Thomas Enger (1973) is een relatief nieuwe naam in de nog steeds groeiende groep van Noorse misdaadschrijvers. Hij werkte geruime tijd als journalist voor de internetkrant Nettavisen, en gebruikte de ervaring die hij daar opdeed als inspiratiebron voor zijn romans over de getraumatiseerde misdaadjournalist Henning Juul. Het eerste deel, Skinndød, verscheen in 2010 en was ook internationaal een succes: de rechten ervan werd aan meer dan 15 landen verkocht.
Volgens bog.guide.dk behoort Enger
tot de misdaadauteurs die bij het aanbrengen van structuur in hun roman, voortdurend wisselen tussen verschillende personages waardoor de lezer wat er gebeurt vanuit een soort hoger gezichtspunt volgt. Terzelfder tijd is het een werkwijze die spanning garandeert voor de lezer, die maar al te graag de samenhang tussen de constant onderbroken verhaallijnen wil kennen.
Als zijn literaire voorbeelden noemt Enger (brabok.no/node/307622) (Henning Mankell, John Hart (Niemand schrijft beter dan hij) en Harlan Coben (onovertroffen als het over plotopbouw gaat)
Engers raad aan beginnende schrijvers is:
Schrijven, schrijven, schrijven. En wanneer er dan een goed verhaal opduikt waarvan je vindt dat je het gewoonweg moet vertellen, zorg dan eerst voor een goed ontwerp. Besteed daar veel tijd aan voor je begint te schrijven, plan wat je zult schrijven en in welke volgorde. Dat is veel belangrijker dan men denkt. (digglit.no, 08.02.2013)



In Skinndød (2010) (Nederlandse titel: Schijndood*** (2012) werkt Henning Juul als misdaadjournalist voor de internetkrant 123nyheter. Twee jaar geleden sloeg het noodlot toe: bij een brand in zijn woning werd Juul zelf zwaar verbrand en slaagde hij er tot overmaat van ramp niet in zijn zoontje Jonas van de vuurdood te redden. De nachtmerries daarover achtervolgen Juul nog steeds en de vraag naar wat er nu juist op die dag gebeurd is en wie er achter de brand zit loopt als een rode draad door de vijf delen van de reeks.
Juul gaat na een periode van ziekteverlof die hij zelf omschrijft als “schijndood”, weer aan het werkt. Op de eerste nieuwe werkdag komt hij daarenboven nog te weten dat de nieuwe partner van zijn ex-echtgenote nu zijn directe chef bij de internetkrant is. Leuk is anders en de samenwerking in de eerste zaak waar ze mee te maken krijgen loopt dan ook aanvankelijk eerder stroef.
Die eerste zaak is overigens sensationeel genoeg. In een tent op de Ekebergsletta (de hele roman speelt zich in Oslo af) treft een vroege wandelaar het verminkte lijk aan van de filmschoolstudente Henriette Hagerup. Ze werd gestenigd en daarna tot aan haar hoofd in het zand begraven. Een van haar handen is afgehakt.
Het lijkt sterk op een sharia-geïnspireerde rituele moord, en Hagerups vriend, een Pakistaanse moslim, is de eerste verdachte en wordt gearresteerd. Dat hij wat te verbergen heeft is zonder meer duidelijk: wanneer de politie bij hem binnenvalt gooit hij zijn laptop in het haardvuur. Juul is echter niet zo overtuigd van zijn schuld: de man lijkt immers geen fervente aanhanger van de sharia.
Juul bijt zich in de zaak vast en ondervindt algauw dat hij hiermee wel eens zijn leven in gevaar zou kunnen brengen. Er volgt een tweede moord, en die lijkt verband te houden met de eerste, maar is dat ook werkelijk zo? Wanneer een filmmanuscript van de hand van Henriette Hagerup boven water komt lijkt het alsof een deel van dat scenario in de praktijk gebracht werd. En Henriette Hagerup, wat voor iemand was ze eigenlijk?
Skinndød werd al behoorlijk gehypet door Gyldendal nog voor het boek op de markt kwam:
Thomas Enger kreeg van de uitgeverij al voor de publicatie veel lof toegezwaaid. “Misschien wel het beste manuscript van een misdaadroman dat we ooit van een debutant gekregen hebben” vonden ze.
schreef Kurt Hanssen daarover in Dagbladet van 12.04.2010.
Het maakt het er niet gemakkelijker op wanneer de uitgeverij zegt dat ik misschien het beste manuscript van een misdaadroman geschreven heb dat ze ooit van een debutant gekregen hebben.
zegt Enger daar zelf over (NRK 5. feb. 2010).
