Mona Høvring

foto: Fremtiden

Mona Høvring werd in 1962 in Haugesund geboren en groeide op in Kopervik in West-Noorwegen. Ze studeerde aan de folkehøgskole (richting sport en natuur) en volgde een opleiding tot tandartsassistente. Daarna werkte ze o.a. in een aluminiumfabriek in Karmøy, een boekhandel in Haugesund en op een olieplatform in de Noordzee.

Høvring debuteerde in 1998 met de dichtbundel IIk! Ein dialog. Noe som hjelper (2004) was haar romandebuut.

Ze was lid van de literaire raad van Den norske Forfatterforening (de Noorse auteursvereniging) van 2007 tot 2011 en van de Noorse Dobloug-commissie van 2012 tot 2018.

Mona Høvring woont in Oslo en is de partner van auteur Rune Christiansen. Ze schrijft een radicaal Bokmål: in 2012 kreeg ze de Språklig samlings litteraturpris.

Twee van haar romans en een dichtbundel werden in het Nederlands vertaald.

Noe som hjelper ***½ (2004) werd vertaald als Iets wat helpt (2022).

Eén gegeven loopt als een rode draad door Laura Sigurdssons beschrijving van haar jeugd: haar moeder, met wie ze een erg goede band had, pleegde zelfmoord toen Laura zeven was. Laura’s herinneringen aan haar moeder blijven een constante door de hele coming-of-age roman heen. In de eerste scène van Noe som hjelper is Laura negen en droomt ze dat haar moeder haar leert zwemmen. Verschillende keren heeft ze later de indruk dat haar moeder in het straatbeeld opduikt. Voeg daarbij Laura’s stugge relatie met haar als visser vaak uithuizige vader:

mijn vader op het trapje, die sterke man, die armzalige gedachte die daar alleen maar zat, alsof er geen taal bestond, alsof er geen enkele behoefte bestond om te vangen, vast te houden, te strelen (…)  ik was zoals mijn vader, niet in staat om ook maar iets verlossends uit te spreken. (vertaling Liesbeth Huijer)

en het is niet verwonderlijk dat ze elders affectie zoekt. Ze heeft een erg goede vriendin, Marie, maar die verhuist. Veel genegenheid krijgt ze ook van het tuiniersechtpaar Andreas en Johanna. Een van haar eerste seksuele ervaringen (ze had daarvoor al wel de pornoboekjes van haar oudere broer Magnus ontdekt) is met de mondaine en elegante oudere kapster Vivian Koller: dat is waar de cover van de Nederlandse vertaling naar verwijst. Die kortstondige relatie bemoeilijkt daarna wel haar relatie met Vivians zoon Peter.

Uiteindelijk belandt Laura in een inrichting voor mensen met zenuwaandoeningen, maar wanneer ze daaruit ontslagen wordt, begint een nieuwe fase in haar leven.

Zelf zei Mona Høvring o.a. het volgende over Noe som hjelper:

De roman is gecomprimeerd en realistisch. Laura vertelt onsentimenteel en zonder franje. Ik strooi niet in het rond met adjectieven. Het gaat over verlies, herinneringen, het vinden van zijn eigen identiteit en zich zonder schaamte of schuld van zijn seksualiteit bewust worden. (Haugesunds Avis, 10.03.2004)

Het boek moest een kleine “Franse” roman worden. Sensueel en niet zwaar op de hand. Laura is een terughoudende verteller, en vertelt niet alles. Toch denk ik dat het niet moeilijk is om de onderliggende onzekerheid en de ernst te zien en te voelen. (Blikk, 2004/11)

ik zou het boek geen roman over opgroeien willen noemen, maar een roman over ontwaken, over zich bewust worden (Haugesunds Avis, 11.08.2004)

het boek is kort en het is aan de lezer om haar/zijn verbeelding te gebruiken, te duiden wat er tussen de regels gezegd wordt en te formuleren wat er tussen de beschreven fragmenten gebeurt. (Drammens tidende, 12.09.2004)

De Noorse recensenten lieten zich erg lovend uit over Noe som hjelper. Terje Stemland (Aftenposten, 16.08.2004) zette de toon met de kop “En liten perle” (“een pareltje”)

Haar verhaal is eigenlijk niet zo opmerkelijk, maar er is iets in de taal van Høvring dat de lezer raakt, iets waar je nooit klaar mee bent: de directe en precieze woordkeuze, de rustige en tegelijkertijd pregnante formulering, een tekstuele aanwezigheid, een betekenisdragende aanwezigheid.(…) De Laura-figuur combineert het schuwe en het vroegrijpe, het kind en de bijna volwassene, het radeloze en het eigengereide – tegenstrijdige impulsen die de strijd om verder te komen met het leven voor iedereen kunnen vertroebelen.

Voor Cathrine Krøger (Dagbladet, geciteerd in Blikk 2004/11) was

Høvrings roman, geschreven in een merkwaardig Samnorsk, (is) opvallend origineel. Compact, glashelder en in een zo intense, bijna meditatieve taal, dat ze de lezer bijna in een roes brengt. (“Samnorsk” betekent dat de taal zowel elementen uit het Nynorsk als uit het Bokmål bevat)

Kenmerkend voor de roman was volgens Jørgen Alnæs (Dagsavisen, 25.08.2004)

de manier waarop de ik-figuur kleine, alledaagse gebeurtenissen, gevoelens van eenzaamheid, gemis, verliefdheid en begeestering beschrijft. Dat gebeurt met een intensiteit en een gevoeligheid die ervoor zorgt dat we heel dicht op de huid zitten van de fijngevoelige en ontvankelijke Laura.  (…) De tekst is doortrokken van (…) nabije en sterke zintuiglijke ervaringen en het lijkt bijna of die even veel of meer indruk op Laura maken dan de dramatische gebeurtenissen uit haar leven.

