Merethe Lindstrøm

foto YouTube

Merethe Lindstrøm werd in 1963 in Bergen geboren. Haar ouders waren kunstenaars. In haar jonge jaren was ze een tijd straatmuzikante en bracht met haar gitaar eigen rocksongs op Karl Johan (de hoofdstraat van Oslo) en in de metro.

Ze debuteerde in 1983 met de novellebundel Sexorcisten og andre fortellinger en heeft sindsdien romans, novellebundels en een kinderboek gepubliceerd. Haar boeken kregen altijd goede recensies, maar pas sinds de publicatie van de met de Nordisk råds litteraturpris bekroonde roman Dager i stillhetens historie (2012) raakte ze ook bekend bij het grote publiek. Merethe Lindstrøm wordt beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse Noorse auteurs.

Lindstrøm wordt vaak omschreven als een schrijver die verontrustend nauwkeurig de twijfel en de diepste pijnpunten van de mens beschrijft:

verontrustend, ontledend, een kieskeurige taalkunstenaar, met vertelstemmen waarvan je niet weet waar je ze hebt. Bevinden de hoofdpersonen zich in een acute crisissituatie? Zijn ze innerlijk helemaal van slag? Of zijn we allemaal zo wanneer we op ons kwetsbaarst en onevenwichtigst zijn? Haar werk is hoe dan ook schokkend, sterk, gevoelig, mooi en geschreven door een kunstenaar die de volledige controle over wat ze schrijft heeft. (Bok og bibliotek, 2013, Vol. 80 Nr. 5)

Merethe Lindstrøm is in de eerste plaats de auteur van intense novellen. Ze schrijft over mensen die het moeilijk hebben. Ze ziet relaties die afbreken, vriendschappen die eindigen. Ze ziet mensen die niet met elkaar in contact kunnen komen. En ze beschrijft de afstand die tussen ons ontstaat. De leegte. Het onbehagen. Wat niet kan worden uitgedrukt, niet anders omschreven kan worden als een gemompel in het middenrif. (Anne Cathrine Straume, Kulturnytt, NRK2,  05.11.2007)

Zelf zei ze in een interview in Dagsavisen (30.05.2013)

Ik schrijf niet om het publiek een plezier te doen. Dan had ik iets heel anders geschreven, iets dat financieel zou kunnen renderen. Maar dat is niet wat ik interessant vind aan schrijven. Ik schrijf om de taal te verkennen en thema’s te onderzoeken waarin ik geïnteresseerd ben.

Jayne Anne Phillips ziet ze zelf als een van haar voorbeelden:

Haar novellen spelen zich af in arme sloppenwijken in de Verenigde Staten en zijn stilistisch gezien “dirty realism”. Ik las Black Tickets toen ik 18 was, en ik had dat soort korte verhalen nog nooit eerder gelezen. De toon is doorlopend hard, de verteller indringend. Phillips zie ik ook als een literair rolmodel, het was haar boek dat me ertoe bracht het korte verhaal te waarderen en het genre serieus te nemen. (Dagbladet, 21.08.1999)

In hetzelfde artikel beschrijft ze ook haar eigen werkwijze:

Helemaal alleen in een optrekje in de bergen werken kan ik niet, ik heb mijn gezin nodig voor input en nieuwe energie. Ik bewonder auteurs die ’s ochtends kunnen schrijven, dan lunchen en daarna elke dag weer verder schrijven. Zo kan ik alleen werken tijdens de laatste revisie, wanneer een boek bijna af is.

Merethe Lindstrøm werd verschillende keren genomineerd voor literaire prijzen en heeft er ook een aantal gewonnen:

► Mads Wiel Nygaards legat 1994

► Notabenes litteraturpris 1996. voor Steinsamlere

► Tanums kvinnestipend 1996

► Natt og Dag-prisen 1996

► genomineerd voor de Nordisk Råds Litteraturpris 2008 en de Kritikerprisen for beste voksenbok 2007 voor Gjestene

► Dobloug-pris 2008 voor haar hele oeuvre.

► Kritikerpris 2011 en Nordisk Råds litteraturpris 2012 voor Dager i stillhetens historie

Amalie Skram-prisen 2012

► genomineerd voor de Ungdommens kritikerpris 2013 voor Arkitekt

Twee van Merethe Lindstrøms romans werden in het Nederlands vertaald.

Dager i stillhetens historie ***** (2011) werd vertaald als Dagen in de geschiedenis van stilte (2023)

Eva en haar man Simon wonen in een villawijk in Bergen. Eva was lerares, Simon arts. Hij is dement, loopt vaak weg en dwaalt dan rond. Spreken doet hij nog nauwelijks:

Op sommige dagen vergeet ik haast zijn stilzwijgen. Dan voelt het gewoon als een tijdelijke stilte, dat we binnenkort weer met elkaar zullen praten. Hij zal iets zeggen en ik zal antwoorden. Wat mis ik dat. Ik heb zin om te zeggen dat hij moet stoppen met die onzin. (vertaling Sofie Maertens en Michel Vanhee)

Is het gewoon een ouderdomsverschijnsel of is er meer aan de hand? Wordt die dementie misschien versterkt door wat hem al die jaren beziggehouden heeft?

Simon is joods en de hele Tweede Wereldoorlog heeft hij samen met zijn ouders en zijn jongere broer ondergedoken gezeten in een Midden-Europese stad. Ze hebben op die manier de oorlog overleefd, maar zijn zowat de enigen:

hun familie, hun vrienden, het leven buiten was verdwenen (vertaling Sofie Maertens en Michel Vanhee)

Vooral het lot van een tante en haar zoontje blijft in nevelen gehuld: nooit heeft Simon een spoor van hen teruggevonden. Tragisch zonder meer is dat hij ongewild er mee de oorzaak van was dat ze tijdens de oorlog gearresteerd werden.

Alleen Eva weet van Simons achtergrond: nooit hebben hij of zij er iets over verteld tegen hun drie dochters.

Simon gaat nu een paar dagen per week naar een dagcentrum, maar zijn dochters willen dat hij voltijds zijn intrek neemt in een woonzorgcentrum. Eva aarzelt. Zelf sleept ze ook een geheim met zich mee waar alleen Simon weet van heeft. Ze maakt zichzelf wijs dat ze toentertijd de juiste beslissing genomen heeft, maar of dat echt zo is, blijft een andere zaak.

Eva en Simon hebben een tijd een schoonmaakster uit Letland gehad, Marija. Aanvankelijk bekeken ze haar met enig wantrouwen, maar na verloop van tijd was ze zowat een vriendin geworden. Tot er ongeveer een jaar geleden iets gebeurde dat ertoe leidde dat Marija niet langer welkom was. Hun dochters waren stomverbaasd, maart ook nu deden Eva en haar man er het zwijgen toe.

Leif Ekle (Kulturnytt, 14.11.2011) en Turid Larsen (Dagsavisen, 26.11.2011) gebruiken gelijkaardige titels voor hun recensies. “Fortielsens ubrukelighet” (“de zinloosheid van het verzwijgen”) schreef Ekle en Larsen had het over “Taushet er ikke gull” (“Zwijgen is geen goud”):

Het gaat over een gezin waar verzwijgen en stilte gebruikt worden als strategieën om een schijn van saamhorigheid en verbondenheid te behouden. Maar misschien is het ook een misplaatst idee om geliefden, kinderen, te beschermen tegen een ongemakkelijke waarheid. Een waarheid die men op een dag zou willen vertellen, een familiegeheim dat aan het licht zou moeten komen. Maar de jaren gaan voorbij en het wordt onmogelijk om dat te doen. (Larsen)

Zelf zei Lindstrøm daarover in een interview in Dagsavisen (21.12.2011)

Om hun kinderen te beschermen hebben de ouders nagelaten te praten over de dramatische ervaringen die ze hebben meegemaakt. Maar het enige dat ze hebben bereikt, is ze schade berokkenen. Iets niet weten is verschrikkelijk! Er wordt niet op je gerekend, je wordt niet vertrouwd. Kinderen voelen dat er iets is, iets wat geheim is.

Eva vertelt wat er gebeurd is/gebeurt zonder grote woorden te gebruiken maar zo dat wanhoop, onmacht en berusting duidelijk hoor- en voelbaar en dat verleent haar verhaal een grote tragische dimensie. Lindstrøm vatte de teneur van Dagen i stillhetens historie zo samen

Erg dramatische gebeurtenissen waarover [Eva en Simon] hebben gezwegen waardoor ze geen uitweg meer zien. Dat maakt ze behoorlijk eenzaam. Daarnaast heb ik geprobeerd om stilte als structuur in het boek te gebruiken (…) In mijn roman vraagt hoofdpersoon Eva of de stilte tussen haar en haar man eigenlijk een gesprek is. Ik denk dat de stilte tussen ons mensen een gesprek is” (VG, 22.03.2012).

De roman, waarin heden en verleden elkaar voortdurend afwisselen, heeft op het eerste gezicht geen strakke structuur, maar is wel ingenieus geconstrueerd waardoor in de loop van haar verhaal steeds meer relevante elementen aan de oppervlakte komen.

Dagen i stillhetens historie kreeg volkomen terecht veel lof toegezwaaid. Enkele citaten: Leif Ekle noemde de roman een

buitengewoon mooi verhaal over belangrijke dingen; dingen waarover je niet kunt zwijgen, als je een gelukkig leven wilt leiden (…) Uitzonderlijk goed geschreven, mooi en intelligent in zijn benadering van dingen verzwijgen en van de onontkoombaarheid van ouder worden.