Een aantal Noorse recensenten waren erg lovend over Engers debuutroman
Hij heeft een spannend en degelijk debuut als misdaadauteur afgeleverd, waarin hij er vooral in slaagt om fascinerende personages te creëren
schreef Linn T. Sunne (Oppland Arbeiderblad, 14.04.2010)
en
Er bestaat geen twijfel over dat Thomas Enger met zijn eerste misdaadroman een fraai stukje arbeid heeft afgeleverd. Het handelingsverloop doet naar adem snakken, met elkaar snel opvolgende hoogtepunten die de arme lezer dwingen tot verder lezen of hij dat nu wil of niet.
vond Gert Larsen (Kulturinfarta.no, 20.09.2010).
De al vermelde Kurt Hansen is nuchterder in zijn evaluatie:
Skinndød is een goede misdaadroman maar bijlange niet het meesterwerk dat men verwachtte. De handeling is spannend, maar ook overladen en enigszins rommelig
Hij heeft zeker een punt. Skinndød is af en toe spannend, met een aantal onverwachte
wendingen (en de typische twist in the tail) en is geschreven in een recht toe recht aan stijl. De karaktertekening van de centrale figuur, de getormenteerde Henning Juul is overtuigend, maar de andere personages komen nogal stereotiep over en dus minder goed uit de verf. Dat geldt zeker voor politie-inspecteur Bjarne Brogeland, een behoorlijk seksueel geobsedeerde mannetjesputter.
Het onderwerp van het volgende boek met Henning Juul in de hoofdrol wordt al aangekondigd in de chat die hij op de laatste bladzijde heeft met zijn geheime politiebron 6tiermes7: hij gelooft niet dat de brand waarin zijn zoontje het leven liet en hijzelf zwaar gewond werd accidenteel was…
Thomas Enger, Schijndood, vertaald door Lucy Pijttersen en Kim Snoejing, Amsterdam-Antwerpen (Querido), 2012 ISBN 978-90-214-4190-0
In Fantomsmerte *** (2011) (Nederlandse vertaling: Fantoompijn (2013) werkt Henning Juul nog steeds op de redactie van de internetkrant. Op een dag wordt hij gecontacteerd door de voormalige crimineel Tore Pulli. Pulli is nu een succesvol vastgoedmakelaar maar hij wordt beschuldigd van de moord op de misdadiger Jocke Brolenius. Het motief voor de moord zou wraak zijn: Brolenius werd ervan verdacht (hoewel harde bewijzen ontbreken) de fitnesscentrumuitbater Vidar Fjell, een goede vriend van Pulli, vermoord te hebben.
Pulli heeft een grote beloning uitgeloofd voor wie met elementen komt die zijn onschuld aantonen, maar niemand is daar op ingegaan. Verwonderlijk is dat niet. Er zijn zeer sterke aanwijzingen tegen Pulli. Hij had met Brolenius afgesproken, naast diens lijk lag Pulli’s oude boksbeugel met bloed en vingerafdrukken erop. Het tijdsverloop spreekt evenmin in zijn voordeel.
Maar Pulli heeft een lokmiddel waar Juul onmogelijk kan aan weerstaan. Hij beweert informatie te hebben over de aangestoken brand in Juuls appartement. De titel Fantomsmerte verwijst naar de nog altijd knagende pijn die de journalist vooral aan de dood van zijn zoontje Jonas overgehouden heeft. Hij wordt bovendien nog voortdurend geplaagd door nachtmerries.
Op hetzelfde ogenblik bevindt Thorleif Brenden, cameraman bij het televisiestation TV2, zich in een onmogelijke situatie. Hij wordt gecontacteerd met de mededeling dat hij “iemand” zal moeten vermoorden. Doet hij dat niet, dan ondergaan zijn vriendin en hun twee kinderen dat lot.
Fantomsmerte is een stevige thriller met een aantal over het boek verspreide spannende scènes en een ongelooflijk cynische moordenaar. Eén detail deed me toch de wenkbrauwen fronsen: is het mogelijk dat een uitsmijter die nog maar een paar maanden uit de gevangenis ontslagen is over een vuurwapenvergunning beschikt?