Steinar Sivertsen (Dagsavisen, 20.08.2004) had het over

een roman over opgroeien, die zo goed als vrij is van externe metaforen en andere vormen van tekstuele versiering. Zonder aanstellerij en sensueel, zich bewust van het feit dat het belangrijk is om het motto “Show, don’t tell” in acht te nemen en uit te gaan van scenische weergave om in te zoomen op de donkere, complexe hartstoestanden, onthult ik-verteller Laura Sigurdsson centrale belevenissen vanaf haar jonge kinderjaren tot aan haar beëindiging van het voortgezet onderwijs. (…) Hoewel de tekst onopgesmukt is, bijna zonder stilistische remblokken en zonder distantiërende ironie of fantasierijke magisch-realistische verdichtsels, wil Mona Høvring nauwelijks overkomen als een anorectische, modieuze minimalist. Haar kracht ligt in het vermogen om met kleine, eenvoudige woorden levensverlangen, lichamelijke intimiteit en intense uitbarstingen van onderdrukte onrust, over te brengen. Met grote ernst benadert ze het gevaarlijke en verbodene zonder te struikelen (en) vermijdt (ze) alle sporen van gezwollen sentimentaliteit, zelfmedelijden, zelfverachting, wroeging, kleffe moralisering.

Ook de Nederlandstalige recensenten waren positief:

een ogenschijnlijk klein en ingetogen verhaal, opgesteld in bedrieglijk eenvoudige taal. De lezer volgt Laura’s blik en gedachten, maar ze kan niet alle gebeurtenissen even goed duiden. Daar waar haar taal ophoudt, begint de roman voor de lezer, die de lege plekken opvult. Een fascinerend boek. (Dieuwertje Mertens, Humo, 05.09.2022)

Iets wat helpt is een roman van amper 143 pagina’s, maar hij zit zo knap in elkaar dat je hem gerust, in een poging hem volledig te doorgronden, twee of drie keer vlak achter elkaar kunt lezen. (Christophe Vekeman, Klara, 24.06.2022)

Ondanks de constante onderhuidse dreiging en de verontrustende ondertoon vond ik dit een heel troostend boek, waarin de schrijfster in een zinnelijk, helder proza een portret schetst van de complexe gevoelswereld en het seksuele ontwaken van een jonge vrouw. Een beklijvend verhaal dat een diepe indruk nalaat. (Ans Vroom, Feeling, 22.06.2022)

Ze beschikt over de gave om met weinig woorden een sfeer van nostalgie en geheimzinnigheid op te roepen. De scènes zijn suggestief en realistisch, de gebeurtenissen alledaags en toch ongewoon, de woorden kraakhelder en poëtisch tegelijkertijd. (Lotte Jensen, De Volkskrant, 24.09.2022)

In 2007 waren er plannen om het boek te verfilmen (Haugesunds Avis, 15.03.2007), maar verder nieuws daarover kwam er niet.

Het is allesbehalve vanzelfsprekend dat een boek een film wordt, ook al zijn de filmrechten verkocht

schreef Marie L. Kleve (Dagbladet, 13. 03.2007)


Mona Høvring, Iets wat helpt, vertaald door Liesbeth Huijer, Zaandam (Oevers) 2022                             

ISBN 978-94-920-69898-9


Fordi Venus passerte en alpefiol den dagen jeg blei født **½(2018) werd vertaald als Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde (2021)

Ik-figuur Ella en haar exact een jaar oudere zus Martha hadden toen ze jong waren een erg hechte band, waaraan plots een einde kwam door het onverwachte vertrek van Martha naar Denemarken:

Wat was er toch met Martha en mij gebeurd? Ik dacht dat we altjd samen zouden blijven, dat we samen zouden studeren, dat we vriendjes zouden hebben die we allebei leuk vonden. Maar op een grauwe maandag kwam Martha thuis en zei dat ze haar baan op ging zeggen […] omdat ze ging trouwen. Niemand in ons gezin had dat zien aankomen. […] Ik klampte me aan haar vast, hing jankend rond haar nek, maar ze maakte zich uit mijn greep los, ze leek heel koel en gesloten […] Toen ze terugkwam, want ze kwam natuurlijk terug, was ze gesloten, vertelde niets. Ze was stug en sarcastisch, bijna agressief. (vertaling Liesbeth Huijer)

Wanneer Martha uiteindelijk ontgoocheld naar Noorwegen teruggekeerd is, valt ze ten prooi aan een zenuwinzinking, verblijft een tijd in een psychiatrische instelling en gaat dan op doktersadvies op adem komen in een Noors berghotel samen met haar zus.

Ella maakt er kennis met hotelmanager Ruth en diens androgyne vriendin Dani. Ze voelt zich zelf ook aangetrokken tot Dani en brengt een nacht met haar door, die zo wellustig verloopt dat

Høvring hem alleen kan beschrijven in een metafoor van anderhalve pagina waarin een Engelstalige vrouw de wensen voor haar interieur beschrijft, welk behang ze wil, welke verf, en in welke sensuele kleuren. (Marnix Verplancke, De Morgen, 10.07.2021)

Ondertussen is de spanning tussen Ella en haar zus zo hoog opgelopen dat Martha plots verdwijnt. Een paar dagen later keert ze terug.

