Jo Nesbø

Wie het boek “Wat Jo Nesbø niet lukt” wil schrijven moet daar niet veel tijd voor uittrekken. Het wordt een finterdun boekje.

Deze bewering van Lars-Ludvig Røed (Aftenposten, 10.11.2001) moet met een korreltje zout genomen worden, maar dat Jo Nesbø van vele markten thuis is, valt niet te ontkennen.

Hij werd in 1960 in Molde geboren, bewees in zijn jonge jaren dat hij wel wat voetbaltalent bezat, behaalde een MBA aan de Norges handelshøyskole in Bergen, is frontman van de succesvolle rockgroep Di Derre (“Zij daar”) en sinds zijn eersteling Flaggermusmannen (1997 en naar de uitgeverij gezonden onder een pseudoniem) bestsellerauteur, het bekendst voor zijn reeks over de Oslose politieman Harry Hole.

Holes vader is een ex-politieman, die de dood van zijn vrouw nooit echt te boven is gekomen. Hole heeft ook een zus (“Søs”)

met wat ze zelf noemde ‘… een beetje het syndroom van Down’, maar die het leven altijd beter had aangekund dan haar grote broer. (Gjenferd (2011) – vertaling Annelies de Vroom)

Fysiek is die Harry Hole een nogal imposante verschijning: zijn atletisch en slank lichaam geeft aan dat hij ongeveer 30 jaar oud is, maar zijn rood doorlopen ogen met wallen eronder en zijn bleke gezichtskleur suggereren dan weer dat hij op weg naar de vijftig is.

Want Hole bestrijdt niet alleen de misdaad, hij vecht ook voortdurend met zijn eigen demonen, waarvan alcohol de belangrijkste is. Hij was al verslaafd aan de alcohol voor hij 30 werd, misschien wel voor hij 20 werd, het hangt ervan af hoe je het bekijkt, zegt hij zelf in Sorgenfri (2002):

Volgens Nesbø (Knack Focus, 03.07.2013) ziet Holes karakter er ongeveer zo uit:

Een eenzame wolf, nors, rebels en gevaarlijk, en aan de andere kant gelooft hij oprecht in het Scandinavische model, in onze democratie en ons sociaal weefsel, en is hij bereid dat, soms tegen zijn natuur en overtuiging in, te beschermen en te vrijwaren van kwaad. Een heilig boontje is hij zeker niet – niet al zijn interventies zijn zuiver op de graat – maar juist die dualiteit maakt hem boeiend.

en dat komt vrij goed overeen met wat er (beknopter) in Panserhjerte (2009) over hem gezegd wordt:

Hij is [geen] man van compromissen […] Hij maakt zich niet druk om persoonlijk prestige, hij wil alleen boeven oppakken. Alle slechte. (vertaling Annelies de Vroom)

Niet verwonderlijk dus dat wie hem (emotioneel of beroepshalve) na staat in levensbedreigende situaties terecht kan komen…

Nesbø schreef ook een aantal thrillers waarin Harry Hole niet aanwezig is. Verder is hij ook succesvol als auteur van kinderboeken met zijn reeks over de meer dan enigszins bizarre Doktor Proktor, die garant staat voor de meest vreemdsoortige uitvindingen.

En ten slotte nog een merkwaardig detail: in de Engelstalige uitgaven is Jo Nesbø Jo Nesbo geworden:

Voor Clare Clarke (“Jo Nesbø: Murder in the Folkhemmet” in Murphy and Matterson (ed.), Twenty-First-Century Popular Fiction (2018) hebben Nesbøs romans met het werk van andere Scandinavische auteurs zoals Larsson en Sjöwall & Wahlöö gemeen dat ze gaan over

crimes occurring in a bleak, unforgiving landscape, a compromised detective hero and a desire to interrogate the Scandinavian family and the Scandinavian state as sites of corruption. To these, though, Nesbø yokes features of the early – to mid-twentieth-century serial killer, in the style of Thomas Harris.


Dit zijn de Harry Hole boeken in chronologische volgorde. Het is trouwens aangeraden om de Harry Holeboeken te lezen in de volgorde waarin ze gepubliceerd werden, omdat er vaak aan vroegere gebeurtenissen gerefereerd wordt.

Flaggermusmannen (1997) (Nederlandse vertaling: De vleermuisman (1997; nieuwe uitgave 2011))

Over de ontstaansgeschiedenis van de allereerste roman met Harry Hole zei Nesbø in een telefoongesprek met Rune Larsstuvold (Bokklubben Krim og Spenning, 2001)

Ik trok naar Australië met een vriend. Op het vliegtuig bedacht ik een algemene plot, en toen we in Sydney gearriveerd waren, nam m’n vriend me mee naar de bibliotheek van het Australian Museum. Daar bracht ik de tijd door met het verslinden van de mythes en legenden van de Aborigines, de oerbevolking van Australië. Ik bleef toen mijn vriend weer vertrok, was veel alleen en dacht de hele tijd aan het boek. Ik reisde wat rond in Harry Holes voetsporen, of misschien was het net omgekeerd.

In Flaggermusmannen***½ heeft Hole een erg traumatische ervaring achter de rug. Daardoor moet hij leven met

de leugen […] die op vele manieren veel vernederender was dan het op de schouders nemen van de schuld en de schande (vertaling door Annelies de Vroom en Paula Stevens)

Aan de basis van wat er toen in Oslo gebeurd is, lag zijn alcoholverslaving. Hole staat nu droog, maar… hervallen is toch zo gemakkelijk.

In Flaggermusmannen wordt hij dus naar Sydney gestuurd. Zijn naam heeft hij in die Engelstalige omgeving natuurlijk niet mee en hij maakt zijn Australische collega’s dan maar wijs dat “Holy” de correcte uitspraak is… In Sydney moet hij de plaatselijke politie bijstaan in haar zoektocht naar de moordenaar van de 21-jarige Noorse Inger Holter, die er in een bar werkte. Ze werd ontvoerd, verkracht en uiteindelijk gewurgd.

Binnen het onderzoeksteam wordt hij gekoppeld aan de aborigine Andrew Kensington, die het in tegenstelling tot de meesten van zijn rasgenoten behoorlijk ver gebracht heeft en o.a. aan de universiteit gestudeerd heeft. Hij wijdt Hole ook in in de mythologie en de huidige situatie van de oorspronkelijke Australische bevolking. De vleermuis uit de titel is in de verhalen van de Aborigines het symbool van de dood, en er zijn wel meer verbanden tussen Kensingtons informatie en de moordzaak.

Het onderzoek verloopt aanvankelijk moeizaam. Harry Hole maakt wel vrij snel kennis met de minder fraaie kanten van het leven in en rond de Australische miljoenenstad, die ook haar drugsgebruikers, prostituees en daklozen heeft. Ook de politiemethodes verschillen wel wat van wat hij in Noorwegen gewend is.

Na verloop van tijd komt er dan toch een drugsdealer in het vizier, en wordt dankzij computeronderzoek stilaan duidelijk dat er wel eens een seriemoordenaar aan het werk zou kunnen zijn. Harry vindt een nieuwe verdachte, maar die wordt zelf op een bijzonder lugubere manier vermoord. Kort daarop zorgt een onverwachte zelfmoord voor nog meer verwarring. Uiteindelijk komt Hole voor een dilemma te staan:

Een verleidelijke mogelijkheid, Harry, niet waar? Dat een moordenaar je helpt een andere vijand van de maatschappij achter de tralies te krijgen. (vertaling Annelies de Vroom en Paula Stevens)

Met Flaggermusmannen zorgde Jo Nesbø ervoor dat hij meteen tot het kruim van de Noorse thrillerschrijvers behoorde:

De attractieve, exotische en griezelig spannende Flaggermusmannen is een pracht van een misdaadromandebuut. Nesbøs zich tegen een bijzondere culturele afgrond afspelende misdaadroman veroorzaakte een lawine aan positieve kritieken, en de auteur werd er verschillende keren voor bekroond.

schreef Rune Larsstuvold (Bokklubben Krim og Spenning, 2001).

Nesbø kreeg voor zijn debuut o.a. de Rivertonpris 1997 en de Glassnøkkelen (for Nordens beste kriminalroman) 1998. In zijn “begrunnelse” (“motivering”) schreef de jury van de Rivertonpris o.a.

We zijn erg blij dat Jo Nesbø met veel lawaai het strijdperk van misdaadliteratuur betreden heeft. Dit soort kerels wil Noorwegen hebben. Dit soort misdaadromans willen we hebben.

Ook internationaal liet de erkenning niet lang op zich wachten. Zo schreef Herman Jacobs (De Morgen Boeken 13.12.2000):

Nesbø is op alle onderdelen goed tot uitstekend: hij schrijft soepel, met levensechte dialogen, houdt een goed ritme aan in zijn verhaal, kan zowel harde actie als echte, niet door soaps voorgekookte emotie aan, en zijn plot is ingenieus.

Jo Nesbø, Vleermuisman, vertaald door Annelies de Vroom en Paula Stevens, Baarn (Signature), 2000    ISBN 978-90-5672-028-5 (nieuwe uitgave: 978-90-2345-420-5)


Kakerlakkene (1998) (Nederlandse vertaling De kakkerlak (2012))

Ook Nesbøs tweede thriller, Kakerlakkene*** speelt zich af op een “exotische” locatie. In de hoofdstad van Thailand wordt de Noorse ambassadeur Atle Molnes vermoord teruggevonden in een als motel vermomd bordeel. Molnes is een vertrouweling van de Noorse premier (ze zijn beide lid van Kristelig Folkeparti) en er moet dus absoluut vermeden worden dat iemand weet krijgt van de echte omstandigheden waarin de ambassadeur overleden is.

Harry Hole, die in Noorwegen een zekere bekendheid geniet sinds de zaak in Australië, wordt door Buitenlandse Zaken naar Bangkok gestuurd om de moordenaar te vinden. Met Hole gaat het overigens niet zo goed: hij is weer zwaar aan de drank en een van de oorzaken daarvoor is dat zijn zus, die aan het syndroom van Down lijdt, verkracht werd.

In Bangkok moet Hole samenwerken met het onderzoeksteam van de kale en zeer energieke Liz Crumley. Al spoedig komen er over de ambassadeur nog dingen aan het licht die zeker niet in de openbaarheid mogen komen, en al even snel blijkt dat er grote verschillen zijn tussen Oslo en Bangkok, en niet alleen als het over het weer gaat. Zo lopen er in de Thaise hoofdstad nogal wat angstaanjagende types rond die de politie maar niet achter de tralies kan houden. Woo is er daar één van:

Een berg van vlees en spieren vulde de deuropening volledig. De berg had twee streepjes als ogen, een zwarte hangsnor en afgezien van een dunne sliert haar aan één kant van zijn hoofd was de schedel kaalgeschoren. Zijn hoofd zag eruit als een misvormde bowlingbal, het lichaam had geen hals en schouders, slechts een brede nek die startte bij zijn oren en overging in armen zo dik dat het leek of ze aan het lijf waren geschroefd. (vertaling Annelies de Vroom)

En dan zijn er natuurlijk ook diegenen die, net als kakkerlakken, alle licht schuwen.

Wat Hole pas na verloop van tijd doorheeft, is dat Buitenlandse Zaken hem niet alles verteld heeft en dat hij eigenlijk maar een pion in een groter spel is…

Nesbøs tweede boek over Harry Hole werd door de Noorse recensenten minder goed ontvangen dan nummer één.

“Kakerlakkene” is een onevenwichtige, slappe en richting missende reprise van Nesbøs veelbelovende debuutroman. […] De plot is mager en verdrinkt in een schreeuwerig en irrelevant exotisme. De personengalerij is zo bizar dat ze onder haar eigen extremisme bezwijkt.

schreef Terje Thorsen (Dagbladet, 18.09.1998).

Dat is wel heel erg kort door de bocht. Kakerlakkene zit goed in elkaar, heeft een gevarieerde personengalerij en weet een voor de Europese lezer geloofwaardig beeld van Bangkok op te hangen, met vooral in de eerste helft van het boek een aantal grappen over Noren in het buitenland. En het boek is hoe dan ook spannend.

Jo Nesbø, De kakkerlak, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Cargo), 2017

ISBN: 978-90-234-7000-7  


Rødstrupe (2000) (vertaald als: Wraakuur (2004) en De roodborst (2008))

Hoe objectief is geschiedschrijving wanneer het over “recente” gebeurtenissen gaat? Ook in Noorwegen is de Tweede Wereldoorlog nog altijd een heikel punt. Na de Duitse nederlaag werd er ook daar gedaan aan

het type geschiedschrijving dat de overheid wenste voor het naoorlogse Noorwegen. Door de wijdverbreide collaboratie met de Duitsers te verzwijgen en te focussen op het minimale verzet. Het zinken van de Blücher in de nacht van 9 april heeft vijf pagina’s in Juuls boek gekregen, terwijl wordt verzwegen dat er na de oorlog bijna honderdduizend Noren moesten voorkomen. En het heeft gewerkt; de mythe dat het volk zich verzet heeft tegen het nazisme leeft vandaag de dag nog voort. (vertaald door Annelies de Vroom)

Ook in Noorwegen krioelde het van “de siste dagers hellige”– Noren die na de oorlog plots allemaal in de weerstand gestaan bleken te hebben.

Dat gegeven speelt een belangrijke rol in Jon Nesbøs Rødstrupe *****. Opnieuw is Harry Hole present: na opdrachten in Australië en Bangkok is hij nu in Oslo aan het werk. Na een “incident” tijdens het bezoek van Bill Clinton aan Noorwegen is hij overgeplaatst van Geweldsdelicten (“Voldsavsnittet”) naar het Politieobservatieteam (“POT”) – de

binnenlandse veiligheid zeg maar. Zijn opdracht bestaat er daar in rapporten na te lezen en verder door te zenden wanneer hij dat noodzakelijk acht.

Eén van de eerste rapporten die hij onder handen krijgt trekt zijn aandacht: in Telemark zijn er lege patroonhulzen gevonden die ammunitie voor een zogenaamd Märklingeweer blijken te zijn, en dat is niet zomaar een geweer:

Een Märklin-geweer […] is een halfautomatisch jachtgeweer uit Duitsland met patronen van zestien millimeter doorsnede, groter dan bij elk ander geweer.  Het is bestemd voor de jacht op groot wild, zoals waterbuffels en olifanten. Het eerste geweer is in 1970 gemaakt, maar er zijn er maar driehonderd geproduceerd totdat de Duitse overheid de verkoop van het wapen in 1973 verbood. De reden daarvan was dat het Märklin-geweer met een paar aanpassingen en een Märklin-vizier een professioneel moordwapen werd, en het was in 1973 al het meest gevraagde wapen voor aanslagen aan het worden (vertaling Annelies de Vroom)

Wat volgt is een ijzersterke combinatie van detectiveroman en thriller, die

hearkens back strongly to the work of Sjöwall and Wahlöö in its desire to expose uncomfortable truths about Scandinavian national and political identity (Clare Clarke, “Jo Nesbø: Murder in the Folkhemmet” in Murphy and Matterson (ed.), Twenty-First-Century Popular Fiction).

Een deel van Rødstrupe speelt zich af tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog: een aantal Noorse “frontkjempere” (“oostfrontstrijders”) maken het vastgelopen beleg van Leningrad mee; een gewonde Noorse soldaat in Duitse dienst beleeft een liefdesavontuur in Wenen. Dat het allemaal te maken heeft met Holes zaak is duidelijk en de lezer beschikt dus over veel meer informatie dan de Noorse politieman, maar dat maakt de zaak alleen maar mysterieuzer: pas zo’n 40 bladzijden voor het einde komt zij/hij te weten hoe de ingenieuze vork in de al even ingenieuze steel zit.

En zoals het in het echte leven ook vaak gebeurt is er één schuldige die (in dit boek althans) aan zijn gerechte straf ontsnapt. Een troost voor de lezer is dan weer dat het Harry in z’n privé-leven nu toch wat voor de wind gaat: in de loop van het onderzoek krijgt hij een assistent (Halvorsen – toevallig (?) dezelfde familienaam als Kim Småges vaste politievrouw) waar hij goed mee over de baan kan en ontmoet hij Rakel Faulke, die hem wel ziet zitten.

Ten slotte nog even instemmend Bart Holsters (De Morgen, 26.01.2005) citeren:

De formule van Wraakuur is niet fonkelnieuw, maar na de eerste bladzijden vergeet je dat snel.  Nesbø is namelijk een voortreffelijk schrijver die telkens weer weet te verrassen. Zijn net niet literaire stijl is een plezier om te lezen en hij brengt zijn personages met een benijdenswaardig gemak tot leven. Op de koop toe pakt hij uit met originele vondsten – in enkele heel mooie fragmenten laat hij zelfs een antwoordapparaat het woord doen. Maar vooral toont hij zich een meester van de structuur, die elk detail perfect in de puzzel laat passen en zijn verschillende verhaallijnen schitterend laat samenvloeien. Er zijn er niet veel die het hem nadoen.

