Jørgen Jæger (1946) werkte geruime tijd voor Fanaposten, een lokale krant uit Bergen, maar is sinds 2015 voltijds auteur. Hij debuteerde met misdaadverhalen in tijdschriften, maar heeft sinds 2003 een groot aantal misdaadromans gepubliceerd.
Als zijn grote voorbeelden noemt Jæger, naast Gunnar Staalesen, Berkeley Gray (een van de pseudoniemen van Edwy Searles Brooks (1889-1965)) en Henning Mankell:
Berkeley Gray hanteert dezelfde directe stijl als ik. Wanneer ik een boek lees wil ik dadelijk midden in de actie zitten, net zoals dat bij hem en bij mij het geval is (…) Voor Henning Mankell heb ik enorm veel respect omdat hij zo ongelooflijk veel mensen weet te bereiken. (Bergensavisen, 29.07.2006)
Over zijn werkwijze zegt hij:
Het is een lang proces. Het begint met een idee, een thema waar ik van denk dat ik er een interessant verhaal rond kan bouwen. Dan begint een lang denk- en onderzoeksproces waarin ik de handelingslijnen stevig vastleg.(…). Ik schrijf nooit een synopsis, ik vind dat zoiets me te weinig vrijheid biedt, maar als het schrijfproces zelf begint, zie ik het begin en het einde heel duidelijk voor me, ik weet wie de daders zijn en wat hun motief is. Dat laatste is belangrijk, want het verhaal moet op zo’n manier opgebouwd worden dat de wandaden van de daders geloofwaardig overkomen wanneer die ontmaskerd worden. Een heel moeilijke evenwichtsoefening (…) – Dit proces duurt ongeveer een jaar, daarna beginnen verschillende rondes met mijn eminente redacteur (…) die het manuscript binnenstebuiten keert om de kwaliteit ervan te waarborgen. Dan volgen nog het taalnazicht en ten slotte het proeflezen. Het is een echte marathon! (bok3658.no , 18.07.2017)
Commissaris Ole Vik is in elk van de romans de centrale figuur. Hij is is een bedaarde vijftiger, gescheiden en met een vriendin die een aantal jaren jonger is. Hij is aan de zware kant, niet verwonderlijk want hij heeft iets van een bon vivant: rookt sigaren, drinkt en:
Zijn filosofie was eenvoudig als het op eten aankwam: volmaakt logisch, daar was hij van overtuigd: door zoveel mogelijk te eten, kreeg hij gegarandeerd binnen wat hij nodig had aan voedingsstoffen om gezond te blijven. Misschien had hij “alles met mate” aan zijn filosofie moeten toevoegen, maar dat deed hij niet. (Blodskrift)
Viks trouwe metgezel en officieuze speurhond is de border collie Birk. Terugkerende personages in het rijk van Ole Vik zijn o.a.:
Eva Lien, Viks secretaresse en manusje-van-alles
Cecilie Hopen, hoofdagent
Morten Gundersen, hoofdagent
Arne Thorsen, interimaris
Berge, politiecommandant (en een bijzonder lastig mens)
Jorid Steine, Berges opvolger (en informaticafan)
Arne Bårdsen, waarnemend politiecommandant
Wenche Sunde, de redactrice van de lokale krant Fjellbergposten
Hilde, Viks vriendin
August Petersen, geneesheer-directeur
Gunnar Torgersen, psychiater
Viks uitvalbasis is het fictieve kuststadje Fjellberghavn, waar
iedereen iedereen kende
en
waar de tijd stil stond, waar geweld en moord iets waren waarover men in de kranten las (Blodskrift)
In de vroegste Ole Vikromans hebben de mensen nog niet de gewoonte hun huis af te sluiten wanneer ze het verlaten.
Jæger heeft een eigen website.
Verwar hem niet met de naturalistische Noorse schrijver Hans Jæger (1854-1910)!!


