Kjetil Try

Kjetil Try (1959) is actief in de reclamesector. Hij is stichter en mede-eigenaar van een reclamebureau en was de man achter reclamecampagnes voor o.a. Wasa, IKEA, SAS en Norsk Tipping. Try is erg goed bevriend met de voormalige Noorse premier Jens Stoltenberg, die sinds 1 oktober 2014 secretaris-generaal van de NAVO is.

Over zijn keuze voor het romangenre “misdaadverhaal” zei Try hij in Finnmarken (19.02.2008)

Waarom ik voor een misdaadroman koos toen ik een boek wou schrijven? Een belangrijke reden was dat ik er zelf veel gelezen heb. Ik hen geen artistieke ambities, wil geen gevecht aangaan met de taal of existentiële vragen behandelen. Ik wil graag een verhaal vertellen.

Als voorbeelden noemt hij “grote vertellers” zoals Graham Greene, John Irving, Robert Wilson en Dennis Lehane.

Eén van Try’s misdaadromans, La de små barna komme til meg **½ (2008), werd in het Nederlands vertaald als Laat de kinderen tot mij komen (2009)

Het is december en acteur Reidar Dahl heeft veel succes met zijn versie van het kerstevangelie. Op een avond wordt hij bij hem thuis geïnterviewd door een journalist die beweert dat hij voor het maandblad “Lysets stemme” (“Stem van het licht”) werkt.

De volgende dag is Dahl spoorloos, en wat later doet de politie een wel heel lugubere ontdekking

Wat was dat voor iemand die mensen slacht en hun ingewanden in de vriezer stopt? (vertaling Ingrid Hilwerda en Carla Joustra)

Het onderzoek wordt geleid door de 55-jarige en zeer ervaren Rolf Gordon Lykke, en die krijgt al spoedig een tweede mysterieuze zaak op zijn bord wanneer de non Ingrid Kulvik vermoord wordt teruggevonden enkele dagen voor ze haar eeuwige geloften zou afleggen.

Is er een verband tussen de twee zaken? En wat te denken van de mysterieuze verminking van een dakloze een jaar eerder?

Try bewandelt inderdaad geen nieuwe paden in Let de små barna komme til meg. Er zijn de obligate “red herrings” en de superieuren die eerder remmend werken in plaats van het onderzoek in goede banen te leiden. De personages blijven vrij ééndimensionaal. Typisch voor Lykke is dat hij (1) in zijn vrije tijd puzzels legt en (2) zich voortdurend afvraagt of zijn (jongere) vrouw hem nog ziet zitten. Tot zijn onderzoeksteam behoren o.a. Lasse Viker, een beer van een vent die met groot gemak deuren openbeukt, Parisa Sadegh, een bezige bij van buitenlandse afkomst en Ted Eriksen, die geregeld op Lykkes zenuwen werkt.

Ook formuleringen zoals

Hij kon zich bijna geen moordonderzoek herinneren waarbij ze zo in het duister hadden getast. En dan was er nog iets, een onaangenaam gevoel te moeten vechten tegen een onmenselijk kwaad.

en

Lykke voelde plotseling een onbehagen zonder echt te begrijpen waarom. Het was een gevoel dat hij af en toe kreeg wanneer hij iets zou moeten zien, iets waar zijn onderbewustzijn mee speelde zonder dat hij wat  het was naar de oppervlakte kon dwingen

behoren tot het standaardrepertoire van de speurdersroman.

De Noorse lezers waren in elk geval meer dan tevreden:

en ook bij de recensenten waren heel wat positieve geluiden te horen.

Siri Pedersen (bokstaver.no, 20.03.2008) haalde de loftrompet boven:

Volop spanning van begin tot einde (…) een misdaadverhaal van de goede oude soort (…) weliswaar krijgt de lezer een idee van wat er aan de hand is, maar het blijkt allemaal nog luguberder dan goed is.

Dit was het (beknopte) oordeel van Bergenavisen (08.03.2008):

Try schrijft gewoon goed, heeft oog voor detail en weet een personengalerij op te bouwen die voldoende eigen klemtonen heeft. Dan moet je er maar bij nemen dat de moordmysteries zelf ietwat voorspelbaar en genrespecifiek zijn.

