
Levi Henriksen (1964) debuteerde (niet zonder moeite, zelf zegt hij in Krigsropet 2014 dat hij daarvoor 87 keren afgewezen werd)) met de novellebundel Feber (2002). Zijn eerste (ook in het Nederlands vertaalde) roman Snø vil falle over snø som har falt (2005) werd een bestseller. Veel van Henriksens werk is gesitueerd in het fictieve plaats Skogli, in de buurt van Kongsvinger.
Henriksen gaat uit van een christelijke levensvisie in Krigsropet (een uitgave van het Leger des Heils) zei hij in 2004:
Ik heb ingezien dat men in schrijverskringen aandacht besteedt aan het feit dat ik christen ben. Ik krijg bijna de indruk dat het een beetje exotisch is om in Jezus te geloven.
Hij noemt zichzelf daar, met een verwijzing naar het zogenaamde “skittenrealisme”, een “skittenromantiker:
Etiketten op schrijvers plakken is gemakkelijk. Ik ben vergeleken met Johnny Halberg en anderen die als “skittenrealister” omschreven worden. Ik heb respect voor die schrijvers, maar ik vind dat ze een te mistroostige kijk hebben op het niet-steedse leven. Heel wat auteurs schrijven over mensen die het niet meer kunnen bolwerken, maar ik vind dat er in mijn boeken meer hoop zit.
In de praktijk betekent dit dat er vaak een “feelgoodelement” in zijn werk zit.
In een interview in Aftenposten (17.07.2004) noemt Henriksen zichzelf
een verteller van verhalen. Zoals ik tot vervelens toe herhaal, en het zal op mijn graf staan: Heb je geen verhaal om te vertellen, dan heb je niets. Hemingways verhaal “The Old Man and the Sea” is uitvoerig en op heel verschillende manieren geïnterpreteerd, maar Hemingway zelf zei: “Begrijpen ze niet dat die vis alleen maar een vis is?”
Voor Snø vil falle over snø som har falt kreeg Henriksen in 2004 de Bokhandlerpris. In hetzelfde jaar kreeg hij de Kongsvinger kommunes kulturpris. In 2007 kreeg hij de Hedmark fylkeskommunes kulturpris 2007 en in 2018 de Vidar Sandbecks kulturpris.
Naast schrijver is Henriksen ook songwriter en muzikant (bassist). Met Levi Henriksen & Babylon Badlands heeft hij een aantal albums uitgegeven
Snø vil falle over snø som har falt***½ (2004) (Nederlandse vertaling: Sneeuw valt op gevallen sneeuw (2005))
De winnaar van de Bokhandlerpris wordt gekozen via een stemming waaraan iedereen die werkzaam is in een boekhandel deelneemt.
Geen prijs waarbij iedere lezer zijn stem kan uitbrengen als hij dat wil, maar ook geen prijs die toegekend wordt door het selecte groepje van literaire critici. Als je de lijst van alle winnaars bekijkt valt op dat wie een verhaal centraal stelt, een goede kans maakt, en dus is het niet verwonderlijk dat Levi Henriksen in 2004 de prijs kreeg voor zijn debuutroman Snø vil falle over snø som har falt.
De 37-jarige Dan(iel) Kaspersen heeft net een gevangenisstraf van twee jaar voor drugssmokkel achter de rug. Kort voor Kerstmis keert hij terug naar Kongsli. Daar bevindt zich de boerderij Bergaust, die sinds mensenheugenis in het bezit van de familie is. Zijn twee jaar jongere broer Jakob heeft er een week voordien zelfmoord gepleegd.