Jo Nesbø, Wraakuur, , vertaald door Annelies de Vroom, Utrecht (Signature), 2004, ISBN 90-5672-054-6


Sorgenfri (2002) (vertaald als Zes seconden te laat (2005) en Nemesis (2010))

Sorgenfri****½ begint al direct sterk met een bankoverval. Het duurt even voor we als lezer doorhebben dat we niet in medias res beland zijn, maar dat Harry Hole voor de zoveelste keer naar een opname die de bewakingscamera van de overval gemaakt heeft aan het staren is.

Bankbediende Stine Grette heeft de overval niet overleefd en de reden daarvoor is even absurd als grotesk: de gemaskerde overvaller had geëist dat de geldlade van de pas gevulde bankautomaat binnen de vijfentwintig seconden geopend zou worden maar het duurde zes seconden langer (vandaar de oorspronkelijke Nederlandse titel) en daarom heeft hij haar in koelen bloede vermoord.

Het blijkt erg moeilijk om enig spoor van de bankovervaller te vinden. Tot overmaat van ramp volgen er meer overvallen. De dader krijgt algauw de bijnaam “Ekspeditøren”–  in de Nederlandse vertaling heet hij de “Slager”.

Halvorsen, die na verloop van tijd in Rødstrupe een duo met Hole vormde, speelt nu maar een geringe rol in het onderzoek. De inbreng van Beate Lønn is veel belangrijker. Zij beschikt namelijk over een wel heel bijzondere eigenschap:

‘Ik onthoud gezichten,’ had ze gezegd met een triomfantelijke grijns toen ze zijn gelaatsuitdrukking zag. ‘Fusiform gyrus. Dat is dat deel van je hersenen waarmee je gelaatsvormen herkent. Dat van mij is abnormaal'”  (vertaald door Annelies de Vroom)

Beate herinnert zich ieder gezicht dat ze ooit gezien heeft, maar ook dat brengt Harry aanvankelijk niet veel verder. Ten einde raad doet hij een beroep op de ondoorgrondelijke Raskol Baxhet, een man aan wie verschillende bankovervallen toegeschreven worden. Er is nooit enig doorslaggevend bewijs tegen hem gevonden, maar op een dag heeft hij zichzelf aangegeven en zit nu in een soort voorlopige hechtenis. De naam is lijkt wel een verwijzing naar de hoofdfiguur uit Dostojevski’s roman: hebben we ook hier te maken met een geval van misdaad en straf?

‘Jij hebt een keus gemaakt’, fluisterde Harry. ‘Je hebt je gemeld om je straf uit te zitten. Onbegrijpelijk voor anderen, maar het was jouw keus'”. (vertaling Annelies de Vroom)

Feit is in ieder geval dat Baxhet vanuit de gevangenis nog allerlei zaakjes kan “regelen”.

Maar er zijn nog meer problemen op komst voor Harry. Een vrouw met wie hij vroeger een relatie gehad heeft pleegt zelfmoord. Harry heeft de avond daarvoor bij haar doorgebracht, maar herinnert zich totaal niks meer van wat er toen gebeurde, behalve dat hij stomdronken in een taxi thuisgebracht werd.

Verder speelt op de achtergrond nog altijd een moord uit Rødstrupe. Volgens de politie is die opgelost, maar volgens Harry niet. De lezer weet uit het vorige boek hoe de vork in de steel zit (de “echte” dader komt ook nu weer bijzonder walgelijk uit de hoek), maar Harry zelf tast nog altijd in het duister. Uiteindelijk lijken zijn vermoedens toch de juiste richting uit te gaan.

Een heel complexe situatie voor Harry dus en een aantal heel mysterieuze e-mails maken de zaak er niet beter op. Bovendien staat hij er emotioneel alleen voor: de vrouw die hij een achttal maanden geleden ontmoet heeft bevindt zich in het buitenland om ervoor te zorgen dat ze het hoederrecht over haar kind kan behouden.

Uiteindelijk komt Hole in een 49 steps-situatie terecht. En het moet toegegeven worden: hij werkt niet altijd volgens het boekje…

Sorgenfri mist de historische dimensie die in Rødstrupe zo prominent aanwezig was, maar dat belet niet dat Nesbø opnieuw bijzonder goed op dreef is: het boek is knap geconstrueerd: Hole (en met hem de lezer) wordt een aantal keer op het verkeerde been gezet. Hole behoort in elk geval tot de overtuigendste én (hoe eigenaardig dat ook moge klinken) de sympathiekste speurders uit de Noorse misdaadliteratuur.

Zes seconden te laat bevestigt een vermoeden: de Noor Jo Nesbø is een man om in de gaten te houden. Hij combineert de sfeer en de psychologie van de Scandinavische misdaadroman met de actie en het tempo van een goede Amerikaanse thriller. Het beste van twee werelden.

Bart Holsters (De Morgen, 04.01.2006) vond Wraakuur nog een ietsje beter, maar ook Zes seconden te laat is voor hem “een meeslepende roman”:

Deze thriller is met wilde zalm het beste exportproduct uit Noorwegen. In elk geval deze zomer, want dit is dé thriller voor in de vakantiekoffer. (NU.nl, 26.07.2005)

Een perfect mengsel van zin voor dramatiek, vertellertechnische vitaliteit, baldadigheid, formuleringskracht, humor en somberheid, een vleugje branieschopperij en warme menselijkheid.

vond Leif Ekle (Kulturnytt, NRK P2, 29.10. 2002)

Jo Nesbø, Zes seconden te laat, vertaald door Annelies de Vroom, Utrecht (Signature, 2005), ISBN 90-5672-055-4


Marekors (2003) (vertaald als Dodelijk patroon (2006))

In Marekors *** (2003) is Harry Hole er weer erg slecht aan toe: zijn alcoholverslaving heeft hem opnieuw volledig in haar greep. Dat heeft alles te maken met de dood van zijn collega Ellen Gjelten en met de figuur van zijn collega-inspecteur Tom Waaler, die hij ervan verdenkt achter de dood van Ellen te zitten omdat zij bewijzen had dat hij de spilfiguur is van de handel in illegale wapens waarmee Oslo geconfronteerd wordt.

Holes obsessieve pogingen om dit te bewijzen hebben er ook voor gezorgd dat zijn relatie met zijn vriendin Rakel een dieptepunt bereikt heeft. Verder ligt de brief waarmee Hole ontslagen zal worden uit het Oslose politiecorps al klaar ter ondertekening. Net dan wordt er in de buurt van zijn appartement een moord gepleegd met een opvallend en bizar detail: een van de vingers van het slachtoffer werd afgesneden.

Waaler leidt het onderzoek naar de dader van de moord en daarom alleen al wil Harry niets met de zaak te maken hebben. Maar er volgen nog moorden waarbij dezelfde modus operandi gebruikt wordt: naast het afsnijden van een vinger behoort het aanbrengen van een pentagram (het “marekors” van de titel) tot de vaste geplogenheden van de als “sykkelbud” (“fietskoerier”) vermomde seriemoordenaar. Hole wordt nillens willens toch bij het onderzoek betrokken…

Marekors kreeg erg lovend kritieken. Toegegeven, de intrige rond de moordenaar zit erg knap in elkaar, maar is naar mijn smaak toch een beetje vergezocht en eigenlijk een complexere variant op een plot die in de jaren dertig van de vorige eeuw door een bekende auteur van detectiveromans uitgedokterd werd.

Wel heel knap is de eraan gelieerde slijtageslag tussen Hole en de niets ontziende illegale wapenhandelaar, die voor geen enkel dreigement terugschrikt:

Heb je ooit gehoord hoe het klinkt als je iemands keel doorsnijdt, Harry? Eerst het zachte gekraak wanneer het staal door de huid en het kraakbeen gaat, dan het sissende geluid, ongeveer als het speekselpompje bij de tandarts, dat uit de doorgesneden luchtpijp komt. Of uit de slokdarm, ik zie nooit het verschil.(vertaling Annelies de Vroom)

Een bloedstollende finale is het resultaat:

Begin niet aan dit boek als je iets moet afwerken of als er dadelijk belangrijke afspraken aankomen. Je zult het boek niet op tijd weg kunnen leggen.

waarschuwde Leif Ekle (nrk.no/kultur, 20.10.2003).

Jo Nesbø, Dodelijk patroon, uit het Noors vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij, Cargo), 2006  ISBN 97890-234-1944-0


Frelseren (2005) (vertaald als De verlosser (2008))

Het gaat (alweer) niet te best met Harry Hole in Frelseren****. Hij staat (aanvankelijk althans) weliswaar droog, maar Rakel heeft haar relatie met hem verbroken na de dramatische gebeurtenissen op het einde van Marekors (2003). Op het politiebureau wordt hij nog altijd met de nodige scepsis bekeken. De enige twee met wie hij redelijk goed kan opschieten zijn Beate Lønn en zijn nieuwe “kamergenoot” Jack Halvorsen.

Een bijkomend probleem voor Hole is dat hij een nieuwe meerdere heeft. Bjarne Møller, die hem vroeger altijd de hand boven het hoofd hield wanneer hij weer eens over de schreef ging, is om onduidelijke redenen naar Bergen weggepromoveerd, en zijn nieuwe baas, Gunnar Hagen, is een bureaucraat en een man van law and order:

Ik zal een schrijven laten rondgaan waarin staat dat alle inspecteurs op de afdeling vanaf volgende week maandag een wapen moeten dragen […] De oorlog daarbuiten wordt harder […] We moeten gewend geraken aan de gedachte dat het dragen van een wapen tijdens de dienst noodzakelijk is. En de leiders moeten het voortouw nemen en het goede voorbeeld geven. Het wapen moet geen vreemd element worden, maar een natuurlijk gereedschap, net zoals een mobiele telefoon en een pc dat zijn. (Vertaling Annelies de Vroom)

Voor hem is de politie de buitenwereld niet te veel verantwoording schuldig. Hagens eigenmachtige optreden zal in een enorme blunder in het door Hole geleide onderzoek resulteren.

En het probleem waarmee Hole geconfronteerd wordt is niet voor de poes. In Oslo loopt er namelijk een Kroatische huurmoordenaar rond, een product van de meedogenloze Joegoslavische burgeroorlog. Hij heeft al een slachtoffer gemaakt in een liefdadigheidsinstelling waarvan je niet direct verwacht dat ze een doelwit zou zijn, en lijkt het niet bij die ene moord te zullen laten. Verwarrend wordt het pas echt wanneer er ook een moord gepleegd wordt die – en dat heeft de lezer dadelijk door – onmogelijk het werk van de huurmoordenaar kan zijn…

Na Nesbøs Rødstrupe is deze roman opnieuw een hoogtepunt in de Noorse thrillerliteratuur. De cliffhangers en onverwachte wendingen volgen elkaar in snel tempo op en de personages zijn goed getekend – let in dit verband o.a. op de enigmatische Martine Eckdorff. Nesbø verwacht wel van zijn lezers dat ze de hele tijd bij de les blijven en een niet zo oplettende lezer dreigt dan ook de draad kwijt te raken. Bij het tweede hoofdstuk van Frelseren (het eerste is een flashback) zou het daar met haar/hem al mis kunnen lopen aangezien er hier niet minder dan vier verhaallijnen door elkaar lopen: een scène uit de Joegoslavische burgeroorlog, de huurmoordenaar die aan het “werk” is in Parijs, Hole die in Oslo een trieste boodschap moet overbrengen en Jan Karlsen die aan liefdadigheid doet.

De lofbetuigingen voor Frelseren waren niet uit de lucht.

voortreffelijke, als door een turbo aangedreven misdaadroman

vond Terje Stemland (Aftenposten, 11.10.2005)

knap uitgedacht en voortreffelijk uitgewerkt

schreef Sindre Hovdenakk (VG, 12.10.2005)

Bijzonder spannend, met een verwikkeling die anders verloopt dan verwacht.

juichte Bent Johan Mosfjell in Bokavisen (17.05.2006)

Jo Nesbo, De verlosser, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige bij – Cargo), 2008  ISBN 978-90-234-2737-7


Snømannen (2007) (vertaald als De sneeuwman**** (2009))

Kort na elkaar verdwijnen twee vrouwen van “middelbare” leeftijd in Oslo, allebei zijn ze getrouwd en moeder. Wanneer Harry de statistieken laat nakijken valt het hem op dat net dit soort vrouwen daar oververtegenwoordigd is als het gaat over verdwenen en nooit teruggevonden personen.

Heeft het fenomeen van de seriemoordenaar uiteindelijk ook Noorwegen bereikt? Het lijkt er in elk geval op. Na verloop van tijd wordt één van de twee vrouwen wel teruggevonden. Haar hoofd tenminste, als bovenste deel van een sneeuwman.

Hole heeft zoals gewoonlijk ook nu weer zijn eigen beslommeringen: de breuk met zijn vriendin Rakel lijkt na de dramatische gebeurtenissen aan het eind van Frelseren definitief. Of toch niet? Rakel lijkt zich moeilijk helemaal van Hole los te kunnen maken (dat geldt in nog veel hogere mate voor haan zoon Oleg), maar wil haar nieuwe relatie (met de arts Mathias Lund-Helgersen) toch een meer bestendig karakter geven.

Een eerste spoor in Harry’s nieuwe zaak lijkt naar Bergen en het jaar 1992 te leiden. Toen werd daar een in stukken gesneden lijk van een vrouw gevonden. Bergen is overigens ook de thuisstad van Katrine Bratt, zijn nieuwe “assistente”. Bratt is mooi, intelligent en efficiënt, maar heeft (als Harry tenminste de roddels mag geloven die over haar de ronde doen) ook een wat aparte seksuele voorkeur.

Het onderzoek zelf loopt (alweer) niet van een leien dakje, en Hole kan zich niet van de indruk ontdoen dat de geheimzinnige moordenaar heel wat over hem weet – als je Flaggermusmannen, de allereerste misdaadroman met Harry Hole nog niet gelezen hebt, doe je dat best voor je aan Snømannen begint.

Daarbij komt nog dat Harry’s niet altijd conform de regels zijnde gedrag én een flater op een hogere echelon binnen de politie geschikte redenen lijken om hem als zondebok te gebruiken. Zijn nieuwe baas Hagen maakt hier dan weer een positievere indruk dan in Frelseren.

Er komen na verloop van tijd wel een aantal verdachten in het vizier, maar die vallen uiteindelijk toch weer af. In zijn wanhoop doet Hole een beroep op een professionele pokerspeler en maakt hij een opzienbarend optreden in een praatprogramma op tv. Dat laatste lijkt voor een definitieve doorbraak in het onderzoek te zorgen; alleen zijn er op dat ogenblik nog pakweg 180 bladzijden in het boek te gaan – en dus heeft de lezer nog een (tweedelige) spectaculaire en spannende ontknoping te goed.

Van bij het begin grijpt het verhaal je vast. De mondjesmaat vrijgegeven puzzelstukjes wekken je nieuwsgierigheid. Samen met de speurder word je op het verkeerde been gezet. Zelfs als je weet hoe de vork in de steel zit, blijft het spannend. Voeg daar nog personages van vlees en bloed aan toe [en] beschouwingen over de condition humaine die ertoe doen. (Els Groessens, De Standaard, 12.06.2009)

In een VG-enquête (04.06.2013) “Hvilken ‘Harry Hole’-bok av de ni første er din favoritt?” kwam Snømannen overduidelijk als eerste uit de bus:

Jo Nesbø, De sneeuwman, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2013,  ISBN 978-90-234-7171-4

Snømannen werd in 2017 door de Zweedse regisseur Tomas Alfredson verfilmd als “The Snowman.” Martin Scorcese werd een tijdlang genoemd als regisseur, maar hij staat enkel vermeld als “executive producer.”

Michael Fassbender was Harry Hole en Charlotte Gainsbourg Rakel Fauke:

De film kreeg een gemengde receptie:

The Guardian, 12.10.2017
Variety, 11.10.2017

Mijn vrouw Martine, a very experienced crime series watcher indeed, vond het geen slechte film en gaf hem ***½ sterren op *****.

Ik beperk me hier tot een paar vaststellingen:

►”Based on a novel by Jo Nesbø”, ja, maar de filmintrige wijkt aanzienlijk af van Nesbøs plot. Dat doet me denken aan wat de Zweedse thrillerschrijver Håkan Nesser een paar geleden in Gent zei tijdens een interview om de vertaling van zijn roman Levande og döda i Winsford (2013) (De levenden en de doden in Winsford (2016)) te promoten. Toen hem gevraagd werd hoe hij aankeek tegen verfilmingen van zijn boeken:

There’s only one thing you can do when they turn one of your books into a film: take the money and run.

►Van Harry Holes getourmenteerdheid is maar weinig te merken in de film.

►De film is wel mooi in beeld gebracht.


Panserhjerte (2009) (vertaald als Het pantserhart (2010))

Harry Hole heeft, nadat Rakel en Oleg na de dramatische gebeurtenissen in Snømannen, naar een onbekende plaats in het buitenland vertrokken zijn, ook voor een vrijwillige buitenlandse ballingschap gekozen. Hij bevindt zich in Hong Kong, en kan er niet meer weg omdat hij er ondergedoken leeft (gokschulden). Hij heeft zich trouwens ook een nieuwe verslaving eigen gemaakt: opium.

