Mette Newth

Mette Newth (Fotograaf Leif Gabrielsen)

Mette Newth (1942) volgde een artistieke opleiding (beeldhouwen, keramiek en tekenen). Ze was van 1989 tot 1993 rector van de Statens høgskole for kunsthåndverk og design in Bergen en vervulde van 1999 tot 2002 dezelfde functie in Oslo aan de Kunsthøgskolen. Newth is vooral bekend als jeugdauteur en debuteerde in 1969 met het kinderboek Den lille vikingen. Ze brak voorgoed door met haar dertiende boek Bortførelsen (1987), dat in meer dan tien talen vertaald werd, ook in het Nederlands met als titel De ontvoering (1991). Een ander boek van haar hand, Forandringen (1997), werd vertaald als Naar de rand van de wereld (1999).

Tiden Norsk Forlag wou Bortførelsen eerst als een roman voor volwassenen uitgeven, maar Newth slaagde erin om de uitgeverij op andere gedachten te brengen:

Wanneer ik boeken schrijf die geschikt zijn voor kinderen en adolescenten, is dat omdat ik van mening ben dat kinderen en adolescenten onze toekomst zijn en de best mogelijke hulpmiddelen moeten krijgen om ze in staat te stellen de problemen op te lossen die wij niet konden oplossen. Literatuur is het meest geschikte gereedschap om problemen op te lossen. (…) Literatuur zal nooit de wereld kunnen veranderen. Mensen kunnen dat wel en het is de taak van de literatuur om te formuleren wat er veranderd kan worden. (Nationen, 23.09.1988)

Bortførelsen is het verhaal van het jonge Groenlandse Inuitpaar Osuqo en Poq. Ergens in de zeventiende eeuw worden ze door de kapitein van een schip in Noorse loondienst gekidnapt en naar Bergen gebracht. Tijdens de tocht en in Bergen moeten ze allerlei ongehoorde vernederingen ondergaan.

Het beeld dat van de toenmalige inwoners van Bergen geschetst wordt, is allesbehalve positief. De drie belangrijkste vertegenwoordigers ervan zijn Mowinckel, een rijke koopman die alleen aan zijn profijt denkt en de twee Inuits aan de meestbiedende wil verkopen, de arts Abraham die vooral geïnteresseerd is in het botvieren van zijn lusten en de fanatieke  lutherse dominee Absalon, die overal het werk van de duivel ziet. Voeg daarbij nog een menigte die zich probleemloos laat ophitsen:

“Goede burgers? Wat verdienen deze duivels?”

“Straf! Straf!” brulde de menigte.

“Ik laat de moordenaars hun gerechte straf ondergaan!” Zijn woorden verspreidden zich in de menigte als vuur in droog gras en dreven hen dichter naar elkaar toe, naar de zijkant van het schip. Handen strekten zich gretig uit naar de twee:

“Geef ons de duivels! Naar de brandstapel ermee!”

De woorden hamerden in mijn oren, deden mijn hart bonzen van angst, alsof ik het voorwerp van hun vlammende haat was.

Aan het woord is hier het gehandicapte dienstmeisje Christine. Samen met Mowinckels goedmenende zoon is zij de enige die medelijden met de twee Inuits voelt.

In hoofdstukken (in een ander lettertype) die tussen het eigenlijke verhaal verspreid liggen, besteedt Newth veel aandacht aan de levenswijze, de gebruiken en het sociale leven van de Inuits.

Inuittekeningen uit de Nederlandse uitgave

Het verhaal zelf heeft een soort open einde, maar wel een dat niet veel goeds voorspelt.

Voor Bortførelsen kreeg Newth o.a de Kultur-og vitenskapsdepartementets pris, de Nordisk barnebokpris en de Skolebibliotekarforeningen i Norges pris. In haar motivering schreef schreef de jury van de Skolebibliotekarforening o.a.

dat Mette Newth een sterke roman geschreven heeft die de lezer van begin tot einde boeit, aangrijpt en beroert. De roman gaat in op kwesties die ons altijd verplichten stelling te nemen: machtsmisbruik, onderdrukking, angst. Maar ook naastenliefde, vriendschap en goedheid.

Nederlandse recensenten hadden wel wat opmerkingen.  Het positiefst was Cathérine van Houts (Het Parool, 06.03.1991). Zij had het over

Een jeugdboek dat nauwelijks een poging tot ontsnapping biedt (…) Newth houdt (…) de lezer (…) in een wurgende greep dankzij een flinke dosis lekkere spanning en avontuur. Haar relaas over het lot van de twee Eskimo’s die ruw en meedogenloos uit hun gebied zijn losgerukt en een vreselijk lot tegemoet gaan, is van een schokkende kracht (…) De Ontvoering (…) is niet alleen een aanklacht tegen wreedheid, maar ook tegen domme kortzichtigheid van bange mensen die elk ander mens dat niet op henzelf lijkt, bitter haten en brandmerken als duivels

Cornald Maas (De Volkskrant, 30.03.1991) noemde het boek

een vlot geschreven, spannend verhaal

maar

echt ontroerend is de roman maar zelden. Sommige verhaalpassages verliezen hun kracht door een overmacht aan pathetiek en symboliek

Joke Linders (Algemeen Dagblad, 07.03.1991) vond

het verhaal niet in alle opzichten bevredigend uitgewerkt. Dat geldt zeker voor het einde, maar de botsing tussen de twee culturen en twee levensbeschouwelijke stelsels is aangrijpend. Het overbruggen van de verschillende normen en waarden blijkt schier onmogelijk. (…) De ontvoering (…) roept vragen op over hoe  mensen met elkaar om moeten of kunnen gaan.