Er wordt een dansfeest georganiseerd in het hotel. Martha ontmoet er iemand op wie ze dadelijk stapelverliefd wordt (dat was ook de reden waarom ze indertijd hals over kop naar Denemarken vertrok) en verdwijnt voor de tweede keer. Voor Ella is het nu wel duidelijk: de kloof tussen haar en Martha is onoverbrugbaar geworden. Brengt Ruth soelaas?

Een vrij banale plot, maar de intrige is op zich niet zo belangrijk in Fordi Venus passerte en alpefiol den dagen jeg blei født (2018). In Vårt Land (30.08.2018) zei Mona Høvring o.a. het volgende over de inhoud van haar roman:

Het inzicht in een verloren gegane liefde, achterdocht, jaloezie, onvrede met de ander, verlangen, schaamte, lusteloosheid tegenover wat men als vanzelfsprekend ervaart, irritatie over de vaststaande feiten, de vaststaande uitdrukkingen, de bekende frases, verwijten, de teleurstelling van niet meer gezien te worden met een liefdevolle blik, de behoefte om vrij te zijn van de ander, en misschien van je vroegere zelf. (…) het gaat over zich verzoenen en zich vrijmaken – een schijnbaar onmogelijke verzoening en een levensnoodzakelijke bevrijding.(…) In al mijn boeken ervaart de verteller een voortdurende vorm van verwarring (…) En als we “min of meer normaal” willen lijken, moeten we dit onbehagen verbergen. Een al te duidelijke verwarring kan al snel overkomen als een vorm van waanzin. Maar hoe sneller je accepteert dat onrust en chaos deel uitmaken van het leven, hoe beter je je zult voelen.

Ook al speelt Fordi Venus passerte en alpefiol den dagen jeg blei født zich af tegen een duidelijk omschreven achtergrond, toch heeft de roman duidelijk niet-realistische trekken:

Het sprookje speelt zich af in een realistische omgeving, maar de sfeer dreigt voortdurend te exploderen in iets absurds en vreemds (Sindre Andersen, Klassekampen)

Bevreemdend is ook dat de titel schijnbaar niets te maken heeft met de inhoud van het boek – waarschijnlijk suggereert hij dat veel dingen gewoonweg onverklaarbaar zijn/zullen blijven. En ook belangrijk: Ellas’s verhaal is een terugblik op wat een hele tijd daarvoor gebeurd is en is daarom, zoals ze zelf maar al te goed beseft, subjectief gekleurd:

Maar als we terugdenken aan iets wat in een andere tijd, in een ander tijdperk plaatsvond – in onze jeugd, of maar een paar jaar geledendan zijn we gedwongen om te fantaseren. We stellen de werkelijkheid zo samen dat die te bevatten is, in elk geval voor onszelf. Ik weet dat het een ander verhaal was geworden als Martha over deze gebeurtenissen, over onze reis had verteld. (vertaling Liesbeth Huijer)

Het “literaire” aspect wordt benadrukt door verwijzingen naar auteurs van allerlei pluimage – een aantal ervan worden in een soort addendum achteraan in het boek gespecificeerd.

Fredrik Wandrup (Dagbladet, 07.09.2018) noemde Fordi Venus passerte en alpefiol den dagen jeg blei født geen psychologische maar een lyrische roman en omschreef Høvring als

een meester in de beknoptheid, in verschillende opzichten een dichter die proza schrijft

De site van de internetboekhandel Ark had het over

een scherpzinnig en gevoelig verhaal over jaloezie en passie, een origineel en verrassend verhaal over de vele dwaalwegen van de emotie

Mysterieus, donker en moedig

vond Anne Cathrine Straume (nrk.no, 30.08.2018):

De roman verdiept zich in emoties en erkent dat het niet gemakkelijk is om een goed mens te zijn.

Fordi Venus passerte en alpefiol den dagen jeg blei født won in 2018 de Kritikerpris in de categorie “literatuur voor volwassen.” In haar verslag noemde de jury het boek

poëtisch, speels en vol literaire verwijzingen (…) Høvrings vertelstijl is beknopt, pardoes, maar tegelijkertijd mysterieus en wordt versterkt door haar handelsmerk, een taal die het midden houdt tussen Bokmål en Nynorsk.(…) Op een elegante manier vervlecht ze indrukken, beelden en inspiratie van anderen in haar tekst.

De Noorse Mona Høvring strooit in dit donkere sprookje kwistig met de referenties aan Stefan Zweig en Thomas Mann, niet toevallig twee bannelingen. De centrale vraag – waar hoor je thuis? – wordt niet beantwoord maar de queeste blijft boeiend, temeer omdat Høvring zich van een poëtische taal bedient en kleine observaties laat fonkelen als sneeuwkristallen.

schreef R.S. in Focus Knack (31.08.2021) en gaf de roman vier sterren:


Marnix Verplancke besteedde in zijn bespreking veel aandacht aan Stefan Zweig, die door verteller Ella al op de eerste bladzijde geïntroduceerd wordt:

Stefan Zweig schreef graag novelles en een van zijn bekendste is Verwirrung der Gefühle. (…) Høvring verwijst in haar roman een paar keer naar Zweigs novelle en de overeenkomsten zijn dan ook duidelijk. Ook haar personages zien zich geconfronteerd met een seksueel getinte identiteitscrisis en vallen van de ene twijfel in de andere verwarring. Maar er is een verschil natuurlijk. Høvring schrijft een eeuw later en vertaalt Zweig naar vandaag. Waar die indertijd nogal eens de kritiek kreeg dat hij al te zeer in psychoanalytische verklaringen geloofde en daardoor alles deed kloppen in zijn boeken, geeft Høvring zich over aan de hedendaagse twijfel.