Ondertussen zit zijn voormalige baas Hagen wel met een probleem. Er lijkt een nieuwe seriemoordenaar opgedoken te zijn in Oslo en Hole is de enige Noorse seriemoordenaarexpert. En dus stuurt hij politiedetective Kaja Solness naar het Verre Oosten om Harry ervan te overtuigen dat hij dringend weer in Noorwegen verwacht wordt.

Naar haar ene argument (de Noorse overheid is bereid om zijn speelschuld te betalen) heeft Hole geen oren, maar een ander bericht laat hem geen keuze: zijn vader ligt in het ziekenhuis en heeft niet lang meer te leven.

Terug in Noorwegen wordt Harry’s opdracht er niet gemakkelijker op wanneer hij terechtkomt in een soort “guerre des flics” tussen de Seksjon for Volds- og seksualforbrytelser van het politiedistrict van Oslo, waaronder hij ressorteert, en Kripos, de nationale eenheid voor de bestrijding van ernstige criminaliteit. Zijn directe opponent Bellman is een bijzonder onaangename man, die geen vuile trucs schuwt om hem in diskrediet te brengen:

Harry keek Bellman aan. Hij kon hem niet anders dan bewonderen. Zoals je een kakkerlak bewonderd die je door het toilet hebt gespoeld en die weer omhoog komt gekropen. En nog een keer. En die uiteindelijk de hele wereld verovert. (vertaling Annelies de Vroom)

Bovendien krijgt Hole de indruk dat er in zijn eigen (kleine) team een mol zit… En dan is er nog de vraag of de man die al een aantal moorden gepleegd heeft wel een “echte” seriemoordenaar is: misschien bestaat er toch een logisch verband tussen de schijnbaar willekeurig gekozen slachtoffers:

de moordenaar laat geen sporen na. Als seriemoordenaars een zeldzaamheid zijn, dan is iemand die geen sporen achterlaat een witte walvis (vertaling Annelies de Vroom)

Harry neemt contact op met de in een psychiatrische kliniek verblijvende Katrine Bratt. Met behulp van een aantal niet publiekelijk toegankelijke zoekmachines begint zij een zoektocht op het internet, en er lijkt een link te zijn met het voormalige Belgisch-Congo.

Karikatuur Leopold II (Punch, 1906)

En dus maakt onze beruchte Leopold II (figuurlijk althans) zijn opwachting: een gruwelijk martel- en moordtuig blijkt naar hem genoemd.

Hole zal de wetteloosheid in het huidige Congo aan den lijve ondervinden. En het is niet de enige hachelijke situatie waarin hij terechtkomt. De titel “Panserhjerte” verwijst o.a. naar een andere levensbedreigende situatie waarin Harry verzeild geraakt: wat gebeurt er

als je longen en je middenrif door het gewicht van de sneeuw zo stevig worden samengedrukt dat de longen niet konden uitzetten (vertaling Annelies de Vroom)

Maar de titel heeft ook te maken met de persoonlijkheid van de moordenaar:

een man met een gloeiende haat. Iemand die andere gevoelens niet binnenliet. Iemand met een hart van staal (vertaling Annelies de Vroom)

Met Panserhjerte **** leverde Nesbø opnieuw een ingenieuze en spannen thriller af waarin alle verhaallijnen (er is o.a. een nevenintrige over een moord(?) en een onopgeloste verdwijning in een skigebied) uiteindelijk mooi samenkomen. Een waarschuwing is echter op zijn plaats. Panserhjerte is een bijzonder omvangrijke thriller (de Noorse pocketuitgave telt meer dan 600 pagina’s), en van de lezer wordt verwacht dat zij/hij haar/zijn aandacht niet laat verslappen: een aantal personages maken hun opwachting, verdwijnen en duiken na verloop van tijd weer op. Panserhjerte is geen boek in kleine stukjes te lezen. Trek er liever een paar opeenvolgende dagen speciaal voor uit.

extreem goed geschreven

vond Terje Stemland (Aftenposten, 19.09.2009):

630 bladzijden is aan de hoge kant, en de lezer die meevoelt met Harry in zijn strijd met zijn innerlijke demonen, trauma’s, panische angst zal zich waarschijnlijk murw voelen wanneer hij het boek uit heeft.

Wel was niet iedereen even gelukkig met de expliciete geweldscènes, en Nesbø zei daarover later in Vårt Land (07.05.2013):

Ik ben niet zo gelukkig met een paar scènes uit Panserhjerte. Achteraf bekeken vind ik dat de roman een paar van expliciete beschrijvingen kan missen.

Jo Nesbø, Het pantserhart, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2010     ISBN 978-90-234-6320-7


Gjenferd (2011) (vertaald als De schim (2011))

In Gjenferd **** is Harry Hole al een drietal jaar actief als “debitorrådgiver” (een invorderaar van de louche soort, zeg maar) in Hong Kong:

Dat zijn baan als “debiteurenadviseur” […] inhield dat hij personen met een schuld die reeds lang de vervaldatum was gepasseerd, opzocht en op een vriendelijke manier herinnerde aan hun verplichtingen. Het advies bestond kort samengevat uit de raad om zo snel mogelijk te betalen. Harry vertelde dat zijn belangrijkste, en feitelijk enige, kwaliteiten waren: zijn lengte van een meter drieënnegentig, zijn brede schouders, zijn bloeddoorlopen ogen en zijn nieuwste litteken (vertaling Annelies de Vroom)

Op een dag krijgt hij een berichtje van een van zijn (weinige) vrienden bij de Oslose politie. Oleg, de zoon van zijn vroegere vriendin Rakel, met wie hij een zeer goede band had, is gearresteerd op verdenking van moord. Voor Hole is dat een absurde beschuldiging:

Oleg heeft nooit een vlieg kwaad gedaan. Hij heeft het gewoon niet in zich. ( vertaling Annelies de Vroom)

Hij neemt het eerste vliegtuig richting Oslo en komt daar voor de zoveelste keer in een echt wespennest terecht, dat o.a. bestaat uit drugshandelaars (onder wie een mysterieuze nieuwkomer die onder de schuilnaam Dubai opereert), corrupte bureaucraten met politieke ambities, op geld beluste wetenschappers en een “brenner”: een verklikkerdie zich binnen het politieapparaat zelf bevindt. En dan zijn er nog Holes oude “vriend” Bellman, die nu als seksjonsjef voor de afdeling Orgkrim van de Oslos politie werkt, en diens “assistent” Berntsen.

Een centrale rol is bij dit alles ook weggelegd voor een nieuwe synthetische drug, “fiolin”, die een snelle opgang in het drugsmilieu van de hoofdstad maakt:

Het is niet zo bedreigend voor de ademhaling als heroïne, dus hoewel het levens kapotmaakt, zijn er minder doden door een overdosis. Extreem verslavend, iedereen die het geprobeerd heeft wil meer. Maar het is zo duur dat de meeste verslaafden er geen geld voor hebben. (vertaling Annelies de Vroom)

Wat verslavingen zelf betreft: Harry zelf slaagt er merkwaardig goed in zijn drankprobleem onder controle te houden. Wanneer hij voor de eerste keer op het punt staat om voor de verleiding te bezwijken (we zitten dan al op bladzijde 273), wordt hem dat op een wel erg gewelddadige manier belet. Pas op bladzijde 368, net voor wat de finale afrekening lijkt te worden, komt Jim Bean weer op de proppen.

Parallel met Harry’s speurwerk, is er ook het relaas van Gusto, de jonge drugsdealer die Oleg vermoord zou hebben. Na ongeveer 250 bladzijden dacht ik door te hebben wie Gusto vermoord had, maar ik zat er eerlijk gezegd grandioos naast.

En komt het nog goed met Oleg? Tja… En met Harry Hole?

Het is echt mogelijk om dingen achter je te laten […] De kunst met schimmen is ze onder ogen te zien en er zo lang naar te kijken dat je begrijpt waarom ze er zijn. Schimmen. Dode, machteloze schimmen (vertaling Annelies de Vroom)

Zegt hij redelijk vroeg in Gjenferd tegen Rakel. Meer dan 300 bladzijden later klinkt het heel anders:

Zo moesten alle mensen van wie Harry had gehouden daarvoor boeten. Ze waren ten gronde gegaan, van hem afgepakt. Alleen hun schimmen waren er nog. Van iedereen. (De schim, 501) (vertaling Annelies de Vroom)

De eerste Noorse oplage van Gjenferd bedroeg  niet minder dan 110.000 exemplaren.

Een topboek van een topauteur.

schreef Thrillerweb.nl (januari 2012)

Doug Johnstone (The Independent, 18.03.2012) was enthousiast met een maar:

for one thing, Nesbo can certainly do plot. The second half of Phantom especially is expertly plotted and structured, with all the requisite twists and turns to keep the reader guessing. The latter half of the book is also relentlessly paced, reading at times like a Scandinavian police version of the Jason Bourne series, and spilling over with breakneck action and endless violent confrontations.

But for all that Phantom is a compulsive page-turner, it’s also at times woefully overwritten (as well as just plain badly written), making one wish for an editor with a strong enough will to have taken it in hand and shaved around 100 pages from its 450-page girth.

Jo Nesbø, De schim, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2011   ISBN 978-90-234-7141-7


Politi (2013) (vertaald als Politie (2014))

Wat in de inleiding hierboven al gezegd is over de Harry Holeromans in het algemeen, geldt zeker in hoge mate voor Politi ****½ (2013): lees eerst Gjenferd, want er wordt in de nieuwe Hole geregeld naar die directe voorganger verwezen.

In Politi is Oslo nog maar eens in de ban van een seriemoordenaar, maar nu wel een heel speciale, voor wie de pers al spoedig een naam gevonden heeft: “politislakteren”. Iemand vermoordt namelijk (actieve en al gepensioneerde) politiespeurders. Elke moord gebeurt op een plaats delict waar een aantal jaren daarvoor op precies dezelfde dag en maand een tot nu toe onopgeloste (en gruwelijke) moord gebeurde. De “huidige” slachtoffers waren allemaal bij een van die oorspronkelijke moordonderzoeken betrokken, en de verleiding is dan ook groot om ervan uit te gaan dat ze “gestraft” werden omdat ze op de een of andere manier (onvrijwillig?) verantwoordelijk waren voor het doodlopen van dat onderzoek.

Een akelig element is dat de gezichten van de “nieuwe” doden zozeer tot pulp geslagen zijn dat ze nog nauwelijks te herkennen vallen, iets wat psychiater Ståle Aune (die we nog kennen uit een aantal van de vorige Holeromans) de opmerking ontlokt:

de algemene regel die ik hanteer als het gaat om de menselijke psyche, is dat alles wat je je kunt voorstellen mogelijk is. Plus een deel dat je je niet kunt voorstellen. (vertaling Annelies de Vroom)

Sporen die naar de moordenaar zouden kunnen leiden zijn er niet en dus neemt de druk op het (omvangrijke) onderzoeksteam dat met de zaak bezig is en op de corrupte chef van de Olsose politie Mikael Bellman halsoverkop toe. Overigens zijn Bellmans al even sinistere vriendjes Truls Berntsen en Isabelle Skøyen ook weer van de partij.

Maar… waar hangt Harry Hole eigenlijk uit? Het (stiekem apart opererende) mini-onderzoeksteam waarover hij vroeger de leiding had (Beate Lønn, Ståle Aune, computerwhizzkid Katrine Bratt uit Bergen en rastaman Bjørn Holm) werkt zich te pletter, maar dé seriemoordenaarspecialist van Noorwegen is lange tijd in geen velden of wegen te bekennen – niet dat dit op zichzelf erg verwonderlijk is na wat hem op het einde van Gjenferd overkomen is. Wel ligt er iemand die blijkbaar zwaargewond is in een aparte kamer in een afgesloten vleugel van het Rikshospital en zit er daar ook een politieagent voor de deur. Hole? Dat wordt pas na verloop van tijd duidelijk.

Wanneer Harry Hole uiteindelijk dan toch zijn opwachting maakt, kan ook hij in eerste instantie niet verhinderen dat er nog slachtoffers vallen en komt hij zelf op de koop toe in een lastig parket terecht wanneer hij van verkrachting beschuldigd wordt. Die zaak en wat ermee samenhangt brengen hem op een angstaanjagende gedachte:

zijn we allemaal gelijk in ons hoofd, ligt het verschil slechts in wie het monster loslaat en wie dat niet doet? (vertaling Annelies de Vroom)

Eén ding is zeker: in Politi heeft Nesbø de techniek van de lezer op het verkeerde been zetten nog verder geperfectioneerd, tot in het laatste hoofdstuk toe. De Noorse recensenten waren laaiend enthousiast:

Noorse recensenten zijn unaniem in hun lof voor Jo Nesbøs tiende boek over Harry Hole

schreef Halstein Røyseland in VG (05.06.2013) en geeft daarbij een overzicht van wat de grootste Noorse kranten schreven. Maar ook in het buitenland en zelfs in de Engelstalige wereld waar ze toch wat gewoon zijn als het over dit soort romans gaat, werd de lofbazuin gestoken:

densely plotted story […] one of Nesbo’s darkest and most disturbing […]The chills are palpable in this nerve-racking thriller  (Marilyn Stasio, New York Times, 08.11. 2013 )

After nine previous novels featuring inspector Harry Hole, this pyrotechnically assured style of writing should come as no surprise, but the delight in reading a new Nesbo novel is that he never fails to surprise […] In a story that encompasses political corruption, drugs, prison politics, and questionable police action as well as downright sociopathic behavior, Nesbo’s trademark intensity never flags throughout the roller-coaster waves of this highly enjoyable ride. (Daneet Steffens, Boston Globe, 24.10. 2013)

This is, quite simply, a must-read book. It is characteristically brutal, tragic, darkly humorous, and riveting. (A. J. Kirby, New York Journal of Books, 10.10. 2013

Joost Houtman vat het in De Morgen (29.05. 2013) perfect (en heel kort) samen:

Sterk werk van Nesbø.

“It’s good to be slightly crazy”, een uitgebreid interview met Jo Nesbø naar aan leiding van Politi is te vinden op de website van The Telegraph.

Jo Nesbø, Politie, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2013    ISBN 978-90-234-8655-8


Na tien boeken (een mooi rond getal) én het einde van Politi zou je verwachten dat Nesbø zijn held een meer dan verdiend rustig leven gunt, maar nee hoor:

Snak je naar (een nieuwe) Harry Hole? Twintig jaar na het eerste Harry Holeboek staat Nesbø weer helemaal in de belangstelling met een nieuwe roman, Tørst. En het is niet noodzakelijk Hole die dorst heeft…

Tørst*** werd in 2017 in het Nederlands vertaald als De Dorst.

In het boek is zowat de hele cast van de vorige Harry Hole aanwezig. Rakel Fauke natuurlijk, en Oleg, nu student aan de Politihøgskolen. Ståle Aune, psycholoog, en ondertussen met pensioen. Gunnar Haugen, chef van “Voldsavsnittet” (“Afdeling Geweldszaken”). Katrine Bratt, nu hoofd van de recherche. Bjørn Holm, technisch rechercheur. Sivert Falkeid, leider van het snelle interventieteam Delta. Ook Holes oude vriend en (voormalig) taxichauffeur Øystein maakt zijn opwachting.

Ook present is het sinistere trio uit de vorige Hole. “Politimester” Mikael Bellman, Bellmans minnares Isabelle Skøyen (nu communicatieadviseur na haar verplichte uitstap uit de politiek), en Bellmans manusje-van-alles Truls Berntsen, nog altijd even verliefd op Bellmans vrouw Ulla.

Nieuw in de personengalerij zijn dan weer Anders Wyller, die overgekomen is van het politiebureau in Tromsø, en dadelijk een erg vlotte indruk maakt, en Mona Daa, misdaadjournaliste bij de krant VG. En dan is er nog Hallstein Smith, over wie later meer.

Mikael Bellman is in de running voor de job van nieuwe minister van justitie, en om zijn kandidatuur kracht bij te zetten is het absoluut noodzakelijk dat de dader van een aantal sinistere moorden zo snel mogelijk gegrepen wordt. En dus chanteert hij Hole, de Noorse specialist als het over seriemoorden gaat. Hole heeft ondertussen weer zijn job als lector aan de Politihøgskole opgenomen.

Harry stemt toe, ook al is het niet zo duidelijk of Bellman zijn dreigement wel hard kan maken. Ook al lijkt het rustige leventje dat hij samen met Rakel leidt hem wel te bevallen, toch is er nog steeds de dorst naar het politiewerk en wat daarmee samenhangt.

Maar de titel heeft ook een letterlijke betekenis. De seriemoordenaar in kwestie is blijkbaar een vampier die zijn slachtoffers met een soort ijzeren gebit doodbijt en daarna hun bloed drinkt.

