
Maja Lunde (1975) studeerde communicatiewetenschappen aan de universiteit van Oslo. Ze was scenariste voor het NRK-kinderprogramma “Barnas supershow”, voor de tv-reeksen “Side om side” en “Hjem”, en voor de films “Hjemsøkt” og “Battle”.
Als schrijver debuteerde ze met het ook verfilmde Over Grensen (2012), een thriller voor kinderen over Otto en Gerda, die proberen twee Joodse leeftijdsgenoten uit de handen van de nazi’s te houden door ze over de Noors-Zweedse grens te smokkelen. Het boek werd in het Duits vertaald.


Maja Lunde, Over grensen, Oslo (Gyldendal), 2020³, ISBN 978-82-05-53713-2
Maja Lunde, Über die Grenze, Stuttgart (Verlag Urachhaus), 20213
ISBN 978-3-8251-5151-5

Over Lundes erg succesvolle kerstverhaal Snøsøsteren (2018) (illustraties van Lisa Aisato) schreef Kristine Isaksen (VG, 13.12.2019) o.a.:
Snøsøster is een ongewoon boeiend kalenderboek over dood, verdriet en spoken dat iets fundamenteels zegt over de kerstviering en het samenhorigheidsgevoel onder de levenden. (…) Maja Lunde schrijft vlot en leunt dicht bij de spreektaal aan(…) Het zal moeilijk zijn voor lezers om zich te houden aan het dieet van een hoofdstuk per dag. Bovendien gebruikt Lunde een montere beeldspraak.
Over haar werkwijze zei Lunde in een interview (Tara, 13.09.2019) het volgende:
Als ik begin te schrijven, denk ik weinig aan de lezer. Ik probeer eigenlijk zo trouw mogelijk te zijn aan het verhaal en de personages die ik creëer. Ik leef me in en voor mij ligt daar de vreugde van het schrijven.
Internationale bekendheid verwierf Lunde met haar “Klimatkvartetten”. De romans die er deel van uitmaken behoren tot het genre dat gewoonlijk (naar analogie met “sci-fi”– sciencefiction) “cli-fi” (climate fiction genoemd wordt. De “geleerde” definitie van het genre luidt zo:
cli-fi may be best thought of as a distinctive body of cultural work which engages with anthropogenic climate change, exploring the phenomenon not just in terms of setting, but with regard to psychological and social issues, combining fictional plots with meteorological facts, speculation on the future and reflection on the human-nature relationship, with an open border to the wider archive of related work on whose models it sometimes draws for the depiction of climate crisis (Goodbody, Axel, and Adeline Johns-Putra. ‘The Rise of the Climate Change Novel’ in: Climate and Literature, edited by A. Johns-Putra, 2019 – geciteerd door Sissel Furuseth, “Bærekraftdilemmaer i Maja Lundes klimaromaner”, 2021)
Zelf formuleert Sissel Furuseth het zo:
Cli-fi (…) wijst erop dat klimaatverandering door de mens wordt veroorzaakt, en de verwantschap met de term sci-fi suggereert dat hypotheses over de toekomst een belangrijke rol spelen in de hedendaagse klimaatfictie. (…) Het ligt voor de hand om Lunds romans te omschrijven als “realismehybridisch, voor het grootste deel realistische beschrijvingen met een inslag van speculatieve fictie (…) Lunde combineert realistisch proza met een apocalyptische gevoeligheid voor de milieu-uitdagingen van de toekomst (…) Lundes klimaatromans combineren verschillende tijds- en plaatsniveaus om fouten uit het verleden en van het heden te combineren met mogelijk catastrofale gevolgen in de toekomst.
Waar is het misgelopen? Furuseth verwijst in dat verband naar een passage uit Lundes Blå:
We zorgen eigenlijk alleen maar voor onszelf. Voor onszelf en onze kinderen. Hoogstens ook nog een beetje voor onze kleinkinderen. Wie daarna komt, vergeten we. Tegelijkertijd zijn we in staat om veranderingen door te voeren die een impact hebben op de honderden generaties die daarna komen, die de wereld onbewoonbaar maken voor al wie na ons komt. Ons beschermingsinstinct heeft dus gefaald.
De eerste roman van het “klimaatkwartet” – en haar eerste roman voor volwassenen – was Bienes historie**** (2015), dat in een groot aantal talen vertaald werd.
Drie afzonderlijke ik-verhalen wisselen er elkaar voortdurend af. Een ervan is gesitueerd in het verleden (midden van de 19de eeuw) , een in de Verenigde Staten in wat min of meer het heden is (2007) en het derde speelt zich af in een nog vrij verre toekomst (het jaar 2098) in China.
Thematisch zijn de drie verhalen met elkaar verbonden omdat ze alle drie met bijen te maken hebben. William Savage (zaadhandelaar van beroep; ooit was hij een beloftevolle wetenschapper) begint na een lange periode vol levensmoeheid te werken aan een bijenkorfmodel waarvan hij hoopt dat het een revolutie in de imkerij zal teweegbrengen.
Ongeveer 150 jaar later houdt George zich bezig met bijenkweek en pollinatie op grote schaal. Hij heeft een vrouw en een zoon die allebei naar een ander leven verlangen, en is zich aanvankelijk nog niet bewust van de catastrofe die hem te wachten staat.
In 2098 is de wereld totaal veranderd na de “kollaps” van 2040 en zijn er enkel nog wat restanten over van
de tijd van voor de val van de democratieën, van voor de wereldoorlog die volgde, van voor de tijd dat eten een luxe werd die slechts een paar gelukkigen zich konden veroorloven (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
China houdt zich nog enigszins op de been, in Europa en Amerika is de toestand nog dramatischer, maar overal is de bevolking gedecimeerd en primeert overleven op leven. Een
Een niet-leven (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
noemt Tao het. Ze is een
een arbeider die op de fruitvelden werkte (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
waar er op kunstmatige wijze aan pollinatie gedaan wordt – bijen zijn er niet meer. In die schijnbaar gedoemde wereld gaat ze op zoek naar haar driejarig zoontje Wei-Wen. Hij werd door een mysterieuze ziekte getroffen en daarom door de Chinese overheid naar de hoofdstad overgebracht. Haar zoektocht levert een aantal apocalyptische scènes op.
Bienes historie heeft een onmiskenbare ecologische invalshoek met duidelijke verwijzingen naar de chaostheorie, het concept dat schijnbaar kleine veranderingen grote gevolgen kunnen hebben. De 20ste eeuwse transitie van de landbouw naar een grootschalige industriële activiteit resulteerde uiteindelijk in een CCD (Colony Collapse Disorder) voor de bijen. Hun uitsterven wordt door de illustratie op de titelpagina van de Noorse uitgave gesymboliseerd:

