
Olaug Nilssen (1977) is een Noors auteur die in het Nynorsk schrijft. Ze groeide op in Førde, woonde een tijd in Odda, maar woont nu in Bergen. Nilssen studeerde Vergelijkende Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Bergen en volgde een schrijfcursus aan de Academie voor Schrijven in Hordaland. Daarnaast volgde ze ook een cursus creatief schrijven aan de Heimly Folk High School in Finnsnes.
Nilssen was redactielid van het literaire tijdschrift Vagant en samen met Gunnhild Øyehaug was ze redacteur van het literaire tijdschrift Kraftsentrum. Ze is ook boekrecensent geweest voor Morgenbladet. Nilssen debuteerde in 1998 met de roman Innestengt i udyr en brak door met Få meg på, for faen (2005, ook verfilmd). Voor het sterk autobiografische Tung tids tale (over leven met een autistisch kind) kreeg ze in 2017 de Bragepris. In hetzelfde jaar won ze de door de krant Klassekampen uitgereikte Neshornet. In 2019 kreeg ze de Doublougprijs.
Yt etter evne, få etter behov **** (2020) (Nederlandse vertaling: Naar beste kunnen, 2022) bestaat uitsluitend uit ik-delen waarin verschillende personen aan het woord komen. Dit is een overzicht van de belangrijkste personages:
► Gudrun en haar man Sverre hebben drie dochters. Gudrun
geeft ons een kijk op de rol van vrouwen in het verleden en het heden, en toont hoe de verwachtingen over wat vrouwen mogen doen veranderd zijn. (Bergens Tidende, 09.10.2020)
Sverre is eerder passief, iemand die niet graag verantwoordelijkheid neemt. Hun drie dochters zijn:
* Rakel is de oudste dochter en lerares talen. Ze
is één enkele snaar van plichten, die zo strak gespannen staat dat je haar niet kunt bespelen (…) laat zich nergens door van slag brengen (vertaling Liesbeth Huijer)
zegt haar zus Lea
Gudrun omschrijft haar als
vaardig, effectief en plichtsgetrouw (vertaling Liesbeth Huijer).
Ze had een tijd een relatie met Torfinn, maar wou geen kinderen. Ze heeft iets ascetisch, tot ze uiteindelijk een uitschuiver maakt.
* Haar twee jaar jongere zus Lea werkte in een reclamebureau, maar zit nu al geruime tijd thuis met iets wat een combinatie van een burn-out en chronisch vermoeidheidssyndroom lijkt. Ze heeft weinig realiteitszin en verdoet haar tijd met spelletjes spelen op de ipad en met posten op facebook. Rakel heeft een zoon Benjamin (vader onbekend) die mentaal gehandicapt maar fysiek sterk en vaak onhandelbaar is. Lea kon haar zoon niet de baas en Rakel heeft al een hele tijd de zorg over hem overgenomen.
Voor de relatie tussen Rakel en Lea heeft Nilssen in interviews verwezen naar een passage in het evangelie van Lucas (10:38-42). In een ingezonden stuk in de krant Klassekampen had ze zich in 2019
al mateloos geërgerd aan wat zij Jezus’ rangschikking van de zussen noemde. (Anne Merethe K. Prinos, Aftenposten, 09.10.2020
Dit is de passage in kwestie
In die tijd kwam Jezus in een dorp, waar een vrouw die Marta heette, Hem in haar woning ontving. Ze had een zuster, Maria, die gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden.
Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: ‘Heer, laat het U onverschillig, dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen.’
De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts een ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden.’
Nilssen vindt het verhaal van Martha en Maria interessant in termen van gendergelijkheid, in elk geval als je het historisch bekijkt. Elke zichzelf realiserende Jezus of Maria is afhankelijk van iemand als Martha om al het routinewerk te doen.
De afwisseling tussen de plichten thuis en het realiseren van jezelf is een echte strijd geweest voor vrouwen. De strijd is in principe gewonnen, maar in Yt etter evne, få etter behov wordt ze op de spits gedreven.
De vraag wie verantwoordelijk moet zijn voor de zorg voor de verstandelijk gehandicapte Benjamin zorgt ervoor dat begrippen als “plicht” en “vrijheid” weer opduiken. (Kjetil Kopren Ullebø, Bergens Tidende, 10.10.2020)
De Noorse titel Yt etter evne, få etter behov verwijst dan weer naar een marxistisch postulaat: “Fra enhver etter evne, til enhver etter behov”, dat vaak aan Karl Marx toegeschreven wordt, maar eigenlijk voor het eerst door de Franse politicus Louis Blanc (1811-1882) geformuleerd werd: “à chacun selon ses besoins, de chacun selon ses facultés.”