Het boek eindigt overigens met een voor Juul totaal onverwacht element dat een nieuw licht op de dodelijke brand lijkt te werpen. Wordt dus vervolgd…
Thomas Enger, Fantoompijn, vertaald door Lucy Pijttersen en Kim Snoeijing, Amsterdam (Querido), 2013, ISBN 978-90-214-4727-8



Opvallend in Blodtåke*** (2013) (Nederlandse titel: Bloedmist (2014)) is dat Henning Juul minder prominent aanwezig is. Een belangrijke rol is wel weggelegd voor inspecteur Bjarne Brogeland en voor Trine Juul-Osmundsen
Brogeland is belast met het onderzoek naar de moord op Erna Pedersen. Ze is gewurgd in haar kamer in het bejaardentehuis, en de moordenaar heeft het om een of andere reden nodig gevonden om daarna haar ogen met haar eigen breinaalden uit te steken.
Juuls zuster Trine is minister van justitie en wordt er in de pers van beschuldigd een jonger lid van de Arbeiderparti seksueel lastig gevallen te hebben. Voor de lezer is het onmiddellijk duidelijk dat de naamloze beschuldiging nergens op slaat. Onduidelijk blijft echter waarom Trine niet onthult waar ze de avond van het “vergrijp” dan wel was. Verder wordt er gesuggereerd dat er een specifieke reden is waarom ze al jaren geen contact meer wil hebben met haar broer Henning…
Op de achtergrond duikt ook nu weer Henning Juuls zoektocht op naar de brandstichters die de dood van zijn zoon Jonas op hun geweten hebben. En zoals zoveel Scandinavische thrillers bevat ook Blodtåke maatschappijkritiek: er is onvoldoende financiering voor de ouderenzorg waardoor de verplegers illegaal moeten bijklussen om de eindjes aan elkaar te knopen. Ook de soms onfrisse rol van de media krijgt een veeg uit de pan:
Als de wolven lucht krijgen van rauw vlees, duurt het niet lang vooraleer de kranten met elkaar wedijveren om materiaal te vinden waarmee ze de minister van justitie kunnen afkraken.
zoals Unni Steinsholt (digglitt.no, 07.02. 2013) het enigszins merkwaardig formuleert.
Daar verwijst de titel van het boek naar: “blodtåke” is
het mistige waas dat jachthonden voor ogen krijgen wanneer ze bloed op het spoor zijn. Wanneer ze er alles aan doen om hun prooi te pakken te krijgen (vertaling Carla Joustra en Kim Snoeijing)
Blodtåket kreeg in Noorwegen een “blandet mottakelse”. Sindre Hovdenakk gaf (VG, 22.01.2013) “terningkast 3” (zes is bij een dobbelsteen het: maximim)
het verslag van het onderzoek is best spannend, met vaak heel wat vaart
maar hij zag ook minpunten:
Enger toont opvallend weinig inzicht in de werkwijze van de pers en maakt een karikatuur van de manier waarop een journalist met zijn bronnen omgaat. […] De vele nevenpersonages blijven stereotiep en onuitgewerkt, en de sfeerscheppende elementen in het verhaal worden grotendeels beperkt tot beschrijvingen van het weer en de wolken en daarnaast een continue stroom van tochten langs straten en rivieren
Wat het eerste punt van Hovdenakks kritiek betreft: VG is nu net de krant die er in Blodtåke het meest van langs krijgt…
Maar ook Torbjørn Ekelund (Dagbladet, 28.01.2013) was niet overmatig enthousiast en vond het boek
lang waar het kort hoort te zijn en kort waar het lang zou moeten zijn. Enger besteedt enorm veel tijd aan beschrijvingen van het verleden van zijn personages, hij laat ze daaraan terug denken in scènes die geloofwaardigheid en tempo missen. Het vertelperspectief wisselt bovendien zo vaak dat verschillende van de verhaallijnen aan het einde van de roman als onvoltooid ervaren worden, en zeker die over de moordenaar.
Velen van onze nieuwe misdaadschrijvers zouden er voordeel mee doen zich op de kern van hun verhaal te concentreren, de uiterlijke handeling te beperken en de innerlijke uit te breiden. Die opmerking geldt in hoge mate voor Thomas Enger. Zijn roman snijdt de belangrijkste conflictlijnen uit de wereldliteratuur aan: een traumatische jeugd, onverwerkte seksualiteit, alcoholisme en gebrek aan communicatie binnen relaties. Het zijn elementen die ertoe hadden kunnen bijdragen om verdere nuances aan te brengen in de motieven van de moordenaar en de anderen om te handelen zoals ze dat doen. Maar Enger introduceert ze gewoon en gaat er niet dieper op in.