Turid Larsen had het over

rustig, elegant en nauwkeurig proza over een alledaags drama dat de lezer niet onberoerd laat (…) de onafgebroken ernst van de roman zorgt voor een grote geloofwaardigheid en authenticiteit.

Erik Skyum-Nielsen (Information, 21.09.2012) had een dubbel gevoel bij het boek: enerzijds is het deprimerende lectuur

omdat de weergave van huwelijk en ouderdom in het boek zo diep triest is

maar anderzijds

is de tekst, in al zijn hartverscheurendheid, volmaakt en mooi (…) Het boek overtuigt omdat Merethe Lindstrøm Eva consequent laat vertellen met een stugge spaarzaamheid die precies correspondeert met de verpletterende emotionele inhoud van het boek (…) Ontwijking, angst, verkeerd begrepen bezorgdheid, ontkenning, machteloos protest, schuld en schaamte zijn (…) ingrediënten die het leven van het koppel bepalen.

Ondertussen is de roman al in een aantal talen vertaald, ook het Engels. In The complete review (20.08.2013) schreef M.A. Orthofer:

Days in the History of Silence is a study of silence, of a lack of openness, of suspicion, all concentrated in this couple, all coming to a head in their old age, manifesting itself most obviously — but not only — in Simon’s final descent into completely cutting off communication.(…) Yes, Days in the History of Silence is terribly bleak [but] it is is a very powerful novel, impressively done.

Dager i stillhetens historie werd genomineerd voor de P2 lytternes romanpris 2011 en de Ungdommens kritikerpris 2011. Belangrijker nog is dat de roman bekroond werd met de Kritikerpris for beste voksenbok 2011 en met de nog prestigieuzere Nordisk råds litteraturpris 2012. In haar toespraak bij de uitreiking van de Kritikerpris zei Anne Schäffer onder andere:

Van de prijswinnaar van vandaag wordt gezegd dat ze in staat is om intens drama te creëren zonder veel uiterlijke handeling. Haar boeken zijn onderkoeld maar intens. Als lezer laat de tekst je nooit onberoerd. (…) Lindstrøm verweeft heden en verleden in een complex en langzamerhand suggestief verhaal in sobere en eenvoudige taal. Ze belicht meesterlijk hoe verzwijgen wat er gebeurd is, verteller Eva en haar man Simon isoleert van een samenhorigheid waar ze echt naar verlangen. De onderdrukte en onbeheersbare trauma’s hebben een impact op henzelf en hun gezin die ze onmogelijk kunnen beheersen.

De jury van de Nordisk råd omschreef het boek zo:

In rustig, precies en bedachtzaam proza vertelt Lindstrøm hoe een dramatisch verleden langzaam het leven en het bewustzijn van een oudere vrouw binnendringt.

Merethe Lindstrøm, Dagen in de geschiedenis van stilte, vertaald door Sofie Maertens en Michel Vanhee, Zaandam (Uitgeverij Oevers), 2023  

ISBN 978-94-329-034-1


Når vi synger **** ( 2023) werd vertaald als Als we zingen (2025).

Merethe Lindstrøms novellen en romans gaan vaak over thema’s zoals verlies, eenzaamheid en gemis,

schreef Janne Stigen Drangsholt op SNL

maar de manier waarop ze die onderwerpen aansnijdt en behandelt varieert van boek tot boek. Formeel is Når vi synger een lange monoloog van de (pre)puber Agnes. De tekst bestaat uit lange paragrafen met dito zinnen met heel vaak nevenschikking.

Agnes is ongeveer 11 aan het begin van de roman en 13 aan het einde ervan. Van de lezer wordt een interpretatieve instelling verwacht: hij/zij moet wat Agnes vertelt aanvullen, corrigeren, interpreteren en nuanceren en daarbij rekening houden met de persoonlijkheid van de erg jonge, ietwat wijsneuzige verteller. Door haar vader wordt Agnes als nogal “obsternasig” (“koppig”, “recalcitrant”) omschreven.

Når vi synger speelt zich af op het Noorse platteland ergens in de jaren 60 van de vorige eeuw. Agnes’ vader geeft les (iets wat hij vervelend en triest vindt), probeert een boek over bomen te schrijven, is atheïst en dicht zichzelf kwaliteiten toe die hij maar in geringe mate bezit. Hij ligt met heel zijn familie overhoop; zo noemt hij bijvoorbeeld zijn vader een koppige geit(!) waar niemand iets kan mee aanvangen. Agnes’ moeder heeft aanvankelijk geen eigen inkomen, is depressief maar vindt dan werk op het gemeentehuis, en dat heeft een (ogenschijnlijk?) positieve invloed op haar humeur. De relatie tussen Agnes’ ouders kan best als “wankel” omschreven worden. Agnes heeft een tweelingbroer, Kasper, met wie ze zich nauw verbonden voelt. Ze correspondeert met een Zweedse vrouw en doet zich dan voor als een man van twintig.

Når vi synger bevat herkenbare situaties over deugnieterij

ik verzamel spuug tot ik een langgerekte fluim heb die ik boven een kopje thee laat hangen tot ik ze erin laat vallen (vertaling Sofie Maertens & Michiel Vanhee)

en pesterij (waarvan o.a. klasgenoot Sankt August het slachtoffer wordt) en ook laconieke constateringen van het type

Ik probeer te liften, maar de enige persoon van wie ik een lift krijg, is de vader van iemand uit onze klas, en die zegt dat ik nooit mag liften. (vertaling Sofie Maertens & Michiel Vanhee)

Pesterij klinkt al niet erg opwekkend, maar ook om andere redenen is Når vi synger fundamenteel somber:

De roman begint al met een bijzonder tragische gebeurtenis. Agnes en Kaspers jonge broertje sterft aan wiegendood. Dat motief duikt de hele roman door op in Agnes’ monoloog (ze spreekt haar overleden broertje met “du” aan) in een merkwaardige combinatie van (voorgewende) onverschilligheid en medeleven. Haar ouders hebben Bastian geadopteerd als een soort “vervangkind”, niet dat het de relatie tussen de twee daardoor merkbaar beter wordt:

De baby die stierf (…) werd niet gedoopt, kreeg geen naam en werd nooit een gespreeksthema binnen het gezin. (Inger Bentzrud, Dagbladet, 18.11.2023)

Ook in de omgeving van het gezin overheerst kommer en kwel. Een pelskweker mishandelt zijn demente schoonmoeder en schoolgenoot Ragnar heeft een vader die zelfmoord gepleegd heeft:

We zijn er ons van bewust dat hij niet in de boom zat, en dus vragen we ons af hoe ze hem naar beneden kregen, of ze een tuinschaar gebruikten zoals degene waarmee ze de haag gelijk snoeien, en of er iemand beneden aan de boom stond om hem op te vangen. Ik hoop in elk geval dat er daar iemand stond en hem opving, want Skauegutt zou het niet leuk gevonden hebben dat zijn vader op de grond plofte. (vertaling Sofie Maertens & Michiel Vanhee)

En dan is er nog die schoolarts die Agnes wel heel grondig onderzoekt…

De dood van de hond van het gezin zorgt voor een hoog oplopende ruzie en mogelijk ook voor desastreuze gevolgen. En Agnes’ uiteindelijke besluit (geïnspireerd door een verdwijning die de krant haalde) typeert haar wel, maar zorgt er ook voor dat ze een onzekere nabije toekomst tegemoet gaat.

In Når vi synger slaagt Lindstrøm er perfect in om schijnbaar los van elkaar staande gebeurtenissen tot een compositorisch geheel te verwerken. De sombere, nooit expliciet verwoorde sfeer die over de hele roman hangt, laat de lezer nooit echt los:

De onsentimentele kinderstem geeft het verhaal een aparte toon en atmosfeer. Het verdriet zit verscholen achter de woorden, maar is niettemin sterk en duidelijk aanwezig in wat men doet of net niet doet. Merethe Lindstrøm is een onovertroffen waarnemer van de vele paradoxale manieren waarop verdriet geuit wordt, en in deze roman (…) heeft ze haar aanpak nog verder verfijnd.

schreef Turid Larsen (Dagsavisen, 12.12.20236.)

Zoals vele van Merethe Lindstrøms teksten bevat ook deze roman fijn geslepen, nauwkeurige beschrijvingen van de natuur, van dieren en van veranderend weer. Het kleine dorp krijgt via Merethe Lindstrøms pen een heel bijzondere kleur en sfeer. De personages worden druppelsgewijs met scherp psychologisch inzicht getekend. Hun lotsbestemmingen en moeilijke levensomstandigheden worden via Agnes helder beschreven zonder dat ze daarbij kan terugvallen op vroegere ervaringen of de voorgewende empathie van volwassenen. (…) Stilistische elegantie gecombineerd met een scherpe psychologische blik toont nog een keer dat Merethe Lindstrøm literaire topklasse is.

Inger Bentzrud vond de roman

Een geslaagd verhaal over hoe kinderen verdriet kunnen ervaren

en

zinderend mooi

en met een sfeer die haar deed denken

aan de Nederlandse roman De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld, die in 2020 de internationale Bookerprijs won. Ook daar gaat het over een gezin dat verlamd wordt door verdriet over de dood van een kind, en over de verhouding tussen de overlevende broers en zussen en de dood. Heel concreet en realistisch, maar terzelfdertijd ook mythisch en bovenzinnelijk.