Hole mag opnieuw een select groepje samenstellen dat onafhankelijk van het officiële onderzoek zijn gang mag gaan. Van dat groepje maakt ook Hallstein Smith uit, psychiater en zelfverklaard specialist inzake vampirisme. Hij maakt een onderscheid tussen een “vampyr” en een “vampyrist”, maar voor de plot is dat niet echt belangrijk.

Opvallend in Tørst is dat het vrij vroeg duidelijk wordt wie de moordenaar is, maar daarmee is de klus natuurlijk nog niet geklaard. De dader moet ook nog gevonden worden, en het is heel onduidelijk hoe hij aan al de informatie over zijn slachtoffers geraakt. Voor Hole zelf wordt het extra moeilijk om zijn aandacht voor 100% bij het onderzoek te houden wanneer Rakel plots ernstig ziek wordt…

een leeservaring in de beste Jo Nesbø-stijl, waar je buiten adem van raakt

was het oordeel van Sindre Hovdenakk in VG (24.03.2017), ook al wordt er in het boek geen al te fraai beeld geschetst van de (natuurlijk fictieve) VG-journaliste Mona Daa. Dat kan trouwens ook gezegd worden van de dating app Tinder.

Het klopt dat we in Tørst zowat alle elementen terugvinden die de eerste tien Harry Holeromans zo succesrijk maakten: personages die de aandacht van de lezer gaande houden, onverwachte wendingen gecombineerd met elementen die de lezer op het verkeerde been zetten, een behoorlijke portie gruwel en een efficiënt taalgebruik.

Toch is Tørst niet de allerbeste Hole. Daarvoor balanceert Nesbø te vaak op de rand van de geloofwaardigheid: de scène in het auditorium van de universiteit, het al veel gebruikte motief van het individu dat zijn levenstaak boven de gangbare ethiek stelt, een relatie tussen twee van de personages die helemaal uit de lucht komt te vallen… Er vooral: het aantal seriemoordenaars dat in Oslo rondwaart kan onmogelijk zo groot zijn als Nesbø ons probeert te doen geloven. Niet verwonderlijk dus dat Leif Ekle (nrk.no/kultur, 20.03.2017) onder de titel “”Hole på repeat” opmerkte dat Tørst

Qua metier onberispelijk [is]. Maar hebben we dit niet al een keer gelezen?

De allerlaatste paragraaf van Tørst voorspelt trouwens nog meer van hetzelfde, en dat Harry eigenaar wordt van een bar(!), belooft ook niet al te veel goeds.

Jo Nesbø, De dorst, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2017   ISBN 978-90-234-6479-2



Kniv **** (2019) (Nederlandse vertaling: Het mes (2019))

Harry Hole moet met voorsprong de meest getormenteerde politieman van de Noorse misdaadliteratuur zijn. Telkens wanneer het voor hem de goede kant lijkt op te gaan, komt het noodlot weer om de hoek piepen en vervalt Hole weer in zijn verderfelijke alcoholverslaving.

In Kniv is het weer van dattum, en nog erger dan de vorige keren, want nu heeft Rakel Fauke, de liefde van zijn leven, hem blijkbaar definitief het huis uitgezet – de directe aanleiding daarvoor wordt pas laat in het boek duidelijk.

En het gaat van kwaad naar erger wanneer ze vermoord wordt. Hole zelf heeft een alibi: de nacht van de moord was hij (stomdronken, dat spreekt vanzelf) in een handgemeen geraakt met Ringdal, de nieuwe eigenaar van de Jealousy Bar, die hij in het vorige boek samen met Rakel en zijn oude kompaan Øystein, begonnen was. Na afloop van de bokspartij was hij door technisch speurder Bjørn Holm naar huis gebracht.

Voor Harry zelf bestaat er geen twijfel over wie Rakel vermoord heeft. Svein Finne, een gekende verkrachter, was ooit de eerste man die Hole arresteerde. Finne bracht daarna een groot aantal jaren in de gevangenis door. Toen Harry hem daar bezocht in het kader van een onderzoek naar een andere moord, uitte Finne een aantal niet mis te verstane bedreigingen tegen Hole en zijn gezin.

Maar zo eenvoudig ligt de zaak niet. In Kniv keert Nesbø, na het toch wat ontgoochelende Macbeth (zie hieronder), terug naar het beproefde Hole-recept. Het concept is moeilijk nog verrassend te noemen, maar de intrige zit bijzonder knap in elkaar met elkaar in snel tempo opvolgende moordverdachten.

De meeste personages kent de lezer al uit de vorige Holeromans. Aan de negatieve kant is er zo is er een bijrolletje weggelegd voor de louche Belman, die het nu tot minister van Justitie geschopt heeft, en vooral voor diens vroegere assistent Truls. Die laatste “werkt” nu bij de politie, voert geen spat uit, maar komt Harry toch ongewild te hulp. Verder doet Ole Winter, de antipathieke leider van het Kriposteam dat ook onderzoek naar de moord verricht, zijn stinkende best om Hole te vlug af te zijn. Maar er zijn ook merkwaardige nieuwkomers zoals Kriposonderzoeker Sung-Min Larsen, en de enigszins nymfomane lijkschouwster Alexandra Sturdza.

Nesbø neemt de lezer ook ettelijke keren mee naar het door oorlog geteisterde Afghanistan. Zoals gewoonlijk veroorlooft hij zich heel wat uitweidingen, maar in tegenstelling tot wat het geval is bij sommige andere thrillerauteurs (Samuel Bjørk om er maar een te noemen) staan die nooit helemaal los van de centrale intrige, en de manier waarop Nesbø uiteindelijk alle verhaallijnen in de finale afrekening samenbrengt is zonder meer indrukwekkend.

En waar speelt de volgende Hole zich af? Harry laat het lot daarover beslissen…

Jo Nesbø, Het mes, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2019   ISBN 978-9-4031-4281-4


Naast de Harry Holereeks schreef Nesbø nog een aantal thrillers.

Hodejegerne (2008) (Nederlandse vertaling: Headhunters (2010))

De 51-jarige Roger Brown (zijn vader was een Brit, vandaar de Engels klinkende naam) is niet zomaar een headhunter; hij vindt zichzelf de beste headhunter van heel Noorwegen, dé expert wanneer het erop aankomt de beste kandidaat voor een topjob te selecteren:

de headhunter die nog nooit een kandidaat heeft voorgesteld voor een baan die hij niet heeft gekregen, die als het nodig is de kandidaat met manipulatie, dwang, breekijzer en boksbeugel binnenkrijgt, op wiens beoordelingsvermogen klanten blind vertrouwen, die zonder aarzelingen het lot van het bedrijf – en dat van de klant – in handen krijgt. (vertaling Annelies de Vroom)

Er was één ding dat hem met een complex opzadelde: hij is niet erg groot. Daarvoor heeft hij de perfecte compensatie gevonden: een mooie vrouw. Diana

had alles wat ik niet had. Zorgzaamheid. Empathie. Loyaliteit. Lengte. Kort samengevat: ze was een schone ziel in een schoon lichaam. (vertaling Annelies de Vroom)

Browns probleem is dat die mooie vrouw hem erg veel geld kost. Met een (zoals later zal blijken, ietwat geschifte) medeplichtige die bij een bewakingsfirma werkt, heeft hij daarom een lucratief systeem uitgedokterd. Hij maakt bemiddelde kandidaten die zich bij het headhuntersbureau aanmelden op zoek naar een nog beter betaalde job, hun waardevolle schilderijen afhandig en verkoopt ze daarna op de zwarte markt.

Bij zijn zoektocht naar de geschikte kandidaat maakt headhunter Brown gebruik van een FBI-handboek dat toont hoe er door manipulatie van verdachten resultaten geboekt kunnen worden. De zaken lopen uitstekend tot Brown iemand tegen het lijf loopt die een nog betere manipulator blijkt te zijn. Browns leven ligt aan diggelen, maar hij is vastbesloten om grondig wraak te nemen op wie hem beduveld heeft.

Hodejegerne**** is een erg ingenieus geconstrueerde thriller die de lezer een aantal keer behoorlijk op het verkeerde been zet. Voeg daarbij nog een dosis zwarte humor (Brown vertelt zijn verhaal zelf) en een aantal “sterke” scènes (die waarin Brown letterlijk tot over zijn oren in de stront zit wordt gegarandeerd een klassieker) en het leesplezier kan niet meer stuk.

Ook interessant om te weten:

hij zal de hele opbrengst van zijn nieuwe boek “Hodejegerne” schenken aan een fonds dat analfabetisme bij kinderen bestrijdt […] Het bedrag op mijn rekening kwam niet langer overeen met mijn leefstijl, en het voelde meer natuurlijk aan om het te verminderen dan om mijn leefstijl naar boven bij te stellen. (Dagsavisen, 18.07.2008)

Jon Nesbø, Headhunters, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2010   ISBN 978-90-234-5662-9

Hodejegerne werd (met een “vereenvoudigde” intrige) in 2011 verfilmd:


Sønnen (2014)  (vertaald als De zoon**** (2014))

Simon Kefas is in vele opzichten Harry Holes tegenpool: klein, bijna pensioengerechtigd, niet verslaafd aan alcohol, maar ooit wel aan gokken. Net als Hole is ook Kefas een beetje een einzelgänger:

Het ontbreekt jou aan diplomatie. Zelfs mensen die je proberen te helpen, beledig je (vertaling Annelies de Vroom)

vertelt een ex-collega hem.

Verder neemt ook Kefas het niet altijd even nauw met de voorschriften. Ooit was hij in de running voor een topfunctie bij de politie, maar die heeft hij nooit te pakken gekregen. Daarnaast was hij wel goed bevriend met een andere speurder, Ab Lofthus, maar die bleek een “mol” binnen het politieapparaat te zijn en pleegde uiteindelijk zelfmoord.

In Sønnen (2014) draait het om Lofthus’ zoon Sonny. Die is na de dood van zijn vader helemaal op het slechte pad geraakt. Hij komt (zwaar verslaafd aan drugs als hij is) in de klauwen van de Oslose onderwereld, en die zorgt ervoor dat hij twee moorden bekent die hij niet gepleegd heeft. In ruil voor die gebeurtenis krijgt hij in de gevangeniswel iedere dag zijn gratis portie heroïne.

Sonny zit in de streng bewaakte gevangenis Staten waar de corrupte assistent-directeur Arild Franck de plak zwaait. Hij wordt er de vertrouweling van een groot aantal medegevangenen en fungeert voor hen als een soort (zwijgende) biechtvader, die hen een soort van vergeving schenkt. Maar op een dag krijgt Sonny een biecht te horen die een heel ander licht op de dood van zijn vader werpt, en besluit hij wraak te nemen. Hij ontsnapt uit de gevangenis.

En dan wordt Oslo opgeschrikt door een aantal moorden. Het onderzoek is in handen van Kripos, en Bjørnstad, de inspecteur van dienst maakt als

een trotse rechercheur […] met een groter ego dan gevoel voor zijn team (vertaling Annelies de Vroom)

geen al te goede beurt.

Kefas en Kari Abel, zijn nieuwe assistente, die nog in opleiding is, hebben eigenlijk initieel niets te maken met dit moordonderzoek. Ze houden zich bezig met de verdachte dood van een gevangenispredikant. Maar Kefas (die een verband tussen de twee zaken vermoedt) kan het toch niet laten zich ermee te bemoeien.

Wat volgt is vintage Nesbø: een spannend verhaal (van meer dan 500 bladzijden), vol onverwachte wendingen, met een aantal slechteriken en natuurlijk een finale vol suspense.

Een aantal slechteriken dus, maar de twee voornaamste personages zijn mensen met slechte én goede kanten. Sonny heeft veel weg van een goede moordenaar: Nesbø heeft in verband met Sønnen zelf naar de Bijbel verwezen.

Sonny wordt ook verliefd. Liefde is ook Kefas’ zwakke punt: zijn vrouw dreigt blind te worden. De enige uitweg is een operatie in een dure Amerikaanse kliniek, maar wie zal dat betalen?

Voor Sonny lijkt het uiteindelijk goed af te lopen – of suggereren de laatste bladzijden toch iets anders? Of is dat einde net wat (te) vergezocht? De overgrote meerderheid van de Noorse en niet-Noorse recensies waren in ieder geval erg positief. Kirkus Review (15.04.2014) had het over

A deftly plotted novel that probes the deepest mysteries: sin, redemption, love, evil, the human condition […]One of Nesbø’s best, deepest and richest novels, even without Harry Hole.

Daneet Steffens (The Boston Globe, 12.05.2014) omschreef Sønnen als

a novel that’s both deadly serious and seriously sentimental

en voegde eraan toe dat

Nesbo ably rides the slimmest of lines between humanity’s uglier mug and unusual manners of redemption.

Bovendien was hij

great at rapidly sketching the kind of juicy characters, peripheral or not, that propel an already fast-moving story forward at a pleasing pace.

Voor een overzicht van de (inderdaad erg uitgebreide) cast: zie hieronder.

Een van de weinige negatieve beoordelingen kwam van Val McDermid inThe Guardian (15.05.1014). Ze had wel lof  voor de

narrative flair and compelling forward motion

maar vond het boek o.a. te lang:

I can’t help feeling that somewhere inside this 490-page slab is a slick 250-page thriller fighting to get out […] this could have been a dark and muscular slice of noir that chills to the bone.

Verder schreef ze dat ze

struggled to accept either the set-up or the characters who carry it to its all-too-predictable conclusion.

Val McDermid schrijft zelf uitstekende misdaadverhalen – lees haar The skeleton road (2014) er maar op na – maar het zijn geen typische “thrillers” met daarin de ene cliffhanger na de andere en nogal expliciet geweld, elementen die bij Nesbø wel een belangrijke rol spelen. En wat de

hefty suspension of disbelief

die Nesbø volgens haar van de lezer eist: ik vrees dat dit post factum voor het overgrote deel van de misdaadverhalen en de thrillers geldt.

Een overzicht van de “cast” (om praktische redenen alfabetisch op de voornaam)

Ab Lofthus                Johnny Lofthus’ vader

Agnete Iversen          makelaar in onroerend goed

Arild Franck              assistent-gevangenisdirecteur

Betty                         receptioniste Plaza Hotel

Bo                             werkt voor Gustav Rover

Edith                         Else Kefas’ zus

Einar Harnes             advocaat

Else Kefas                  Simon Kefas’ echtgenote

Eva Morsand             Yngve Morsands echtgenote

Felix Lae                    kenneleigenaar

Fredrik Ansgar          werkte voor Økokrim, nu financier

Geir Goldsrud           bewakingschef Staten

Gustav Rover            motorfietsmecanicien, “past” wapens “aan”

Henrik Westad          hoofdagent van de politie van Buskerud

Hugo Nestor             “de Oekraïner”, betrokken bij mensen- en drugshandel

Iver Iversen               beheerder van onroerend goed, echtgenoot van Agnete Iversen

Johannes Halden      heroïnesmokkelaar, heeft kanker, was actief als verklikker

Johnny Puma           drugsverslaafde, woont in het Ila pension

Kalle Farrisen           verkoopt “superboy”

Kari Adel                   Simon Kefas’ assistent

Lars Gilberg              drugsverslaafde, dakloze

Leif Krognæss           chauffeur

Martha Lian               werkt in het Ila pension

Markus                      woont tegenover “het gele huis”

Mats                           Ediths zoon

Morgan Askøy           gevangenisbewaarder

Pelle Granerud          taxichauffeur

Per Vollan                  gevangenisaalmoezenier

Pontius Parr              politiecommandant

Sam                           vriend van Kari Adel

Simon Kefas              førstebetjent Drapsavsnittet

Sissel Thon                schoonmaakster

Sonny Lofthus           “de zoon””

Stig Berger                 Sonny Lofthus’ fictieve naam

Sylvester Trondsen    “werkt” for Gustav Rover

Sørensen                    gevangenisbewaarder, met ziekteverlof

Tor Jonasson             verkoopt gsm’s

Tvillingen                   mysterieuze figuur uit criminele milieu van Oslo

Vera Valle                 Kalle Farrisens partner

Yngve Morsand         reder

Åsmund Bjørnstad    Kripos

Jo Nesbø, De zoon, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij – Cargo), 2014.        ISBN 978-90-234-8863-7

Blod på snø (2015) (vertaald als Bloed op sneeuw **½ (2015))

Er zijn een heleboel dingen waar Olav Johansen niet goed in is, maar in één ding blinkt hij wel uit: hij is een expert in het ″ekspedere″ van mensen – hij is dus een huurmoordenaar. Zijn ″werkgever″ is de crimineel Daniel Hoffmann, die eerst carrière gemaakt heeft in het prostitutiemilieu maar nu ook volop in de drugsbusiness zit.