* Linda is een nakomertje. Ze is arts en getrouwd met Ulv, met wie ze twee jonge kinderen heeft: Siv en Runa. Linda vindt zichzelf nogal perfect:
Linda is een typisch twistziek zusje dat familieleden de hele roman door tegen elkaar opzet. Nilssen heeft voldoende nuance ingebouwd om te voorkomen dat ze een karikatuur wordt van een wijsneuzig en jaloers zusje. (Bergens Tidende, 09.10.2020)
►Het belangrijkste nevenpersonage (en geen familielid) is Petter, een begeleider van mentaal gehandicapte personen. Hij komt helemaal vooraan in de roman als eerste aan het woord wanneer hij Benjamin op 1 december naar zijn pleegmoeder Rakel brengt, en die niet thuis blijkt te zijn. Dan volgen flashbacks naar drie dagen in november, waarin Lea, Rakel en Gudrun elkaar commentariërend afwisselen. Ten slotte komt Petter voor de tweede keer aan het woord, opnieuw op 1 december.
Yt etter evne, få etter behov kreeg erg positieve beoordelingen:
► Alles speelt zich af op vier dagen in november en eindigt op 1 december (…) Dat geeft de roman een compactheid en een elan, met beschrijvingen van de steeds weerkerende onderlinge meningsverschillen tussen zussen/dochters/moeder en een hele reeks scènes met de voortdurend veeleisender wordende Benjamin die een onuitwisbare indruk nalaten. (Guri Hjeltnes, VG, 10.10.2020)
► Ik zie dat je moe bent, maar ik kan niet alle stappen in jouw plaats zetten. Maar hoe zal het aflopen indien niemand bekommerd is of het de moeite niet vindt om met je mee te gaan, vraagt Olaug Nilssen zich af in haar warme en wijze nieuwe roman.(…) Af en toe bestaan er geen eenvoudige oplossingen voor moeilijke problemen. (Gerd Elin Stava Sandve, 21.10.2020)
► Het geniale (…) is niet het portret van Benjamin zelf, maar van iedereen rond hem. (Marta Norheim, nrk.no, 04.02.2021)
► De roman geeft een overtuigend beeld van hoe zorg en zelfzorg in elkaars tegenpolen kunnen veranderen. (Bergens Tidende, 09.10.2020)
► Het gebruik van korte hoofdstukken en verschillende vertellers maakt van de roman een echte page-turner. (Tine Sundal op haar blog, 24.10.2020)
Wat verder opvalt is dat nogal wat recensenten de roman ernstig én geestig vinden:
► Er zit heel wat humor in de roman. Geen grappen die je hardop doen lachen, maar kenmerken en types die om een slimme glimlach vragen. (Gerd Elin Stava Sandve, Dagsavisen, 21.10.2020)
► Turbulente, humoristische en boeiende roman over conflicten binnen een familie (Bergens Tidende, 09.10.2020)
► Benjamins toestand lokt onderling erg verschillende reacties uit bij degenen die het dichtst bij hem staan. Het is niet alleen mooi, maar ook boeiend. En – tegen alle verwachtingen in – erg vermakelijk. (Marta Norheim, nrk.no, 04.02.2021)
► Er zit genoeg lering in dit boek. Maar ook veel humor en geestigheid, zoals de tirade als het over games en sociale media gaat. De zieke Lea speelt helemaal alleen Hay Day op haar iPad en plaatst foto’s op het internet die ze misschien beter niet zou plaatsen. En de beschrijving van de besloten Facebookgroep van de familie wekt de lachlust op wanneer de jongste dochter zich beledigd voelt door jeugdfoto’s waarop de kinderwagen met haar erin de schaduw wordt gezet. (Guri Hjeltnes, VG, 10.10.2020)
Het zal wel aan mij liggen, maar ik vind toch dat de ernst de boventoon voert. Dagbladet (17.10.2020) formuleerde de probleemstelling zo:
Nilssens nieuwe roman is bijzonder herkenbaar en een sprankelend goed portret van een familie die een breekpunt nadert. Wie neemt de verantwoordelijkheid op zich voor iets dat niemand echt aankan?
Yt etter evne, få etter behov werd genomineerd voor de Ungdommens kritikerpris, de Bokhandlerpris en de Bragepris, en won de P2-lytternes romanpris.

Olaug Nilssen, Naar beste kunnen, vertaald door Liesbeth Huijer, Zaandam (Oevers), 2022 ISBN 978-94-9206899-6
Olaug Nilssen brak in 2005 door met Få meg på, for faen ****, een half-experimentele, bizar humoristische roman waarin drie vrouwen centraal staan. Alle drie hebben ze een link met Sebjørn, de eigenaar van de “nærbutikk” (“buurtwinkel”) in Skoddeheimen. Sebjørn is getrouwd en heeft acht dochters.