Voor Sigmund Jensen (Stavanger Aftenblad, 30.01.2024)

beschrijft [Lindstrøm] een beklemmende eenzaamheid en vertwijfeling, die zich bij Agnes manifesteert als iets kwaadaardigs, lugubers en soms tirannieks. En aan de andere kant is dit ook een gevoelig portret van een jong meisje op weg naar de puberteit (…) en alles wat dat met zich meebrengt aan experiment, hormonale chaos en onhanteerbare emoties. (…) Het is een trage tekst, opgedeeld in scenes en episodes die trivialiteiten lijken te beschrijven, maar die in Lindstrøms duidelijke en suggestieve taal intens zinvol worden: scherpe observaties en gezichtspunten, die met eenvoudige, maar doeltreffende middelen licht werpen op handelingen, situaties, objecten en mensen, en verder ook soms uitvoerige detailleringen, een poging om dingen en doen en laten te ontleden.

Hij kwam ook met een interessante suggestie over de titel:

Agnes ‘ gitaarleraar vraagt haar om te zingen, maar ze wil niet. En wanneer Bastian haar hoort zingen, zegt hij: “Je zingt niet, je huilt.” Misschien moet de hele roman gelezen worden in het licht van net die zin.

Een Nederlandstalige recensie van de hand van Maarten De Rijk vind je op de website van Tzum.

Merethe Lindstrøm, Als we zingen, vertaald door Sofie Maertens & Michiel Vanhee; Zaandam (Oevers, 2024) ISBN 978-94-93367-28-9


Ander werk van Merethe Lindstrøm.

Steinsamlere***½

Hammer is nu met pensioen, maar doceerde vroeger filosofie in Oslo. Dagmar Grüner is al zo’n 40 jaar zijn secretaresse:

Dagmar Grüner was aantrekkelijk, maar gewoon. Ze had een aanwezigheid die gemakkelijk kon worden uitgesloten wanneer dat nodig was. Geen bron van afleiding dus, geen bijzondere schoonheid. Ze leek op geen enkele manier veeleisend, en toen ik het haar vroeg of ze de functie wilde, en ze meteen ja zei, besliste ik haar aan te stellen.

Hun relatie is zuiver professioneel:

Het contact tussen Hammer en zijn secretaresse is vriendelijk maar koel; ze werken samen, zij typt zijn manuscripten en dat is de cruciale factor in hun relatie. (Inger-Anita Markussen, Nordlys, 27.11.1996)

Grüners hobby is het verzamelen van (merkwaardige) stenen.

Hammer en Grüner hebben kort geleden samen een reis gemaakt naar Skjolden, waar zich de “hytte” van de befaamde filosoof Wittgenstein bevindt. Op het einde van de reis werd Hammer ernstig ziek: hij kreeg een hartaanval.

Nu is hij weer thuis, en naast Grüner is er nu ook een verpleegster aanwezig. Grüner heeft gemerkt dat haar werkgever weer aan het schrijven geslagen is, en wanneer ze haar nieuwsgierigheid niet langer kan bedwingen en het manuscript leest, ontdekt ze dat hij geen werk over filosofie aan het schrijven is, maar een soort dagboek over de reis die ze samen gemaakt hebben, met daaraan toegevoegd een aantal biografische gegevens over zichzelf.

Steinsamlere bestaat afwisselend uit passages uit Hammers dagboek en Grüners commentaar en overwegingen. De roman  is niet chronologisch opgebouwd. Zo heeft Hammer het naast de reis naar Skjolden o.a. uitgebreid over zijn door vrouwen gedomineerde jeugd en zijn grotendeels afwezige vader. Grüner kijkt onder meer terug op haar tijd als dienstmeisje tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin ze een aantal keer een Duitsgezinde notabele bezocht, wat haar na de oorlog bijna in moeilijkheden bracht. De twee ik-stemmen sluiten auctorieel commentaar uit en dat zorgt ervoor dat niet alles volledig “opgehelderd” wordt.

Hammer heeft in de loop van zijn leven nogal wat relaties met vrouwen gehad, maar die waren over het algemeen van korte duur. Grüner van haar kant leerde geruime tijd geleden de jonge filosofieprofessor Jacob Bengtson kennen:

Het is heel lang geleden. Het is een herinnering: Jacob, op weg naar het huis, Hammers huis, die stopte en zijn pak afborstelde en vervolgens zijn hemdsmouwen recht trok, hij trok ze een beetje verder naar beneden. Ik zag hem toen. Maar hij zag mij niet. Ik stond in het huis en keek naar buiten. En ik vond het vreemd, maar ik kon duidelijk zien dat hij van iemand hield. Dat er iemand moest zijn die hij liefhad. Ik wist het zeker, en daarna, toen hij weg was, toen ik hem niet meer kon zien vanwaar ik stond, betrapte ik mezelf erop dat ik een gebaar maakte dat van hem was. Een gezichtsuitdrukking waarvan ik wist dat die bij hem hoorde, en ik kon die niet van me afzetten, ik liep er dag in dag uit mee rond. En elke avond, als de dag voorbij was, vroeg ik me af of hij de volgende dag terug zou komen, dat was het enige waar ik aan kon denken, alsof niets er meer toe deed als hij dat niet deed.

Maar tot een relatie tussen de twee kwam het niet: het toeval en ongewild ook Hammer speelden daarbij een belangrijke rol. Centrale thema’s in Steinsamlere zijn de onvoorspelbaarheid van het leven, het niet kunnen inschatten van de impact van beslissingen, het niet kunnen/willen verwoorden van wat men voelt, het respect voor de privacy van de ander:

Is het zo dat wat gebeurt, gebeurt, of kunnen we de keuzes die we maken bewust beïnvloeden en bepalen? Bestaat er een wezenlijk verband of een wezenlijke noodzakelijkheid tussen de handelingen, of tussen handeling en gevolg? En heeft men het recht om het leven van anderen actief te beïnvloeden, of kan men dat überhaupt nalaten? Want welke verantwoordelijkheid heb je tegenover je medemensen? (Karoøine Ugelstad, Bøygen, 1997/1)

Enkele citaten:

Er is altijd een moment waarop je alles anders had kunnen doen. (…) Er is altijd zo’n moment, en als het passeert, als je het laat voorbijgaan, is het alsof je weet: het is voorbij, en alles gaat verder in exact de richting die je nu hebt gekozen, of denkt te hebben gekozen. (Grüner)

Ik kon niet voorspellen, wij kunnen nooit voorspellen wat er zal gebeuren. Hoe de mensen die we ontmoeten ons leven zullen beïnvloeden (Hammer)

Wie weet wat er werkelijk omgaat in het bewustzijn van een ander? (Hammer)

“Het is te lang geleden”, zei hij.

Toen voelde ik het verdriet over al de jaren die voorbij waren gegaan, alsof ik het nu pas kon bevatten. (Grüner)

Ik liep de kamer uit. Ik trok de deur stilletjes achter me dicht. Hij belde me de volgende week. Maar ik hing op toen ik zijn stem hoorde. Ik weet niet eens waarom, ik ga ervan uit dat het zo is. Een groot deel van de tijd doen we dingen zonder een enkele goede reden. (Grüner)

Maar ik heb het hem nooit, zelfs niet na al deze jaren, verteld. (Grüner)

Over de titel Steinsamlere schreef Merete Røsvik Granlund:

De roman begint met een uittreksel uit een boek over het verzamelen van stenen, en het ligt voor de hand om het citaat te zien in de context van de verteltechniek van het boek: “Kijk naar de rotsen eromheen en probeer te begrijpen wat er is gebeurd toen de vondst werd gevormd.” De roman is net als een rots opgebouwd uit vele lagen van verschillende gesteenten (…) De titel van het boek (…) kan ook verwijzen naar de twee hoofdpersonen. Grüner verzamelt stenen als hobby, maar de titel kan ook gezien worden als een metafoor voor het verzamelen van kennis, herinneringen en geheimen. Al vroeg in het boek gaat het erover dat een steen de verbinding met een spirituele of magische wereld kan symboliseren, terwijl hij tegelijkertijd een product is van de (geologische) geschiedenis. En natuurlijk zijn stenen zwaar: wie stenen draagt, heeft niet veel krachten over voor andere dingen. (mereterosvik.wordpress.com)

Turid Larsen (Arbeiderbladet, 21.10.1996) noemde Lindstrøms boek

een roman die lijkt op een laagjestaart, ogenschijnlijk licht en luchtig (…) een op het eerste gezicht eenvoudig verhaal over twee mensen die beroepsmatig afhankelijk van elkaar zijn. Ze zijn allebei eenzaam, leiden een teruggetrokken leven. Hun leven heeft veel gemeen met de kleine rimpelingen in een wateroppervlak. Geen sterke passionele uitbarstingen, geen schokkende ervaringen. De hele roman ademt teruggetrokkenheid en afwachting. Dit ogenschijnlijke gebrek aan dramatiek zorgt voor de spanning in het boek.