deze fraai gestileerde vertelling boeit mateloos.

was het oordeel van Lotte Jensen (De Volkskrant, 02.09.2021)

Ook Roos van Rijswijk (NRC Handelsblad, 10.09.2021) was erg enthousiast

Wat er gebeurt is allemaal niet wereldschokkend (…) en toch boeit het mateloos. Misschien omdat de gebeurtenissen dat grillige innerlijk leven van Ella lijken te illustreren in plaats van andersom. Haar observaties zijn soms klein, raak, grappig (…) andere keren zijn ze haast Lispectoriaans1 in het zoeken naar precies de juiste woorden voor sensaties (…) vaak zijn ze ook een tikkie melodramatisch, impressionistisch (…) Grillig dus, veel gevoel voor drama, maar nooit wordt het ondraaglijk. Høvring is een uiterst beheerst schrijver, doseert de uitersten keurig.

1 Clarice Lispector (1920-1977) was een experimentele Braziliaans-joodse schrijfster van wie het werk vaak gekenmerkt wordt door een merkwaardige syntaxis, onverwachte stijlfiguren en een heel eigen interpunctie.

Dat het geen boek is dat zich gemakkelijk laat definiëren, is wel duidelijk en dus klinkt in het verslag van deze hobbyleesgroep (pinkwestboeken.nl) een zekere vertwijfeling door:

Verwarrend of fijnbesnaard

Op zondagmiddag 6 februari bespraken we (…) het boek Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde

Tja, wat vonden we ervan?


We probeerden het in één woord samen te vatten.


Warrig / Een lawine / Interessant / Fijnbesnaard / Identiteit / Onbegrijpelijk / Mooi

Waarom moest Ella zo huilen bij het horen van het Spaanse lied Gracias a la vida bij de kapper? Voor de één herkenbaar, voor de ander was de verwarring compleet. (…)

Ja, en dan de verwijzingen naar Stefan Zweig. Die schreef in zijn novelle “Verwirrung der Gefühle” over een driehoeksverhouding tussen een student, zijn professor en diens vrouw. Net als nu met de androgyne Dani?

Ook van de titel konden we geen chocola maken.


“Aanstellerij” “Ik begrijp het gewoon niet”  “Een verklaring waarom Ella zo van Zwitserland hield” “Dat alles toeval is”  “Dat niets toevallig is.”

(…) Net als de zussen Ella en Martha is ook Mona op 8 oktober jarig. Wil ze daarmee het autobiografische aspect benadrukken?

Gemiddeld kwamen we op 3 sterren. We bleven met veel vragen zitten, wat sommigen motiveerde het boek aan te schaffen of nog eens te lezen. Anderen haalden opgelucht adem, dat ze dit boek tenminste uit hadden.

Mona Høvring praat hier (in het Engels) over Because Venus Crossed an Alpine Violet on the Day that I Was Born

Hier vind je nog een Engelstalige recensie van het boek.

Mona Høvring, Omdat Venus op de dag dat ik geboren werd een alpenviooltje passeerde, vertaald door Liesbeth Huijer, Zaandam (Oevers), 2021     ISBN 978-94-92-06869-9

Venterommet i Atlanteren ** (2012) werd vertaald als Wachtruimte in de Atlantische Oceaan (2024)

25 is Olivia Tveit, de ik-figuur uit Venterommet i Atlanteren. Ze werkt in een metaalsmelterij, heeft een moeder die vooral in zichzelf geïnteresseerd is, is net aan de deur gezet door haar vriend Kristian en daarna ingetrokken bij Elias, die in dezelfde fabriek werkt.

Op de begrafenis van haar tante Ågot, die in IJsland woonde, maar op bezoek in Noorwegen daar overleden is, krijgt Olivia te horen dat ze de enige erfgename van haar tante is, en nu o.a. een huis in Reijkjavik bezit.

Op diezelfde begrafenis ontmoet ze Belinda (of Bé zoals ze zichzelf noemt) en de twee vrouwen kunnen het dadelijk erg goed met elkaar vinden, ook al heeft Bé op dat moment een verhouding met een andere vrouw.

Samen trekken ze naar IJsland, maar dan gebeurt er iets waardoor Bé weer naar Noorwegen moet afreizen. Olivia begint Reijkjavik alleen verder te verkennen, en dan duikt Halldóra op, die lange tijd als een soort huishoudster voor Ågot gefungeerd heeft. En ook Bé keert terug. Hoe het met de relatie tussen haar en Olivia verder moet is niet meteen duidelijk. Dit is de laatste paragraaf van de roman:

Ik hoorde Bé mijn naam roepen. Ze zag er echt onbezorgd uit toen ze op me afliep. Ze ging dicht tegen me aan staan. Zelfs in het scherpe licht had haar huid een warme gloed. Ze leek ergens op te zuigen, iets wat ze lekker vond. Ik kreeg zin om met haar te vechten. (vertaling Liesbeth Huijer)

In een interview met Blikk (2012/10) ging Høvring dieper in op haar roman. Over Olivia zei ze:

Olivia is zowel dwars als empathisch. Ze is niet alleen glanzend en vriendelijk. In dat geval had ik niet dezelfde sympathie en interesse voor haar gevoeld. Ze bekijkt het leven nuchter en heeft het vaak moeilijk. Olivia is niet op zoek naar de grote liefde, maar laat zich verleiden en verlangt. Het is alsof ze durft te zwemmen, ook al loopt ze gevaar te verdrinken.