De 20-jarige Maria is Sebjørns oudste dochter. Ze studeert sociologie en heeft daarnaast ook een studentenjob: ze maakt schoollokalen schoon. Maria, aan wie de studenten tijdens haar poetswerk geen aandacht schenken, droomt ervan om op televisie te komen en dan geïnterviewd te worden:
“Het belangrijkste”, zou ze tegen de reporter zeggen (…) “[is] om bemind te worden. Dan komt de rest vanzelf”.
Ondertussen werkt Maria aan een referaat met als titel:
Bespreek de omstandigheden die in het huidige beroepsleven gemeenschapszin belemmeren en bevorderen. Analyseer hoe dit de machtsverhoudingen in de samenleving beïnvloedt. Gebruik ter illustratie voorbeelden uit verschillende onderdelen van het beroepsleven.
Ze stelt zich tijdens het schrijven voor hoe de presentatie zal verlopen en haar fantasie slaat daarbij op hol, bijvoorbeeld wanneer ze de onvriendelijkheid en de arrogantie van het onderwijzend personeel tijdens haar poetsbeurten moet illustreren:
Als op commando ging de toiletdeur aan het einde van de gang open, en een man stak zijn hoofd naar buiten en riep:
Er is hier geen zeep of papieren handdoeken!
En op hetzelfde moment kwam de keurige man van het eerste kantoor de trap op rennen. Hij zwaaide met het witte servet en vlak achter hem kwam zij die dat verhaal verteld had tijdens de lunch, ze strompelde naar ons toe omdat het moeilijk was om te rennen met haar armen over elkaar en haar neus in de lucht, maar beiden riepen:
We hebben er genoeg van!
Toen gingen alle kantoordeuren in de gang tegelijk open en alle hoofden kwamen tegelijkertijd naar buiten en schreeuwden:
−Poetsen! Poetsen!
En ten slotte klingelde de lift nog een keer, en de Counter-Strike-student sprong eruit, gekleed in een kostuum geïnspireerd op het pc-spel. Toen hij zijn vuurwapen ophief en het recht op mij richtte, kwamen de chef, Elin en Kristin eraan, en ze riepen alleen maar:
− “Schiet!
Maar voordat de student de trekker kon overhalen, verloor ik het bewustzijn.
Helemaal vooraan in het boek komt Nilssen met een waarschuwing:
“Artur og Alma” is een tekst, die beschrijvingen van seksuele fantasieën bevat. Sommigen zullen deze beschrijvingen waarschijnlijk aanstootgevend vinden.
en die verwijst naar het tweede hoofdpersonage, de 16-jarige Alma:
Hij raakte me aan met zijn pik.
“Hij” is Artur, en in een dronken bui zou hij haar zijn pik getoond hebben en haar ermee aangeraakt hebben. Dat beweert Alma in ieder geval. Nilssen laat de lezer lange tijd in het ongewisse of dat nu echt gebeurd is. Haar vriendinnen geloven er in elk geval niets van en beginnen haar te mijden.
Arturs “demarche” heeft echter een belangrijke impact op Alma’s gedrag: ze begint aan een lange reeks uitgebreide zelfbevredigingssessies, belt geregeld naar sexnummers en steelt een pornoblad. Op de achtergrond speelt ook een generatieconflict met haar moeder, die haar verplicht een parttime job aan te nemen in Sebjørns winkel. Arturs conclusie is ondertussen duidelijk:
We zitten in de hoek waar de klappen vallen.
De derde vrouw in het rijtje is Sebjørns vrouw. Hoe ze heet komt de lezer niet te weten: er wordt altijd naar haar verwezen als “kona til Sebjørn”. Ze is niet echt tevreden over het leven dat ze leidt:
Ik ben een traditionele moeder (…) ik ben in dienst van de familie, zonder loon, ik doe al het huishouden, ik zorg voor alles, ik kook al het eten, maar krijg ik ooit een bedankje Nee! Dat gebeurt nooit, ze beschouwen alles wat ik doe als vanzelfsprekend.