Johansen krijgt een nieuwe opdracht van Hoffmann: hij moet diens echtgenote vermoorden (ze houdt er een minnaar op na) en het als uit een hand gelopen inbraak doen voorkomen. Johansen begint haar te bespioneren om een geschikt moment voor de ″opdracht″ te vinden en krijgt zo ook de minnaar in het oog. En dan voert hij zijn opdracht niet naar behoren uit…

″Krim″ staat er op de voorpagina van Blod på snø, maar toch is dit een heel ander misdaadverhaal dan de Harry Hole-romans of Hodejegerne. Formeel zijn er al duidelijke verschillen: de plot is duidelijk minder complex (en het boek bijgevolg minder lang) en het is een ikverhaal. Bovendien is het in het verleden (een heel strenge winter in de jaren 70) gesitueerd. Is het daarom dat Nesbø voor zijn doen veel a-vormen gebruikt? Geen gsm’s dus, maar telefoongesprekken vanuit telefooncellen.

Inhoudelijk is er door het ″goede moordenaar″-motief wel enige gelijkenis met Sønnen:

Ze was weduwe met vier kleine kinderen. Ik heb haar weduwe gemaakt, dus ik heb … in een zwak moment alles wat de Visser aan haar man beloofd had voor zijn liquidatieklus in een enveloppe gestopt ( vertaling Annelies de Vroom) [Olav Johansen heeft het hier over een andere huurmoordenaar die van de Visser de opdracht gekregen had hem te liquideren.]

Het goedemoordenaarmotief wordt echter heel anders uitgewerkt. Waar Nesbø normaal gezien een illusie van realisme nastreeft, is Blod på snø in al zijn hardboiledheid soms bijna een pastiche van dat genre: roman noirmotieven, grandguignolelementen (de scène in de kelder van de begrafenisonderneming!) en een complex, woordblind maar belezen hoofdpersonage (zijn lievelingsboek is “Les Misérables″), dat bovendien een problematische jeugd gehad heeft en er een bizarre romantische streak op nahoudt die hem parten speelt. Het is zeker even wennen voor de diehard Harry Holefan, en voor wie al die verwijzingen maar niets vindt, blijft er weinig goeds over:

Blod på snø is een mager beestje, met stripverhaalachtige personages, en een plot die rammelt. De clichés komen over de bladzijden neer als sneeuwlawinetjes van een dak.

schreef Morten Strøksnes (Adresseavisen, 28.03.2015) en gaf zijn recensie de titel “Død snø” (“Dode sneeuw”) mee.

Jo Nesbø, Bloed op sneeuw, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Cargo), 2015   ISBN 978-90-234-9388-4


Mere blod (2015) (vertaald als Middernachtzon ****½ (2016))

Net als Blod på snø is ook Mere blod in het verleden gesitueerd. In 1977 komt de toen 35-jarige Jon Hansen aan de kost als kleinschalige cannabisdealer, wanneer de Oslose “narkokongen” Fiskeren hem een job aanbiedt als “innkrever” (hij moet wie achterstallige schulden heeft op andere gedachten brengen) en “ekspeditør” (wie dan nog niet betaalt, moet geëlimineerd worden). Aan de basis van het aanbod ligt eigenlijk een verkeerde inschatting van Fiskeren, maar Jon neemt het voorstel toch aan, vooral omdat het echt welk een gemakkelijke job lijkt: Fiskeren boezemt zo’n grote angst in dat iedereen die hem nog geld moet, bij de eerste waarschuwing al over de brug komt.

Maar dan gebeurt er wat Jon niet verwacht had: hij moet iemand “expediëren”. Hij krijgt het niet voor elkaar en sluit met zijn “slachtoffer” dan maar een deal waar beiden financieel erg veel beter van worden. Jon heeft trouwens ook een heel goede (strikt persoonlijke reden) om op het voorstel in te gaan.

Maar natuurlijk komt Fiskeren erachter dat Jon zijn opdracht niet uitgevoerd heeft en stuurt hij een andere “ekspeditør” achter hem aan. Jon vlucht naar Finnmark en komt daar in Kåsund terecht in een kleine gemeenschap die bestaat uit een mix van rechtgelovige Læstadianerne en drinkebroers. En Lea Sara natuurlijk:

een dame die, toen ik haar voor het laatst sprak, helder en duidelijk had gezegd dat ik de laatste was die ze tegen wilde komen (vertaling Annelies de Vroom)

En ook hier is hij niet veilig voor Fiskeren en diens “uitvoerders”:

de Visser vindt altijd wat hij zoekt. Jij en ik snappen niet hoe, maar hij weet alles. Altijd. Daarom wordt hij de Visser genoemd (vertaling Annelies de Vroom)

Mere blod is een naar Nesbø-normen korte roman met een voor een keer niet erg ingewikkelde maar toch ingenieuze plot. Het aantal verwijzingen naar typische motieven uit de pulpliteratuur is niet op twee handen te tellen, maar aan onverwachte wendingen ontbreekt het evenmin. Het boek is een bijna perfecte combinatie van spanning, sfeerschepping, karaktertekening, grandguignol, humor en feelgoodelementen, maar daarnaast nog bespiegelingen over liefde en (hoe verrassend dat ook moge klinken) religie…

Valt er niks negatiefs over Mere blod te zeggen? Toch wel: de illustratie op het voorplat van de Noorse pocketuitgave is spuuglelijk. Misschien een verwijzing naar de covers van oude pulpromans?

Jo Nesbø, Middernachtzon, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Cargo), 2016    ISBN 978-90-234-9788-2


Macbeth (2018) (vertaald als MacBeth (2018))

De titel roept heel duidelijk associaties met Shakespeare op. Verwonderlijk is dat niet: de roman is een onderdeel van de Hogarth Shakespeare Series, waarin bekende auteurs hedendaagse “adaptaties” van befaamde Shakespearestukken brengen. Zo schreven Margaret Atwood met Hag-Seed en Jeanette Winterson met The Gap of Time respectievelijk een bewerking van The Tempest en van The Winter’s Tale.

Nesbø heeft, zoals het ook in het theater de dag van vandaag vaak gebruikelijk is, de setting ingrijpend gewijzigd.

De plaats van gebeuren is ook bij Nesbø Schotland, maar nu een niet nader genoemde stad die in vele opzichten de tegenpool is van Capitol City, de statige hoofdstad vol brede avenues. De stad waarin Macbeth zich afspeelt is een grauwe industriestad met een hoge werkloosheid. Twee grote rivaliserende drugsbendes hebben het er voor het zeggen. De meeste politici en de leiding van de politie zijn er door en door corrupt. De vorige hoofdcommissaris Kenneth was daar een notoir voorbeeld van.

Computers zijn er nog nauwelijks (er wordt nog met tikmachines gewerkt), en smartphones al helemaal niet. Verder zijn er verwijzingen naar de folkrockgroep Lindisfarne en naar de Beatlesfilm “Help”: dit moeten de jaren 70 van de vorige eeuw zijn.

Bijna de hele personengalerij uit Shakespeares stuk maakt haar opwachting, ook al is de functie van enkelen onder hen gewijzigd.

Ook qua plot zijn er heel wat overeenkomsten met Shakespeares toneelstuk – zelfs de profetie van de heksen is (alweer in een aangepaste versie) aanwezig. Maar natuurlijk heeft Nesbø een en ander aan de plot toegevoegd en gaat hij veel meer in detail: anders maak je van een relatief kort toneelstuk geen roman van ongeveer 500 pagina’s. Een opsomming van wijzigingen, toevoegingen en aanvullingen is weinig relevant: ik vermoed dat er maar weinig Nesbølezers onmiddellijk naar het toneelstuk van de schrijver uit Stratford-upon-Avon zullen grijpen…

Nesbøs Macbeth is iemand met een drugsverleden. Nu is hij een doortastende politieman die succes geboekt heeft als leider van het SWAT-interventieteam. Langzaam evolueert hij echter naar een niets ontziende crimineel die geen middel onbenut laat om de volledige controle over de stad te verwerven. Belangrijk daarbij is de rol van zijn minnares Lady, de eigenares van Inverness, het chicste casino van de stad. Macbeth zelf is er zich niet van bewust dat hij bij zijn greep naar de absolute macht in de stad gemanipuleerd wordt door Hecate, de mysterieuze leider van een van de twee grote drugsbendes van de stad. Hecates voornaamste handelswaar is de sterk verslavende drug “brew”.

Duncan, de nieuwe en integere hoofdcommissaris die aangesteld werd om de corruptie te bestrijden en de drugsbendes te ontmantelen, is Macbeths eerste slachtoffer. Hij wordt in snel tempo gevolgd door adjunct-hoofdcommissaris Malcolm en Macbeths oude mentor Banquo, die niet dezelfde “doortastendheid” en meedogenloosheid bezit als zijn vroegere pupil. En dan komt Duff van de afdeling Moordzaken in Macbeths vizier…

De Noorse recensies schreven, getuige de citaten op de website van Nesbøs Noorse uitgever Aschehoug, erg lovend over Macbeth **½ :

Jo Nesbø + Shakespeare = puur dynamiet (…) Superieure kwaliteit

Schrijfkunst van wereldniveau

Overweldigend!

Meesterlijk en hectisch

Een apocalyptische triomf

Jo Nesbøs “Macbeth” is een brutaal, pikdonker en keihard verhaal dat op eigen benen staat.

Nesbø heeft het essentiële uit Shakespeares klassieker gehaald en er een erg actuele betekenis aan gegeven

Er zijn vele redenen om dit boek te lezen.

Keiharde politieroman over hebzucht en verraad

maar toch is dit m.i. zeker niet Nesbøs beste boek. Dat hij zich zo sterk op Shakespeares stuk gebaseerd heeft, heeft namelijk zo zijn gevolgen.

Dat leidt namelijk tot passages en personages die in de 17de eeuw wel als realistisch en acceptabel beschouwd werden maar dat nu minder zijn (een paar scènes met de criminele politie in de hoofdrol hebben een hoog “blood and gore”-gehalte), maar ook tot elementen in de plot die nu erg onwaarschijnlijk overkomen: in Nesbøs boek kan de federale overheid blijkbaar niet ingrijpen wanneer iemand gebruik makend van een lokale “wet”, de absolute macht over een stad grijpt. En daarnaast doet bijvoorbeeld ook het feit dat een aantal tegenstanders die aan Macbeths moordpartijen ontkomen zijn, later niet alleen probleemloos naar diens stad kunnen terugkeren en er rondlopen, de wenkbrauwen fronsen. Wel herkenbaar en tot nadenken stemmend is dan weer de vlotte manier waarop de booswichten in de roman de waarheid weten te manipuleren.

Nesbøs pogingen om zijn belangrijkste personages meer “body” te geven (Lady met haar jeugdtrauma en haar geslaapwandel, Macbeth met zijn paranoia en zijn onvermogen om wie echt weerloos is te doden) overtuigen maar half. Een aantal andere personages van betekenis blijven dan weer opvallen ééndimensionaal: aan  de slechte kant zijn dat bijvoorbeeld Hecate en Seyton, aan de goeie kant o.a. Duff, Malcolm, het hoofd van de technische recherche Caithness en Banquo’s zoon Fleance.

En heel belangrijk voor de thrillerfanaat: het volgen van Shakespeares plotlijn zorgt ervoor dat het aantal cliffhangers en onverwachte wendingen in Macbeth nogal magertjes uitvalt in vergelijking met de Harry Holeboeken.

Jo Nesbø, Macbeth, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Nijgh & Van Ditmar), 2018   ISBN 978-90-388-0111-7


Of Harry Hole na Kniv nog ooit terugkomt weet alleen Jo Nesbø. Voor Kongeriket **** (2020) heeft hij in elk geval een setting gekozen die sterk verschilt van Oslo met al zijn drugs- en geweldproblemen.

Os is een stadje in Telemark op ongeveer twee uur rijden van Notodden. Roy Opdal baat er het lokale tankstation uit. Hij is erg praktisch aangelegd en heeft nooit verder gestudeerd, in tegenstelling tot zijn jongere broer Carl, die naar de Verenigde Staten trok en daar nog altijd woont.

Maar dan keert Carl na meer dan 15 jaar plots terug, en hij is niet alleen. Hij is getrouwd met de uit Brabados afkomstige architecte Shannon Alleyne en heeft grootse plannen. In Os wil hij een groot hotel bouwen en het lukt hem vrij vlot om het gros van de lokale bevolking zo ver te krijgen dat ze bereid zijn zich te engageren.

En zo begint Kongeriket naar Nesbønormen relatief rustig, ook al zijn er toch twee dissonanten. In het stadje doet het gerucht de ronde dat de lokale autohandelaar Willumsen een Deense afperser inhuurt wanneer iemand zijn schulden niet betaalt. En de vader en voorganger van de huidige politiechef Kurt Olsen verdween zo’n twintig jaar geleden zonder ook maar een spoor achter te laten.

Voor Carl naar de V.S. vertrok, kwam Roy altijd voor zijn broer op, en dat betekende dat hij in ettelijke vechtpartijen betrokken raakte. Maar is Carl, die door Shannon beschreven wordt als

een gevoelige en sympathieke cynicus (vertaling Annelies de Vroom)

wel zuiver op de graat? Er zijn details die op het tegendeel lijken te wijzen, maar ook nu neemt Roy de verdediging van zijn broer op zich. Shannon heeft daar een verklaring voor

Wat ik alleen probeer te zeggen is dat de moraal een overgewaardeerd begrip is als het gaat om motieven voor ons handelen. En dat loyaliteit tegenover de groep ondergewaardeerd wordt. We misbruiken moraliteit zoals het ons uitkomt als we het gevoel hebben dat onze groep wordt bedreigd […] We zijn in de eerste plaats loyaal tegenover onze eigen mensen en pas daarna trouw aan de wisselende moraal die altijd in het belang van onze groep is. (vertaling Annelies de Vroom)

Maar er is nog een dieperliggende reden. De broers Opstad (hun ouders zijn, kort voordat Carl naar de V.S. trok, overleden) dragen namelijk een verschrikkelijk geheim met zich mee en dat zal ertoe leiden dat Kongeriket geleidelijk uitmondt in een erg donker drama over moord, bedrog en passie,

a surprisingly dark and disturbing story

zoals Crime by the Book (the cbtb blog, 09.11.2020) het formuleert.

Maarten Moll (Het Parool, 03.06.2021) zag duidelijke parallellen met het verhaal van Kaïn en Abel uit de Bijbel, en dat klopt want Nesbø zei zelf in een interview met La Vanguardia (07.05.2021):

Ook al ben ik zelf niet religieus, toch boeien de verhalen uit de Bijbel me enorm

Kongeriket zit bijzonder knap in elkaar: Nesbø is een meester in het doseren van onthullingen:

The darkness here isn’t in-your-face; it’s slow-building and subtle, lulling readers into a false sense of security before providing information that will shift your entire concept of the book you are reading (the cbtb blog, 09.11.2020)

en heeft met Roy (de verteller van het hele verhaal) een personage gecreëerd dat onvermijdelijk ambivalente gevoelens bij de lezer oproept:

[Carl] herinnerde het zich. Dat ik hem een keer lang geleden had verteld dat ik een waterspreeuw ben. Een schuwe vogel die altijd op zijn hoede is en zich verstopt tussen stenen. Hij had gezegd dat het niet nodig was, dat er niets was waarvoor ik bang hoefde te zijn. Ik had geantwoord dat ik dat wel wist, maar dat ik toch bang was. (vertaling Annelies de Vroom)

Una historia absorbente llena de sorpresas y matices. Nesbø es el maestro del thriller moderno.

Een boeiend verhaal vol verrassingen en nuances. Nesbø is de meester van de moderne thriller. (De Spaanse auteur Santiago Díaz op Twitter)  

Koninkrijk is een geweldige thriller die je niet meer wilt wegleggen (mam, Humo, 15.07.2021)

Koninkrijk is een complexe roman over eeuwige thema’s als familiebanden, verraad, wraak, schaamte en seksualiteit. De relatie tussen de twee broers en hun vader vormt de kern van het drama […] Nesbø neemt de tijd om hun gecompliceerde persoonlijkheden en de innige maar soms verstikkende band die ze met elkaar hebben te ontrafelen. (John Vervoort, De Standaard der Letteren, 24.07.2021)

Zowel Humo als SDL gaven (net als ik) vier sterren op vijf mogelijke.

Jo Nesbø, Koninkrijk, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Cargo), 2021

ISBN 978-94-031-0871-1



Sjalusimannen ***½ (2021) (Nederlandse vertaling: De jaloezieman (2021) is het titelverhaal van de bundel Sjalusimannen og andre fortellinger.  Die telt in totaal zeven “verhalen”  die zowel volgens Gerd Elin Stava Sande (Dagsavisen, 14.04.2021) als Aano Tarald (Stavanger Aftenblad, 15.04.2021) schatplichtig zijn aan Roald Dahl.

De Nederlandse uitgave van de titelnovelle, eigenlijk een korte roman (zo’n 100 bladzijden), is een initiatief van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek.