Over de relatie tussen de twee centrale romanfiguren klonk het zo:

Olivia en Bé zijn heel verschillend. Bé is schijnbaar foutloos, en Olivia vertrouwt mensen die perfect zijn niet. Ik herken me het meest in Olivia die eigenwijs is, dwars, enigszins neurotisch, maar ook sterk. Ze probeert veel uit, maar behoudt toch een zekere controle. Zowel Olivia als Bé heeft iets van mezelf.

IJsland had ze als reisbestemming uitgekozen omdat ze erg houdt

van grote eilanden, en mijn overgrootmoeder kwam uit IJsland. Ik voel me aangetrokken tot plaatsen waar zee en stranden zijn en kustpaden. Dit is mijn zevende boek waarin het element water voorkomt. Water wordt gelinkt aan zowel zuivering, als aan iets speels en erotisch.

In Dagsavisen 12.09.2012) vatte Mette Karlsvik het thema van Venterommet i Atlanteren zo samen:

Jonge vrouw wordt verliefd op een ietwat oudere vrouw

maar

er zit een onevenwicht in de relatie.

Solgunn Solli publiceerde in Altaposten (19.02.2013) een erg positieve beoordeling:

Deze kleine grote roman lezen had veel weg van het lezen van 118 pagina’s poëzie. En toch is dit een roman die meer inhoudt dan omvangrijke werken van honderden pagina’s. Elk woord, elk teken lijkt goed doordacht, ik had gelijk welke zin eruit kunnen halen, ermee kunnen zwaaien en zeggen: “Kijk eens hoe mooi hij is.”

Wat wel opvalt is dat de recensenten nogal van mening verschillen wanneer het gaat over de strekking van de roman – Høvring heeft zelf verklaard (Levanger-Avisa, 08.06.2013) dat ze geen voorstander is van een specifieke boodschap in romans.

Het poëtische element dat hierboven al vermeld werd, komt nog aan bod in andere recensies:

het is geen poëtisch ik, geen biografisch ik, maar een meer kunstmatig. Venterommet is niettemin een poëtisch boek met een taal die naar zichzelf wijst. (Mette Karlsvik)

Avec son écriture lumineuse, amusée, sensuelle et poétique, Mona Høvring dessine un portrait de femme résolue à s’affranchir des obligations sociales et familiales pour suivre sa rébellion intérieure et vivre pleinement la vie qu’elle entend enfin mener. C’est le parcours d’une insoumise qui chemine vers son devenir. (babelio.com, 01.02.2016)

Voor Nico Voskamp (boekenkrant.com, 24.08.2024) hanteert Høvring

een ontregelende manier van schrijven. Het verhaal in dit boek is eigenlijk ondergeschikt aan de bizarre humeuren en relaties van de hoofdpersoon

Alles wat er gebeurt

maakt haar innerlijk conflicterende verhouding met de wereld (en een bonte stoet personen) om haar heen niet normaler. Integendeel. Juist dat zorgt voor erg komische frictie. Pardon, fictie.

Katja Feremans (mappalibri.be, 07.09.2024) noemde Høvrings roman een

schaamteloos romantische sprookje. Mona Høvring heeft dan ook een boek willen schrijven over het licht dat je moet volgen, als je niet in het donker wil achterblijven.

Ook de recensent(e) van librel.be (11.03.2016) klonk erg positief:

une magnifique histoire d’amour avec cette phrase réconfortante qui résume le climat du roman, dite par Olivia à Bé :

Weet je wat (…) Er is niets ter wereld wat meer betekent dan iemand te vinden die het onprettige van alleen-zijn wegneemt (vertaling Liesbeth Huijer)

Op cathulu.com (21.11.2016) klonk het zo:

Une découverte réjouissante (…) Plus que cette histoire d’amour, toute en délicatesse et ellipses, c’est le personnage d’Olivia, en chemin vers sa liberté et le style de l’auteure qui ont su emporter mon enthousiasme.

Recensenten verschillen wel vaker van mening. Zo schreef Solgunn Solli dat Olivia houdt van haar job in de smelterij, terwijl Nico Voskamp van oordeel was dat ze die job

intens haatte

En dat brengt me dan bij Tine Sundal die op haar website (15.11.2018) bekende:

Er is me duidelijk iets ontgaan, want als ik lees wat een unaniem perskorps over het boek zei toen het verscheen, herken ik mezelf daar niet in.

Die indruk heb ik eerlijk gezegd ook.

Mona Høvring, Wachtruimte in de Atlantische Oceaan, vertaald door Liesbeth Huijer, Zaandam (Uitgeverij Oevers), 2024   ISBN 978-94-9336-703-2


Niet vertaald, maar absoluut de moeite waard is Camillas lange netter **** (2013)

De titel roept dadelijk associaties op met Camilla Colletts autobiografische I de lange Nætter uit 1862 en dat is helemaal terecht: aan het woord is ook hier de schrijfster van Amtmandens døttre, die terugkijkt op episodes uit haar leven. Maar Høvrings boek is niet zomaar een “modernisering”. In Dagsavisen (29.10.2014) heeft ze het over “een cover”: een term uit de popmuziek die verwijst naar een nieuwe versie van een eerder uitgebracht werk:

ik ben de tekst trouw gebleven, maar tegelijkertijd heb ik hem ruw behandeld (…) Het was geen werk op bestelling, het is dus een stoutmoedig project. Ik vond een meer dan goed boek dat ik begon op te delen, open te breken, min of meer te vernielen. (nrk.no, 24.08.2013)

Miriam Boulos (lesendeskrivende.blogspot.com, 10. 08.2014) formuleert het zo:

Het verhaal is van Camilla Collett, de stem is van de lezende en empathische auteur Høvring.