en dat zorgt ervoor dat de relatie met Sebjørn niet helemaal optimaal is. Sebjørn zelf staat voor een reality check, en dan vindt Sebjørns vrouw een doel waarvoor ze zich kan inzetten:
Wat Nilssens vrouwenfiguren gemeen hebben, is de neiging tot dagdromen, en de droom om iets groots te bereiken. (Cathrine Krøger, Dagbladet, 29.10.2005)
Tijdens een lunchpauzegesprek hoort Sebjørns vrouw dat de plaatselijke koolraapverwerkingsfabriek met sluiting bedreigd wordt omdat koolraap niet echt een populaire groente is, en ze besluit om naar Oslo te reizen en daar in of voor het parlementsgebouw te demonstreren tegen een eventuele sluiting. Voor Tom Høgås (Nordlys, 28.11.2005) was dit deel van het boek
een parodie op het feminisme van de jaren ’70
Få meg på, for faen is tragikomisch en absurdistisch met personages die eerder types dan echte personen zijn. Nilssen vertelt alles in een flitsend tempo waarbij de lezer geregeld en gewild een aantal keren op het verkeerde been gezet wordt. Ella Andrén (dagensbok.com, 08.03.2013) had het over
een vreemde, ietwat zwarte humor. (…) terwijl de lezer een groot deel van de tijd in onzekerheid wordt gehouden. Is wat er gebeurt echt of zit het alleen in de hoofden van de personages?
In een interview met de veelzeggende tittel “Kålrot og kåtskap” (“Knolraap en geilheid”) (Dagsavisen, 28.10.2005) zei Olaug Nilssen o.a.:
Dat zoveel mensen op tv willen komen, vind ik triest. Maar gezien willen worden is een fundamentele behoefte (…) Ik zag een journalist op tv die niet wist dat hij in de uitzending zat en schreeuwde: “Ik wil erin, verdomme!” De titel gaat over op tv komen, maar heeft ook een meer metaforische betekenis. Alma is ‘uit’ – ze is een sociale paria – en moet er weer “in”.
Vaak wordt de titel echter ook veel specifieker geïnterpreteerd. Zo vertaalt Liesbeth Huijer hem op haar website als “‘Wind me op, verdomme’!”, en ze is lang niet de enige; zoals o.a. blijkt uit de filmposter (zie onderaan).
Thomas Heiersted (www.academia.edu) vatte de tendens van het boek zo samen:
Via hun zoektocht naar intellectuele appreciatie, een eigen job en seksuele bevrijding proberen de hoofdpersonen zin te geven aan hun eigen leven en willen ze anderen tonen wat voor mensen ze zijn. (…) Het boek behandelt ook een andere centrale kant van het mens-zijn: geconfronteerd met een ervaring die we niet leuk vinden, niet de baas kunnen of kunnen veranderen, is de weg kort naar de fantasie en de levensleugen.
Een boek dat anders is dan alle andere
schreef Ann Kristin Ødegård (Bergensavisen, 14.11.2005):
Olaug Nilssen houdt de lezer in haar greep met overdrijvingen, herhalingen en absurde humor.
Voor Cathrine Krøger was Nilssens roman
piekerig noch pijnlijk. Daarvoor heeft ze te veel humor.
Het meest kritisch in zijn appreciatie was Tore Høgås, die het boek
onsamenhangend en ongefocust
en
moeilijk om te omschrijven waar Olaug Nilssen eigenlijk naartoe wil
vond, maar wel lof had voor het Alma-deel met zijn focus op Alma’s
pijnlijke wanhoop en eenzaamheid

Olaug Nilssen, Få meg på, for faen, Oslo (Det Norske Samlaget), 2005
ISBN 82-521-6522-2
In 2007 werd Få meg på, for faen bewerkt voor het theater. De première vond plaats op 08.10.2007 in Det Norske Teatret in Oslo.

Regisseur Marit Moan Aune (Nationen, 01.11.2007) zei over de vorstelling:
Maar ook al staat seksualiteit centraal in het stuk, toch gaat het niet alleen over seks (…) Er is veel humor. Het stuk zal nauwelijks choqueren, maar kijkers zullen waarschijnlijk wel vinden dat het iets pijnlijks heeft. Voor mij is het belangrijk geweest om al de kwaliteiten die in mensen schuilen, naar voren te brengen. Over de angst om iets verkeerds te doen, over de dingen waar we liever niet over praten, zoals de egoïst die in ons allemaal woont en onze seksualiteit.
In 2011 bewerkte Jannicke Systad Jacobsen het Alma-deel van Få meg på, for faen tot een scenario en nam ook de regie op zich. De film won de prijs voor beste scenario op het

Tribeca Film Festival in New York en kreeg in 2012 de Amanda prijs voor beste Noorse speelfilm.

de vrijmoedigheid en doldriestheid die Jannicke Systad Jacobsen toont in haar beschrijving van onbedwingbare vrouwelijk-puberale seksuele jeuk doet fris en nieuw aan.
schreef Dag Sødtholt (Montages.no, 26.08.2011).
Trailers van de film vind je hier
en hier
en hier (met Engelse onderschriften).
Terug naar startpagina
