Lars Elling

Lars Elling (1966) is schrijver en beeldend kunstenaar. Hij studeerde grafiek aan de Kunsthøgskole i Bergen. Elling heeft verschillende kinderboeken geïllustreerd. Samen met Bjørn Sortland won hij in 1996 de Deutscher Jugendliteraturpreis voor het prentenboek Rot, Blau und ein bißchen Gelb, de Duitse vertaling van Raudt, blått og litt gult. Fyrstene av Finntjern (2022) is zijn eerste roman. Op de website van Norla (Norwegian Literature Abroad) wordt de roman omschreven als

a colourful, wondrous novel about brothers being there for each other through thick and thin, about finding happiness out in the open landscape, and faithfully preserving your unhappiness.

Hij werd in 2024 in het Nederlands vertaald als De appeloorlog.

Zelf omschreef Elling zijn eersteling als

a semi-biographical account of my paternal grandfather and his baby brother’s boyhood in the deep forests surrounding my hometown Oslo in the final summers before the outbreak of the Great War of 1914. (norla.no, 20.09.2022)

Als schrijvers door wie hij beïnvloed werd, noemt hij Mark Twain, Per Petterson en Gunnar Larsen (bok365.no, 22.04.2022)

Twee tijdsniveaus wisselen elkaar af in Fyrstene av Finntjern ***. Het “heden” is het jaar 1985. Filip is 18 jaar oud en artistiek begaafd. Op instigatie van zijn vader, die psychiater is, brengt hij nogal wat tijd door bij zijn 82 jaar oude grootvader Arnstein (“Den Gamle”, “De Ouwe”). Die ligt al geruime tijd min of meer op sterven: decennialang stenen slijpen heeft ervoor gezorgd dat hij nog maar over 10% van zijn longcapaciteit beschikt:

De Ouwe is een versteende, ondergestofte Sjeherazade en elke dag kan de laatste mogelijkheid zijn om zijn verhaal te vertellen. (vertaling Lucy Pijttersen)

Dat verhaal is gesitueerd in het tweede tijdsniveau: de tijd net voor de aanvang van de Eerste Wereldoorlog. Arnstein had twee broers: de zwakbegaafde Tom Even (“Totem”) was ouder, Truls was jonger. Hun  vader (“Keiseren”, “de Keizer”), van Duits-Deense afkomst stuurde zijn twee jongste zonen lange periodes met een tentje Nordmarka in om ze te “harden” als voorbereiding op de oorlog die eraan zat te komen − nu zou dat ongetwijfeld als kindermishandeling gecatalogiseerd worden. Nu vertelt Arnstein wat ze toen beleefden aan zijn kleinzoon. Dat verhaal zal uiteindelijk verklaren waarom hij en Truls al decennia lang niet meer “on speaking terms” zijn, ook al wonen ze vlak naast elkaar.

De Nederlandse titel De appeloorlog verwijst naar het symbool van de wederzijdse vijandelijkheid: de appels die van de boom vallen die precies op de scheiding tussen hun twee percelen staat, worden door Jennifer en Rakel, de vrouwen van de twee broers, voortdurend op de ander zijn land geschoffeld. De Noorse titel verwijst dan weer naar een van de bijnamen die de twee toen onafscheidelijke jongens, Ze zijn

een Oost-0slose variant van Mark Twains Huckleberry Finn en Tom Sawyer. (Knut Hoem, nrk.no, 24.03.2022)

elkaar gaven tijdens hun belevenissen in Nordmarka.

Erg gemakkelijke lectuur is Fyrstene av Finntjern niet: de roman

eist van de lezer dat hij bij de les blijft (Joakim Tjøstheim, Dagbladet, 24.03.2022)

en daar zijn verschillende redenen voor.

Er is de vaak technische woordenschat:

Het verhaal van de twee broers die het bos leren kennen (…) zorgt ervoor dat je regelmatig naar het woordenboek grijpt. (Torgeir Holljen Thon, Vinduet, 24.03.2022)

Vertaler Lucy Pijttersen moet er een hele klus aan gehad hebben.

