
Linde Hagerup (1968) is de kleindochter van Inger Hagerup en de dochter van Klaus Hagerups broer Helge. Als 17-jarige werd ze (als een van de jongsten ooit) toegelaten tot de Schrijversacademie in Bergen, war Jon Fosse een van de docenten was. In de jaren 90 van de vorige eeuw vertaalde en redigeerde ze een aantal citatenboeken. Haar “echte” literaire debuut was Og det skal vare så lenge, een verzameling korte teksten. Linde Hagerup was een tijdlang redacteur van het literair tijdschrift Vagant. Voor haar kinderboek En bror for mye (2016) werd ze in 2020 genomineerd voor de Deutscher Jugendliteraturpreis in de afdeling “beste kinderboek.”
Ikke sant***½ (2007; Nederlandse vertaling Het is maar liefde, 2011) is een korte roman waarin de lezer gaandeweg merkt dat centraal personage en verteller Tina geen grip op de werkelijkheid heeft en het verhaal uiteindelijk alleen een realistisch kader overhoudt. De titel is in dit opzicht veelzeggend.
Tina is weggevlucht uit Noorwegen en woont nu in een kleine flat in Berlijn. Ze lijdt aan angst: vooral mensenmassa’s jagen haar enorm veel schrik aan. Ze heeft in Noorwegen al een tijd in een psychiatrische kliniek doorgebracht, een mededeling die de lezer wel op zijn hoede moet stellen, net als het feit dat er in Tina’s Berlijn toch wel heel wat mensen Noors blijken te praten. Verder zijn er ook verwijzingen naar een niet-onproblematische jeugd met een aan alcohol verslaafde moeder (van een vader is er geen sprake) en een oom die geen echte oom is.
Tina keert zich zoveel mogelijk van de buitenwereld af. Haar enige gezelschap is een muis in de badkamer, een muis die ze Helge gedoopt heeft. Dan wordt er op een dag (of is het nacht? – heftig op de deur van haar appartement geklopt. Wanneer ze opendoet vlucht er een meisje naar binnen dat zegt dat ze uit Riga afkomstig is en hier in de prostitutie gedwongen wordt. Tina besluit haar te helpen, maar haar aanpak is niet bepaald psychologisch verantwoord en het meisje poetst de plaat.
Tina besluit om naar haar “zusje” op zoek te gaan. Ze heeft op dat ogenblik al een geestelijke “evolutie” ondergaan: haar taalgebruik wordt hoe langer hoe theatraler en ze dicht zichzelf alsmaar meer geslaagde “interventies” toe…
Cathrine Krøger (Dagbladet, 27.11.2007) was niet erg onder de indruk:
Een mens van wie het werkelijkheidsbeeld barst beschrijven is zware thematiek. En een moeilijke literaire evenwichtsoefening. De auteur dient een mens die zich van zijn eigen waanzin niet bewust is, van binnen uit te beschrijven. Tegelijkertijd moet die waanzin voor de lezer zichtbaar zijn. En daar slaagt Hagerup niet in. Het wordt te weinig ernst en te veel zinloze grappigheid.
Annette Orre (Dagsavisen, 03.11.2007) was – terecht – veel positiever. Ze merkt op dat je als lezer een hele tijd nodig hebt voor je (echt) doorkrijgt wat er aan de hand is, waarna
de donkere humor die onder het akelige ligt te smeulen ervoor zorgt dat de roman iets David Lynchachtige krijgt.
Hilde Hagerup, Het is maar liefde, vertaald door Marin Mars, Breda (De Geus), 2011, ISBN 978-90-445-1360-8
Terug naar Home