Iedereen weet dat de broertjes Kaspersen erg aan elkaar gehecht waren. (vertaling Annemarie Smit)
Dat blijkt ook uit Dans jeugdherinneringen, waarin ook de pinksterbeweging waarin hun (nu al een hele tijd overleden) ouders actief waren, prominent figureert. Dan Kaspersen zelf worstelt al een aantal jaren met
Het oude, ontheemde gevoel dat hij op een kruispunt stond en niet wist welke kant hij op moest. (vertaling Annemarie Smit)
Ook concrete situaties zadelen hem met dat gevoel op:
Hij liep rond in een kringetje, hopend dat hij ergens over zou struikelen, over iets wat hem niet eerder was opgevallen, iets waardoor zijn voetstappen ergens anders zouden eindigen dan waar ze waren begonnen. (vertaling Annemarie Smit)
Hier komt nu nog het gevoel dat hij misschien schuld heeft aan de dood van zijn broer bij. Minder aangenaam is ook dat Kristian Thrane, het eigenlijke brein achter de narcoticasmokkel waar Dan Kaspersen voor veroordeeld werd, er met een voorwaardelijke straf vanaf kwam; zijn vader is dan ook veruit de rijkste man van het dorp. En dat zijn broer Jakob een tijdje verloofd was met Thranes zus Kristine is voor Dan niet bepaald leuk om te horen, en dat de politie hem bijna onmiddellijk na zijn terugkeer van een misdrijf verdenkt, is dat nog veel minder. Maar gelukkig leert hij Mona Steinmyra (en Sebastian) kennen…
Snø vil falle over snø som har falt is een erg geslaagde mix van spanning, romantiek en karaktertekening (let daarbij ook eens op figuren zoals de oude “lensman” (veldwachter) Markus Grude en Dans oom Rein Kaspersen). Stilistisch valt de soms verrassende beeldspraak op. Een paar voorbeelden:
så hogg stjernene høl i mørket som gule hundetenner, og han så at det hadde sluttet å snø.
toen hakten de sterren als gele hondentanden gaten in het donker en zag hij dat het opgehouden was met sneeuwen (vertaling Annemarie Smit)
Ansiktet til Kristian Thrane så ut som det hadde fått en fiskekrok trukket opp i hver munnvik […] Øynene stirrende som en sankthanshimmel som aldri sett noen skyer
Kristian Thrane zag eruit alsof zijn mondhoeken met vishaakjes werden opgetrokken […] Zijn ogen staarden als een midzomernachthemel die nog nooit en wolkje heeft gezien (vertaling Annemarie Smit)
han følte ingen glede, men heller ingen sorg. Inne i seg var han hul som et gresskar på Halloween.
Hij voelde geen blijdschap, maar ook geen verdriet. Hij voelde zich vanbinnen zo hol als een pompoen op Halloween. (vertaling Annemarie Smit)
Elva selv som ei forkalket blodåre og åssidene som et hovent svelg gapende etter pust.
De rivier zelf als een verkalkte slagader en de heuvels aan weerszijden als een opgezwollen keelgat, happend naar adem. (vertaling Annemarie Smit)
Uiteindelijk wijst alles toch op een happy end. Laat het verleden ondersneeuwen en begin aan iets nieuws, dat is wat de titel suggereert.

Levi Henriksen, Sneeuw valt op gevallen sneeuw, vertaald door Annemarie Smit, Amsterdam (Balans), 2005 ISBN 978-90-5018-695-7
Like østenfor regnet (2008) **½
Simon Smidesang is een succesvol journalist, maar wanneer hij constateert dat zijn vrouw hem bedriegt, verlaat hij haar en dient hij zijn ontslag in bij de krant. De woorden die hij neerschrijft zijn niets meer dan drukinkt, vindt hij zelf.
Smidesang keert terug naar Skogli. Hij heeft erg goede herinneringen aan de tijd die hij daar vroeger doorbracht bij zijn grootouders. De relatie met zijn nog niet lang geleden overleden vader was veel minder goed:
Zelfs nu zijn vader dood was, zadelde die hem nog altijd op met het gevoel dat hij niet voldeed.
In Skogli gaat Smidesang aan de slag als postbode, en hij krijgt al snel een goede band met een aantal van zijn dorpsgenoten. Vooral met de dakdekker Eyvind Bjørkli, de stokoude dokter Sand en de gepensioneerde tuinier Hemingby kan hij goed over de baan.
Hij had een job, en voor de eerste keer was hij eigenaar van het huis waarin hij woonde. Het bestaan dat hij leidde zorgde ervoor dat hij iedere avond kon terugblikken op de dag die voorbij was en weten dat wat hij gedaan had iets voor de anderen betekende. Elke dag die voorbij was, gaf hem het gevoel dat hij weer wat meer van de menslievendheid teruggewonnen had die hij gaandeweg verloren had.