In de passages over Filip wordt soms de eerste, soms de derde persoon gebruikt, zonder dat het echt duidelijk wordt waarom. De geografische verwijzingen zijn niet altijd gemakkelijk te duiden voor een niet-Noor. Verhaaltechnisch loopt het ook wel eens fout: als Arnstein het hele verhaal vanuit zijn gezichtspunt vertelt, lijkt het weinig waarschijnlijk dat hij op de hoogte is van de achtergrondinformatie over “flottør” Gunder Emil Jansen.

De Noorse recensenten waren over het algemeen erg enthousiast en het boek was in Noorwegen een echte bestseller. De bespreking van Sindre Hovdenakk (VG, 24.03.2022) leest als een lange lofzang. Enkele citaten:

Het is een feest om de briljante, sprookjesachtige en erg originele roman van Lars Elling te lezen! (…) [Elling] is tegelijkertijd lyrisch en sprankelend, ernstig en uitgelaten (…) Alle personages met wie we in dit boek kennismaken, worden zo geportretteerd dat we ze onthouden. (…) Met hun eigenaardigheden, grillen, gebreken en sterke punten worden ze voor onze ogen levende en echte mensen. Persoonlijkheden die ver uitstijgen boven de alledaagse, grijze figuren waar de Noorse hedendaagse literatuur anders zo rijk aan is. (…) Het is een verhaal dat overloopt van creatieve formuleringen, dolle verhalen en bijna visuele impressies. De auteur heeft een ongewoon rijke woordenschat, en het feit dat Lars Elling van oorsprong beeldend kunstenaar is, blijkt niet in de laatste plaats uit zijn vermogen om de natuur weer te geven.

Hanna Malene Lindberg (kunstavisen.no, 12.12.2022) noemde de roman

Een bijzonder levendig generatieportret (…) rijk aan inhoud en breed geborsteld. Het verhaal heeft drive, getuigt van een uitgebreide kennis van kunst en natuur en toont hoe het er vroeger aan toeging in de bosbouw.

Marie Louise Kjølbye (information.dk, 26.07.2023) had het over

een mooie debuutroman: in een duizelingwekkende natuurlijke taal wordt er verteld over de relatie tussen natuur en mens, vaders en zonen, vroeger en nu.

Wel vond Torgeir Holljen Thon het portret van Filip niet zo overtuigend:

[Filip] blijft kleurloos achter, we zien alleen de contouren van wat onze hoofdpersoon zou moeten zijn. We weten dat hij een Bryan Ferry-kuif heeft en dat hij wil tekenen, maar verder blijven zijn verlangens voor ons diffuus. Uiteindelijk is het ook alsof de roman iets te gemakkelijk eindigt. Alles lost zichzelf min of meer op. Maar dat gebeurt zelden, noch in de logica van de nacht, noch in het verstandige woord.

en schreef Joakim Tjøstheim

Elling schrijft poëtisch én met kennis van zaken, maar zijn voorliefde voor het experimenteren met de vorm loopt hem soms voor de voeten.

Roderik Six (Knack Focus, 07-02-2024) vond De appeloorlog

een klassieke maar uiterst verslavende familieroman. (…) De appeloorlog blinkt niet uit in originaliteit of literaire durf, maar Elling serveert wel een sterk staaltje vertelkracht. Helemaal foutloos is zijn debuut niet (…) maar hij weet hoe hij lezers aan zijn pagina’s moet vastkluisteren.

Ne Noorse lezers zullen waarschijnlijk eensgezind heftig het hoofdschudden, maar naar mijn smaak zit er toch een beetje te veel vogel-, kreeft-, kikker- en visvangst in de roman.

Fyrstene av Finntjern werd in 2022 genomineerd voor de Bokhandlerprisen en de Lytternes romanpris.

Lars Elling, De appeloorlog, vertaald door Lucy Pijttersen, Amsterdam (Uitgeverij Podium), 2024     ISBN 978-94-6381-225-2


Terug naar startpagina