Voor Bregje Boonstra (NRC Handelsblad, 05-04-1991) was De ontvoering te “woke”:

Het in opzet sterke boek is maar ten dele gelukt omdat de auteur zo onwrikbaar duidelijk aan de goede kant staat. De wandaden van de Noren worden breed uitgemeten (…) Daartegenover staat de harmonische Inuitbeschaving, waarin de vele rituelen alles en iedereen zijn plaats geven. Newth laat zich in haar partijdige bewondering – die zich regelmatige uit in gezwollen, pathetisch taalgebruik – zo zeer meeslepen, dat ze neigt tot eenzelfde soort romantisering, die sommige verhalen over Indianen ontkracht.

de cover van de tweede Noorse uitgave toont een 17de eeuws schilderij van een Inuit

Mette Newth, De ontvoering, vertaald door Jan de Zanger, Amsterdam (Leopold), 1991   

ISBN 90-258-4140-6


In Forandringen (1997) (Nederlandse vertaling: Naar het eind van de wereld (1999)) beleeft het 15de-eeuwse Groenland een ongewoon lange periode zonder zon. Jacht en visvangst verlopen bijzonder moeilijk en dus lijdt iedereen honger. Beterschap lijkt niet in zicht.

Tijdens die koudegolf begeeft de jonge maar ouderloze Navarana zich naar wat ooit een nederzetting was van Engelse monniken die uitgezonden waren om de Inuits te bekeren. Tegen alle verwachtingen in vindt ze daar een overlevende: de jonge Ierse monnik Bredan. Op jonge leeftijd werd hij door Engelse overheersers ontvoerd en kwam hij uiteindelijk in een klooster terecht.

Hij lijkt stervende, maar Navarana kan het niet over haar hart krijgen om hem achter te laten, en samen beginnen ze, nadat hij enigszins opgeknapt is, aan de terugtocht naar het dorp waar Navarana verblijft. Onderweg begint Brendan te twijfelen aan wat de monniken hem vroeger over de “heidenen” verteld hebben:

Het was niet waar dat dieren en heidenen geen edele gevoelens hadden. Voor de eerste keer begon hij zich af te vragen waarom hem zulke leugens waren verteld. Was het omdat de kerkgeleerden niet beter wisten? Of logen ze willens en wetens? In elk geval kon God het nooit zo bedoeld hebben dat zijn dienaren heidenen verachtten en hen dwongen zich te onderwerpen. (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

Erg welkom is Brendan wel niet in het dorp:

Niemand zei iets, niet tegen Navarana en niet tegen hem. Niemand deed iets, maar iedereen probeerde hem te ontwijken, alsof hij vervloekt was of de een of andere gevaarlijke ziekte had. (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

Den Gamle (“de Oude”), de spirituele leidsman van het dorp, neemt hem onder zijn hoede. Brendan is echter nog altijd behept met een grote bekeringsijver en dat zou voor problemen kunnen zorgen. Daarom besluit Den Gamle om samen met Brendan, Navarana en diens twee jongere zussen naar het noorden te trekken, naar de plaats waar Navarana vandaan komt. Daar wonen ook drie grootmoeders die Aanna heten en contact kunnen leggen met de andere wereld.

illustratie uit de Noorse uitgave
 

Opnieuw wordt Brendan daar door den Gamle geconfronteerd met zijn eigen vooroordelen:

Toch zeg je dat mijn geloof minder waard is dan het jouwe? Dat jij, die nog helemaal niet zo lang leeft en die niet wist hoe je moet leven als een mens, het enige ware geloof hebt. Hoe kun je ons geloof zo gemakkelijk verwerpen, terwijl je het niet eens kent?

(…)

Zo hoorde het helemaal niet te gaan! Niets ging zo eenvoudig als de abt had gezegd dat het zou gaan. Gods woord zou de harten van de heidenen openen, had de abt hem verzekerd. Ze zouden op hun knieën vallen en hem nederig danken voor hun verlossing, waarna ze zich blijgemoed zouden laten dopen. Hoe kon hij deze oude mensen dopen terwijl ze zelf zo’n onwankelbaar geloof hadden en zijn verkondiging van het christendom als een belediging ervoeren? (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

Dan blijkt dat Den Gamle en belangrijke taak voor Navarana weggelegd heeft: ze moet de spirituele strijd aangaan met de Raaf om zo de zon terug te brengen. Ondertussen voelen Navarana en Brendan zich steeds meer tot elkaar aangetrokken en krijgt hij ook een inlandse naam: Akkaluq.

Net als Bortførelsen is ook Forandringen een pleidooi voor verdraagzaamheid:

we moeten luisteren naar elkaars geloof en de verschillen met eerbied tegemoet treden (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

zegt de oudste van de drie Aanaa’s. De toon is in Forandringen echter contemplatiever. Er wordt ook meer aandacht besteed aan de mythologie van de Inuits en de roman speelt zich (op een paar flashbacks na) helemaal af op Groenland

Vanaf het ogenblik dat zijn zintuigen waren ontwaakt, zag hij hoe uitzonderlijk mooi het ruige land was (vertaling Femke Blekkingh-Muller)

Mette Newth, Naar de rand van de wereld, vertaald door Femke Blekkingh-Muller, Rotterdam (Lemniscaat), 1999    ISBN 90-5637-201-7


Terug naar Startpagina.