De verdwijning van de bijen heeft nog altijd rampzalige gevolgen voor alles wat de aarde bewoont, maar vooral voor de mensen.
Er waren veel boeken geschreven over CCD. Ik bladerde erdoorheen, maar vond geen eenduidig antwoord. De schrijvers waren het niet eens over de oorzaak van de Verdwijnziekte, want er was niet één oorzaak. Het waren er meer (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
In de daaropvolgende bladzijden worden mogelijke oorzaken uitvoerig beschreven.
Maar Bienes historie is veel meer. De bijen (en hun korf) staan ook voor een beter maatschappelijk model.
Lunde koppelde op subtiele wijze de bijengeschiedenis aan die van de mensen. Confronterende lectuur.
schreef “dibr” in Gazet van Antwerpen (van 26.08. 2016).
Om het met de woorden van William Savage te zeggen:
Ze bewogen zich in duidelijke patronen voort. Brachten iets, legden het weg, haalden iets nieuws. Het was omslachtig, vreedzaam werk, systematisch, instinctief, geërfd. In dit werk was niet het individu, maar de gemeenschap het belangrijkst. Ieder voor zich stelden ze niets voor, samen vormden ze de mierenhoop, alsof dat één levend wezen was. (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
Op het einde van het boek blijven er toch enkel straaltjes hoop over…
Verder is Bienes historie ook drie verhalen over “gewone” mensen die proberen de tegenwerkingen die ze ondervinden te boven te komen. Lunde excelleert in het creëren van geloofwaardige personages met wie de lezer zich moeiteloos kan identificeren:
haar personages léven
schreef Alexander Van Caeneghem in zijn bespreking van de roman. (De Standaard, 29.07.2016)
Een uitgebreide Nederlandstalige recensie vind je hier.
Ik ben enorm vereerd en gevleid door de toekenning van de Bokhandlerpris. Telkens wanneer iemand me vertelt dat hij of zij houdt van Bienes historie, word ik weer even blij, en dat zoveel mensen die iets van literatuur afweten voor mijn roman gekozen hebben, maakt van die prijs iets heel speciaals. Dat het onderwerp van het boek in zo’n brede kring weerklank gevonden heeft, raakt me echt.
In 2019 was er sprake van een verfilming van het boek:

Hollywoodproducent maakt een televisieserie van Maja Lundes Bienes historie.
Dit voelt te goed om waar te zijn, zegt auteur Maja Lunde over het nieuws dat de producent van “True Detective” de rechten op Bienes historie gekocht heeft.
maar dat project is blijkbaar in de ijskast gezet.