Steinsamlere gaat

over mensen die zich vervreemd voelen, die het moment niet durven te grijpen, en als ze het grijpen, weten ze niet zeker of ze het juiste hebben gedaan

Susanne Dietrichson (Nationen, 19.04.1997) vond Steinsamlere

ongewoon rijke lectuur. [Lindstrøm] snijdt verschillende grote existentiële onderwerpen aan, maar wordt daarbij nooit pompeus of hoogdravend, wel integendeel: ze beschrijft de gewone mens en zijn dagelijks leven met meesterlijke eenvoud. Lindstrøm beheerst de kunst van het suggereren tot in de perfectie, en zegt, door weg te laten wat niet essentieel is, meer dan weinigen in twee keer zoveel pagina’s onder woorden kunnen brengen.

Karoøine Ugelstad noemde de roman

een boek dat zich door zijn vertelstructuur, taalkundige zekerheid en plot elegant en overtuigend beweegt rond de eerder genoemde vragen. En een boek dat in hoge graad een must-read is!

Voor Steinsamlere kreeg Lindstrøm in 1997 de tweejaarlijkse Nota Beneprijs. De jury schreef o.a. dat ze

overtuigend goed [is] in suggereren en schetsen. Tegelijkertijd rustig en intens. Een bekwame observator die haar personages tijdens hun meest onverbloemde momenten vastlegt. Het onuitgesprokene is de sterkste stem in deze roman, waarin de spanning wordt gekoppeld aan een aantal fundamentele kwesties van moreel-filosofische aard.

Merethe Lindstrøm, Steinsamlere, Oslo (Aschehoug), 1996   ISBN 82-03-17734-4


Stedfortrederen ****½

De 13-jarige Kai Christian heeft het moeilijk nadat zijn vader verdween en zijn moeder daarna hertrouwde met een andere man. Hij komt in contact met Karl-Jonas en die oefent een slechte invloed op hem uit. Kai drinkt alcohol en steelt van zijn moeder.

Het gevolg is dat hij in 1924 voor de voogdijraad moet verschijnen en die besluit hem naar een soort heropvoedingsgesticht op het eiland Stenøy te sturen.

In die “school” voert rector T.D. Anger, onder het mom van een beleid dat van de leerlingen goede christenen moet maken, een regelrecht schrikbewind dat aan de toestanden in Dickens’ Oliver Twist doet denken. Susanne Bjertrup (Kritikkjournalen, 1997) had het in dit verband over

een mengeling van christelijke retoriek en psychische terreur die provocerend én extreem overkomt

De jongens worden gereduceerd tot nummers, krijgen slecht eten, verrichten zware arbeid, worden aan lijfstraffen onderworpen en seksueel mishandeld. En dan is er nog het gevreesde “derde huis”… “Husfar” Sørensen geldt als de wreedste van alle “opvoeders”.

In de “school” doen ook geruchten de ronde dat er een bijzonder ernstig voorval gebeurd is tijdens het officiële bezoek van een inspectieteam dat vergezeld werd door een aantal voorname gezagsdragers. De titel van de roman verwijst o.a. daarnaar. Het “voorval” zou ook kunnen verklaren waarom sommige kinderen minder streng gestraft worden dan andere. Wanneer Anger en de meeste opvoeders een keer op een feestje op het vasteland zijn, barst de bom…

Kai, die gefascineerd wordt door de aanwezigheid op het eiland van een meisje dat met een koets rondrijdt en de onschuld vertegenwoordigt, is in grote delen van het boek zelf aan het woord. Hij vertelt zijn verhaal vrij afstandelijk – een nachtmerrieachtig hoofdstuk aan het einde van de roman niet te na gesproken.

Zijn verhaal wordt afgewisseld met hoofdstukken (in de derde persoon enkelvoud) over Johannes Vindnes, een pas aangestelde leraar. Hij begint met grote verwachtingen aan zijn taak, maar beseft snel dat er op Stenøy wel erg veel fout loopt. Toch blijft hij passief. Zijn vriend Martin, die naast zijn burgerlijk leven ook een soort geheim bohemienbestaan leidt, verklaart zijn houding als volgt:

Jouw probleem, zei Martin (…) is dat je alleen omhoog kijkt. Je bent zo bang om naar beneden te kijken. Bang voor wat je dan zou kunnen zien.

Ik begrijp niet wat je bedoelt, zei Johannes, ook al begreep hij het wel. Hij begreep het maar al te goed.

De vuiligheid. Die ligt daar (…) Heb je dat niet gemerkt? Die zit in ons. We komen daarvandaan.

Pas twee jaar nadat Vindnes de school verlaten heeft, zal hij enige echte actie ondernemen.

Tormund N. Heldahl (Nordlandsposten, 21.11.1997) noemde Stedfortrederen niet zonder reden

een schokkend en aangrijpend relaas dat onvermijdelijk sterke emoties bij de lezer oproept. Dezesjongens waren slachtoffers en speelballen in een internaatsysteemsysteem dat zo onmenselijk, zo vernederend en kil is dat alleen al erover lezen je koude rillingen bezorgt.

Nøste Kendzior (Nordlys, 23.09.1998) had het over een

auteur die zich onderscheidt door haar opvallend stilistisch en compositorisch talent. Ze schrijft rustig en ingetogen, en dat heeft in deze roman een bijna hypnotiserend effect op de lezer. De terugkerende onderwerpen zijn leugens en illusie, bedrog en zelfbedrog.

Turid Larsen noemde Stedfortrederen

een mooie, kleine roman (…) een zacht, maar erg doordringend gefluister over onrecht

maar merkte wel (terecht) op dat de figuur van Johannes

ietwat geconstrueerd

overkwam.

Stedfortrederen is deels gebaseerd op wat er zich tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw afspeelde in het heropvoedingsgesticht op het eiland Bastøy in de Oslofjord. In de cover is trouwens een foto van een slaapzaal in het gesticht verwerkt:

Sovesalen på Bastøy skolehjem, interiør, senger, Bastøya, ca. 1903. Elever og en ansatt. (Norsk Folkemuseum, public domain)

De film Kongen av Bastøy (2010) van Marius Holst (Lars Saabye Christensen schreef mee aan het scenario) is niet gebaseerd op Lindstrøms boek, maar illustreert wel gelijkaardige situaties in Bastøy skolehjem. Hoofdpersoon is hier de 17-jarige Erling Kaspersen, die in botsing komt met de hypocriete “bestyrer” Håkan en de wrede “husfar” Bråthen.

filmaffiche met Bestyreren Håkon (Stellan Skarsgård) en Erling Kaspersen (Benjamin Helstad)
Husfar Bråthen (Kristoffer Joner)

Meer foto’s uit de film vind je hier.

Stedfortrederen werd in het Duits en in het Frans vertaald:

Merethe Lindstrøm, Die Insel des Schweigens, vertaald door Günther Frauenlob, München (Goldmann Verlag), 1999      ISBN 3-442-72438-4

Merethe Lindstrøm, Le remplaçant,vertaald door Alain Gnaedig, Paris (Gallimard), 2000    ISBN 2-07-075533-9


Barnejegeren***

Eerst twee kleine waarschuwingen:

Het boek is een aanrader, maar geen lectuur voor zwartgallige dagen (Anita Hartviksen Ravn, Nordlys, 13.02.2006)

een bijzonder pessimistisch boek dat draait rond de grote zinloosheid waaraan nauwelijks te ontsnappen valt, behalve misschien in uitzonderlijke en gelukkige gevallen door middel van de liefde  (Marta Norheim, Boktilsynet, NRK P2, 23.11.2006)

zodat je weet waar je aan begint.

Ida is kinderpsychologe en ziet in haar praktijk vaak kinderen (en hun ouders) die het moeilijk hebben. Het contact verloopt dan ook vaak erg moeizaam.

Net nu is de jonge Eli verdwenen tijdens een schooluitstap in de bergen. Een verdwijning is iets wat Ida zelf heeft meegemaakt en nog meemaakt: haar dochter Silje is al verschillende keren van huis weggelopen om zich in Oslo schuil te houden. Ze is tot hiertoe na verloop van tijd steeds teruggekeerd, heeft een ontwenningskuur gevolgd, maar is nu (op een erg zeldzaam telefoontje na) weer spoorloos. Ida

kan niet echt treuren over haar verlies, aangezien haar dochter niet echt dood is (Anita Hartviksen Ravn)

Wat de verschillende niveaus van de tekst met elkaar verbindt, zijn de pogingen van het centrale personage om de kinderen die ze zal behandelen, hun ouders en haar weinig spraakzame dochter te begrijpen en te benaderen. De pogingen zijn tot mislukken gedoemd doordat zowel haar jonge cliënten als haar dochter ontwijkend reageren op Ida’s toenaderingen, iets wat ook blijkt uit de pauzes en de onderbrekingen. (Anne Merethe K. Prinos, Aftenposten, 24.10.2005)

Ida “herbeleeft” in gedachten steeds weer situaties uit het verleden. Zo is er een erg traumatiserende episode waarin de nog erg jonge Silje verdween tijdens een kerstvoorstelling toen Ida een ogenblikje niet oplette. Er was een hoopgevende periode toen Silje met een jongen van haar eigen leeftijd weer naar huis terugkeerde, maar de relatie kende uiteindelijk een tragisch einde.

