
Sara Sølberg (1983) debuteerde in 2016 met Seismiske smell, waarvoor ze genomineerd werd voor de Tarjei Vesaas-debutantenprijs. In 2017 kreeg ze de literatuurprijs van de NTNU, de Noorse Technische Universiteit in Trondheim.. Sølbergs tweede roman Sarabande verscheen in 2023. In beide romans is het milieu een belangrijk thema. Daarover zei ze in een interview in Dagsavisen (27.02.2017):
Voor mij is de mens niet echt een robuust wezen. In tegenstelling tot andere soorten die waarschijnlijk beter in staat zijn om de milieuveranderingen te overleven, ben ik van oordeel dat er voor het menselijk ras maar een korte tijd op aarde weggelegd is. Maar net onze zwakheid zorgt ervoor dat we heel erg goed zijn in het ontwikkelen van hulpmiddelen die we nodig hebben om te overleven, en misschien vinden we ook wel oplossingen voor de klimaatveranderingen.
De 31-jarige verteller van Sarabande*** heet Silja – iets wat we pas ongeveer halverwege de roman te weten komen. Ze werkt als hovenier in de Botanische Tuin en dat ze zich erg veel zorgen maakt over de aftakeling van het milieu is al vanaf de eerste bladzijden duidelijk:
We zijn de eerste soort die zichzelf uitroeit, en die tegelijk in staat is om die uitroeiing vast te leggen.
(vertaling Liesbeth Huijer)
Vaak ligt menselijke onwetendheid aan de basis van milieurampen. Heel relevant is in dat verband de verwijzing naar de “mussenvervolging” tijdens de Chinese Culturele Revolutie.
Dat de natuur een erg belangrijk thema is in Sarabande, blijkt ook uit Silja’s (soms onverwachte) observaties over planten en dieren.
Het op de dool zijn van de natuur wordt aanvankelijk op een surrealistisch aandoende manier aangetoond: allerlei insecten maken zich massaal meester van Silja’s appartement.
Hoewel: surrealistisch? Misschien is het gewoon wat “Silja” denkt te zien, want dat is het tweede belangrijke onderwerp van de roman: Silja lijdt (niet voor de eerste keer) aan een psychose en verliest daardoor soms het contact met de werkelijkheid.
Ze wordt opgenomen in een psychiatrische instelling. Eerst in de gesloten afdeling ervan, later in de open afdeling, en nog later keert ze terug in de maatschappij en lijkt er een soort symbiose met de natuur aan te komen.
Wat zeker opvalt is dat Silja’s betoog, wanneer ze het over de natuur heeft maar even goed wanneer het over haar psychose gaat, erg “wetenschappelijk” onderbouwd”. In de tekst krioelt het van wetenschappelijke termen (litosfær, cyanobacterie, eukaryote, symbiogenese, karbonkretsløp, neonikotiniod, cordyceps, formeringsteknikk, biomimetikk, jevndøgnslinje …..) en namen van specifieke planten en insecten (tagetes, ringblomst, alm(efrø), pelsbille, klapregresshopper, elvesandjeger, karminspinner, dynsandstekel, strandvindel, majorstubille, ….)
Vertaler Liesbeth Huijer moet er in elk geval een stevige kluif aan gehad hebben…..
“Strandvindel” is zelfs in geen enkel vertalend woordenboek te vinden. Volgens NAOB is het
slyngende, flerårig plante i vindelfamilien med hele blad og traktformede hvite eller rosa blomster; vitenskapelig navn Calystegia sepium
meerjarige slingerplant uit de windefamilie met hele bladeren en trechtervormige witte of roze bloemen; wetenschappelijke naam Calystegia sepium
een soort “haagwinde” dus… Dit zou hem moeten zijn:

CC BY NC SA 3.0
En de “majorstubille” is een soort spektor; de naam komt van het Oslose stadsdeel waar hij voor het eerst gevonden werd:
Je bent nooit te oud om wat bij te leren….
Die wetenschappelijke inslag is niet verwonderlijk voor wie achteraan in de roman kijkt naar de lijst van boeken die als “inspirasjonskilder og videre lesning” gebruikt kunnen worden.
Een derde motief dat een aantal keren opduikt is de blijkbaar moeilijke relatie tussen Silja en haar moeder – van een vader is de hele roman lang geen sprake. Ze zien elkaar maar zelden en van veel interesse van de moeder voor haar dochter is blijkbaar geen sprake:hHun enige directe contact in de roman gebeurt via de telefoon.