De dorpsbewoners zijn zowat allemaal mensen met een verhaal – en in geen geval “dorpszonderlingen”. Zo is er ook nog Smidesangs wat mysterieuze buurvrouw Ginni Bang. Ze verlaat bijna nooit haar huis en heeft geen telefoon of mobieltje. Vroeger woonde ze blijkbaar in Bergen en had ze daar blijkbaar een financieel interessante baan, die ze om de een of andere reden achter zich gelaten heeft.
Henriksen zorgt ervoor dat de lezer van Like østenfor regnet regelmatig voor een verrassing komt te staan en heeft duidelijk veel sympathie voor de personages die hij beschrijft. Het boek is een combinatie van tragische gebeurtenissen en feelgoodmomenten, maar de relatie tussen Simon Smidesang en Ginni Bang zorgt voor een wat te zoetsappig einde.
De uren die men samen met Simon Smidesang in Skogli doorbrengt, zijn met andere woorden absoluut aangenaam, ook al heeft de hoofdrolspeler een verward gevoelsleven. Velen zullen zeker door hem en door de liefdesgeschiedenissen die geleidelijk aan het licht komen gecharmeerd en gefascineerd worden, en meer dan glimlachen met de slapstickhumor die met onregelmatige tussenpozen tussen al de ernst binnensluipt. Maar bepaald origineel, is het definitief niet. (Gerd Elin Stava Sande, Dagsavisen, 27.08.2008)

Levi Henriksen, Like østenfor regnet, Oslo (Gyldendal), 2009 ISBN 978-82-05-39981-5 (EPUB)
De roman werd in het Frans vertaald:

Levi Henriksen, Les curieuses rencontres du facteur de Skogli, vertaald door Loup-Maëlle Besançon, Paris (Le Grand Livre du Mois), 2012 ISBN 978-2-286-09391-4
Harpesang (2014) ***½
Maria, Tamar en Timoteus Thorsen zijn alle drie rond de tachtig. Ooit waren ze als leden van de pinkstergemeente een erg succesvol trio en verkochten ze massa’s platen. Alle drie hadden ze ooit een relatie met een ongelukkige afloop. Maria trouwde tijdens een tournee door de Verenigde Staten met een man die een notoir bedrieger en polygamist bleek te zijn. Tamars echtgenoot, de Afro-Amerikaan Jenga Njoroge, kwam in Noorwegen om het leven bij een verkeersongeval. Timoteus kreeg kort voor zijn huwelijk een brief van zijn aanstaande waarin ze de verloving verbrak. Sindsdien hebben de twee geen woord meer met elkaar gesproken, en is Timoteus een bijzonder cynische man geworden.
Jim Gystad is een 42-jarige platenproducent die zichzelf steeds meer vragen over zijn job begint te stellen. Op een dag hoort hij in een kerk in de buurt van Kongsvinger nabij de Zweedse grens het hoogbejaarde trio zingen en dat is een soort openbaring. Hij wil absoluut dat ze een nieuwe cd opnemen, geeft zijn job op en gaat in Kongsvinger aan het werk als elektricien om zo met het trio in contact te komen.
Vooral Timoteus overtuigen blijkt echter een helse opdracht, en dan duikt er ook nog een “slechterik” op: Tamars op geld beluste kleinzoon. Gelukkig krijgt die uiteindelijk het deksel op zijn neus.
Harpesang bevat een aantal humoristische passages (Timoteus die Glystad moedwillig een verkeerd telefoonnummer opgeeft, Glystad die ongewild de honden van de Thorsens de boel doet volkotsen, de managers van een platenfirma met hun “blitse” taalgebruik…), maar is toch in de eerste plaats een verhaal over verloren en (enigszins) herwonnen liefde. Levi Henriksen mag er op de foto op Wikipedia enigszins woest uitzien, hij heeft ook iets van een diehard romanticus.