Het beeld dat je als lezer van Silje krijgt blijft ergens vrij vaag, maar bij haar moeder overheerst een gevoel van machteloosheid, dat gepaard gaat met twijfels of de job die ze uitoefent wel nut heeft:

En terwijl we daar zaten, begon ik onzekerder te worden over mijn eigen rol. Over waarom ik daar eigenlijk zat. (…) En plots vroeg ik me af of het genoeg was, of wat ik zei voldeed, of het genoeg betekende. Als je een woord hebt voor pijn, dacht ik, heb je dan een ander woord nodig voor deze pijn? Heb je dan een ander woord nodig voor wat je die dag zag, voor wat je nu voelt (…) Zullen we een boek lezen, zei ik. Ik ging naar de boekenkast en nam een boek en toen ik terug kwam was hij opgestaan. Mag ik nu gaan, zei hij.

Ik zei dat ik niet langer wist of ik het wel goed deed. Of ik dat ooit geweten had. Ik voelde twijfel. Ik probeerde zachter te praten want m’n stem trilde. Ik zei dat ik niet zeker wist waarom ik dit zou doen, hoe ik het zou aanpakken, of er anderen waren die zekerder waren van zichzelf, of het eigenlijk mogelijk was om iets te doen dat zin had. Ik voel geen rust die ik kan overbrengen, ben machteloos.

Vaak denkt Ida ook terug aan jongeren die ze een tijdlang onder haar hoede had. Magnus had een vader die hem en zijn moeder geregeld mishandelde. Hij praatte bijna nooit:

We hoeven niet per se te praten, zei ik toen hij niet antwoordde. Het is best ok als we een tijdje zwijgen.

En daar zaten we dan, hij en ik, in mijn kantoor, zonder nog een woord te zeggen. We zaten er een kwartier.

De moeder van de autistische Eskil liep geruime tijd met heel donkere gedachten rond.

Eli wordt uiteindelijk teruggevonden, maar wat de toekomst voor Ida brengt blijft erg onzeker:

Soms stel ik me voor dat ik een ander telefoontje krijg. Ze bellen om te zeggen dat ze haar gevonden hebben. En dat het misschien al vele dagen geleden gebeurd is, maar het duurde een tijdje voor duidelijk werd wie ze was. Daarom, zeggen ze, krijg ik nu pas bericht. En ik denk na over wat ik zal zeggen. Of niet zal zeggen. En er zijn dagen, betere dagen, waarop ik denk dat dat telefoontje nooit komt. We kunnen het, denk ik. Eindelijk.

Turid Larsen (Dagsavisen, 16.11.2005) omschreef Barnejegeren als

een van Lindstrøms meest ontroerende romans (…) met een gedempte en intense stem die vertelt over de machteloosheid van volwassen wanneer ze geconfronteerd worden met de kwetsbaarheid van kinderen (…)

Het gebrek aan communicatie staat centraal in deze roman, en de ontoereikendheid van de taal maakt de eenzaamheid en de hulpeloosheid, bij het kind én bij de volwassene, zo pijnlijk duidelijk en bevattelijk.

Voor Marta Norheim kon Barnejegeren

gelezen worden als een kritiek op een falend beleid, maar gaat het boek verder dan alleen dat. Het is niet alleen de vaktaal die te kort schiet in de poging om een kind dat buiten de norm valt te benaderen. Ook de taal die we dagelijks gebruiken schiet te kort in intermenselijke relaties, zeker wanneer die moeilijk worden.

Ze had ook woorden van lof voor Lindstrøms stijl:

Op zinsniveau zijn er weinigen die beter dan Lindstrøm kleine details en grote gevoelens in heel nauwkeurige woorden kunnen vastleggen.

Merethe Lindstrøm, Barnejegeren, Oslo (H. Aschehoug & Co.), 2005

ISBN 978-82-03-19659-1


Merthe Lindstrøms novellebundel Gjestene **** (2007) vertoont qua inhoud en qua verteltechniek een grote eenheid.

De novellen gaan over problematische intermenselijke verhoudingen. In “Vederlag” wordt de Zweedse toneelauteur Lars Norén geciteerd:

Er zijn mensen die het vermogen missen om de gevoeligheid van andere mensen te voelen. Het is alsof ze niet muzikaal zijn of geen gevoel voor humor hebben. Je kunt ze dat niet verwijten. Het is gewoon zo.

Turid Larsen (Dagsavisen, 31.10.2007) vatte de inhoud van Gjestene zo samen:

De zeven novellen gaan over het leven van alledag, over gewone mensen en hun pogingen om elkaar de hand te reiken, over schijnbaar onbeduidende episodes en momenten die desondanks beslissend bleken, over bijna vergeten gebeurtenissen die echter nog steeds als sterke replica’s in het gemoed en het geheugen aanwezig zijn.

In haar nominatiemotivatie schreef Kritikerlaget (06.02.2008)

In Gjestene schrijft Lindstrøm over wat met elkaar samenleven mogelijk en onmogelijk maakt, over de verantwoordelijkheid die “de ander” zien met zich meebrengt, ze schrijft over machteloosheid en over onvrije mensen, en ze doet dat schrander en ingenieus.

Terje Stemland (Aftenposten, 28.10.2007) kende

bijna niemand die eenzame en kwetsbare mensen even goed kan tekenen als Lindstrøm

en voor Jon Terje Grønli (gjengangeren.no, 28.11.2007) gaat het in de bundel over de

lotgevallen van mensen die ploeteren in het turbulente leven van alledag.

In “Kysset” spelen ontrouw en psychische problemen een belangrijke rol. Ook in “Skade” is ontrouw een motief, en is het letsel uit de titel niet alleen fysiek, maar vooral psychisch met een moeder die nauwelijks contact heeft met haar adolescente zoon. Ze houdt van hem:

ik was blij dat hij niet in die auto had gezeten. Ik was dankbaar dat geen van de mensen van wie ik hield gewond was geraakt.

maar

Hij is meegaand, hij doet wat hem gevraagd wordt. Maar stil, zwijgzaam. Vroeger gebeurde het dat we met elkaar praatten.

In “Det må ha vært ensomt der” spelen een student, die (onterecht) schuldgevoelens heeft over iets wat vroeger gebeurd is, en een jongen, die aan negatieve gedachten ten onder lijkt te gaan, een hoofdrol. “Sneglene” gaat over een vader die samen met zijn onlangs uit de gevangenis ontslagen zoon, op zoek is naar een woning voor hem. Gevoelens van onmacht en onvermogen domineren. In “Under” (geen zelfstandig naamwoord maar een voorzetsel) worden een jonge vrouw en haar peuter bedreigd. Een arts van middelbare leeftijd verzwijgt voor haar man iets wat met hun beider verleden te maken heeft:

We wisten haar uit.

Oplossing en/of verlossing zijn in de novellen, die allemaal een open einde hebben, nooit in zicht. Er wordt, behalve in “Under”, ook niet naar een duidelijk climax toe gewerkt.

De titel Gjestene riep op boktanker.blogsdpot.com  deze associaties op:

“We zijn hier alleen als gasten,” staat er in het boek. Zowel die zin als de titel van het boek deden me lang nadenken over wat het betekent om te gast te zijn in het leven van iemand anders. Per slot van rekening zijn we dat allemaal de hele tijd. Ofwel als nauwelijks zichtbare figuranten ver weg, ofwel als heel dichtbije, misschien opdringerige en angstaanjagende bijfiguren. We zijn voortdurend te gast in andermans werkelijkheid, andermans leven, en spelen rollen. Vaak kiezen we de rollen zelf, soms krijgen we ze toegewezen. De context suggereert wat we moeten doen en hoe we te werk moeten gaan. (…) Maar het pijnlijkste en moeilijkste van alles is te gast te zijn in je eigen leven. Lindstrøm portretteert al deze mensen van heel dichtbij en waarheidsgetrouw. En heel herkenbaar.

Verteltechnisch zijn vijf van de zeven teksten ik-novellen. De uitzonderingen zijn “Det må ha vært ensomt der” en “Under”, die geschreven zijn vanuit een personeel standpunt. Zoals heel vaak bij Lindstrøm wordt er veel niet expliciet gezegd, maar enkel gesuggereerd. Een paar voorbeelden uit “Sneglene”:

Er was een tijd dat we erover praatten. Over wat er gebeurd was, over wat hij heeft gedaan.

Tijdens het proces werd gezegd dat hij onder invloed zou kunnen zijn geweest toen het gebeurde.

De andere jongen was zestien. Ze weten niet of de schade blijvend is, ze weten nog niet hoe groot ze is.

Dit kan een probleem creëren:

Lindstrøms verfijnde inperkingstechniek kan natuurlijk ook zo “fijn” worden dat het onuitgesprokene wollig wordt en de betekenis wegglijdt of onduidelijk wordt. (Turid Larsen)

Terje Stemland noemde de novelle “I skogen” dan ook terecht

jammer genoeg aan de duistere kant

Birgit rijdt in deze novelle met haar aan epilepsie lijdende broer Joachim met de auto naar een feest en vermijdt(?) tijdens de rit een botsing met een hert. Op het feest ontmoet ze toevallig voor het eerst sinds lange tijd Una, die haar beste vriendin was toen ze beiden nog naar dezelfde school gingen. Una veranderde echter van school en wanneer Birgit daarna nog een keer uitgenodigd werd (door Una’s ouders?) was de relatie tussen beiden duidelijk verstoord. Op het feest stelt Una voor om bij Birgit op bezoek te komen, maar die wimpelt dat af. Was ze ooit verliefd op Una? En wat gebeurt er precies met Joachim?

Structureel valt de voortdurende afwisseling tussen op zijn minst twee tijdsniveaus op. Veel van wat er in het heden gebeurt hangt op de een of andere manier samen met een voorval uit het verleden.