Maja Lunde, De geschiedenis van de bijen, vertaald door Lammie Post-Oostenbrink, Amsterdam (De Bezige Bij), 2016 ISBN 978-90-234-9430-0
Blå ***½ (2017) bestaat uit twee elkaar afwisselende verhaallijnen die helemaal aan het einde met elkaar gelinkt worden.
In de hoofdstukken “Signe” (2017) is er een diehard milieuactiviste aan het woord. Na 50 jaar, en nu
een oudere vrouw, een beetje onverzorgd en haveloos met een versleten anorak en grijze plukken haar die onder een wollen muts uit piepen (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
keert ze terug naar haar roots: de Ringfjord en de gletsjer Blåfonna. Het ijs van die gletsjer wordt nu als luxeproduct aan rijke OPEC-landen verkocht:
morgen komt de schipper om de motor te starten, het ijs mee te nemen, ons ijs, het mee te nemen naar het zuiden, naar landen, naar mensen die nog nooit een gletsjer hebben gezien, die nog nooit sneeuw in hun handen hebben gevoeld, en daar zal het smelten in glazen, in drankjes, daar zal het vernietigd worden (…) geserveerd aan de tafel van een sjeik, in een kristallen glas, in een drankje, in Saoedi-Arabië of Qatar (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
Signes ontgoocheling over wat er de voorbije vijftig jaar is gebeurd, is enorm:
Ik heb het echt geprobeerd, mijn hele leven heb ik gevochten, maar ik stond bijna altijd alleen, we waren met zo weinig, we zijn met zo weinig, het heeft niet geholpen, alles waarvoor we waarschuwden is gebeurd, de warmte is er al, niemand luisterde. (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
en ze besluit over te gaan tot een merkwaardige en vooral symbolische sabotagedaad. Ze kaapt de boot waarop de kisten met verpakt ijs zich bevinden en vaart ermee naar Bordeaux. Daar wil ze het ijs voor de voeten gooien van de man die ooit haar vriend was, maar nu de export van het ijs organiseert.
De lezer volgt haar tijdens die reis en komt te weten hoe in Signes jeugd de plaatselijke Noorse natuur opgeofferd werd aan de industrie en de vooruitgang toen de rivier Bleio in buizen gelegd werd:
Het is maar water (…) Het kan omgezet worden in elektriciteit, het kan voor werk zorgen. Het kan het dorp tot leven wekken brengen (…) Het water had een macht, een kracht, ik had het altijd beschouwd als iets onoverwinnelijks. Nu niet meer, niet nu het met mensenhanden kennismaakte, graafmachines, stalen buizen, tunnels, niet nu het met concessie-inkomsten kennismaakte, industrialisering en de welvaartsstaat. (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
In de hoofdstukken “David” wordt de handeling verplaatst naar 2041. De voorspelde milieucatastrofe is bewaarheid geworden. Het leven is in Zuid-Europa door de aanhoudende hitte en vijf jaar zonder regen zo goed als onmogelijk geworden. Er is een massale vluchtelingenstroom naar het noorden op gang gekomen:
Hoe droger het land om ons heen werd, hoe vaker ze [Davids vrouw] over de landen in het noorden begon, waar het niet alleen sporadisch in de winter regende, maar ook in het voorjaar en de zomer. Waar ze niet gebukt gingen onder langdurige periodes van droogte. (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
David bevindt zich met zijn dochter Lou een vluchtelingenkamp in Zuid-Frankrijk. Daar wacht hij op de komst van zijn vrouw en zijn babyzoon August. Ze dagen echter niet op en in het kamp wordt de situatie alsmaar slechter: de voedsel- en watervoorraden raken op en de solidariteit tussen de kampbewoners wordt zwaar op de proef gesteld.
De titel Blå verwijst o.a. naar wat David zegt over de hemel:
Boven ons was de hemel blauw. Geen wolkje te bekennen. Blauw, altijd blauw. Ik begon die kleur te haten. (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
en naar de naam die Signe aan de gekaapte boot gegeven heeft.
Waar Lunde in Blå voor waarschuwt is duidelijk, en van een echt happy ending kun je bezwaarlijk spreken, maar ze heeft er toch voor gekozen om het boek enigszins hoopvol te laten eindigen. En dat zorgt ervoor dat haar roman, hoe leesbaar hij ook is, in elk geval de hallucinante en massieve somberheid van bijvoorbeeld Cormac McCarthy’s The Road mist.
De Noorse cover verwijst naar een passage in het boek over een droom die David heeft:

Ik lag weer in het water. Ik zonk naar beneden. Boven mij werd het steeds donkerder. Maar ik zwom niet naar de oppervlakte.
Ik hoorde haar [d.w.z. Lous] gejammer ergens ver onder me en dacht dat ik daarheen moest. Dat het goed was dat ik zonk.
Dat ik wilde zinken. (vertaling Lammie Post-Oostenbrink)
Ook deze roman werd al snel in vele talen vertaald:



Maja Lunde, Die Geschichte des Wassers, vertaald door Ursel Allenstein, München(btb Verlag), 2019 ISBN 978-3-442-71831-3
Maja Lunde, Bleue, vertaald door Marina Heide, Paris (Presses de la Cité), 2019 ISBN 978-2-258-15271-7
Maja Lunde, The end of the ocean, vertaald door Diane Oatley, London (Scribner UK), 2019 ISBN 978-14711-7554-1
De recensies die Blå kreeg waren over het algemeen positief, ook al klonk wel dikwijls door dat “een tweede boek altijd moeilijk is”. Niet onverwacht was er ook hier plaats voor divergerende opvattingen.
De geslaagdste delen van de roman zijn die over Signes zeiltocht naar het zuiden, in storm en kalm weer, terwijl tegenstrijdige gedachten en gevoelens haar teisteren. Hier schrijft de auteur met veel empathie en kennis van zaken(…) Vergeleken daarmee daalt het niveau van de roman wanneer David aan het woord is (…) Wel zorgt de auteur voor een mooie link tussen de twee verhalen. Maar Signe is en blijft het meest fascinerende personage van het boek. Lunde is niet zo succesvol met deze roman als de vorige. (…) Maar ook Blå toont op verschillende plaatsen wat een goede en meeslepende verhalenverteller Lunde op haar best kan zijn. (Arne Hugo Stølan, VG, 12.10.17)
een boeiend en geslaagd verhaal dat inzoomt op individuen en hun relaties met anderen. (…) De twee tijdsniveaus vol gedoseerde informatie ontvouwen zich vakkundig en hebben uiteindelijk een raakpunt (…) De overwegingen over concrete opgaven bezorgen de roman een aansprekend ritme, en er is ook tijd voor een overtuigende typering van landschap en zee ( …) [Lunde] is bijzonder goed in het observeren van de relatie tussen ouders en kinderen(…) Blå is niet direct revolutionair, maar wel solide en indrukwekkend. (…) Blå consolideert Lundes positie als een boeiende verhalenverteller met wie rekening gehouden dient te worden. (Susanne Hedemann Hiorth, Dagens Næringsliv, 12.10.2017)
In Maja Lundes Roman Die Geschichte des Wassers wird ein erschreckend realistisches Bild einer nicht allzu fernen Zukunft gezeigt (…) Ein Blick in die Zukunft, der weh tut. Aber ebenso fesselt. (Stern, 17.09.2019)
Anders als in einem Dokumentarfilm oder einer aufklärenden Reportage, liegt der Reiz von Maja Lundes Romanen nicht zuletzt darin, dass sie drängende Probleme mit einer Geschichte verknüpft, mit Menschen, ihrem Schicksal und Gefühlen, mit denen man sich identifizieren kann, was wahrscheinlich mehr Einsicht und Verständnis bewirkt und im besten Fall auch den Impuls, etwas zu verändern, als die abstrakte Bedrohung durch eine Klimakatastrophe.(…) die Figuren [wirken] eigenartig leblos und konstruiert, mehr wie Ideenträger im Dienste einer gut gemeinten Sache und weniger wie jene faszinierenden Wesen die nur große Literatur zum Leben zu erwecken vermag (Andrea Gerk, deutschlandfunkkultur.de , 17.03.2018)
Une intrigue sophistiquée et palpitante, au service d’une fable dystopique plus nécessaire que jamais. (booknode.com/)
ce qui compte dans ce roman, ce ne sont pas les personnages. Ce sont plutôt les thèmes abordés. L’écologie est au centre de cette histoire, et le problème de l’eau, et du réchauffement climatique de manière plus générale, est plus d’actualité que jamais. On ne ressort par indemne de ce roman. (Léane B., Le petit monde, 07.07.2019)
Chillingly frank in its discussion of our planet’s fragile ecological system and the fight to save our basic natural resources, Lunde’s two superbly written interlinking narratives are emotionally charged and the beautifully expressed underlying message of hope, love and forgiveness helps to soften the ominous realties that could befall humanity if nothing is done to reverse the bleak certainties of climate change. (Michael Thomas Barry, New York Journal of Books, 14.01.2020)
Two stories on the impact of climate change intersect in this thoughtful and suspenseful novel. (…) Both halves of the story are convincingly detailed and quietly wrenching, and (…) Lunde (…) gradually and subtly draws them together to powerful effect. (Kirkus Review, 01.11.2019)
This book feels very relevant, and made for very necessary, very uncomfortable reading. (…) Signe’s tale, filled with flashbacks to her life with Magnus – her lost love – and the activism they were involved in, can be tricky to follow at times. Signe is never anything less than a very compelling character – whether she is a teenage activist or the seventy year old sailor – but occasionally her story slows down too much, especially due to a lot of sailing terminology (…). Her thread is the strongest when it focuses on her relationship with Magnus, and her rage at how he sold out to the corporate machine. (Nat Wassell, culturedvultures.com, 07.01.2020)