De “jaloezieman” uit de titel is Nikos Balli, een al wat oudere inspecteur moordzaken van de politie van Athene. Zijn bijnaam heeft hij te danken aan zijn specifiek “talent”:

ik ben de man die gebeld wordt als het motief van een moord jaloezie kan zijn. Er wordt gezegd dat ik jaloezie kan ruiken. Dat klopt natuurlijk niet. Jaloezie heeft geen speciale geur, kleur of een bepaald geluid. Maar wel een verhaal. En door te luisteren naar dat verhaal, zowel naar wat er wordt gezegd als naar wat niet, kan ik concluderen of ik een wanhopig, gewond dier tegenover me heb zitten. (vertaling Annelies de Vroom)

Balli vertrekt daarbij van zijn eigen ervaring: toen hij nog in Oxford studeerde had hij een relatie met de Franse Monique en ondervond toen aan den lijve waartoe jaloezie leiden kan:

Ik luister en weet. Weet omdat ik naar mij, ,Nikos Balli, luister. Weet, omdat ik zelf zo’n gewond dier ben. (vertaling Annelies de Vroom)

Voor het “echte” speurwerk is Balli minder geschikt:

Ik beschikte gewoon niet over het voorstellingsvermogen om te kunnen bedenken hoe een moordenaar te werk ging bij het doden en hoe daarna de sporen werden gewist.

Balli wordt naar het bij klimmers erg geliefde eiland Kalymos gestuurd. Daar is de 28-jarige Julian Schmid (Amerikaans staatsburger maar van Duitse komaf) vermist. Zijn tweelingbroer Franz wordt van moord verdacht: de avond voor Julians verdwijning hadden de twee flink ruzie gemaakt, klaarblijkelijk over een vrouw.

Zijn onderzoek confronteert Balli met een stuk onverwerkt verleden: waarom wordt hij zo misselijk wanneer hij de ringtoneversie van Led Zeppelins “Whole Lotta Love” hoort?

Sjalusimannen bezit nogal wat karakteristieken van Jo Nesbøs langere werk: het motief “schuld” speelt een belangrijke rol, de lezer krijgt langzaam te weten hoe de vork in de steel zit en het slot is een cliffhanger – in dit geval ook letterlijk. De technische uitleg over hoe je bergen kunt beklimmen moet je er maar bijnemen.

Jo Nesbø, De jaloezieman, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2021)   ISBN 978-90-5965-997-1



“Dystopisch” en “futuristisch” zijn twee woorden die vaak opduiken als het over Nesbøs verhalenbundel Rotteøya og andre fortellinger **½ (2021) (Nederlandse vertaling: Rateiland (2022)) gaat. Toch dekken deze twee vlaggen maar gedeeltelijk de lading. Drie van de vijf verhalen spelen zich af in de toekomst, en het beeld dat ze van die toekomst geven, is niet bepaald optimistisch.

In het titelverhaal heeft een wereldwijde epidemie ervoor gezorgd dat de rechtsstaat nog nauwelijks functioneert, en dat wordt geïllustreerd aan de hand van de situatie in een niet nader genoemde stad aan de Amerikaanse westkust – de verwijzing naar Roman Polanski en Sharon Tate suggereert dat het over Los Angeles gaat. De stad is zo goed als volledig in handen van gewapende en gemotoriseerde adolescentenbendes. De politie valt nog nauwelijks in de straten te bespeuren en de allerrijksten hebben een plan klaargestoomd om de stad voor lange tijd te ontvluchten:

het hangarschip […] New Frontier […] heeft plaats voor vijfendertighonderd personen en voedsel, medicijnen en alles wat er verder nog nodig is om vier jaar te overleven zonder een haven aan te doen. Het zal naar open zee varen en daar voor onbepaalde tijd blijven. (Vertaling Annelies de Vroom)

Een van de initiatiefnemers is Colin Lowe, een van de grootste ondernemers van het land en eigenaar van Rotteøya, een eilandje voor de kust met een soort versterkte burcht erop

een lage prijs voor een wat betere nachtrust (vertaling Annelies de Vroom)

Colin Lowe heeft een zoon Brad en hij is de leider van een van de meedogenloze bendes die de stad teisteren. Wanneer Brad zich vergrijpt aan Amy, de dochter van het hoofd van Lowes juridische afdeling, en tegen alle verwachtingen in toch in de gevangenis belandt, schuwt zijn vader geen enkel middel om hem weer vrij te krijgen. Amy’s vader Will zint echter op wraak: hij pretendeert dat hij een eerlijk proces wil, maar zint in werkelijkheid op wraak: hij wil dat Brads pijn even groot zal zijn als zijn eigen pijn nu.

Brutaal en gewelddadig, maar met een ingenieuze structuur.

“Makulator” speelt rond 2080, ongeveer 100 jaar na de ontdekking van het HIV-virus. Na de “grootste oorlog ooit”, die onder meer het internet vernietigd heeft, is er een nieuwe, dodelijke geslachtsziekte opgedoken. Ik-figuur en wetenschapper Ralph Jason ontdekt tijdens zijn zoektocht naar een vaccin een middel dat het eeuwige leven garandeert. Het kan onmogelijk in grote hoeveelheden geproduceerd worden en dus zijn er niets ontziende sujetten die de formule in handen willen krijgen.

De “versnipperaar” van de titel is een soort computer die

specifieke herinneringen uit de datageheugenbank van de hersenen [kan] wissen en de rest intact laten (vertaling Annelies de Vroom)

Het zou Jasons ultieme redmiddel kunnen zijn…

“Makulator” heeft wel zijn spannende momenten, maar noch het onderwerp, noch de uitwerking zijn bijzonder origineel.

In “Svart Springer” viert het ongebreidelde kapitalisme hoogtij en gebruiken de grote kartels huurmoordenaars om de leidinggevende figuren bij hun opponenten te elimineren. Psycholoog Lukas Meyer is zo’n huurmoordenaar, maar wel een met een “nobel” motief: hij wil wraak nemen op de kartels omdat een groot bedrijf puur uit winstbejag indirect verantwoordelijk was voor de dood van zijn zoon en de zelfmoord van zijn vrouw. Nu moet Meyer de confrontatie aangaan met een andere “vooraanstaande” huurmoordenaar.

Ook hier zitten er wel spannende elementen in het verhaal, dat talloze verwijzingen naar de schaakwereld bevat, maar Nesbø vraagt toch ook heel wat goedgelovigheid (die darmen!) van zijn lezers.

In de twee resterende verhalen zijn het dystopische en het futuristische element veel minder aanwezig. “Serum”, dat een slangenfarm in Botswana als achtergrond heeft, is een zoveelste (weliswaar wrede) variant op het thema “de bedrieger wordt bedrogen” en heeft een onnodig lange inleiding.

“Sikadene” ten slotte is een regelrechte afknapper. Nadat Martin in San Sebastian een meisje heeft gered van de verdrinkingsdood, vraagt zijn vriend Peter hem om de buitenwereld te vertellen dat hij (Peter dus) degene was die het meisje gered heeft. Wat volgt lijkt lange tijd op een op Roald Dahls Tales of the unexpected geënt verhaal te zijn, maar verzandt uiteindelijk in pseudo magisch-realistisch (of is het pseudowetenschappelijk?) gezwam over parallelle universums.

Cathrine Krøger (Dagbladet, 19.06.2021) noemde ” Sikadene”

fjollete

en dat betekent zoiets als “dwaas”, “stupide”. Elders in haar bespreking klonk het zo:

Jo Nesbø is nooit een meester van de suggestie geweest, maar hier schrijft hij met bokshandschoenen. De ene schurk is een nog grotere psychopaat dan de andere.

Toch waren er ook Noorse recensenten die zich in positievere zin uitlieten over Rotteøya og andre fortellinger.

Tarald Aano (Stavanger Aftenblad, 28.07.2021) had het over

uitstekend vakwerk.

Tor Hammerø (Nettavisen, 19.06.2021) vond dat de bundel

bevestigt wat voor een meesterlijke verhalenverteller hij is

en liet zich lovend uit over

Nesbøs unieke vermogen om de lezer via zijn stijlvolle taal in een fel en vaak met bloed doordrenkt spannend verhaal binnen te loodsen.

Sindre Hovdenakk (VG, 16.06.2021) schreef dat Jo Nesbø, wanneer hij op zijn best is,

een literaire intensiteit [etaleert] die het moeilijk maakt om niet geëntertaind te worden.

Maar als deze recensie een schoolrapport was, zou erin staan

Jo kan beter!

Jo Nesbø, Rateiland, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (De Bezige Bij), 2022  

ISBN 978-94-031-3841-1


Natthuset ** (2023) (Nederlandse vertaling: Het nachthuis (2024))

WAARSCHUWING: de tekst hieronder bevat een SPOILER. Zoals Hans H Skei in zijn bespreking (bok365.no, 31.05.2023) aangaf is het bijna onmogelijk Natthuset te recenseren en te beoordelen zonder het over het einde van het boek te hebben. Misschien dus eerst het boek lezen?

In Natthuset speelt Nesbø een spel met de lezer.

Richard Jonasson verblijft al 15 jaar in een psychiatrische instelling. Toen hij nog een kind was, werd zijn moeder door zijn psychisch labiele vader vermoord en stak die daarna de flat in brand. Sindsdien kampt Richard met een enorm trauma. Maar recent heeft een nieuwe behandeling met elektroshocks erg goede resultaten opgeleverd: nu lijkt hij zo goed als helemaal vergeten te zijn wat hem als kind overkomen is.

Tijdens een gesprek laat Karen, de psychiater die hem behandelt, Richard een poosje alleen en die maakt daarvan gebruik om haar notitieboek te onderzoeken. Daarin vindt hij de tekst terug waarin hij kort na de moord op zijn moeder zijn versie zijn neerschreef van wat er gebeurd was.

Wanneer Karen terugkomt vertelt ze hem dat hij van nu af aan de instelling twee dagen per week mag verlaten als eerste stap in zijn re-integratie in de maatschappij. En ze doet hem nog een voorstel: bij het lezen van zijn beschrijving van de moord en de brandstichting heeft ze gemerkt dat hij literair talent bezit:

Je schreef niet alleen een verslag van wat er was gebeurd (…) je werd een verteller. Je probeerde, voor de lezer, zo levendig mogelijk te beschrijven wat er was gebeurd, je probeerde er literatuur van te maken.  (vertaling Annelies de Vroom)

Karen neemt hem mee naar een paviljoentje waar een typemachine staat en laat hem dan alleen. En Richard begint te schrijven. Tot zover deel III van Natthuset.

Wat hij dan schrijft is wat de lezer op dat ogenblik al gelezen heeft voor hij/zij aan deel III begon. Deel I van Natthuset is een griezelverhaal voor de jeugd waarin het hoofdpersonage (dat ook Richard heet) niet door zijn dorpsgenoten geloofd wordt wanneer hij het heeft over de mysterieuze verdwijning van twee klasgenoten. Deel II is een horrorverhaal waarin de klasgenoten van diezelfde Richard hem vijftien jaar later tijdens een klasreünie op een gruwelijke manier proberen te vermoorden. In beide “verhalen” duiken personages op die veel gelijkenissen vertonen met werknemers van de psychiatrische instelling…

Sommige recensenten waren erg tevreden. Leif Ekle (nrk.no, 30.05.2023) vond Natthuset

een behoorlijk geraffineerd verhaal (…) ongewoon én origineel

Sindre Hovdenakk (VG, 30.05.2023) omschreef het boek als

huiveringwekkend grappig  (…) een niet al te serieus te nemen spel met het genre

en gaf het een 5 (6 is het maximum) 

Hans H. Skei catalogiseerde Natthuset als

een zijsprongetje in Nesbø’s oeuvre (…) onderhoudende lectuur met een ernstig toemaatje op het einde.

Ik ben echt niet overtuigd. In zijn recensie verwees Ekle naar Dennis Lehanes verfilmde roman Shutter Island als een voorbeeld van hetzelfde genre. Ik had na de lectuur van Natthuset min of meer hetzelfde gevoel als na het bekijken van Scorseses verfilming van Shutter Island. Ik voelde me eerlijk gezegd wat bij de neus genomen. Deel I van Nesbøs roman komt over als iets geschreven voor jonge lezers, niet voor volwassenen. Deel II is wat beter, maar Stephen King heeft dit al beter gedaan. En de “rationele” verklaring in deel III kan de boel niet redden.

Jo Nesbø, Het Nachthuis, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Cargo), 2024    

ISBN 978-94-031-1792-8


Kongen van Os**** (2024) is het vervolg op Kongeriket (2020):

Het lijkt wel alsof Jo Nesbø met deze reeks geprobeerd heeft om uit te zoeken hoe moreel verdorven en moordzuchtig hoofdpersonages kunnen zijn voor wij als lezers bereid zijn om ermee op te houden hun exploten te volgen en aan te moedigen

schreef Ola Hegdal (nrk.no, 05.06.2024).

De criminele vastgoedbroers Roy en Carl Opgard hebben hun zaakjes mooi op het droge in Os:  Carl bezit Os Spa en het hotel, Roy de disco Fritt Fall en het tankstation. Maar de toekomst oogt onzeker: de overheid heeft het plan opgevat om een tunnel door de berg bij Todde te boren, en dat zou betekenen dat de rijksweg niet langer door Os loopt, met alle gevolgen van dien voor de inkomsten van de broers.

Roy laat dat natuurlijk niet zomaar gebeuren. Hij contacteert het studiebureau dat de haalbaarheid van de tunnel onderzocht heeft en met een combinatie van bedreigingen en een miljoenengrote omkoopsom krijgt hij de managers van het studiebureau zo ver dat ze hun oorspronkelijke studie “aanpassen” zodat het boren van de tunnel plots een te groot  risico wordt.

Alles lijkt dan weer in kannen en kruiken, maar er is nog altijd de lokale politiechef Kurt Olsen, die de broers er (volkomen terecht) van verdenkt dat ze de hand hebben gehad in de “zelfmoord” van zijn vader toen die nog politiechef was.  Ook het bericht dat er een vangrail zal worden geplaatst op de plaats waar jaren geleden een door Roy onklaar gemaakte auto in het ravijn verdween is geen goed nieuws: het betekent dat de daar verongelukte auto’s bovengehaald en onderzocht zullen worden. En dan is er nog de terugkeer van Valerie Moe: Roy heeft er vroeger voor “gezorgd” dat haar vader haar niet langer misbruikte. En de band tussen Roy en zijn jongere broer Carl lijkt minder hecht te worden: Carl heeft iets “gedaan” wat Roy absoluut niet bevalt:

Sommige takken aan de stamboom zijn rot en hadden al lang moeten zijn afgezaagd (Vertaling Annelies de Vroom)  

zegt hij daarover.

Stof genoeg dus voor een rollercoaster (Roy is trouwens van plan zo’n ding in Os te bouwen) van pakweg 400 bladzijden vol onverwachte wendingen. Roy is erg bekwaam in het manipuleren van situaties en het inschatten van de bedoelingen van zijn opponenten, maar zal hij uiteindelijk zelf overeind blijven?

De personengalerij:

Roy Opgard (verteller); eigenaar van de discotheek Fritt Fall en het tankstation

Carl Opgard: Roy’s jongere broer eigenaar Os Spa + hotel

Bent Halden + Jon Fuhr: studiebureau GeoData

Rita Willumsen: ex-lief van Roy nu samen met politiechef Kurt Olsen

Kurt Olsen: politiechef en (ex)trainer Os FC

Sigmund Olsen: vader van Kurt Olsen; was ook politiechef; uit de weg geruimd door Carl en Roy

Grete Smitt:   kapster en roddeltante

Natalie Moe: nieuwe bedrijfsleider

Anton Moe: vader van Natalie

Glenn Moore: achtbaanconstructeur

Shannon Alleyne: vermoord door haar echtgenoot Carl; had een relatie met Roy, bouwster van Os Spa

Jo Aas:  voormalige burgemeester

Mari: Aas’ dochter, getrouwd met Dan Krane, maar de minnares van Carl Opgard

Dan Krane: redacteur plaatselijke krant Os Blad; getrouwd met Mari; heeft een relatie met Irini

Voss Gilbert: huidige burgemeester

Asle Vendelbo: filiaalhouder van Os Sparebank

Julie: zwanger, werkte in Roy’s tankstation, nu in Fritt Fall; heeft een vriend Alex

Erik Nerell: werkt in Fritt Fall; bevriend met Kurt

Egil: werkt in het tankstation

Lewi Wirkus: Litouwse bedrijfsleider van een bouwfirma

Gilliani: technisch rechercheur

Vera Martinsen: KRIPOS

Stanley Spind: arts

Johnny “Depp”: deputy van Kurt Olsen

Liv Goebbel: advocate

Dagur: taxichauffeur

Gerard: vertegenwoordiger van de Franse hotelketen Alpin

Ola: vriend van Natalie en frontman van de hardfolkgroep Hell Spelemannslag

Umar: Nigeriaanse spits van Os FC

Irini: werkt in het hotel; heeft een relatie met Dan Krane

Tor Hammerø (nettavisen.no, 07.06.2024) was erg enthousiast over Kongen av Os:

Nesbø is een meester in het creëren van geloofwaardige intriges. Intrige is er hier in overvloed, en op het moment dat je denkt dat het niet erger meer kan, wordt het nog erger. (…) de personengalerij die Nesbø hier presenteert is in vele opzichten een dwarsdoorsnede van wat een kleine gemeenschap te bieden heeft. Ze komt geloofwaardig over en de 440 bladzijden vliegen voorbij; met aan het einde van elk hoofdstuk een ademstokker die ervoor zorgt dat je dadelijk het volgende hoofdstuk wilt lezen

Onder de titel “charmant en gevoelig” noemde Cathrine Krøger (Dagbladet, 08.06.2024) Kongen av Os een

noodlottig en gekarikaturiseerd bijbels drama overladen met incest, corruptie en moord (…) Nesbø is altijd een barokke schrijver geweest in die zin dat hij altijd overdrijft (…) maar voor mij past dat bij de atmosfeer, de taal en de schurkachtige en noodlottige thematiek van dit hillbillyverhaal, dat zo charmant karakteristiek is dat het bewust gekarikaturiseerd overkomt (…) bovendien laat Nesbø zich hier ook van zijn gevoelige zijde zien in de beschrijving van intieme scènes.