Lindstrøm behandelt met literaire elegantie

existentiële kwesties in traditionele alledaagse episodes of fragmenten van geleefd leven die ons aangrijpen. (…) Gjestene heeft het kaliber van een prijswinnaar, en het verzwakt nauwelijks Merethe Lindstrøms kansen dat het erg lang geleden is dat een Noorse schrijfster de Nordisk Råds litteraturpris heeft gewonnen. (Finn Stenstad, Tønsbergs Blad, 05.01.2008)

De Nordisk Råds litteraturpris voor 2008 ging uiteindelijk naar de Deense Naja Marie Aidt. Lindstrøm werd wel genomineerd voor die Nordisk Råds litteraturpris, en ook voor de Kritikerprisen 2007.

Een novellebundel om te herlezen.

Merethe Lindstrøm, Gjestene, Oslo (Aschehoug), 2007   ISBN 978-82-03-19301-9


Merethe Lindstrøm is ″en mester i antydnings kunst″ en ze

wil niet te veel over haar boeken zeggen, want dan kan ze ze niet meer schrijven. (Nina Kraft, Bok og bibliotek, 2013/5)


In de zes novellen van Arkitekt **** (2013) blijft opniew veel ongezegd. De geografische situering is vaag: ergens in Noorwegen, Zweden, Denemarken. De personages hebben geen achternaam, voornamen komen we pas in de loop van de novellen te weten. Het uiterlijk van de personages wordt nauwelijks beschreven, hun voorgeschiedenis maar in erg beperkte mate:

Ze waren maar met z’n twee sinds het kind geboren was: de moeder was te jong en had haar eigen problemen. Martin wil niet over haar praten (″Interiør″)

Lindstrøm gebruikt alleen “noodzakelijke” adjectieven. De onderlinge relatie tussen de personages wordt niet vanaf het begin gedefinieerd. Zo wordt in “Interiør” pas laat aangegeven dat twee van de personages ooit meer dan vrienden waren.

Het tijdsbestek waarbinnen alles zich afspeelt is kort, niet meer dan een paar dagen, wat binnen het genre novelle overigens niet ongewoon is. De beschreven situaties zijn an sich alledaags: autopech (“Sult), een kennismaking tijdens een vakantie (“Bill Viola i ørkenen”), een dochter die haar beste vriendin wil voorstellen (“Bestevenn”), een gezin dat een nieuwe woning betrekt (“Uthuset”), een verpleegster die een gehandicapte jongen verzorgt (“Pleie”), de opruiming van een huis na de dood van de eigenaar (“Interiør”)

Stilistisch valt het gebruik van de du-vorm in drie van de novellen op. In twee daarvan (“Sult”, “Bestevenn”) lijkt het alsof een van de andere personages aangesproken wordt, in “Pleie” praat Idun tegen zichzelf. “Bill Viola i ørkenen” en “Uthuset” hebben een ik-verteller; “Interiør” wordt in de derde persoon verteld.

De spanning zit onderhuids en komt via bijna terloopse opmerkingen naar boven. Het einde is vaak “open”. En de lezer stelt zich vragen. Waarom brengt de man in “Bill Viola i ørkenen” nu eigenlijk een vrouw mee naar huis? Is de zoon in die novelle autistisch? Hoe stierf Sander in “Interiør”? Van welk ongeval is er sprake in “Pleie”?

En waarom heet de bundel “Arkitekt”? Lindberg gaf een omstandig antwoord in een interview in “Bok og bibliotek” (2013/5):

Voor mij is het belangrijk dat de titel (…) de lezer een mogelijkheid tot interpretatie geeft. ″Architect″ is een woord dat planning suggereert, een plan, een doel in het bestaan waar al mijn personages naar op zoek zijn, en dat associaties oproept met een metafysisch niveau.

Ik vond het een leuke titel door zijn verband met schrijven en de rol van de schrijver. Ik schrijf veel over huizen en kamers en wil dat de lezer zijn eigen plaats vindt in de tekst. De lezer heeft plaats nodig, alles mag niet de hele tijd klaar en duidelijk zijn. Het boek gaat vaak over kamers en wat er in gebeurt. Veel zit er in opgesloten, en dat zorgt voor onrust. Voor mij is een hoge mate van onrust typisch voor de personages in Arkitekt. Ze beleven dingen die schijnbaar een dreigend karakter hebben.

Dat van die kamers en huizen is ook Bokvenn Karl H opgevallen:

Lindstrøm legt veel nadruk op de omgeving waarin de actie zich ontvouwt. Het kan gaan om een kampeerhut, een zomerhuis, een verzorgingstehuis of een paar afgelegen boerderijen op het platteland waar de hoofdpersonen tijdelijk hun intrek hebben genomen. Elk huis karakteriseert de dramatiek van het individuele verhaal en versterkt die zelfs.

Daarnaast valt op dat “arkitekt” ter sprake komt in “Pleie”: het gaat daar over een soort gezelschapsspel:

Jullie zaten in een kring en de persoon die werd aangewezen moest iets zeggen over een van de anderen, over dromen die ze hadden, het huis waarin ze zouden gaan wonen, raad eens met wie ze wilden trouwen, een vriendje, liefst een van de anderen in de ring.

De aangewezene moest dan zeggen of het klopte; de onderliggende gedachte hier is dat je alleen maar kan gissen als het over iemand anders gaat; zeker weet je het nooit.

Enkele citaten over de afzonderlijke novellen:

► “Sult”: De novelle ″Sult″ laat de lezer voelen hoe kwetsbaar een jong gezin is wanneer hun auto het opgeeft en ze afhankelijk worden van de hulp van anderen. (Merete Røsvik, Dag og Tid, 14.11.2013).

Lindstrøm zegt in het al vermelde interview in “Bok og bibliotek”:

Dat ze niet genoeg te eten bij zich hebben, zegt iets over waar het het gezin evenzeer aan ontbreekt

► “Bill Viola i ørkenen”: we worden […] in het ongewisse gelaten over wat er werkelijk aan de hand is met het aardige gezin met de ietwat vreemd handelende jongen. (Mari Nymoen Nilsen, VG, 11.11.2013)

► “Bestevenn”: Een ingetogen beschrijving van de vernederende maatschappelijke positie waar armoede toe leidt (Merete Røsvik, Dag og Tid, 14.11.2013)

► “Uthuset”: Wie een plan wil uitvoeren krijgt macht over anderen, maar dat betekent nog niet dat hij over het beste beoordelingsvermogen beschikt. (…) de criminele vader is verantwoordelijk voor de situatie waarin zijn gezin zich bevindt, maar hij legt al zijn energie in het willen openen van een dichtgespijkerd schuurtje. (Merete Røsvik, Dag og Tid, 14.11.2013)

► “Pleie”: Idun is een jong meisje dat “vastzit” in een landelijke uithoek en de taak heeft gekregen om een zeventienjarige jongen weer zin in het leven te geven. Zijn verhaal krijgen we nooit te horen, maar de dynamiek tussen deze twee zorgt voor veel spanning. Het einde bezorgde me koude rillingen. (Tine Sundal, tinesundal.blogspot.com, 11.2013)

► “Interiør”: Martin maakt na de dood van zijn broer samen met diens vroegere vriendin en zijn dochtertje het huis leeg van de overledene. Heden en verleden wisselen elkaar af, beschrijvingen van wat ze doen worden gecombineerd met discussies over geloof.  (Vigdis Moe Skarstein, Adresseavisen, 28.10.2013)

Arkitekt kreeg terecht lovende recensies. Een selectie:

Mari Nymoen Nilsen (VG 11.11.2013) noemde Merethe Lindstrøm ″Nordens novellemester” en schreef:

Het ligt voor de hand om haar te vergelijken met Kjell Askildsen  en Helle Helle. In korte verhalen van dit formaat blijft het een vlijmscherpe evenwichtsoefening tussen te veel of te weinig onthullen, maar Lindstrøm valt nooit van de balk. Een enkele keer mis ik wat meer duidelijkheid, gewoonlijk als het gaat over wat er in het verleden is gebeurd. (…) Lindstrøm geeft ons kleine universums uit het leven van gewone mensen, zonder overmatig gebruik van literaire middelen of beelden. En toch voelen we de onrust, de angst, de nieuwsgierigheid en de eenzaamheid alsof ze uit onszelf komen.

Als je haar vergelijkt met Nobelprijswinnares Alice Munro, zie je dat Lindstrøm niet helemaal dezelfde onmiddellijke aantrekkingskracht heeft: haar scènes zijn niet even boeiend en visueel sterk. Daartegenover staat dat haar maatschappelijk engagement groter is. Het past dan ook om te zeggen dat Lindstrøm, sinds het internationale succes van Dager i stillhetens historie, eindelijk in dezelfde klasse speelt als Munro. (Merete Røsvik, Dag og Tid, 14.11.2013)

Ook al zijn de novellen donker van toon en gaan ze over diepe angst en wanhoop, over oorverdovende eenzaamheid, over obsessieve gedachten en over hoe moeilijk het is om met elkaar te communiceren, toch schuilt er hoop in de manier waarop de verteller moeilijk uit te drukken gevoelens zichtbaar maakt en onder woorden brengt. De vorige winnaar van de Nordic Council Literature Prize is qua virtuositeit vrijwel de evenknie van de internationale kampioene van het korte verhaal, Nobelprijswinnares Alice Munro. (Vigdis Moe Skarstein, Adresseavisen, 28.10.2013)-

Lindstrøm snijdt onderwerpen aan zoals eenzaamheid, vooroordelen, kwetsbare kinderen, ontrouw en ongecontroleerd alcoholgebruik. Arkitekt is sober qua vorm, weinig uitgewerkt, en de auteur is terughoudend als het over de onderliggende oorzaken gaat. Vrolijk is het niet, maar de spanning houdt ons in haar greep en geeft een verstandige inkijk in wat verzwegen wordt en met een taboe beladen is. (Marit Dehli, Krigsropet, 2014/12

Voor Arkitekt werd Lindstrøm genomineerd  voor Ungdommens kritikerpris 2013-2014. In de motivatie schreef de jury o.a.

