er zit veel liefde in het betalen van rekeningen en het zorgen voor eten.

zei Rishøi zelf in een interview met Aftonbladet (18.12.2021).

Schoolconciërge Alfred geeft haar een tip: waarom zou ze de kerstboomverkoperjob van haar vader niet overnemen? Melissa trekt haar stoute schoenen aan, solliciteert en krijgt de job. Haar collega Tommy zorgt ervoor dat jongere zus Ronja buiten het weten van hun baas ook ingeschakeld wordt om een beroep te doen op het kerstgevoel van de klanten.

Maar is dat geen kinderarbeid en is er geen sprake van kinderverwaarlozing? En dus

zet Rishøi je voortdurend op het verkeerde been: verwacht je allerminst aan een zoetgevooisde kerstsaga. (Dirk Leyman, De Morgen, 17.12.2022)

In het traditionele kerstverhaal loopt alles goed af, maar bij Rishøi krijgt de lezer een magisch-realistisch en op zijn minst ambigu einde voorgeschoteld.

Rishøi serveert de lezer een ‘Stille nacht, ijzige nacht’ met een ambivalent einde

schreef Alexandra De Vos, maar voegde eraan toe:

Toch heeft dit verhaal iets van engelenvleugels. Het is donker, ja – maar ook teder en poëtisch, het speelt een fragiel spel met lege bladspiegels en korte paragrafen.

Stargate spreekt tot de verbeelding, doordat de lezer veel zelf mag invullen. Sommige bladzijden zijn maar halfgevuld met een herinnering, een klein voorval of een dialoog. Wat daartussen gebeurt, mag je zelf invullen. Het verhaal heeft daardoor iets fragmentarisch.

was het oordeel van Dietske Geerlings (tzum.info, 02.2023)

Trøndelag Teater omschreef zijn toneelversie zo:

een modern, stedelijk en onsentimenteel kerstevangelie. In Stargate zijn er geen mysterieuze schemeruren, geen kabouters, geen sterrenstof en geen door de lucht vliegende rendieren. Er is geen ster van Bethlehem die hoop brengt. Maar midden in de drukke asfaltjungle, vol bruine smurrie, droomt Ronja van een magisch en hoopvol kerstboombos in echte sprookjesachtige stijl.

Zelf zei Rishøi in het interview met Aftonbladet over het einde van haar “julefortelling”:

Na mijn eerste twee boeken begreep ik dat veel mensen het einde van de verhalen triest vonden, en dus probeerde ik in mijn derde boek, Vinternoveller , de verhalen een happy end te geven. Maar in deze roman lukte dat gewoon niet. De vader is te goed om de kinderen bij weg te halen en te slecht voor hen om bij hem te blijven, dus heb ik iets nieuws toegevoegd, magie. Ik wilde dat het op de een of andere manier zou lukken. Ze zegt dat sommige lezers het einde van Stargate anders hebben geïnterpreteerd en beklemtoont dat het waarschijnlijk zo hoort.

Ingvild H. Rishøi, Stargate. Een kerstvertelling, vertaald door Liesbeth Huijer, Amsterdam (Koppernik), 2022    ISBN 978 90 6212 3


Historien om Fru Berg **** (2011) bestaat uit vijf novellen die allemaal een tragische ondertoon hebben. Kinderen spelen een belangrijke als verteller en/of slachtoffer. De centrale personages zijn mensen wie iets overkomt waar ze zelf niet (bewust) voor gekozen hebben. Een uitweg uit de situatie waarin ze beland zijn is er nauwelijks. Het zijn ook novellen die een deel van het “denkwerk” aan de lezer overlaten:

Er gebeurt veel dat niet verteld wordt

schreef Anne Vindum (forfatterweb.dk, 2016)

In het titelverhaal “Historien om Fru Berg” wonen Emilies ouders niet langer samen. Zij en haar zus Line brengen de meeste tijd door bij hun vader − Line wil haar moeder zelfs niet meer zien.

Op een dag krijgt Emilie van haar moeder een hamster cadeau, maar het loopt slecht af met Fru Berg, zoals ze het diertje genoemd heeft. Emilie voelt zich daarover schuldig en dat blijft doorwerken wanneer ze van haar vader en haar zus een nieuwe hamster krijgt:

Ik moet het gewoon vergeten, ik moet het gewoon vergeten, ik kan het niet vergeten (…) en mijn hoofd, het stopt niet met denken, want zo is mijn domme hoofd.

In “Trylle bort mennesker” blikt de vertelster fragmentarisch terug op de relatie met haar jongere zus.

“Janis Joplin” gaat over een zeventienjarige die zich niet goed in haar vel voelt:

Ik was toen iemand anders, iemand die mensen haatte, met ze naar bed ging en met ze vocht, ik wist niet waarom ik deed wat ik deed.

zegt ze daarover later.

Dat verandert wanneer een studiebegeleider haar vertelt dat ze als twee druppels water op Janis Joplin lijkt:

jullie lijken zo waanzinnig veel op elkaar, zei hij. (…) Janis Joplin, zei hij en trok zijn wenkbrauwen op. Heb je nooit van haar gehoord?

Ze is nieuwsgierig, ontleent een CD van de Amerikaanse zangeres en identificeert zich met haar. Het gevolg is ronduit positief:

Zij zong en ik voelde dat zij het antwoord op alle vragen was (…) Plots besefte ik dat het helemaal waar was. Ik zag het duidelijk voor me. Werken. Geld verdienen. Janis horen zingen.

(de song “Mercedes Benz” waarnaar in de novelle verschillende keren verwezen wordt, vind je hier.