Maja Lunde, Het einde van de oceaan, vertaald door Lammie Post-Oostenbrink, Amsterdam (Signatuur), 2020 ISBN 978-90-5672-677-5
Structureel vertoont Przewalskis hest ***½ veel overeenkomsten met Bienes historie. Opnieuw hanteert Lunde drie tijdsniveaus waarin het ooit uitgestorven gewaande przewalskipaard (Mongoolse naam: “takhi”) centraal staat.

In het begin van de jaren 80 van de achttiende eeuw schrijft Mikhail Aleksandrovitsj Kovror, assistent-directeur van de dierentuin van Sint-Petersburg, “Beretningen om min ferd til Mongolia og det jeg fant der” (“Verslag over mijn reis naar Mongolië en wat ik daar vond”). Samen met de Duitser Wilhelm Wolff trekt hij naar Mongolië om daar exemplaren te vangen van het oerpaard. Het is een reis die met veel ongemakken en ontgoochelingen gepaard gaat.
In 1992 trekt de 56-jarige Duitse dierenarts naar Mongolië om daar samen met de “local” Gochi een poging te ondernemen om een groep przewalskipaarden in hun natuurlijke leefomgeving te reïntroduceren:
De paarden die ik bij me heb zijn echte takhi, oerpaarden. Als enige paardenras op aarde hebben ze 66 chromosomen, alle andere hebben er 64. En nu zullen de sporen van de jaren in gevangenschap verdwijnen. Hier in Hustai zullen ze eerst een paar maanden door hekken omringd worden om aan het landschap te wennen. Daarna zullen ze vrijgelaten worden, voor zichzelf moeten zorgen. Deze acht zijn de eerste, volgend jaar volgen er meer.
Ook hier verloopt niet alles van een leien dakje, en steekt de twijfel soms de kop op:
Heeft het wel zin om het Przewalskipaard te redden?’ Ik praat luid, bijna schel. “De takhi is een van de tien miljoen soorten op aarde, een soort die niets extra’s bijdraagt. Waarom zouden we tijd en middelen besteden aan het redden van een paard dat helemaal geen nutswaarde heeft?
In 2064 ziet de wereld er, o.a. als gevolg van een niet nader gespecificeerde oorlog, uit als een wereld zonder toekomst:
Zeven jaar lang gingen ze door met vechten om voedsel, om water, in plaats van energie te besteden aan de voorbereiding op wat ze wisten zou komen, zetten ze alles in het werk om de overwinning binnen te halen.
Nu is de milieucatastrofe een feit. In een nooit verstuurde brief schrijftde 14-jarige Isa
En het regent. Door de mens veroorzaakte regen, noemt mama het. Dit weertype ontstond 60 jaar geleden. In 1980 is het echt begonnen. 60 jaar uitstoot, en nu is het werk af. Goed gewerkt.
Isa woont samen met haar moeder Eva in penibele omstandigheden in wat ooit het dierenpark van Akershus was:
De enige drijfveer voor wat ik nu deed was honger.
zegt Eva. Van het oorspronkelijke dierenpark blijft er nog maar weinig over:
Drie generaties lang had mijn familie het park beheerd. Nu waren de sneeuwluipaarden verdwenen, de meeste andere dieren ook, ik had er nog maar enkele over.
Tegen beter weten in houdt ze nog altijd haar twee przewalskipaarden in leven. Van enig centraal gezag is er geen sprake meer. Oorspronkelijk bestond er nog een soort ruilhandel, maar die is nu zo goed als weggevallen. Na verloop van tijd trekt de Franse Louise bij hen in, en op die manier wordt er een link gelegd met Blå. De situatie wordt ondertussen alsmaar gevaarlijk: er zijn kapers op de kust die erop uit zijn om het weinige dat Eva en Isa nog bezitten te stelen.