De verschillen met het origineel zijn opvallend. Høvrings radicale Bokmål contrasteert sterk met Colletts Deens-Noors. Høvrings boek is ook heel wat beknopter (zo’n 85 bladzijden), maar het is wel heel knap geschreven en net zoals Colletts boek vol beheerste emotie, zoals in dit fragment over haar broer Henrik Wergeland:

Kan het leven van een dichter afgemeten worden aan de lengte ervan? Een zijderups leeft maar enkele dagen. Dan wordt ze een vlinder, en sterft. In de loop van haar leven heeft ze heel veel zijde gesponnen, en nieuwe zijderupslevens, nieuwe vlinders voortgebracht. Henrik werd maar 37, maar als dichter leefde hij een rijk en hartstochtelijk leven. Had hij langer geleefd dan zou zijn leven vol ontgoocheling, berouw en onherstelbare schade zijn geweest. Want rationeel zou Henrik nooit geworden zijn, en daarom sloten de goden zijn ogen voor hij de pijn van het inzicht ervoer. Op zijn sterfbed zei hij: Ik ben een dichter geweest, niets anders.

Een originele en subtiele roman

noemde Turid Larsen (Dagsavisen, 21.08.2013) Camillas lange netter:

Camilla Collett zou zuchten van tevredenheid slaken bij het lezen van het werk van haar 200 jaar jongere collega.

Een uitgebreide bespreking van de roman vind je hier.

Voor Camillas lange netter werd Mona Høvring genomineerd voor de Nordisk Råds Litteraturpris 2014.


Mona Høvring, Camillas lange netter, Oslo (Oktober), 2013  ISBN 978-82-495-1291-1


Meisje met doodshoofd (2021), de Nederlandse vertaling van Mona Høvrings Jente med dødningehode (2017) is een tweetalige uitgave: aan de linkerkant staat telkens Høvrings Noorse tekst, aan de rechterkant Liesbeth Huijers Nederlandse vertaling.

Zoals de ondertitel aangeeft kunnen de teksten ruwweg in twee categorieën verdeeld worden: de (rijmloze en op de spreektaal geënte) gedichten en de lotsverhalen, die vaak iets van sprookjes weg hebben – die term wordt trouwens een paar keer in de titels gebruikt. Als het teksten met een boodschap zijn, dan laat Høvring het aan de lezer over om die tevoorschijn te halen.

Jente med dødningehode is (na een inleidende tekst) onderverdeeld in zes delen:

* Om frø og hvordan de sprer seg (“Over zaden en hoe ze zich verspreiden”), waarin een ik-figuur aan het woord is.

* Hyperfraser (“Hyperfrasen”), waarin voortgeborduurd wordt op citaten, vooral uit literaire werken.

* Hun bærer ringen min (“Zij draagt mijn ring”), waar “du” og “vi” domineren.

* Jenta fra verdensrommet vender tilbake (“Het meisje uit de ruimte keert terug”) waarin een fragmentarische toekomstvisie gepresenteerd wordt.

* Alle mine kjære (“Al mijn dierbaren”) met liefde als belangrijkste onderwerp.

en het afsluitende

Ei gullåre (“Een gouden ader”), veruit de langste tekst en met referenties naar het Bijbelverhaal over de geboorte van Christus.

Van een bundel met het woord “dood” in de titel verwacht je dat dit motief een centrale plaats inneemt en dat klopt tot op zekere hoogte. Enkele voorbeelden (alle vertalingen zijn van Liesbeth Huijer; het nummer verwijst naar de pagina)

Ik fantaseerde dat mijn ouders mij een zusje zouden geven, met wie ik in het eikeltjesbos kon spelen. Maar dan ging het kleintje misschien dood (15)

Je vader is alleen. Hij redt het niet zonder jou (17)

Ze leek op mijn moeder op de dag dat mijn vader doodging (23)

Mijn vader zou doodgaan (25)

Je rook naar dood, zoals God af en toe naar dood ruikt (27)

De dood was een valk met glazen ogen (53)

Op weg naar het dodenrijk zal je je herinneren dat kamperfoelie koeien, boter en computers beschermt (65)

De zus die verdronk verloor haar verstand (87)

Een aantal andere motieven sluiten daarbij aan:

woede/haat

Haat komt van mijn moeder (…) als ik me van het leven beroof, zal haat me zegenen (11)

’s Nachts droomde ik dat mijn tanden los zaten, dat ik het portret van mijn ouders had vernield. Kwaad was ik, echt witheet (41)

verdriet

de lasso van verdriet die het huis naar me uitgooide (25)

schroom (21)

vervreemding

Toen ik klein was, was ik in een vreemde stad (35)

vlucht (12)

verval (16)

beschuldiging

Je doet niets anders dan mijn schotels kwijt maken (43)

scheiding (62)

herinnering (18)

heimwee (99)

oud worden (46)

en natuurlijk ook

droom

Ik droomde over haar. Ze was een vuurvliegje. (99)

Positieve gevoelens zoals o.a.:

troost (15)

samenhorigheid (64)

hulp (23)

samenhorigheid (55)

en

liefde

Liefde is de reden dat ik je schrijf (27)

Ik word makkelijk verliefd: een vrouw met een badmuts, een IJslandse valk, een anachronistisch meubelstuk, geërfd van een ver familielid. (91)

Ik heb zin om je een zijdezachte overvloed te geven (95)

zijn er ook.