Wel een hele boterham voor een schrijver…
Gelukkig waren er ook positieve recensies:
De auteur heeft oog voor details, schrijft vlot en goed, maar krijgt wat te veel hooi op zijn vork aan het einde van de roman.
schreef Finn Stenstad (Tønsbergs Blad, 29.01.2013)
gewoonweg een ontzettend goede misdaadroman […] Het donkere, onrustwekkende en angstaanjagende loert de hele roman lang achter de hoeken. De lezer wordt van het begin tot het einde besprenkeld met lugubere gedachten en lusten van de antagonist […] Thomas Enger heeft in de drie boeken een plot en karakters gecreëerd van wie we houden en die ons interesseren. We volgen ze met belangstelling, wat ze ook doen.
vond Bokbloggeir (28.01.2013) – Bokbloggeir is de misdaadauteur Geir Tangen (let op de woordspeling!).
Kristin Øhrn (brabok.no/node/307305) omschrijft Blodtåke als
een geslaagde misdaadroman met originele details. Enger onderscheidt zich van de anderen door zijn vermogen om pijnlijke gevoelens te durven beschrijven. Er zit diepte in de personages; het zijn geen massaprodukten.
Voor Fred Braeckman (De Morgen, 21.01.2015) ten slotte is Enger
een briljant componist […] In net geen honderd korte hoofdstukken vertelt Enger een stevig, complex en
intelligent verhaal. Hij heeft niet alleen oog voor de plot, ook de personages overtuigen
Thomas Enger, Bloedmist, vertaald door Carla Joustra en Kim Snoeijing, Amsterdam (Q), 2014 ISBN 978-90-214-5584-6
In Våpenskjold ** (2014) (Nederlandse titel: Familiewapen (2015)), het vierde deel van Thomas Engers vijfdelige reeks over journalist Henning Juul, krijgt Nora Klemetsen een opvallend grote rol toebedeeld. Juuls ex, als journalist verbonden aan de gerespecteerde Noorse krant Aftenposten, wordt gecontacteerd door Hugo Refsdal. Hij is de man van Hedda Hellberg, met wie Klemetsen twee jaar lang kamers deelde toen ze allebei nog studeerden.
Hedda Helberg is verdwenen. Ze was erg van slag na de dood van haar vader, een rijke makelaar uit Tønsberg, en had voor zichzelf een drie weken lang verblijf gereserveerd in een hotel in Italië om er weer bovenop te komen.
Ze is echter nooit in Italië aangekomen. Meer nog, ze is blijkbaar in Gardermoen zelfs niet op het vliegtuig naar Italië gestapt. Haar familie wil geen ruchtbaarheid aan de verdwijning geven, maar Refsdal vraagt Nora nu toch om via een artikel in haar krant de zaak in de openbaarheid te brengen, en Nora bijt zich in de zaak vast.
Henning Juul is ondertussen nog altijd koortsachtig op zoek naar de verantwoordelijke voor de brandstichting die zijn zesjarig zoontje Jonas het leven gekost heeft. Veel aandacht besteedt hij aan het vastgoedmilieu waarin de in het vorige deel vermoorde Tore Pulli actief was. Pulli begon zijn “loopbaan” als “torpedo”: hij zette mensen die achter geraakt waren met het betalen van hun schulden er op een gewelddadige manier toe aan om die stante pede aan te zuiveren. En nu blijkt dat Pulli in die tijd ook een aantal “karweitjes” opgeknapt heeft voor de makelaarsfirma die nu nog altijd geleid wordt door Hedda Hellbergs oudere broer William. En dus komen Nora en Henning onvermijdelijk in elkaars vaarwater terecht…
Thomas Enger heeft tot hiertoe altijd meer waardering voor zijn thrillers gekregen in het buitenland dan in Noorwegen zelf: de reeks rond Henning Juul is in meer dan twintig landen verschenen. De VN Detective en Thrillergids gaf drie sterren (op vijf) aan de Nederlandse vertaling.
Ook nu zijn de Noorse recensenten weer verdeeld. Op de voorzijde van de pocketuitgave van Våpenskjold staat weliswaar een lovend citaat uit de bespreking van Pål Gerhard Olsen in Aftenposten:
de milieuschilderingen zijn oké, en de spanning gaat in de slotpagina’s duidelijk de hoogte, waar de cliffhanger die een vijfde deel noodzakelijk maakt, op een elegante manier onder woorden gebracht wordt.
maar dat blijkt bij nader toezien toch een geval van “cherry picking” te zijn. In dezelfde recensie (Aftenposten, 23.08.2014) stond namelijk ook:
Toch is er iets dat wringt. In het genre draait niet alles alleen maar om de intrige. De beschrijving van de personages en het vermogen om geloofwaardige en veelzijdige figuren vorm te geven zijn ook cruciaal voor de globale indruk die lezer van het boek krijgt.