Harpesang is geen dynamische, intense roman. Hij sleurt de lezer niet van bladzijde naar bladzijde in een adembenemend tempo. De sterkte en de eigenheid van de roman liggen in de beschrijvingen van het milieu waarin hij zich afspeelt, in de gevoelige beschrijvingen van afgewezen gevoelens en verloren levensvreugde. Henriksen is een meester in het beschrijven van de aarzelende zoektocht van gedesillusioneerde mensen naar iets om zich aan vast te klampen. (Torstein Hvattum, Aftenposten, 06.09.2014)

Levi Henriksen, Harpesang, Oslo (Gyldendal Norsk Forlag), 2014 ISBN 978-82-05-43224-6

Harpesang geeft de toon aan
Levi Henriksen krijgt voortdurend nieuwe lezers buiten de landsgrenzen. De grote uitgeverij Presses de la Cité zal “Harpesang” uitgeven. Ze heeft eerder al Henriksens romans “Snø som skal falle over snø som har falt” en “Like østenfor regnet” uitgegeven.
“Harpesang”, met een oplage van 10.000 hier in Noorwegen, krijgt op die manier toegang tot de grote Franse markt.
Ik ben erg blij dat ook dit boek in Frankrijk uitkomt. Afgezien van Duits is Frans de taal waarin ik het meest vertaald ben, en het is duidelijk dat er iets in mijn manier van schrijven zit dat mijn Franse uitgever aanspreekt.
Ook de Poolse uitgeverij Smak Slowa heeft zich verzekerd van de rechten van “Harpesang”. “Polen is voor mij helemaal nieuw, maar de uitgeverij lijkt dynamisch en enthousiast” constateert Henriksen.
Harpesang werd vertaald in het Frans:

Henriksen Levi, Octosong, vertaald door Loup-Maëlle Besançon, Paris (Presses de la Cité), 2016
ISBN 978-2-258-11766-2
en in het Duits:

Levi Henriksen, Wer die Goldkehlchen stört, vertaald door Gabriele Haefs, München (Btb Verlag), September 2018 ISBN 978-3-442-71680-7
Terug naar Home
N.B! Verwar Levi Henriksen niet met Leif Henriksen, de auteur van Fjorten dager i Nordsjøen (2008), een boek dat geselecteerd werd in de in 2006 door uitgeverij Gyldendal uitgeschreven “wedstrijd” die als doel had de beste “politieke roman” te bekronen: een roman
die een beeld geeft van de hedendaagse werkelijkheid met zijn stopwatchzorgzaamheid, IP-telefonie, afscheidspremies, Kebabnoors en jeugdfestivals.
Het was een idee dat van verschillende kanten met de nodige scepsis ontvangen werd: voor auteur Frode Grytten was het een “absurd” idee, “ouderwets en beperkt” was het oordeel van Syn og Segn-redacteur Hilde Sandvik en journalist Jan Zahl van Dagens Næringsliv kwam met de smeekbede:
spaar ons voor nog meer romans over de teloorgang van jobs in de industrie
Toch zaten o.a. de auteurs Kjartan Fløgstad en Johan Harstad in de jury.