God duikt een paar keer op, maar erg betrouwbaar is hij niet:

Daar ontmoette ik God en God zei: “Je hebt nu een begaanbare ziel en als je me roept, zal ik af en toe antwoorden.” (13)

Arme God die alleen was toen hij die zalige droom verzon (37)

Soms is hij een meervoud en gedraagt hij zich zoals de goden uit de antieke cultuur:

En de goden kwamen. En de goden maakten ruzie. Ze schreeuwden: “Leef zoals wij, jij die het zwaar hebt.” (67)

Opvallend is de aandacht/vrees/hoop voor de toekomst, die vooral in “Het meisje uit de ruimte keert terug” duidelijk aanwezig is. Die toekomst oogt onzeker:

Wie had de toekomt in de ongeborenen gezet? “Er gaat veel werk in een mens zitten,” zei het meisje uit de ruimte “en te veel werk kan het hart hard maken.” (71)

“Wat moeten we met al die hulpeloze kennis? vroeg het meisje uit de ruimte. “Een schat vinden? De rivieren met rotzooi vullen? En wat moeten we met de vrije wil? Als een mol onder de grond leven, als een ringslang in het moeras, of als een wolf die rondsluipt op scherpe klauwen? (77)

Literaire verwijzingen zijn het meest expliciet aanwezig in “Hyperfrasen” (de verwijzing naar “hypertekst” is duidelijk), maar komen ook elders voor: Eugene O’Neill in “De rouw kleedt Elektra uit”, Goethe in “Tips voor de verzorging van alpenviooltjes” en de bijbel in de afsluitende tekst.

Jente med dødningehode kreeg goede kritieken. Een selectie

Scherpzinnige en raadselachtige gedichten over een meisje dat vraagt (“Dus waarom zou ik verder leven?”), fantaseert (“Verlegen groet ik de liefde “) en constateert (“Voor de waarheid ben ik nooit waar”)” (Kaja Schjerven Mollerin, Klassekampen, 09.12.2017)

Mona Høvring lezen kan zowel bevrijdend als verbazingwekkend zijn. Misschien omdat de thema’s in haar teksten – liefde, seksualiteit, verlies, verdriet – op zo’n ongedwongen en vanzelfsprekende manier worden behandeld. De gedichten kunnen oneerbiedig, te goeder trouw en veel van spreektaal weg hebben – en tegelijkertijd een onderliggende ernst behouden. Ze kunnen overvloeien van droefheid of zwelgen in grote woorden, maar bezitten ook dan nog altijd een zekere luchtigheid (…) vertrouwde verhalen en thema’s krijgen een nieuw geluid, een nieuwe horizon, een nieuwe inhoud om doorheen te zeilen. (Katrine Heiberg, Morgenbladet, 03.02.2017)

De verzamelde gedichten van Mona Høvring verlenen zich niet tot eenvoudige samenvattingen. In plaats daarvan zijn het solide voorbeelden van de kunst van het gedachtesprongen maken. (…)

Een zwijn vond een parel in het bos. De parel lag te peinzen over de raadsels uit het verleden. Ben ik rein en rechtvaardig, dacht de parel, ben ik de hemel waardig? Maar het zwijn herkende de parel en om het sieraad te beschermen, wierp hij zich in het meertje (57)

Deze parel is iets merkwaardigs. Niet alleen is hij bezield, hij heeft diepe gedachten en zelfs religieuze twijfels, vooraleer het gedicht plotseling inbreekt met iets raadselachtigs: wat betekent het dat “het varken de parel herkende”? En waarom wierp het varken, zich in het water? Ja, om “het sieraden te beschermen”! Wat betekent dat in hemelsnaam? Als het “de gebieden erotiek, seksualiteit en het probleem van de intimiteit in de ontmoeting tussen mensen thematiseert”, wat ik helemaal niet volledig verwerp, dan gebeurt dat in ieder geval op nogal subtiele manieren! (Espen Grønlie, http://www.krabbenpoesikritikk.no, 20.10.2022,  in een bespreking van Mona Høvrings Samlede dikt, 1998–2022)

Wat betekent de titel van Mona Høvrings dichtbundel? Het meisje heeft een merkteken, het merkteken van de dood. Maar het teken is erg dubbelzinnig. Het is een afschrikmiddel, alsof het op een gifcontainer stond, maar het fungeert tegelijkertijd als merkteken en zegel, wijzend naar een bepaalde toekomst, een overgang naar een andere toestand en waarde. Het teken kan ook betekenen dat het meisje voor altijd getekend zal zijn met de dood zolang onze wereld zo onvrij is ingericht als hij is. Het teken is dan niet alleen een een stabiel gegeven, maar een keurslijf, een gevangenis, een gereedschap voor de machthebbers. (…) Door een doodsteken op het voorhoofd van het meisje aan te brengen, bevrijdt de dichter haar uit deze beperkende, onvrije slavenwereld. (Sindre Ekrheim, humbaba.no, 19.01.2017)