Karma ****(2010) werd in het Nederlands vertaald als Karma. De verdwenen wandelaar uit Bergen (2011)
In dit boek (2009) verlaat commissaris Ole Vik voor een poosje het hem vertrouwde Fjellberghavn. Er is in Noorwegen een grote politiehervorming aan de gang en Vik is een van de kandidaten om een groter gemaakt district te leiden. De beslissing over wie die job zal krijgen is gevallen en Vik wordt door zijn overste Jorid Steine naar Bergen gesommeerd waar te horen zal krijgen of hij de job heeft. Van die gelegenheid wil hij ook gebruik maken om zijn zuster Tone, met wie hij al heel lang geen contact meer gehad heeft, te bezoeken. Tone heeft als alcoholiste een erg bewogen tijd achter de rug, maar schijnt er nu bovenop gekomen te zijn.
Wanneer Vik van vliegveld Flesland naar Bergen gebracht wordt, moet de dienstwagen waarin hij zich bevindt een omweg maken naar het voormalige militaire domein Korsneset. De politiecentrale heeft een oproep gekregen van een wandelaar die gemerkt had dat iemand met de uitlaatgassen van zijn auto zelfmoord probeerde te plegen. Wanneer de dienstwagen arriveert is de wandelaar spoorloos verdwenen en de man in de auto dood. De dode is Kai Flatvåg, een journalist van een regionale krant en volgens zijn collega’s absoluut niet iemand die ooit zelfmoord zou plegen.
Vik komt er al spoedig achter dat Flatvåg samen met de op een advocatenkantoor werkende Sebastian Maddox een “grote” zaak op het spoor was. En laat diezelfde Sebastian Maddox nu een paar weken daarvoor ook onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen zijn…
Al spoedig duikt de naam “Karma” op, een conglomeraat van bedrijven dat vanuit China importeert en Vik is meer dan een beetje verbaasd wanneer hij hoort wie er in Noorwegen aan het hoofd van het bedrijf staat… Gaandeweg groeit ook de overtuiging dat er bij de Bergense politie zelf een “mol” aan het werk is.
Wanneer Vik een anoniem telefoontje krijgt dat hem bezweert zich niet met de zaak te bemoeien is het spel definitief aan de gang. Het telefoontje wordt getraceerd naar een asielcentrum in de buurt en Vik (die ondertussen zijn “vaste” assistente Cecilie Hopen en zijn hond Birk heeft laten overkomen) gaat er een kijkje nemen…
Er zit wat kritiek op het Noorse asielbeleid in Karma (aan de ene kant te streng, aan de andere kant niet streng genoeg), maar het boek is toch in de eerste plaats een erg spannende, goed opgebouwde en bijwijlen griezelige thriller over grove uitbuiting, grootschalige zwendel en getraumatiseerde moordenaars. Geen dode punten of overbodige passages hier (iets wat in zijn vorige thrillers wel eens wou voorkomen). Weliswaar zijn er recensenten die klagen over de wat vlakke stijl:
Alles wordt eenvoudig en rechtuit, vaak banaal en clichématig verteld, met veel Ole leest, Ole bromt, Ole denkt dat de stukken ervan af vliegen, Ole dit en Ole dat
schreef Leif Gullstein (daarom is de vergelijking met Mankells Wallander die vooraan in de Nederlandse vertaling gemaakt wordt wat overtrokken).
maar dat mag absoluut geen reden zijn om dit boek niet ter hand te nemen. Op de website van zijn (nieuwe) uitgeverij Juritzen Forlag wordt Jæger
het best bewaarde geheim van heel Noorwegen
genoemd en daar is wel iets van aan.

Jørgen Jæger, Karma (uit het Noors vertaald door Renée Vink en Sara van der Moer), Schoorl (Conserve), ISBN 978-90-5429-320-0
Andere Ole Viktitels zijn o.a.
Skyggejakten ***½ (2003) is de oer-Vik.
In het vreedzame Fjellberghavn zijn er velen niet erg te spreken over de nu gepensioneerde schroothandelaar Ingolf Holgersen. Hij had als zakenman een keiharde reputatie en aarzelde nooit anderen het mes op de keel te zetten.
Niet algemeen bekend is echter dat Holgersen schizofreen-paranoïde is, iets wat zijn soms erg wispelturige karakter op zijn minst voor een deel verklaart. Hij heeft vroeger al een tijd in de psychiatrische afdeling van het plaatselijke ziekenhuis verbleven, maar leeft nu weer in zijn luxueuze villa onder de hoede van zijn huishoudster Helga Moen.