Geir Rakvaag had het in zijn recensie (Dagsavisen, 11.06.25024) over

een achtbaanverhaal over een achtbaan (…) “Kan iedereen een moordenaar worden? Of hebben sommigen – ja, de meesten van ons – een mentale of morele beveiliging die hen verhindert iemand van het leven te beroven? Ik heb het niet over doden  uit noodweer of waanzin, maar of je een goede, gewone man (…) zo ver kunt krijgen dat hij  een medemens in koelen bloede doodt zonder ander motief dan dat hij zelf een iets beter en gemakkelijker leven krijgt?” Dat is de vraag die Roy zich vroeg in het boek stelt, en hij gebruikt de rest van het boek om de problematiek toe te lichten. (…) In het verhaal zitten ook duistere beschrijvingen van seksueel misbruik van kinderen, een beladen onderwerp voor dit soort roman, maar hier gebruikt op een manier die niet spectaculair overkomt, maar integendeel de sterke en gecompliceerde gevoelsmatige relaties tussen vele van de hoofdpersonages verklaart (…) Met Jo Nesbø die de pen voert krijgen we zoals gewoonlijk een lange reeks complexe zijsprongen en onderhoudende dialogen (…) Vergeleken met de duistere dramatiek in de romans over Harry Hole is Kongen av Os lichter vermaak. Mocht Roy voor de rechter komen, dan krijgt hij zeker levenslang voor al wat hij misdaan heeft, maar toch voelen de meeste lezers een zekere sympathie voor hem.

Zelf kon ik Kongen av Os zeker pruimen, en ik ben niet de enige:

maar in het kader van de onpartijdigheid laat ik ook enkele dissidente stemmen aan het woord.

In zijn recensie in Aftenposten (08.06.2024) laat Eilif Guldvog Hartvedt ons kennismaken met het begrip “husmorporno”, “huisvrouwenporno” (tik dit woord niet in in het zoekvak van Google!). Volgens NAOB is dat

underholdningslitteratur med mye romantikk og mykpornografiske skildringer

ontspanningslectuur met veel romantiek en soft-erotische beschrijvingen

Enkele fragmenten uit de recensie:

Als er een literair voorbeeld bestaat van “hegemonische masculiniteit,” dan is dat zeker van de hand van Jo Nesbø. Je krijgt de indruk dat hij geen inkt wil verspillen aan scènes waarin een vrouw voorkomt die niet het voorwerp is van een veroveringsstrijd tussen mannen. In Nesbøs nieuwe thriller Kongen av Os speelt die hegemonische strijd zich af via een statusgevecht tussen twee mannen en een hoofd van politie in de door bergen omringde fictieve gemeente Os in Telemark. Ze proberen boven de anderen uit te komen met behulp van geld, moord en vrouwen. Die masculiniteit op steroïden (…) is problematisch, maakt het boek niet slecht maar wel saai. (…) De plot is opvallend voorspelbaar (…) o.a. door de liefdesscènes (…) Roy ontmoet Natalie, (…) net als hij een getormenteerde ziel (…) De liefde dwingt Roy tot nadenken. Hij wil de jacht op dominantie en heerschappij achter zich laten. Maar dat is voor een man als Roy makkelijker gezegd dan gedaan. Wat we ondertussen krijgen zijn relatief dampende seksscènes waarin Nesbø zijn huisvrouwpornografisch kunnen volop het werk laat doen.

Sindre Hovdenakk (VG, 05.06.2024) klonk niet erg overtuigd en gaf het boek een redelijk

schamele

Hij besloot zijn recensie met

Eerlijk gezegd: we weten dat je veel beter kunt dan dit Jo Nesbø!

.

en schreef o.a. het volgende:

Het eerste boek over het broederpaar Roy en Carl Opgard verscheen in 2020, en overtuigde ondergetekende niet helemaal. “traag”, “breedsprakerig” en “overduidelijk” waren de woorden die ik toen gebruikte, en gaf het boek uiteindelijk een vier op zes. Jammer genoeg is er [in dit nieuwe boek] weinig vooruitgang te bespeuren en krijgt de dobbelsteen nog een oogje minder (…) Algemeen gesproken is het een verhaal waarin voortdurend naar vroeger verwezen wordt en draait en keert rond wat er eerder gebeurd is (…) Ten slotte zijn er zo veel wendingen in de zaak dat er een soort literaire materiaalmoeheid ontstaat (…) Je zit niet echt op het puntje van je stoel tijdens de lectuur. Daarvoor zijn er te veel herhalingen en overduidelijke sporen met daarbij een Kain en Abelmotief dat grondig benadrukt wordt. De relatie tussen Roy en misbruikslachtoffer Nathalie brengt een soort straaltje zon in een voor de rest gitzwart verhaal over verraad en bedrog, maar Nesbø gooit er zo veel sentimentaliteit tegenaan dat de idylle erg gekunsteld overkomt. Ik vind Kongen av Os vooral een oefening in geduld hebben.

Jo Nesbø, Koning van Os, vertaald door Annelies de Vroom, Amsterdam (Cargo), 2024     ISBN 978-94-031-3237-2


Jo Nesbø leverde ook het idee voor de in de nabije toekomst gesitueerde succesvolle politieke thrillerserie “Okkupert” (Engelse titel: “Occupied”) (2015, 2016, 2019) over een door de EU gesteunde Russische bezetting van Noorwegen, nadat dat laatste land zijn olie- en gasproductie stopgezet heeft:

De serie kon van Russische kant op weinig begrip rekenen. Andrey Kulikov, de persattaché van de Russische ambassade in Oslo, formuleerde het zo:

Hoewel de auteurs onophoudelijk benadrukken dat het om fictie gaat en er geen verband is met de werkelijkheid, gaat de serie over echt bestaande landen en wordt Rusland helaas als een agressor afgeschilderd. Van Russische zijde zal er niet hysterisch gereageerd worden – dat is niet onze stijl. Tegelijkertijd is het natuurlijk jammer dat de auteurs van de serie de Noorse tv-kijkers angst aanjagen met een niet bestaande dreiging uit het Oosten, net nu de 70ste verjaardag van de overwinning in de Tweede Wereldoorlog gevierd wordt. Ze lijken de heroïsche inspanningen van het Sovjetleger bij de bevrijding van Noord-Noorwegen van de nazibezetters vergeten hebben. (Nettavisen, 06.10.2015)


Karusellmusikk (2001) is een buitenbeentje in het oeuvre van thrillerauteur Nesbø. Qua vorm zijn de elf novellen uit de bundel erg verschillend. Ze variëren van ik-verhaal tot scenario, van derdepersoonsvertelling tot  een combinatie van email en brief (in “Det er så sterkt” – over een jongeman met een blijkbaar erg laag inschattingsvermogen).

Inhoudelijk liggen de verhalen veel dichter bij elkaar met twee telkens terugkerende motieven: liefde (in allerlei vormen) en reizen (ook in de vorm van ergens voor of van op de vlucht zijn). Het ontbreekt in Karusellmusikk niet aan exotische locaties. “Et kyss og Istanbul” speelt zich (in het verhaal in het verhaal) vooral af in Brazilië. In “Håp” doet Ronald Greger Johansen tijdens zijn 40 jaar lange zwerftocht onder andere Cambodja, Calcutta en China aan.

Drie voorbeelden van verhalen waarin de twee centrale motieven in nauw verband met elkaar staan, zijn het in Spanje gesitueerde, licht magisch-realistische “Gloria”, “Nyttårsvals” over Maria, die 7 jaar na datum symbolisch afrekent met de man die van haar “wegvluchtte” en “Rød karusell”, over een man in een rondreizend pretpark die tegen beter weten in blijft hopen dat zijn liefde beantwoord zal worden.

Ook op nog een andere manier vormt de bundel een eenheid: een aantal van de verhalen zijn met elkaar verbonden. De laatste novelle uit de bundel, “Stripetrøtt” fungeert als een soort verduidelijking (o. a. door middel van een ander gezichtspunt) van de merkwaardige zin

Ik ben op weg van een thuis weg

in “Et kyss og Istanbul”, dat helemaal vooraan in de bundel staat. De titel van de laatste novelle wordt dan weer in de eerste verklaard:

De strepen midden op de weg weet je. Je wordt er zo moe van dat ze maar blijven komen.

In “I himmer’n” ontmoeten we de niet succesvolle schrijver Vidar Berntsen, die zich nu op het schrijven van scenario’s heeft toegelegd. “Saturn spinner” is een scenario van zijn hand waarin hij in de regieaanwijzingen stevig tekeer gaat tegen de filmproducenten, die zijn werk niet naar waarde weten te schatten. Het ruimteschip in dat scenario heet Hitra, en dat is ook de naam van de kleine ferryboot van kapitein Jonasen uit “MS Hitra” en “Penelope og Elinor”, de namen van de twee vrouwen tussen wie hij zijn “liefde “verdeelt”.

Hoop (of beter: het opdoemende verdwijnen ervan) speelt een belangrijke rol in het al vermelde “Saturn spinner”, met de eenzame gezagvoerder van een ruimteschip die zelfs de missie van zijn ruimteschip niet meer kent. In “Håp” keert Roanld Greger Johansen na 40 jaar van omzwervingen naar Noorwegen terug en krijgt daar te horen dat hij

niet meer bestaat

Een echte verrassing is dat niet: hetzelfde geldt ook voor de vrouw die hij toentertijd achterliet.

Echt vernieuwend is Karusellmusikk ***½  niet, maar het is wel bijzonder aangename lectuur, zeker, zoals Leif Ekle (nrk.no/kultur/ 21.11.2001) het formuleerde:

wanneer je in de novemberkoude zit en naar buiten wilt – en ergens anders heen.

cover nieuwe uitgave


Jo Nesbø, Karusellmusikk, Oslo (Aschehoug), 2001    ISBN 978-82-03-18534-2


Ten slotte begon Jo Nesbø in 2007 met een reeks humoristische en redelijk absurde reeks kinderboeken rond de figuur van Doktor Proktor:

Ik meng wat bestaat met wat niet bestaan kan hebben

zegt Nesbø er zelf over in een interview in Nettavisen (01.10.2007). Ook voor volwassenen valt er overrigerns heel wat leuks te beleven.

Doktor Proktors prompepulver (2007) (vertaald als Dr. Proktors Schetenpoeder (2001))

Doktor Proktor is een al wat oudere wetenschapper die een “patent” lijkt te hebben op nutteloze uitvindingen. Hij woont in de Kanonvei in Oslo en is een buur van Lise (van wie de vader de commandant van Akershus festning is) en van de pas in Oslo gearriveerde Bulle. Het minste wat je van de piepkleine en roodharige Bulle kan zeggen is dat hij over een uitgebreide fantasie beschikt. Zijn voornaamste referentiebron is het boek met de merkwaardige titel “Dyr du skulle ønske ikke fantes” (“Dieren waarvan je zou willen dat ze niet bestonden” (vertaling Femke Blekkingh-Muller))

In dit eerste deel raken Lise en Bulle bevriend met Doktor Proktor (op school zijn ze niet populair) en zien ze wel brood in diens laatste uitvinding: een schetenpoeder waarmee je enorme (maar reukloze) scheten kan laten.

Maar in de Kanonvei wonen ook de erg antipathieke rijke ondernemer Thrane en zijn nog antipathiekere bullebakzonen Truls en Trym. Vader Thrane wil, wanneer hij “lucht” krijgt van Proktors uitvinding, grof geld verdienen met de commercialisering van de sterkere versie ervan, het “promponautpulver” (“schetonautpoeder”). Gelukkig komt een anaconda, die onopzettelijk in de riolen van Oslo terechtgekomen is, Proktor en zijn twee vrienden zonder het te willen ter hulp…

Voor Doktor Proktors prompepulver werd Nesbø genomineerd voor “Arks barnebokpris 2007 for barne -og ungdomsboken” en het is ook voor volwassenen heel leuk.

Jo Nesbø, Dr. Proktors Schetenpoeder, vertaald door Femke Blekkingh-Muller, illustraties Georgien Overwater, Rotterdam (Lemniscaat), 2001  ISBN 978-90-4770-107-1  (In de Noorse uitgave zijn de illustraties van Per Dybvig.)


Doktor Proktors prompepulver werd in Noorwegen verschillende keren voor het toneel bewerkt. Rogaland Teater bracht het boek in het theaterseizoen 2014-2015 op de planken:

In Svein Harry S. Hauges regie is de voorstelling een ode aan de verbeelding, het spel en het muziekkorps van de school. Ze toont hoe je met behulp van vindingrijkheid, verbeeldingskracht en leugens als kind kunt overleven in een wereld waar het lijkt alsof iedereen veel sterker en groter is dan jijzelf.

stond er op de website.

Velken Opsanger als Bulle en Anders Nilson als Dr. Proktor in de opvoering van Rogaland Teater.

In 2016 was het de beurt aan Fyllingsdalen teater:

   Arild von Feste als Dr. Proktor en Simen Christophersen Olerud als Bulle (foto: Thomas Owren)

In de lente van 2020 bracht Sandvika Teater zijn voorstelling:

Er zit een luchtje aan…

Er bestaat ook een filmversie:

Engelse versie
Bulle (Eilif Hellum Noraker)
booswicht Thrane (Atle Antonsen)

Een trailer van de film vind je hier

De film werd genomineerd voor een Amanda Award in de categorie “Beste kinderfilm.”

De in Nederland en België verkrijgbare versie is gedubd. Bekijk de trailer hier


►De avonturen van Proktor en zijn twee kompanen worden verder gezet in Doktor Proktors tidsbadekar (2008, vertaald als Dr. Proktors Teletijdtobbe (2008)), waarin een thema dat al in het eerste boek een paar keer vermeld is, verder uitgewerkt wordt.

In Doktor Proktors tidsbadekar  gaat de excentrieke uitvinder op zoek naar Juliette Margarine, het meisje op wie hij verliefd werd toen hij in Parijs aan de Sorbonne studeerde. Hij zou met haar trouwen, maar daar werd een stokje voor gestoken en dat stokje wil hij nu wegnemen door met zijn teletijdsbadkuip naar het verleden terug te keren.

En blijkbaar is Proktor in dat verleden in de problemen geraakt, want Bulle en Lise krijgen een ansichtkaart met daarop een geheimzinnige boodschap. Proktor

had Bulle en Lise geleerd dat ze zich niets moesten aantrekken van al die mensen die hen een armzalig stelletje losers vonden […] Wij weten namelijk dat als vrienden beloven dat ze elkaar altijd en overal zullen helpen, één plus één plus één veel meer is dan drie (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

Met die Drie Musketiers instelling trekken ze naar Parijs, ook al hebben ze een nogal merkwaardige waarschuwing gekregen van klokkenverkoopster Raspa: alleen als je bereid bent te sterven, kan je de geschiedenis veranderen…

De reisjes naar het verleden verlopen niet helemaal zoals verwacht (wel wordt er een aantal keren handig gebruik gemaakt van het schetenpoeder uit het eerste verhaal) geven de lezer wel een nieuwe kijk op de geschiedenis. Zo is er o.a. het verhaal van wielrenner Eddy uit België die in 1969 een spectaculaire zege behaalde in de Ronde Van Frankrijk, en krijgen we te horen wat er in Waterloo echt gebeurde en hoe ingenieur Eiffel aan het concept voor zijn wereldberoemde Parijse toren geraakt is…

Zo wordt Doktor Proktors tidsbadekar een roetsjbaan van de ene absurde situatie naar de andere, met daarbij geregeld knipoogjes naar de wat oudere lezer en een zedenles op het einde: ook al heb je iets verkeerds gedaan, het is nooit te laat om het weer goed te maken.