In elk van de drie verhaallijnen speelt ook de relatie tussen twee hoofdfiguren een belangrijke rol. De relatie tussen Kovrov en Wolff krijgt een erotisch tintje, Karin heeft niet altijd een goede band met haar vroeger aan drugs verslaafde zoon en Eva is het vaak oneens met haar puberende dochter.
Solveig Helene Lygren (Vinduet, 2019/4) schreef dat
De roman (…) niet eenduidig (is) wanneer het gaat over de invloed van de mens op de natuur en over de natuur als winstobject.
en voor Marta Norheim (nrk.no, 18.09.2019) was een deel van de boodschap:
Wie ergens gepassioneerd door is, kan veel verdragen, staat er tussen de regels door te lezen in Przewalskis hest
Toch is het dystopische element overduidelijk. Sisel Furuseth klonk dan ook wel heel optimistisch wanneer ze schreef
De nomadische instelling tegenover het leven heeft van [Louise] een overlever gemaakt. Dezelfde levenswijsheid zou ook Eva en Isa’s redding kunnen worden
In de epilogen die verleden en heden afsluiten zit er nog een greintje optimisme, maar Guri Hjeltnes (VG, 20.09.2019) vond terecht dat de situatie in 2064 als
een afschuwelijk bestaan
beschreven moet worden. Voor Marie Kleve (Dagbladet, 18.09.2019) was Przewalskis hest
het meest angstaanjagende boek dat [Lunde] tot nu toe heeft geschreven.
Guri Hjeltnes vond de roman Lundes
beste roman over klimaat en milieu.
Voor Marie Kleve waren er
maar weinig auteurs die de angst voor de toekomst zo goed weten vast te leggen. (…)
Ingrid Brækken Melve (Vårt Land, 18.09.2019) vond Przewalskis hest
spannende lectuur, of je nu geïnteresseerd bent in oerpaarden of niet.
Wel merkten een aantal recensenten (terecht) op dat
Maja Lunde (…) haar succesrecept geperfectioneerd
heeft
in haar nieuwe klimaatroman, maar er van vernieuwing weinig sprake is (Marie Kleve)
Lunde gebruikt
hetzelfde recept (Jan Askelund, Stavanger Aftenblad, 18.11.2019)
als in haar twee vorige romans: Przewalskis hest
zou nog meer indruk gemaakt hebben indien het niet het derde boek van een reeks geweest was
schreef Marie Kleve.
Lunde schrijft erg vlot. Lygren was wel erg kritisch toen ze het had over
een gebrek aan taalkundige originaliteit
ook al is het in het verleden gesitueerde gedeelte aan de lange kant. Lunde heeft dit deel zowel qua taal als qua inhoud een wat “ouderwetse” kleur willen geven, en dat zorgt voor een aantal uitweidingen (zoals bijvoorbeeld het relaas van Wolffs eerdere huzarenstukjes) die weinig relevant zijn voor het geheel.

Maja Lunde, Przewalskis hest, Oslo (Aschehoug), 2019 ISBN 978-82-03-36515-7
Przewalskis hest werd o.a. in het Duits, het Engels en het Frans vertaald:



Maja Lunde, Die Letzten ihrer Art, vertaald door Ursel Allenstein, München (btb Verlag), 2020 ISBN: 978-3-442-75790-9
Maja Lunde, The Last Wild Horses, vertaald door Diane Oatley, New York (Simon & Schuster Ltd), 2022 ISBN 978-006295142-7
Maja Lunde, Une histoire de chevaux et d’hommes, vertaald door Marina et Françoise Heide, Paris (Éditions de Noyelles), 2021 ISBN 978-2-286-16791-2
In 2022 verscheen het laatste deel van het klimaatkwartet: Drømmen om et tre.
Terug naar Auteurs.