De zes novellen van Merethe Lindstrøms Arkitekt geven inkijkjes in verschillende lagen van de bevolking. Ze zijn niet politiek geladen, maar tonen wel de invloed van de hen omringende structuren op de personages. Lindstrøm schrijft inzichtelijk en precies, en ze beschrijft geloofwaardige levenssituaties. De mensen die Arkitekt bevolken, missen de middelen die ze nodig hebben om hun leven op te bouwen, de manier waarop de auteur haar verhalen opbouwt getuigt dan weer van een grote stilistische trefzekerheid.

Merethe Lindstrøm, Arkitekt, Oslo (Aschehoug), 2013, ISBN 978-82-03-35627-8


Een gehavend mens in een gehavende wereld

zo noemt Henriette Bacher Lind (Jyllands Posten, 27.01.2019) de 17-jarige verteller van Merethe Lindstrøms roman Nord **** (2017). Zijn naam komen we niet te weten en tijd en plaats van het gebeuren blijven vaag. De aanwezigheid van vliegtuigen suggereert wel een periode na de Tweede Wereldoorlog. Plaatsnamen zoals Welcherweg en Konstanz lijken eerder symbolisch bedoeld. Wat wel zeker is, is dat alles zich afspeelt tegen de achtergrond van een verwoest land kort na de beëindiging(?) van een groot gewapend conflict. Bjørn Gabrielsen (Dagens Næringsliv – Magasinet, 17.11.2017) suggereerde

dat plaats en tijd van gebeuren mogelijk verwijzen naar Duitsland direct na de val van het Derde Rijk en dat de “bevrijders” waar iedereen bang voor is vermoedelijk Sovjetsoldaten zijn.

maar voegde er zelf aan toe dat

het oplossen van deze rebus nauwelijks Lindstrøms hoofddoelstelling geweest kan zijn. (…) De auteur wil helemaal niets zeggen over een bepaalde oorlog, maar wel over oorlog en verwoesting in het algemeen.

De verteller heeft een misvormde rug waarmee hij vroeger gepest werd. Hij heeft als vluchteling of krijgsgevangene een tijd in een kamp doorgebracht en werd daarna gedwongen om samen met anderen een uitputtende en eindeloze mars te maken. Nu gebruikt hij een kompas op weg naar het noorden, waar hij blijkbaar vandaan komt. Eerst is hij alleen, maar hij krijgt spoedig het gezelschap van een eveneens naamloze jongen die een paar jaar jonger is. Een tijd hebben ze ook een baby bij zich, maar die laten ze (tot grote ontgoocheling van de jongste van de twee) achter bij twee boerderijbewoners.

Als een soort landlopers trekken ze door een vernielde wereld, levend van afval en van wat ze in verwoeste en door hun bewoners verlaten huizen vinden. Dat er door een aantal recensenten naar Cormac McCarthy’s The Road verwezen wordt mag niet verbazen, hoewel die (als ik me goed herinner) niet naar vroegere gebeurtenissen verwijst.

In Nord is dat wel het geval. Er spoken nogal wat (weliswaar diffuse) herinneringen door het hoofd van de verteller. Zo heeft hij na de lange mars een tijd bij de oorlogsweduwe Aneska doorgebracht. Zij noemde hem Martin naar haar overleden echtgenoot en wou een kind van hem. Verder heeft hij het o.a. een paar keer over een soort verschijning, een andere, vroegere versie van hemzelf, die hij Jol noemt:

de andere, Jol die fluistert in mijn hoofd,

Eenvoudige lectuur kun je Nord niet noemen, het is opnieuw een tekst die veel meer suggereert dan hij zegt:

Dit boek eist de volle aandacht van de lezer op. (…) Het bevat lange zinnen en veel flashbacks. Het is moeilijk om je als lezer te oriënteren in het landschap waarin de kinderen zich bevinden, er wordt heen en weer gesprongen in de tijd (…) Tegelijkertijd is dat ook de sterkte van de roman. Merethe Lindstrøm wijst erop dat alle oorlogen overeenkomsten hebben, er zit iets universeels in alle gruwelijkheden. (Anette Os, Fædrelandsvennen, 29.11.2017)

Lindstrøm zelf zei in een interview (Dagsavisen, 04.11.2017) dat het gevoel van vervreemding en buitengesloten worden dat de roman kenmerkt voor een deel geïnspireerd werd door haar ervaringen in Groot-Brittannië na de Brexit:

Een tijdje geleden is Merethe Linstrøm (…) verhuisd naar een klein dorpje in Zuid-Engeland. Het woord “uitsluiting” valt.

“Na de Brexit werd het veel duidelijker dat je hier als buitenlander anders bent. Brexit was en voelde aan als een viering van het feit dat niet iedereen meer even welkom is, dat men de rijen sloot rond wie hier “echt” thuishoort. Ik begon bijvoorbeeld met mijn gezin Engels in plaats van Noors te praten in het openbaar. Ik denk dat het gevoel buitengesloten te worden een inspiratiebron is geweest voor de nieuwe roman”. 

Nord is een gitzwarte roman over ontreddering in zowel fysieke als mentale zin, beschreven met zo’n donker pessimisme dat het gitzwarte je lang bijblijft.

schreef de al vermelde Henriette Bacher Lind. Voor Politiken (19.01.2019) had Merethe Lindstrøm

opnieuw een uitstekende roman geschreven. Deze keer over kinderen die ronddwalen in een oorlogslandschap.

Marta Norheim (nrk.no, 08.11.2017) omschreef Nord als

Een ingetogen en angstaanjagende roman over wat er met mensen gebeurt als de oorlog voorbij is en de vrede brullend haar intrede doet. (…) Meer dan een studie van oorlog en vrede, gaat deze roman over hoe vijandsbeelden tot stand komen, over het apart behandelen van wie anders is, over hoe lastig het is om beschaafd te zijn tegenover mensen die je niet kent en die vaak in een ellendige toestand verkeren (…) Daarnaast gaat het over de agressie die groepen die niet “zoals wij” zijn, kunnen opwekken. (…) . Door te beschrijven hoe naamlozen en daklozen door een schimmig naoorlogs Europa strompelen, toont Lindstrøm een kristalhelder en griezelig beeld van wat er op het spel staat. Noord is een kleine roman die ons een bekend landschap met nieuwe ogen laat zien. Daar zijn romans voor.

De al vermelde Bjørn Gabrielsen wees op nogeen ander thema dat in de roman aan bod komt:

Lindstrøm mythologiseert “de onbekenden” om te kunnen beschrijven hoe de mechanismen voor het onderdrukken van het eigen morele falen universeel menselijk zijn.

Het gaat dan over het wegkijken van of het plezier hebben aan het lijden van anderen. Hij noemde Nord

een belangrijke en sterke roman. Hoewel hij qua genre binnen Lindstrøms oeuvre iets nieuws en bijna gimmick-achtig lijkt, gaat hij over onderwerpen waar zij in het verleden interesse voor heeft getoond. Maar hij is niet zo opgebouwd dat je aan het eind een bevredigende slot of een leuke wending voorgeschoteld krijgt. Het is een roman waarover je veel kan zeggen, maar waarin er weinig te genieten valt.

Kenneth Moe (Aftenposten, 12.11.2017) vond het

absoluut geen slechte roman. Het boek is goed geschreven en meerduidig: als recensent moet je erkennen dat andere lezers er andere dingen in zien.

maar had ook zijn bedenkingen:

Zelf zou ik wensen dat het turbulente heden qua taalgebruik en ook op andere manieren, duidelijker naar voren kwam. Het allegorische aspect zou daarbij gebaat zijn. Nu mis is gewoonweg het gevoel dat het hier en nu of binnenkort zou kunnen zijn. (…) Het taalgebruik is zo beheerst dat het chaotische landschap waarin de personages zich bewegen eigenlijk nooit als chaotisch ervaren wordt. De taal leeft en ademt niet, maar zit volkomen opgesloten in perfecte alinea’s (…) De lezer struikelt nooit over iets onverwachts, omdat de auteur nooit struikelt.

Merethe Lindstrøm, Nord, Oslo (Forlaget Oktober), 2017

ISBN 978-82-495-1887-6

Nord werd o.a. in het Duits en het Frans vertaald.