Finn Stenstad (Tønsbergs Blad, 08.03.2008) schreef:

De roman bezit veel van de belangrijkste ingrediënten van een goede misdaadroman.(…) Try laat niet in zijn kaarten kijken en beheerst het genre.

en zag in Lykke

een soort milde variant van Harry Hole

Niemand minder dan Jørn Lier Horst (hyperlink) noemde in Østlands-Posten (05.04.2009) La de små barn komme til meg

een van de meest lezenswaardige misdaadverhalen (…) een spannend en goed geschreven boek, waarin de actie goed op en neer gaat en het verhaal snel en onvoorspelbaar wordt verteld.

https://www.op.no/svenner/jorn-lier-host-krimtips-for-pasken/s/1-85-4235700

Voor Kjell Moe (Kulturspeilet, 19.02.2008) was La de små barn komme til meg

een bij tijd en wijle erg geslaagde en vlot vertelde misdaadroman, waarin we ons steeds meer bij het politieteam betrokken voelen naarmate het verhaal zijn hoogtepunt bereikt.

Wel vond hij het verhaal “litt for grufull” (“wat te gruwelijk”) en had hij vragen bij het gebruik van “echte” mensen in het verhaal.

Lars Helge Nilsen (Bergens Tidende, 25.02.2008) had het over

behoorlijk, maar macaber misdaadentertainment

en vond Try iemand die erg goed is in

het ineentimmeren van een intrige

en

het schrijven ven geloofwaardige replieken.

Wel was Nilsen politiemensen die problemen in hun privéleven hebben meer dan grondig beu…

Tarald Aano (Stavanger Aftenblad, 11.03.2008) constateerde dat La de små barna komme til meg

allesbehalve vernieuwend

is, maar gaf wel toe dat

Try (…) een van de beste Noorse misdaadverhalen van dit voorjaar af[geleverd heeft], omdat hij een spannend verhaal in elkaar heeft gezet en het goed weet te vertellen. Hij dolt met alles wat we verwachten, maar doet dat met een moeiteloze elegantie. (…) een misdaadroman die meer dan gemiddeld scoort qua amusementswaarde

Kritische noten waren wel te vinden bij Eirik Kydland (ABC Nyheter, 17.03.2008):

Eerst het positieve: Try is erin geslaagd een misdaadroman te schrijven die 350 pagina’s laat aanvoelen als 100 pagina’s. Het verhaal wordt in een hoog tempo verteld zonder dat er lang stilgestaan wordt bij wat irrelevant is

maar

ook al is het tempo hoog, toch slaagt Try er zelden in om de spanning en de stress op te wekken die bij een goed misdaadverhaal horen. De psyche van de moordenaar boeit, ondanks al diens groteske en gestoorde handelingen, niet echt. De roman blijft gewoon te doorzichtig, te formalistisch.

Bovendien verdacht Kydlang reclameman Try ervan om, door steeds weer het merk van de kauwgom te vermelden dat Lykke gebruikt, stiekem een promotiecampagne voor dat merk op touw te zetten…

Zelf heb ik een wat dubbel gevoel bij La de små barn komme til meg. Ik hou niet zo van misdaadromans waarin de dader uiteindelijk een soort halve gare blijkt te zijn – de titel van het boek wijst in dat verband al duidelijk in een bepaalde richting. Dat neemt niet weg dat het laatste deel van het boek best behoorlijk spannend is.

Kjetil Try, Laat de kinderen tot mij komen, vertaald door Ingrid Hilwerda en Carla Joustra, Amsterdam-Antwerpen (Q), 2009    ISBN 978–90–214–3762–0


In Frels oss fra det onde *** (2011) ontmoeten we opnieuw de politiespeurders uit La de små barna komme til meg. Rolf Lykke is nog altijd een hypochonder en nog altijd verslaafd aan kauwgom, zonder dat er dit keer een merknaam genoemd wordt. Zijn hobby legpuzzels maken komt deze keer wel maar één keer ter sprake. Parisa Sadegh heeft zich op het internetdaten geworpen. Ted Eriksen werkt net als voordien nog vrij vaak op Lykkes zenuwen en Lasse Viker is ook nu weer zijn gewone omvangrijke zelf. Ook Anne Breiby, Lykkes chef zonder enige ervaring in het veld en daarom vooral een blok aan het been, tekent weer present.

Ook deze keer krijgt het politieteam een mysterieuze zaak voorgeschoteld. De uit Bosnië afkomstige 36-jarige Nadija Hadzic, die als kok voor een reclamebureau werkt en daar een goede reputatie geniet, wordt op gruwelijke wijze in haar eigen flat vermoord. De moordenaar heeft waspoeder van het merk Blenda in de langwerpige wonde gesmeerd. Blenda, zo zegt de reclameslogan, wast witter dan wit en dus zouden er wel eens racistische motieven in het spel kunnen zijn.

Een aantal details wijzen erop dat Hadzic haar moordenaar kende, maar de echte aanknopingspunten voor verder onderzoek zijn schaars: een biljartkeu waarop het woord “kanskje” (“misschien”) ingebrand is en Hadzics verdwenen (en dure) draagbare Mac.