Fjorten dager i Nordsjøen wordt op het titelblad inderdaad omschreven als een roman, maar het is eerder het relaas van twee weken die ik-figuur Leif (een afsplitsing van de auteur zelf? ) als verantwoordelijke van een klimteam waar verder ook Torleif, Cato en Jenny deel van uitmaken, doorbrengt op een Noors olieplatform in de Noordzee. Enkele keren gaat het over de andere leden van het team: zo blijkt Torleif problemen te hebben met zijn zoon en is Jenny bang dat ze zwanger is, maar de focus ligt toch vooral op de werkzaamheden die ze uitvoeren, en dat levert een overvloed aan technische termen op:
spiderdekk, hydrauliske vinsjer, nysveisete platting, hiveblokker, stålbjelkene, vaiere, kettingtaljer, løftestropper, gretingen, jekketaljer, stroppetaljer, kasteblokker, eagleclams, sjakler, stål karabiner
al deze woorden worden op bladzijde 73 in nauwelijks tien regels gebruikt… En wat te denken van de meer dan twee bladzijden lange opsomming (blz. 97-99) van al de verticale buizen die zich in compartiment U09 bevinden? Waarschijnlijk bedoeld als illustratie van het “hyperrealisme” dat Henriksen als uitgangspunt voor zijn roman gekozen heeft, zorgt de opsomming eerder voor een lichte vorm van verbijstering…
Een echte intrige is er niet en de verteller zegt weinig over zijn eigen achtergrond. Alles wat we na verloop van tijd over hem te weten komen is dat hij zijn moeder al sinds zijn jeugd niet meer gezien heeft en dat hij een “kjæreste” heeft. Dat laatste zorgt voor een paar softpornopassages, waarschijnlijk om te suggereren dat het leven op een olieplatform volledig afgesloten van de buitenwereld, geen lachertje is en men dus naar andere dingen verlangt…
Een positieve reactie (Dagsavisen, 12.01.2007) op de bekroning van Fjorten dager i Nordsjøen kwam er van Per Thomas Andersen van de universiteit van Oslo:
Dit is het soort roman waarop ik lang gewacht heb. Ik vind het vreemd dat de oliewinning in de Noordzee niet beter vertegenwoordigd is in de Noorse literatuur. Er is nauwelijks iets dat meer betekend heeft voor de ontwikkeling van het moderne Noorwegen dan de oliewinning in de Noordzee (…) De oliewinning zal zichtbaar worden in het Noorse culturele leven (…) Vandaag speelt ze alleen in de economie een zichtbare rol.
Is Fjorten dager i Nordsjøen een “politieke” roman?
In hetzelfde krantenartikel in Dagsavisen zegt Leif Henriksen:
Tussen de regels door valt er heel wat kritiek te lezen. De verteller neemt een politiek standpunt in als hij het heeft over moeilijke onderwerpen en problemen zoals het arbeidstempo op de platformen, de milieuverontreiniging en de relatie tussen exploitanten en (onder)aannemers.
Toch waren de recensenten niet bepaald enthousiast.
Wanneer de uitgever het boek voorziet van een klassieke thrilleromslag waar dreigende wolken een laagvliegende helikopter op de voorgrond omlijsten terwijl het olieplatform donker en mysterieus in het midden van de foto ligt, ja, dan hebben ze debutant Henriksen alle ruimte gegeven om hoog te grijpen. Te hoog, zo blijkt. Want Fjorten dager i Nordsjøen is geen thriller, en er is een zekere goede wil voor nodig om het een politieke roman te noemen, tenzij men ervan uitgaat dat het beschrijven van arbeidsprocessen in de offshore-industrie op zichzelf een politiek gegeven is.
schreef Marta Norheim (Kulturnytt, NRK P2, 23.01.2008). Ze vond Fjorten dager i Nordsjøen
een ongelijke roman, waarvan het grootste deel van de tekst alleen interessant is voor wie erg in het onderwerp geïnteresseerd is.
Daarnaast was ze (terecht!) van oordeel dat er bijzonder weinig spannends in de roman verwerkt was:
zelfs het vallen over een stuk zeep in de douche is ons niet gegund.
Ongeveer hetzelfde geluid was te horen bij Eirik Kydland (ABC Nyheter, 06.02. 2008):
De volgende keer wil ik meer leren over mensen en minder over zinkanodes.
Ook hij vond de beschrijvende passages veel te technisch en moeilijk te verteren voor een leek. Toch zag hij net als Per Thomas Andersen een positief punt:
De roman beschrijft een werkomgeving die maar weinigen van ons kennen.
Olaf Jensen (Aftenposten, 26.01.2008) hakte er daarentegen met de botte bijl in:
Als ik redacteur bij een uitgeverij was en ik kreeg dit soort manuscript voorgeschoteld, zou ik de auteur (…) eerst en vooral adviseren om alle zinnen te schrappen van het type “Na de negenuurkoffie is er een SJA-bijeenkomst om de brandblusinstallaties van het type a-triple f in de apparatuurschacht niveau 1 en 5 te testen.”. Dit soort zinnen vertelt lezer niets en wordt hem ook niet uitgelegd. Deze ingreep zou het boek bijna tweederde korter maken.


Leif Henriksen, Fjorten dager i Nordsjøen, Oslo (Gyldendal), 2008 ISBN 978-82-05-37473-7