De thematiek is voor een groot deel dezelfde als in Høvrings vorige boeken: opgroeien, de moeilijke puberteit met verlangens en aandriften die in vele richtingen uitwaaieren. Het meisje in dit lotsverhaal voelt zich een “alien”, en daar is alle reden voor: haar ouders hebben duidelijk genoeg met hun eigen bekommeringen, hun eigen leven, hun eigen dood. (Eirik Lodén Stavanger Aftenblad, 19.02.2017)

Twee meisjes zitten in een roeibootje. Het ene meisje roeit, het andere draagt een bloemenkrans op haar hoofd. De omslagillustratie, getekend door Maj Lindman, is afkomstig uit Flickornas julbok (1932) en signaleert de onschuld van het jonge meisje en de zomeridylle. Maar gecombineerd met de titel, Jente med dødningehode, krijgt de afbeelding iets verontrustends. Kan het roeibootje kapseizen? Heeft de krans doornen? Deze ambivalentie tussen idylle en tragiek, onschuld en schuldgevoel, is kenmerkend voor Mona Høvrings nieuwste dichtbundel. (…) Er is een constante en onderliggende angst dat alles in zinloosheid zal eindigen.


Een groot aantal van de teksten kunnen tot de “puntverhalen” gerekend worden [een puntverhaal is een kort verhaal waarachter heel wat gedachten schuilgaan. (…) Elders in de bundel schrijft Høvring een soort prozapoëzie. Of je zou kunnen zeggen dat het anekdotes zijn. Of kleine, pregnante sprookjes, die met hun eenvoudige sprookjeslogica op de pagina’s staan te trillen. In dat verband is er al verwezen naar de Amerikaanse dichteres Anne Sexton, die net als Høvring het sprookjesmotief gebruikt om de rol van de vrouw aan de orde te stellen.

(…)

Alle teksten van Høvring zijn verdicht, ze zijn beknopt, bondig, maar ook meerduidig. Ze geven dramaturgische richtingen aan en staan open voor verschillende interpretaties. Høvring is erg aanwezig en haar teksten zijn ingebed in de realiteit maar laten tegelijkertijd ruimte voor abstractie en reflectie. Tijdens het lezen viel het me op dat juist hier, in het realistische, concrete dat een abstracter perspectief opent, haar kracht als dichter ligt.

(…)

“Håpet var et bøyelig prinsipp”, las ik ergens in Jente med dødningehode. Niet alleen de zin is uitzonderlijk mooi. Hij zegt ook iets over wat aan het boek ten grondslag ligt: het roeibootje met de twee meisjes kan omvallen. Maar dat doet het niet. De bloemkroon kan doornen hebben. Maar die heeft hij niet. Het onderliggende beeld van dreiging, de apocalyps, fungeert als tekstueel weerwerk, terwijl de poëzie, door poëzie te zijn, er de nadruk op legt dat er hoop is. ((Sarah Selmer, BLA, 03.2017)

Het speelse en fantasievolle proza van Mona Høvring past als gegoten bij deze teksten die zich ergens tussen gedichten en verhalen bevinden. Het thema is opgroeien en puberteit, verlangen en hoop. De auteur maakt speels gebruik van contrasten en tegenstrijdigheden en neemt de lezer mee op een taalkundige ontdekkingsreis die niet alleen nieuwe inzichten oplevert, maar ook zicht biedt op verrassende taalconstructies (…) Jente med dødningehode is een vitaal stuk literatuur dat zowel vreugde, hoop als een dosis woede in zich heeft. (Gerd Elin Stava Sandve, Dagsavisen, 01.12.2017)


Mona Høvring, Meisje met doodshoofd. Gedichten en lotsverhalen, vertaald door Liesbeth Huijer, Maastricht/Amsterdam (Azul Press), 2021   ISBN 978-94-92401-38-0


Helt vanlige mirakler (2006) is een bundel met jeg- en ik-gedichten die opvalt door een combinatie van normaliteit en absurditeit, cryptische verwoordingen in een op zichzelf beschouwd eenvoudige taal.

Een bruisend boek met gedichten vol energie

noemt Truls Horvei (Haugesunds Avis, 19.04.2006) de bundel.

Veel van de gedichten hebben een duidelijke seksuele thematiek. Høvring zelf zegt daarover in een interview met Klassekampen (27.11.2007):

Er zit veel seksualiteit in deze gedichten, in zoverre dat vele ervan gaan over seksuele relaties, maar ik zie de bundel in zijn geheel als eerder sensueel dan seksueel […] We moeten ons realiseren dat we seksuele wezens zijn, of we nu celibatair zijn of promiscue. Het is een veelomvattend, bijna onuitputtelijk onderwerp. Ik gebruik de zogenaamde taboewoorden niet omdat ik wil provoceren, maar omdat ze functioneel zijn voor wat ik wil zeggen.[…] In Helt vanlige mirakler heb ik willen aanduiden dat wat op seksueel vlak als normaal beschouwd kan worden veel verder gaat dan de Noorse bisschoppen zeggen. Ik wil dat het seksuele in de poëzie opgevat wordt als iets moois en niet als iets vies en vulgairs.

PORNOGRAFISK SORG

poëzieblaadje: glanzende tekening over een onschuldig onderwerp:

voorbeelden van “glansbilder” — foto: Bergen Offentlige Bibliotek

Truls Horvei merkt terecht op dat de titels van de gedichten vaak niet overeenstemmen met de inhoud ervan, maar een soort contrast ermee vormen.


Mona Høvring, Helt vanlige mirakler,    (Oktober), 2006   ISBN 978-82-495-0409-1

Terug naar Home