Holgersens zoon Cato werkt bij de lokale politie, en dat is niet naar de zin van zijn vader, die wou dat hij de schroothandel zou voortzetten. Wanneer Cato op een avond een paniekerig telefoontje van zijn vader krijgt met de mededeling dat er iemand op hem geschoten heeft, is zijn eerste reactie dat zijn vader weer een opstoot van paranoia heeft. Zo eenvoudig ligt de zaak echter niet, en wat later valt er een dode.
De lokale politiechef Ole Vik krijgt het onderzoek toegespeeld, en het belooft geen makkie te worden, zeker wanneer nog al wat elementen op de betrokkenheid van Cato beginnen te wijzen…
Daarbij komt nog dat Vik nog een ander probleem heeft: zijn nieuwe (en jonge) chef Jonas Berge verwacht van al de leden van zijn korps dat ze de nieuwe informatietechnieken beheersen en organiseert daarom een verplicht examen. Vik ziet het helemaal niet zitten om daaraan deel te nemen…
En daar komt nog bij dat hij voor het onderzoek in de zaak Holgersen moet samenwerken met rechter van instructie Arne Bårdsen, en die is ook niet gemakkelijk… Gelukkig maakt Vik ook kennis met Hilde die de plaatselijke hondenschool uitbaat.
Jørgen Jægers eerste boek met Ole Vik in de hoofdrol is een geslaagde politieroman. Skyggejakten doet wat denken aan de police procedurals van Jørn Lier Horst: een goede intrige met een paar verrassende wendingen – en in dit specifieke geval een heel aardige “twist” in de allerlaatste zinnen.
Wel begint het thema van de betweterige, en in sommige opzichten niet erg snuggere chef wel wat afgezaagd te klinken en gaat Jæger nogal ouderwets auctorieel te werk bij de karakterisering van zijn personages waardoor die nogal eendimensionaal overkomen:
Maar Jannike interpreteerde het zoals het bedoeld was: een compliment van een warmhartige en oprechte man. Het was Ole Vik, in een notendop: door en door echt, en sociaal ingesteld. Wanneer ze met hem samen waren voelden de meesten zich belangrijk.

Jørgen Jæger, Skyggejakten, Oslo (Damm), 2003 ISBN 978-82-04-08366-1
In de eerste pagina’s van Dødssymfoni **½ (2005) vallen er al twee doden. Geen mensen weliswaar, maar wat later op dezelfde dag gebeuren er in Fjellberghavn nog twee schokkend gebeurtenissen. Eerst wordt een “hytte” gevandaliseerd en later volgt er nog een inbraak met geweld.
Opvallend is dat eenzelfde familie telkens het slachtoffer is. Per Hoff is de uitbater van de plaatselijke snackbar waar Ole Vik een trouwe klant is. Zijn zus Britt is getrouwd met en snobberige rijkaard. Zijn andere (en andersvalide) zus Mari is de echtgenote van Markus Kahrs. Als dirigent van het plaatselijke symfonieorkest is hij een lokale beroemdheid.
Werk aan de winkel dus voor Vik en zijn team. Gelukkig voor hem is commissaris Berge, zijn voornaamste tegenwerker binnen het corps tijdelijk uitgerangeerd wegens ziekte en wordt de tweede in bevel Bårdsen daardoor heel wat hanteerbaarder.
Maar dan krijgt Vik er nog een serieus probleem bij. Een van zijn naaste medewerkers wordt verkracht en de dader zit ook bij de politie. Het lijkt een zaak van woord tegen woord te worden…
Op zichzelf is Dødssymfoni een behoorlijk goede politieroman, ook al werd een belangrijk punt van de intrige al vroeger gebruikt (o.a. door Graham Greene in een kortverhaal), maar dat gebeurt wel vaker: het aantal plotonderdelen is immers niet oneindig.