Ze gaat niet langer naar school, maar vindt een job die bij haar past. Maar dan vertelt David, met wie ze samenwerkt en op wie ze een oogje heeft, haar iets over Joplin dat ze nog niet wist…

Dit is de laatste zomer. Je wordt wakker en alles is anders.

In “Det som lyser” merkt de tienjarige Marius hoe zijn oudere broer Richard, met wie hij een nauwe band heeft, zich geleidelijk aan in zichzelf terugtrekt en uiteindelijk niet langer thuis kan wonen:

En ik ga naar school en voel het tintelen in mijn lichaam, want Richard praat niet meer met me, hij heeft me alles geleerd, het heelal en de tafel van vermenigvuldiging, de heilige plaatsen in ons bos, welke veren van de valk zijn, hij heeft me alles geleerd, maar nu is het anders, mijn broer wil niet meer met me praten.

“Jentene mine”, de laatste novelle verschilt nogal wat van de vorige vier qua lengte (veel langer) en vorm (een lange monoloog) Ze bevat ook een duidelijk thrilleraspect:

het laatste (…) verhaal (…) doet je je adem inhouden van spanning – je weet dat er iets mis zal gaan, maar wat de lezer verwacht wordt keer op keer omvergehaald. Het lijkt misschien een goedkope truc, maar mist zijn effect op de lezer niet. (Elisabeth Skou Pedersen, litteraturnu.dk, 07.01.2014).

De novelle begint als een feelgood-verhaal: ik-figuur Daniel en Solveig ontmoeten elkaar, gaan samenwonen en krijgen een kind. Maar wanneer Solveig weer zwanger wordt en een tweede kind krijgt, valt ze ten prooi aan een zware postnatale depressie. De zorg voor Solveigs oudere dochter komt daardoor volledig bij Daniel terecht. Die maakt toevallig kennis met Katja en dat leidt ongewild tot een catastrofe:

Ik wist toen immers niet, wat ik nu allemaal weet. Wat het lot met ons leven doet. Het grijpt je vast en gooit je weg. Over alles wat je doet moet je nadenken. Maar je weet dat je nooit genoeg nadenkt. Het leven valt je de hele tijd in de rug aan. (…) Maar elke dag droom ik dat dit niet het einde is. Soms ben je tien en bel je bij me aan, met een hond aan de lijn die je aan me wilt tonen. En soms ben je vijftien en boos en zwart geschminkt rond je ogen, en soms ben je twintig en open je een cafédeur, je draagt een mantel en je hebt sneeuw in je haar.

Elise Sundfør Erdal (nrk.no, 19.09.2012) vond dat de novellebundel getuigde van veel inzicht in wat mensen drijft:

Ingvild Rishøi beschrijft de fragiele relatie tussen mensen (…) op een geloofwaardige manier en met groot psychologisch inzicht.

Voor Historien om Fru Berg kreeg Rushøi de P.O. Enquistprijs. De jury schreef in haar motivatie o.a.

Het boek bestaat uit vijf ik-verhalen met een verteller met een beperkte taal maar met een scherp oog. (…) De kinderlijke eenvoud zorgt voor een bijzonder accuraat beeld van details en gevoelens, net omdat woorden en het overzicht lijken te ontbreken.

De taal die Rishøi in haar boek gebruikt sluit nauw aan bij haar personages. Voor Historien om Fru Berg kreeg ze in 2011 ook de Språklig samlings litteraturpris. Ze schrijft een vrij radicaal bokmål waarover Stian Bromark in Dagsavisen (22.01.2011) zei:

Rishøis op de spreektaal gebaseerde, naïeve taalgebruik, gekoppeld aan een springerige, associatieve vertelstijl past goed bij het onafgewerkte, maar intense zintuiglijke apparaat van het kind.

Elisabeth Skou Pedersen had het over

vijf ik-verhalen met een verteller met een beperkte taal maar met een scherp oog. (…) De kinderlijke eenvoud zorgt voor een bijzonder accuraat beeld van details en gevoelens, net omdat woorden en overzicht lijken te ontbreken.

Juryvoorzitter van de Språklig samlings litteraturpris Pål Styrk Hansen (Utdanningsforbundet, 2012/2) merkte op

dat recensenten de adjectieven intiem, gevoelig, fijnbesnaard en schrijnend gebruiken, maar dat de bundel voor hem vooral sterk en goed is.

Dat de novellebundel bij recensenten én lezers veel bijval vond:

Dagsavisen

VIER MAANDEN WACHTEN

Wanneer Rishøi ophoudt met voorlezen uit haar boek, komt de bibliothecaris met de mededeling dat het vandaag helaas niet mogelijk is om Historien om Fru Berg te ontlenen. Er is een wachttijd van vier maanden: 94 bibliotheekgebruikers hebben het boek al gereserveerd.

was volgens Under dusken (2012/1) makkelijk te verklaren:

Wat ervoor gezorgd heeft dat recensenten én lezers zich zo lovend over het boek uitgelaten hebben, wordt al duidelijk vanaf de eerste zinnen. Eenvoud en beknoptheid, allebei typisch voor het novellegenre, worden gecombineerd met een dadelijk aansprekende thematiek. De tekst is makkelijk toegankelijk, maar bezit terzelfder tijd diepte; er staan maar weinig woorden op iedere bladzijde, meer ze zorgen wel voor diepgang. Elk woord dat gebruikt wordt, is noodzakelijk.

Een erg knappe novellebundel, dat vond ook Beathe Solberg:

de auteur legt de kleine momenten in ons leven vast die ons voor de rest van dat leven kunnen veranderen. (beathesbibliotek.no, 14.03.2013)

Ingvild H. Rishøi, Historien om Fru Berg, Oslo (Gyldendal Norsk Forlag), 2011

ISBN 978-82-05-42102-8


Terug naar startpagina