Jo Nesbø, Dr. Proktors teletijdtobbe, vertaald door Femke Blekkingh-Muller1, illustraties Georgien Overwater, Rotterdam (Lemniscaat), 2014   ISBN 978-90-4770-181-1  (In de Noorse uitgave zijn de illustraties van Per Dybvig)

Van Doktor Proktors tidsbadekar maakte Oslo Nye Centralteatret in 2016 een toneelversie. Op de foto: Bulle omringd door cancandanseressen (let op de bijzonder grote attributen van de dames):

Ook dit boek werd verfilmd:

Een Noorse trailer vind je hier


►In Doktor Proktor og verdens undergang. Kanskje (2011) (vertaald als Dr. Proktor redt de wereld (misschien) (2014)) gaat het o.a. over aambeien – maar die zijn natuurlijk geen uitvinding van Doktor Proktor. Ze hebben wel te maken met de catastrofe die in eerste instantie Noorwegen, maar eigenlijk de hele wereld bedreigt.

De “månekameleoner” (“maankameleons”) – aan wie natuurlijk een hoofdstuk gewijd is in “Dyr du skulle ønske ikke fantes” – hebben de maan verlaten omdat er daar niet veel voedsel meer te vinden is en zijn in mensengedaante via Zweden naar Noorwegen getrokken. Hun leider Jodolf Staler heeft zich in de gedaante van koorleider Hallvard Tenoresen via een wedstrijd op de Noorse televisie in de gunst van het Noorse volk weten te wringen.

Via televisiehypnose heeft hij het land helemaal in zijn macht gekregen, de koning buiteng gegooid en zichzelf tot president uitgeroepen. Via je reinste oorlogsretoriek maakt hij zijn plan bekend om Denemarken (en daarna de hele wereld) te veroveren.

De enige noemenswaardige oppositie in Noorwegen bestaat uit vier “overvinnelige” (“overwinbaren”): Proktor, Bulle en Lise worden voor de gelegenheid aangevuld met Rosalie Strobe, de schooljuffrouw van de vorige twee. Ook de zevenpotige en achtogige spin Terry speelt een belangrijke rol. En naast het alom bekende schetenpoeder zijn er nu ook nog Proktors “balansesko” (“balansschoenen”) en “styrkedrikk” (“krachtdrank”).

Nesbø laat zijn fantasie de vrije loop en het resultaat is bijzonder grappig, hoewel je kunt argumenteren dat het satirische element waarschijnlijk voor een deel aan zijn primaire doelgroep voorbijgaat. Dat geldt voor uitdrukkingen zoals

Ik kan niets anders beloven dan schoenzweet en bramen! (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

of

Meisjes, karamelpudding en gezang  (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

maar ook voor meer fundamentele zaken. De naam van de afgrijselijke leider Jodolf Staler is natuurlijk een combinatie van Josef Stalin en Adolf Hitler. De Noorse koning heeft als voornaamste hobby kruiswoordraadsels oplossen en Abba (“Våte li, kudnt iskejp ifæ vånetu”), hier voor de gelegenheid opgedoopt tot BABA, krijgt een paar vegen uit de pan en moet het afleggen tegen het “Slåvsjujejeje” van “Debitels”.

Verder is er ook een duidelijke sneer naar gehypte televisiewedstrijden. Nesbø heeft zelf (Dagbladet 30.09.2010) gezegd de Zweedse koordirigent die de wedstrijd wint en zich tot president laat uitroepen gezien moet worden als

een verwijzing naar het feit dat de winnaar van “Idool” in de V.S. in 2004 meer stemmen kreeg dan George Bush tijdens de presidentsverkiezingen van hetzelfde jaar. Waarom dan niet meteen maar een realityster als president kiezen?

Cynisch is ook de volgende passage. Bulle en Gregor (een collega van juffrouw Strobe) zijn door de maankameleons gevangen genomen en zullen in een reusachtig wafelijzer terechtgesteld (en daarna opgegeten) worden:

Jodolf Staler […] droeg een groen uniform en een pet met een klep met een rood lint eromheen. “Er zijn internationale regels voor de behandeling van krijgsgevangen. Daarin staat dat wafelijzers alleen gebruikt mogen worden om wafels mee te bakken. En ik, Jodolf Staler, ben een man die zich aan de regels houdt. Daarom worden jullie niet zomaar in het wafelijzer gegooid…”

[…]

“We worden niet gebakken…” zei Bulle.

[…]

“Dat heb ik niet gezegd,” zei Jodolf. “Ik zeg dat jullie niet zomaar in het wafelijzer worden gegooid, omdat in de regels staat dat een wafelijzer alleen mag worden gebruikt om wafels te bakken. Dus…” (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

Daarom worden ze eerst helemaal met wafelbeslag bespoten. Een mooi staaltje van hoe dictators met de wet omgaan…

En deze schampere opmerking over “heldhaftigheid” valt ook niet mis te verstaan. Juffrouw Strobe heeft het in haar les over de Tweede Wereldoorlog:

“De Noren die geen helden waren tijdens de oorlog,” begon ze, “die … eh, moedigden aan.”

“Moedigden aan?”

“Ja, ze moedigden de helden aan. En de koning, die naar Londen was gevlucht.”

“Dus ze deden niets,” zei Bulle. (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

Dat de maankameleons Zweeds spreken (zie hierboven) en er verder ook wat Sør-Trøndelags dialect in het boek voorkomt maakt het voor jonge lezertjes ook niet gemakkelijk.

Dat belet allemaal niet dat Fredrik Wandrup (Dagbladet, 30.09.2010) gelijk heeft wanneer hij het heeft over Nesbøs

maniakaal vertelplezier

in een boek

voortgestuwd wordt door ontelbare verwijzingen, dartele invallen, overdrijvingen van dinosaurusformaat, burleske scènes à la Roald Dahl tot zelfs een erin gebakken liefdes verhaal.

Voor Doktor Proktor og verdens undergang. Kanskje kreeg Jo Nesbø “Kritikerlagets pris for beste barne- og ungdomsbok 2010”. Naar aanleiding van de uitreiking daarvan op drie maart 2011 zei Anne Cathrine Straume

Naar onze mening wordt het tijd dat men beseft dat Jo Nesbø niet in de eerste plaats de liedjesschrijver van De Derre is, of diegene die de boeken over Harry Hole schrijft. Jo Nesbø is de auteur van de waanzinnige verhalen over Doktor Proktor […]  Met de schrik om het hart en de lach helemaal tot in de besokte tenen feliciteert een eenstemmige jury Jo Nesbø met de prijs!

Jo Nesbø, Dr. Proktor redt de wereld (misschien), vertaald door Femke Blekkingh-Muller, illustraties Georgien Overwater, Rotterdam (Lemniscaat), 2014  ISBN 978-90-4770-384-6   (In de Noorse uitgave zijn de illustraties van Per Dybvig)



Het vierde deel over Proktor en Lise en Bulle, Doktor Proktor og det store gullrøveriet, verscheen in 2012 en werd in het Nederlands vertaald met als titel Dr. Proktor en de grote goudroof (2014).

Het verhaal begint met een bankroof. De drie criminele broers Alfie, Betty (toch wel een eigenaardige voornaam voor een man), en Charlie Crunch hebben de hele goudvoorraad van Norges Bank uit de kluis van de bank gestolen.

Nu bestaat die hele goudvoorraad maar uit één goudstaaf, maar toch mag het Noorse volk niks over de diefstal te weten komen, want dat zou tot grote paniek kunnen leiden. En dus doet de Noorse koning een beroep op Proktor en zijn twee “assistenten”. Zij moeten de goudstaaf weer naar Noorwegen brengen. Bulle is aanvankelijk niet erg happig om mee te werken: hij werd op school hard uitgelachen toen hij daar na avontuur 3 vertelde hoe hij de wereld gered had.

Uiteindelijk gaat hij toch mee, en gewapend met drie nieuwe Proktoriaanse uitvindingen (een drankje dat ervoor zorgt dat alles waarop je plast ijs wordt, een handschoen die het mogelijk maakt om feilloos darts te gooien en een schoen, waarmee je heel hard kan schoppen) en natuurlijk daarbij nog het onvermijdelijke schetenpoeder, trekken ze naar London, de thuishaven van de Crunches.

Daar moeten ze niet alleen de confrontatie aangaan met de drie broers, maar ook met hun nog veel verschrikkelijke moeder, geraken ze (of beter: Bulle) binnen in de meeste beveiligde bank ter wereld en spelen ze een centrale rol in de Engelse cup final.

een doldwaas avontuur, vol spanning en vooral veel humor. (Tanja Maes, http://www.pluizer.be)

Net zoals in in vorige delen bevat ook Doktor Proktor og det store gullrøveriet heel wat knipoogjes naar oudere lezers en volwassenen. Er wordt even naar Harry Hole verwezen. De twee Noorse geheim agenten Hallgeir en Helge praten Nynorsk. De Engelse geheime agenten die hun opwachting maken heten Jack Jekyll en Ripper Hyde.

Maar Nesbø (zelf een talentvol voetballer in zijn jonge jaren) richt zijn satirische pijltjes toch vooral op de voetbalwereld en de financiële excessen daar. De beste voetballer ter wereld, die net een transfer beet heeft naar de Engelse club Chelchester (Chelsea + Manchester), heet Ibranaldovez, een combinatie van Ibrahimović, Ronaldo en Tevez. De steenrijke tycoon die bij Chelchester de plak zwaait is heet Maximus Rublov, duidelijk een Rus, zoals Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj.

Maar ook het Noorse voetbal wordt niet vergeten. De trainer van Chelchesters opponent in de bekerfinale heet Krillo, een duidelijke verwijzing naar Egil Roger “Drillo” Olsen, die in de jaren 90 van de vorige eeuw grote successen behaalde met de Noorse nationale elf. Bulle komt het voetbalveld op als “Unnar Gunnar Sol Sjerl”,

foto: Stig Ove Voll
(CC BY-SA 2.0)

ook wel “de Worstslager met het Kindergezicht” genoemd (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

waarmee ongetwijfeld naar Manchester Uniteds voormalige supersub, de Noor Ole Gunnar Solskjær, verwezen wordt: een van zijn bijnamen was “Baby Faced Assassin”.

Jo Nesbø, Dr. Proktor en de grote goudroof, vertaald door Femke Blekkingh-Muller, illustraties Georgien Overwater, Rotterdam (Lemniscaat), 2014  ISBN 978-90-4770-624-3 (In de Noorse uitgave zijn de illustraties van Per Dybvig)


In Noorwegen verscheen in 2016 Kan doktor Proktor redde jula?, in de Nederlande vertaling (2018) werd dat Kan Dr. Proktor Kerstmis redden? Hier maken we opnieuw kennis met de vertrouwde personages uit de vorige boeken van de reeks. In de eerste plaats zijn dat natuurlijk Doktor Proktor himself, zijn Franse eega Juliette Margarine, Lise (van wie de vader commandant is van de vesting van Akershus) en natuurlijk de piepkleine Bulle, eigenaar van het heel merkwaardige boek “Dyr Du Skulle Ønske Ikke Fantes” en groot liefhebber van de Franse cancan. Maar ook juffrouw Strobe, de naïeve Noorse koning en het Nynorsk pratende agentenduo Rolf en Gunnar tekenen weer present, net als de afgrijselijke tweeling Truls en Trym.

Vooral de vader van die twee speelt dit keer een hoofdrol. Op een gemene manier heeft Thrane immers de schijn weten te creëren dat hij de eigenaar van Kerstmis is, en meteen daarop afgekondigd dat alleen wie voor meer dan 10.000 kronen kerstaankopen doet in zijn warenhuis nog het recht heeft om Kerstmis te vieren. Iedereen die dat niet doet en toch probeert Kerstmis te vieren zal door de politie opgepakt worden…

Het wordt voor Proktor, Lise en Bulle een hele klus om Thrane af te stoppen. Misschien kan ene Stanislaw hen daarbij helpen? Bijkomend probleem is dat de Finnen erg boos zijn op Noorwegen omdat ze vinden dat Kerstmis van hen is, en dat zal er uiteindelijk toe leiden tot het standbeeld van Henrik Ibsen voor Nationaltheatret groot onheil overkomt…

In Kan Doktor Proktor redde jula? viert het absurdisme hoogtij, in de plot maar ook in de dialogen, zoals wanneer Lises vader besluit om wat een Finse jet zou moeten zijn uit de lucht te halen:

“Waar wacht je op?” vroeg de commandant.

“Tot u ‘vuur’ zegt”, zei de eerste kanonman

“Bedankt, maar ik rook niet.”

“U moet ‘vuur’ zeggen en dan schiet ik.”

“O ja?”

“Ja, u moet het commando geven. Daarom heet het commandant.” (vertaling Femke Muller)

Het boek is erg grappig en heeft een ingenieuze plot. De verwijzingen naar specifiek Noorse toestanden zijn minder talrijk dan in Doktor Proktor og det store gullrøveriet, maar de kritiek op de commercialisering van het kerstgebeuren is prominent aanwezig:

Jo Nesbøs woorden kunnen de wereld niet redden. Maar misschien worden de lezers ook wel wat uitgedaagd om eigen kooplust wat in vraag te stellen, wanneer het Proktor-verhaal van dit jaar stelt dat Kerstmis in de eerste plaats zou moeten draaien om kerstrijstebrij, kerstliedjes en het voor de open haard en in familie- en vriendenkring spelen van gezelschapsspelen.

schreef Anne Cathrine Straume (nrk.no, 15.11.2016) in dat verband. Of, zoals Juliette Margarine het formuleert:

Rijstepap eten, verhalen vertellen over alles wat we samen hebben beleefd sinds we vrienden zijn, buiten voert voor de vogeltjes ophangen, de ster boven in de kerstboom zetten, de Proktordans dansen. (vertaling Femke Muller)

En Bulle die “Glade jul” op zijn trompet speelt,

zo voorzichtig en zacht dat hij wist dat hij niemand wakker maakte, maar alleen degenen die het heel graag wilden horen het hoorden (vertaling Femke Muller)

hoort er natuurlijk ook bij.

Jo Nesbø, Kan Dr. Proktor Kerstmis redden? met tekeningen van Georgien Overwater, vertaald door Femke Muller, Rotterdam (Lemniscaat), 2018   ISBN 978-90-477-0996-1 (In de Noorse uitgave zijn de illustraties van Per Dybvig).


Een extraatje:

filmaffiche

De film “Arme Riddere” (2011) werd buiten Noorwegen om publicitaire redenen omgedoopt tot “Jo Nesbø’s Jackpot”. Hij is dan ook gebaseerd op een voor de rest nooit gepubliceerd verhaal van de auteur.

De film begint met een scène in een stripclub vol dode lichamen en met Oscar Svendson die een met bloed overdekt geweer in zijn handen houdt. Het grootste deel van de rest van de film is de ondervraging van Svendson door politie-inspecteur Solør en wordt via flashbacks getoond wat er allemaal aan de beginscène voorafging.

Kyrre Hellum als Oscar Svendson
Henrik Mestad als politie-inspecteur Solør

Svendson werkt in de fabriek “Moroa”, waar veroordeelde criminelen witte pastic kerstbomen vervaardigen als een stap op weg naar hun re-integratie in de maatschappij. Op een dag vullen hij en drie anderen (die er alle drie niet als de meest normalen uitzien) samen een lottocoupon in en winnen daarmee de hoofdprijs van 1.7000.000 kronen. Die som verdelen blikt allerminst evident. De vier staan elkaar bijna onmiddellijk naar het leven en zo wordt “Arme riddere”

Op weg naar…
…actie!!

een echte cock-and-bull story, vol platte humor, buitensporig geweld en erg karikaturale personages (Birger Vetmo, p3.no/filmpolitiet, 30.11.2011)

U bent gewaarschuwd…

Producent Are Heidenstrøm beschreef de film dan weer als

een spannende, meeslepende en snelle actiekomedie vol verrassende wendingen. Zowel de actie als de personages passen perfect in het Nesbø-universum.

Het oordeel van de filmkeuring was

Deze komedie bevat verschillende brutale geweldscènes. Daarom heeft de film een leeftijdsgrens van 15 jaar.

De Noorse filmrecensenten van volgende kranten/tijdschriften/zenders waren positief:

zes dobbelsteenpunten is het maximum

Internationaal waren de meningen verdeeld. In Groot-Brittannië vond The Times “Jackpot”

gedateerd, onhandig gemaakt en niet half zo grappig als de makers denken.

Engelstalige affiche

The Daily Express daarentegen zal gelijkenissen met films van Quentin Tarantino en van Joel & Ethan Coen en gaf vier sterren op vijf mogelijke.

Ongeveer drie jaar na de Noorse versie doken er geruchten op dat er een Hollywood-remake zat aan te komen:

The Dissolve, 18,11.2014

Daar kwam niets van terecht. In 2016 klonk het dat

Een Amerikaanse remake (…) al een paar jaar in ontwikkeling (is), en wie heeft naast Mila Kunis en Bryan Cranston een hoofdrol geaccepteerd?  Volgens Deadline zal Jennifer Garner een mogelijke derde spraakmakende actrice zijn voor de film, die gebaseerd is op een script van de man die “Godzilla” en “The Expandables” schreef en geregisseerd zal worden door de man die de laatste versie van “Annie” regisseerde. (Pål Nordseth, Filter Film og TV, 05.05.2016)

In 2020 verscheen er wel een “Jackpot TV Movie”, maar die heeft niks met Nesbø te maken:

niet Nesbø

Terug naar Home