Het probleem zit ‘m elders. Het feelgoodelement is in dit boek wel erg sterk aanwezig: vooral Vik zelf, Cecilie Hopen en interimaris Arne Thorsen worden erg geïdealiseerd. Ole Vik is weliswaar niet zonder gebreken (hij eet veel te graag, rookt dikke sigaren en heeft van computers geen kaas gegeten) maat ethisch valt er op hem nauwelijks iets aan te merken.
Arne duldt dan ook niet dat er ook maar iets negatiefs over Vik gezegd wordt:
Ole staat in hoog aanzien bij ons allemaal omdat hij is wie hij is. Omdat hij om ons geeft. Je hebt dat misschien nog niet ondervonden, maar ooit gebeurt dat wel. […] Ole is mijn grote rolmodel.
Dit is Cecilies motivatie om bij de politie te werken
Voor mij […] heeft een baan bij de politie niets te maken met salaris en status, maar met idealisme. Het gaat ‘m over de vreugde die ik voel bij het helpen om van de wereld een betere plek te maken. Over om deel uit te maken van de integere en onomkoopbare politie waarmee we in dit land gezegend zijn. En over de trots om aan de goede kant te staan in de strijd tegen het kwaad.
Net daarom komt de manier waarop de verkrachtingszaak “opgelost” wordt allesbehalve conform de aanvaarde politiemethodes over. Jæger zegt in zijn nawoord terecht:
de kloof tussen aangegeven verkrachtingen en veroordelingen is gestaag toegenomen
maar dat maakt deze plotwending er niet geloofwaardiger op
Niet dat de meeste Noorse recensenten daarom maalden. Zij waren in elk geval overwegend positief over het boek.
Alweer een triomf voor Jæger.
vond Terje Stemland (Aftenposten, 06.10.2005)
Zijn slim bedachte misdaadmysteries hebben iets betrouwbaars, een vanzelfsprekende logica die de lezer doet uitroepen: Ja, zo zit het in elkaar! wanneer de laatste stukjes op hun plaats gevallen zijn,
Voor Kurt Hansen (Dagbladet, 10.10.2005) bezit Jæger
een zo aansprekend verteltalent dat hij de lezer hals over kop in een paar uur door de bijna driehonderd bladzijden jaagt.[…] Wie op zoek is naar een spannende, onderhoudende en vlotlezende misdaadroman, is bij Dødssymfoni aan het juiste adres.
Wel zouden er aan de taalkundige kant nog verbeteringen aangebracht kunnen worden. Voor Kjell Einar Øren (Haugesunds Avis, 26.10.2005) was Dødssymfoni
nog beter dan zijn twee voorgangers […] de intrige is nieuw, origineel en spannend […] een erg goede misdaadroman.
De recensent van Drammens tidende (16.11.2005) zag wel een aantal zwakke punten: Vik is al te goed, de andere personages blijven te vaag, de politieprocedures worden te nauwgezet beschreven. Toch was ook voor hem Dødssymfoni een meer dan aanvaardbare misdaadroman met een schrandere en goed opgebouwde intrige.
Geir Tangen (Bokbloggeir.com, 30.03.2014) had een wat ambivalent gevoel na het lezen van Dødssymfoni:
Het tempo was […] sterk vertraagd, en hoewel de misdaden raadselachtig en ingewikkeld in elkaar zaten, was het al te duidelijk wie de dader was […] Toch heb ik genoten van het boek. Niet in de laatste plaats omdat ik dol ben geworden op Jørgen Jægers sterke en sympathieke personages
En dit was het oordeel op Bokelskere.no:


Jørgen Jæger, Blodskrift, Oslo (Damn & Søn), 2007 ISBN 978-82-04-13442-4
Blodskrift werd in het Duits vertaald:

Jørgen Jæger, Blutschrift, vertaald door Nina Sattler-Hovdar, Augsburg (Weltbild), 2013
In Monster **** (2015) is het Cecilie Hopen die het onderzoek leidt. Ole Vik is, nadat hij levensgevaarlijk gewond raakte tijden een politieachtervolging nog met ziekenverlof en tijdelijk vervangen door Marte Mellingen uit Drammen. Vik is ook niet langer samen met Hilde Ramnes, die vond dat hij veel te veel door zijn werk opgeslorpt werd. Ze zijn nog wel goede vrienden.