Verdachten komen en gaan, maar het onderzoek vordert lange tijd voor geen meter, en dat leidt bij Lykke tot grote frustraties. Zijn humeur wordt er niet beter op wanneer Eriksen er na een tijdje van overtuigd is dat hij weet hoe de vork in de steel zit…

Net zoals in La de små barna komme til meg houdt Try zich ook nu weer vrij rigoureus aan de regels van de traditionele politieroman en zorgt hij voor een spannend einde. Verder krijgt de lezer nog een duidelijk waarschuwing mee: op het internet is Terje niet altijd Terje.

Kjell Moe (KulturSpeilet, 12.03.2011) was erg tevreden over Frels oss fra det onde en noemde het

een meer dan gewoon goede misdaadroman (…) met een naar adem doen snakkend en doldriest laatste deel dat verder gaat dan een gewone misdaadroman. Hier wordt er niet op suspens of ingrediënten bespaard (…) Een ander pluspunt van het boek is dat [Try] personages van vlees en bloed heeft gecreëerd. Ze komen geloofwaardig over en we zitten ze dicht op de huid.

Kjetil Try, Frels oss fra det onde, Oslo (Gyldendal), 2011    

ISBN 978-82-05-41875-2 (pocket)

Frels oss fra det onde werd in het Duits vertaald:

Kjetil Try, Und ewig währt die Hölle, vertaald door Dagmar Lendt, Reinbek (Rowohlt Digitalbuch), 978-3-644-45451-4


Stø kurs **½

De inspiratie voor zijn debuutroman haalde Try uit het milieu waarin hij zelf werkzaam is. Karl (“Kalle”) Erik Dahl is al rijk geworden in de reclamebusiness wanneer hij een aanbod van de Arbeiderspartij krijgt om een campagne op poten te zetten in de aanloop naar de snel naderende parlementsverkiezingen – “Stø kurs” (“Vaste koers”) is een slogan van de Arbeiderspartij.

Dahl aanvaardt de opdracht, maar kort nadat hij een eerste verkennend gesprek heeft gehad met partijleider Eliassen, wordt die dood teruggevonden in zijn bureau. Hij heeft zelfmoord gepleegd. En het blijft niet bij die ene dode…

Samen met zijn vriend, zwager en ex-politiespeurder (nu WAO’er) Lasse Svensen probeert Dahl te weten te komen wie er achter de verontrustende gebeurtenissen zit. Het officiële onderzoek wordt geleid door førstebetjent Leif Falkenberg (bijgenaamd “Strutsen” – “de Struisvogel”), en die vindt dat eigenlijk niet zo’n goed idee.

Nogal wat aanwijzingen wijzen in de richting van een andere reclameman die campagneleider is van Høyre, de grote rivaal van de Arbeiderspartij…

In zijn eersteling blijft Try veilig binnen de grenzen van de traditionele misdaadroman. Hij geeft zijn personages vaak een stereotiep trekje mee. Zo heeft Svensen (1,95 m groot, 120 kilo zwaar) een duidelijke snoepverslaving. En passages zoals

Karl Erik Dahl luisterde maar met een half oor. Iets ver weg in zijn onderbewustzijn wou naar de oppervlakte. Iets wat Falkenberg gezegd had. Een detail, een woord, iets wat niet klopte.

behoren ook tot de klassiekers uit het genre. Echt heel spannend wordt het nooit in Stø kurs, maar Try kruidt zijn verhaal wel met een flinke dosis humor.

Tormund N. Heldahl (Nordlandsposten, 13.114.1997) vond het boek als debuutroman meer dan geslaagd:

een makkelijk leesbare en vlot geschreven misdaadroman, onderhoudend en spannend.

maar had wel vragen bij de geloofwaardigheid van de plot. Ook de recensent van LO aktuelt (1998/6) was tevreden:

een leuk en onderhoudend boek

en keek uit naar het boek waarin Try zich niet louter beperkt tot het milieu dat hij zo goed kent:

dat kan nog interessant worden.

Anita Gustavsen (Helgeland Arbeiderblad, 22.12.1997) was minder enthousiast. Ze vond wel dat

het milieu en de personages gedetailleerd beschreven worden.

maar dat Try’s

poging om de politieke cultuur te beschrijven zwak overkomt, nietszeggend is en vol clichés zit. Dat geldt ook voor de manier waarop hij het moordraadsel aanpakt

Kjetil Try, Stø kurs, Oslo (Gyldendal), 1997   ISBN 82-05-25322-6


Terug naar startpagina