Merethe Lindstrøm, Nord, vertaald door Elke Ranzinger, Berlin (Matthes & Seitz), 2023    ISBN 978-3-7518-0092-1

Mit einem kühnen Kunstgriff nämlich vermeidet es Lindstrøm, ihre Prosa topografisch und historisch eindeutig zuzuordnen – ganz so, als wollte sie alle denkbaren Menschheitskatastrophen bündeln und dafür einen umfassenden magischen Rahmen schaffen. (…) Nichts in dieser aufwühlenden, mit intensiven Naturbildern ausgestatteten Prosa bietet Verlässliches. Und vielleicht ja existiert Nord gar nicht, vielleicht ist dieser Name eine bloße Schimäre, ein imaginierter Rettungsanker in einer Welt voller Kriege, Vergewaltigungen, Todesmärscheund Zerstörungen (…) Merethe Lindstrøms Nord ist ein gleichnishafter Text, der glücklicherweise seine Geheimnisse bis zur letzten Seite nicht preisgibt.

schreef Rainer Moritz (Deutschlandfunk Kultur, 03.12.2022).


Merethe Lindstrøm, Nord, vertaald door Marina Heide, Paris (Cambourakis), 2020     ISBN 978-2-36624-473-1

l’écriture est belle et serrée, (…) les personnages sont étranges et attachants,(…) l’histoire est captivante, (…) un beau roman. (…) (…) Le roman est à l’image de la route, infini, incertain, plein d’effroi et d’espoir. un roman énigmatique et plein de poésie.

schreef Léon-Marc Levy (La Cause Littéraire, 26.02.20).


Ook voor Vinterhest**** (2020) geldt: erg gemakkelijke lectuur zijn de novellen in geen geval.

Het is alsof ze een netwerk van zinnen rondom wat onuitgesproken is weeft, zodat dat indirect zichtbaar wordt. Hier liggen er kansen voor ontdekkingsreizen op zinsniveau. (…) De lezer moet de tijd nemen en langzaam lezen, ook al zijn de zinnen niet ingewikkeld en de woorden niet moeilijk. De kunst van het langzaam lezen is geen nieuwe ingesteldheid, maar deze oefening opent de deur naar gouden momenten en doordachte inzichten.

schreef Marta Norheim (nrk.no, 07.01.2022). Turid Larsen (Dagsavisen, 08.01.2022) had het over

verdoken drama’s

en

geheime pijnpunten in een mensenleven

De ik-figuur weet vaak zelf niet hoe alles nu precies in elkaar zit. In “Utsnitt” lukt het haar niet om de foto’s die haar reisgenoten tijdens een trip naar Oost-Duitsland gemaakt hebben te interpreteren. In “Finland” weet ze niet wat er daar nu eigenlijk gebeurde; wel duiken in de tekst woorden zoals “ydmykelse” (“vernedering”) en “psykiatri” op. In “Vigne” lijkt het personage Laura veranderd wanneer de verteller haar opnieuw ontmoet op een festival; wat de oorzaak daarvan is komt ze niet te weten. In “Far”, met een ik-figuur dier een commune bezoekt waar ze ooit zelf deel van uitmaakte, zegt iemand die er nog altijd woont tegen haar:

we begrepen niet helemaal (…) wat jou ertoe bracht om te doen wat je deed.

en

“Maar wie ben jij, (…) wat doe je hier. Je verpest alles. Net nu we gelukkig waren. Niemand vindt je sympathiek.”

In “Margaret” gaat het waarschijnlijk over dementie, maar het woord zelf wordt geen enkele keer gebruikt. En wie zijn de twee “haikere” uit “Hittegods” nu eigenlijk?

Verder creëert ook het open-eindeachtige slot van een aantal novellen een gevoel van onzekerheid.

Aan al dat onuitgesprokene zit zoals hierboven al enkele keren gezegd is, natuurlijk wel een gevaar vast:

De auteur die deze veeleisende aanpak gebruikt, loopt het risico te vaag te worden; de zinnen hangen niet genoeg samen en de lezer ziet niet wat er verborgen ligt. De tekst wordt te algemeen en komt daardoor woordenrijk over. (Marta Norheim)

Ook Erlend Liisberg (Bergens Tidende, 15.01.2022) liet zich in dezelfde zin uit.

Nu komt de uitgever op de flaptekst de lezer wel een eindje tegemoet:

Vinterhest is een novellebundel, maar kan ook gelezen worden als een tekstcyclus waarin telkens weer dezelfde vrouw aan het woord is, die verschillende aspecten van haar jeugd en haar latere leven behandelt.

Dat kan best kloppen. In alle verhalen is er inderdaad een vrouw aan het woord die haar gevoelens onder controle heeft. “Relikvie” zou een vervolg kunnen zijn op “Wannsee”. “Relikvie” en “Hittegods” hebben een “Hugo” gemeen. Er is een grote variatie qua tijdsperiodes: “Utsnitt” en “Wannsee” spelen zich af voor de Duitse eenmaking, in “Hittegods” (het Noorse woord voor “verloren voorwerpen”) zijn corona en de vluchtelingencrisis motieven. Over die novelle schreef Turid Larsen:

Er gebeurt niets dramatisch maar verborgen in de tekst zit er onrust en onbehagen over de eigen machteloosheid, en misschien het beklemmende gevoel van geconfronteerd te worden met zijn eigen privileges in een onrechtvaardige wereld.

De andere novellen situeren zich qua tijdsperiode ergens daartussenin.

Stilistisch vallen de lange, meanderende en mijmerende zinnen op:

Het gezelschap verdwijnt terwijl we rijden, servetten en tafelkleed en Margarets diner, ze vraagt naar het paard, maar dan verdwijnt ook dat, in het gat waarin alles verdwijnt, geen zwart gat, maar een met licht in, waarin stukjes en fragmenten zichtbaar zijn, zodat je je altijd kunt afvragen waar ze thuishoorden (…) En we rijden, wij drieën, en voordat we de weg naar de stad oprijden, vraagt ze wat we hier doen, in deze buurt, rondrijdend in het donker, maar niemand van ons weet precies wat we moeten antwoorden, we zeggen niets, en ze vraagt niet verder. (Margaret)

O.a. in “Vinje” en “Relikvie” worden verschillende tijdsperiodes met elkaar verbonden.

Vaak zijn er uitweidingen die op het eerste gezicht weinig met het onderwerp te maken hebben, maar er dan toch ook ergens “bij” horen. “Museum” is zowel het relaas van bezoeken aan een natuurkundig museum als een beschrijving van familiebijeenkomsten met een oom die duidelijk met een niet verwerkt trauma worstelt:

Lindstrøm wisselt hier elegant tussen de enthousiaste overwegingen van het kind in zijn ontmoeting met de opgezette dieren en vogels in het oude natuurhistorische museum van Bergen enerzijds, en de zondagse diners rond oma’s tafel waar de conflicten onuitgesproken blijven maar soms wel dramatisch aan de oppervlakte komen anderzijds. Net zoals de dieren in de vitrines van het museum heeft oma een muur met ingelijste familiefoto’s. Na een paar biertjes staat de oom vaak op, kijkt naar de foto’s, slaat dan het glas stuk en verwondt daarbij zijn vuist. Dan begint hij te huilen. (Inger Bentzrud, Dagbladet, 08.01.2022)

“Melancholisch” is het woord dat de sfeer in de novellen het best beschrijft. Ze hebben zonder onderscheid iets tragisch, zelfs wanneer het verhaal, zoals in “Esther og jeg i huset ved sjøen” en misschien ook in “Vinterhest”, schijnbaar gelukkig eindigt.

Ik werd geboeid door al deze verhalen  (…) het titelverhaal “Vinterhest” is een van de verhalen dat me nog lang bijblijft. Lindstrøm verwijst naar iets (…)  wat de lezer zelf moet ontdekken. Dit onbenoembare maakt haar verhalen zowel spannend als betekenisvol.

schreef de blogster van medbokogpalett.blogspot.com (21.07.2022), maar ook bij gevestigde recensenten, was er, naast het hierboven al vermelde voorbehoud, veel lof:

Donkere, raadselachtige superieure novellen

schreef Erlend Liisberg boven zijn recensie. Hij wees erop dat Lindstrøms novellen niet ten onrechte vaak vergeleken worden met die van Kjell Askildsen:

Geen van beiden wil te veel onthullen in een novelle, maar kiest ervoor om een situatie te schetsen die geen deel uitmaakt van een geordend geheel: er blijft veel ongezegd en open in de tekst; gaten en raadsels waaraan de lezer zelf een betekenis moet toekennen.

Merethe Lindstrøm schrijft zinnen die de lezer raken, en ze creëert grote resonantieruimtes die de tekst een bredere betekenis geven. Er zijn maar weinig schrijvers die ik ken die deze techniek beter beheersen dan Lindstrøm. (Marta Norheim)

Voor Turid Larsen (Dagsavisen, 08.01.2022) toonde Vinterhest opnieuw Lindstrøms

onovertroffen taalbeheersing en scherp psychologisch inzicht (…) die op een subtiele en scherpe manier onze onbegrijpelijkheid en broosheid onthullen.

Vaak zit er iets unheimlichs in Lindstrøms stijl, iets onuitgesprokens, een geheime tekst achter het eigenlijke verhaal, zoals ze zelf zegt in “Museum”, wanneer de ik-figuur het over haar moeder heeft: “als ze een tekst was, zou je een bladzijde kunnen weghalen, en eronder zou er iets tevoorschijn komen in een ander handschrift.”  (Inger Bentzrud)

Merethe Lindstrøm, Vinterhest, Oslo (Forlaget Oktober), 2022    ISBN 978-82-495-2434-1


Terug naar startpagina.