Het monster uit de titel is Ragnvald Hagen, een ondernemer uit Skudneshavn én een psychopaat die jarenlang zijn vrouw en zijn dochter terroriseerde en mishandelde. Uiteindelijk zijn ze weggevlucht. Ze hebben van overheidswege een nieuwe identiteit gekregen en wonen nu als Anne en Thea Dahl samen met Annes nieuwe man Ulrik in Ramnes, en deel van Fjellberghavn.
Hagen, die ook een tijd in de gevangenis gezeten heeft, is razend en onderneemt verwoede pogingen om te weten te komen waar ze zich schuil houden. Via een schoolfoto die iemand op het internet gezet heeft komt hij ze op het spoor en op een dag staat hij voor hun deur. Het komt tot een gewelddadige confrontatie en Anne en haar (nu twee) kinderen ontsnappen ternauwernood aan de dood. Na zijn mislukte moordpoging slaat Hagen op de vlucht.
Monster is met zijn in de pocketuitgave meer dan 400 bladzijden een opvallend lange politieroman. Dat heeft te maken met het feit dat Cecilie (en uiteindelijk ook, Vik) te maken krijgen met en moord op bestelling waarvan het spoor leidt naar een “one percenter” motorbende in Syreneset. Misschien zit er wel meer dan één monster in het boek?
Monster is beslist een aanrader: knappe plot, verrassende wendingen, overtuigend slot. Ik dacht na ongeveer 350 bladzijden dat ik wist hoe het zaakje in elkaar zat, maar bleek mijn geld op een “red herring” gezet te hebben.
Zoals gewoonlijk besteedt Jæger ook nu weer heel wat aandacht aan het privéleven van zijn speurders. Wanneer Vik zijn baan weer opneemt, betekent dat automatisch dat Marte Mellingen weer naar Drammen moet vertrekken , en hij heeft een meer dan louter professionele relatie met haar. Daarnaast heeft hij (veel) geld geïnvesteerde in een privé bewakingsbedrijf en dat zint zijn meerderen niet.
Bedrijfsleider van dat bewakingsbedrijf is Bernhard, en hij is de partner van Cecilie Hopen en die maakt zich zorgen omdat hij heel weinig over zichzelf en zijn familie (die ze nog nooit ontmoet heeft) vertelt. Ondermeer daarom voelt ze zich aangetrokken tot haar nieuwe collega Vegard. Hij is wat men in het Noors een “kjekkas” noemt, een “stoere kerel”.
Ook de lokale politiek speelt een rol in Monster. Een groep Roma is op een afgelegen terrein in Fjellberghavn neergestreken, en dat werkt erg op de zenuwen van de lokale hoofdman van de xenofobe Kystfolkparti, die daarmee dan weer op de zenuwen van Cecilie Hopen werkt:
Maar ze dacht er het hare van, over een volk dat oorspronkelijk uit bekwame ambachtslui bestond die Europa rondreisden en honderden jaren hun diensten aanboden, diensten waarvoor er geen markt meer bestond in de moderne Europese overvloedmaatschappij. Een volk dat achterbleef met zijn aangeboren nomadische cultuur die schoolgang en vorming onmogelijk maakte omdat ze nooit lang genoeg op één plaats bleven om de kinderen naar school te sturen. Een volk van analfabeten dat daarom geen kans maakte op de hedendaagse arbeidsmarkt. Ze zaten gevangen in een vicieuze cirkel, waarin ze van het ene land naar het andere verjaagd werden en als enige bronnen van inkomsten bedelen en straatmuziek hadden terwijl de politici hen op de hielen zaten en wegjoegen om te scoren bij bevooroordeelde kiezers.
Op de laatste bladzijde van de roman wordt overigens duidelijk dat Cecilie ervan overtuigd is dat er in Drammen een heel andere zaak op haar wacht…
Monster werd in 2015 genomineerd voor de Bokhandlerpris.

Jørgen Jæger, Monster, Oslo (Juritzen), 2015 ISBN 978-82-8205-907-7
Terug naar Home