De overige personages zijn eerder perifeer en worden met een letter aangeduid: E. en A. zijn psychiaters, K. helpt haar bij het mediteren, V. is een ongeschoolde hulpverpleger, B. en I. zijn vriendinnen.
Stilistisch bestaat Sarabande vooral uit vrij korte zinnen en langere zinnen met daarin veel nevenschikking. Een bijzondere plaats nemen de korte, cursief gedrukte observaties in die tussen de eigenlijke tekst staan (in de Nederlandse vertaling hebben ze een ander lettertype en worden ze “verticaal” afgedrukt). Deze korte passages gaan vooral over dieren en hun gedragingen: misschien zijn het fragmenten uit het dagboek dat Silja op aanraden van een van de psychiaters bijhoudt…
Over de romantitel staat er in de tekst:
Ik lig op de vloer naar de sarabande in Bachs Vijfde cellosuite te luisteren (…) De cello is het instrument dat de menselijke stem het dichtst benadert: sopraan, alt, tenor en bas.
Het is een langzame, voorspelbare maatsoort, een ritme waar ik iets mee kan (…) dat ritme was vroeger anders, is met de tijd veranderd (…) het tempo ging in elk geval van een 3/2 maat naar een langzamere 3/4 maat. Verandering vindt ongemerkt of door een revolutie plaats, plotselinge wendingen. Degenen die de dans in de oorspronkelijke vorm uitvoerden, zouden hem nu waarschijnlijk niet meer herkennen. (vertaling Liersbeth Huijer)
De parallel met de natuur is duidelijk. Voor Sigmund Jensen (Stavanger Aftenblad, 01.12.2021) verwijst de titel naar de dans, naar Bach en misschien ook naar Bergman.
Zware thema’s en een hoop wetenschappelijke theorie: dit moet wel een moeilijk boek zijn. Dat is zeker niet het geval. Sølberg slaagt er merkwaardig goed in om de lezer bij het gebeuren te betrekken en houdt haar/hem handig in het ongewisse over wat er verder staat te gebeuren.
Sigmund Jensen had het in zijn recensie over
een intelligente, veeleisende en erg actuele roman, die opnieuw toont dat Sara Sølberg een ongewoon begaafde en boeiende auteur is.
Kulturfondstafetten Bokliste 2022 schreef:
de lezer maakt kennis met een psyche waarin fantasie en werkelijkheid zich met elkaar vermengen in een fragmentarische, associatieve tekst vol met natuurwetenschappelijke terminologie waarin een psychotische stoornis op een originele manier gekoppeld wordt aan de klimaatcrisis. Lezers die literaire kwaliteiten en originele vertellersstemmen appreciëren zullen veel plezier beleven aan deze krioelende composthoop van een boek.
Freddy Fjellheim (forfatternesklimaaksjon, 11.121.2021) was onder de indruk:
Ik heb nog niet vaak een boek gelezen dat zo diep neerdaalt in de wilde biotopen van de menselijke natuur, in de psychotische ineenstortingen, in een poging om de consequenties te overzien van het verschrikkelijke verlies aan levende soorten tijdens het antropoceen
Anna Husson (annahusson.com, 10.04.2025) vond Sarabande
een ambitieuze, geëngageerde en literaire verkenning van grensgebieden — tussen mens en natuur, waan en werkelijkheid, zorg en verlies. Sølberg kiest haar eigen pad, en dwingt je tot aandacht en reflectie. Geen gemakkelijke roman, wel een die je bijblijft.
Op gentleest.be schreef Hanne Puype:
Verwacht je (…) niet aan al te veel plot. Wel aan poëtische mijmeringen, het beschrijven van wroeten in de aarde, klimaatverandering, het uitsterven van dieren, eenzaamheid, maatschappijkritiek en kritiek op de psychologische gezondheidszorg. Het is fragmentarisch en zintuigelijk en doet je stilstaan bij wat de werkelijkheid is. Is er wel één werkelijkheid? Grote aanrader die meer aandacht verdient
En wie graag een recensie leest die uitsluitend uit vragen bestaat, kan hier terecht.

Sara Sølberg, Sarabande, vertaald door Liesbeth Huijer, Amsterdam, 2025
ISBN 978-90-8345592-1
Terug naar startpagina.