Het strengst in zijn beoordeling was overigens Sindre Hovdenakk in VG van 01.09.2014:

– een langer rij clichés, en de beoordeling was navenant:

Hij gaf Våpenskjold maar twee dobbelsteenogen (het maximum is natuurlijk zes):
De kwestie is niet dat Thomas Enger niet kan schrijven […] Maar het ontbreekt hem aan originaliteit en zelfkritiek, en daarom moet hij al te vaak een beroep doen op gemakkelijkheidsoplossingen. De twee journalisten die als hoofdpersonen fungeren gaan zowel onprofessioneel als ongeloofwaardig te werk, en voor de rest vult hij de tekst aan met gejank over relaties en overbodige decorbeschrijvingen.
Vooral met de geloofwaardigheid wil het wel eens wringen. Enger doet nogal een stevig beroep op de “goedgelovigheid” van de lezer. Het begint al met een soort kooigevecht zonder kooi waarin Henning maar half het onderspit delft. Ook de manier waarop Cato Løken, de hoofdinspecteur van politie van Tønsberg, zijn volle medewerking verleent aan Nora’s “onderzoek”, roept vragen op, en de ultieme plotwending komt niet volledig overtuigend over. De “familiebijeenkomst” aan het einde van het boek waar alles nog eens tot in de puntjes uit de doeken gedaan wordt (waarom wou Hedda zo graag weten in welke boeken haar ongeveer twintig jaar eerder ook spoorloos verdwenen tante Ellen geïnteresseerd was?), doet dan weer onvermijdelijk denken aan een beproefd Agatha-Christieconcept.
Maar anderzijds slaagt Enger er wel in om de spanning over wie er achter de moordbrand zit aan te houden, zeker wanneer er uiteindelijk en totaal onverwachts iemand opduikt die al een belangrijke rol in een van de vorige romans gespeeld heeft.
Thomas Enger, Familiewapen, vertaald door Carla Joustra en Kim Snoeijing, Amsterdam (Q), 2015 ISBN 978-90-214 -5857-1
In Banesår (2015) (Nederlandse titel: Doodsteek (2016)) komen we uiteindelijk te weten wie er achter de brandstichting zat die het leven kostte aan Julls zoontje Thomas. De misdaadreporter komt op het spoor van een mysterieuze tussenpersoon (“Langbein”) die voor een al even geheimzinnige opdrachtgever werkt. De uitvoerder heeft hij al vroeger in het vizier gekregen: de Kosovaarse huurmoordenaar Durim Redzepi, een meedogenloze tegenstander, iets wat ook een van Juuls collega’s aan den lijve ondervindt. En misschien zit er bovendien nog een mol in Juuls kennissenkring?
Banesår is beter dan zijn onmiddellijke voorganger Våpenskjold omdat Enger deze keer minder onwaarschijnlijkheden in zijn verhaal verwerkt heeft. Toch had de roman best wat compacter gemogen: het gedeelte dat in Natal in Brazilië gesitueerd is, is gezien de redelijk geringe impact op wat er zich in Noorwegen afspeelt, onnodig lang. Ook Engers concept om de zoektocht naar het brein achter de brandstichting over vijf boeken uit te smeren functioneert niet echt optimaal. Hij moet er immers rekening mee houden dat niet al zijn lezers de vorige delen met de daarin opgenomen informatie over de brand en wat ermee samenhangt gelezen hebben, en moet daarom met heel wat herhalingen komen, wat de langdradigheid in de hand werkt:
In ieder geval wordt het enigszins moeilijk om het overzicht te bewaren over al de namen en hun onderlinge relaties waarmee men om de oren geslingerd wordt
vond ook Mette Camilla Melgaard (KulturXpressen, 28.01.1016).
En de onverwachte begrafenis op het einde van het boek: die truc hebben Bjørk en Nesbø ook al gebruikt: hij verrast niet echt meer.
Niet voor het eerst zijn de “buitenlandse” beoordelingen positiever dan de Noorse. Zo schreef Rune Westengen (Romerikes Blad, 09.10.2015) dat
Auteur en personages duidelijke sporen van slijtage vertonen
en is Pål Gerhard Olsen (Aftenposten, 28.11.2015) dezelfde mening toegedaan.
In Denemarken (Arne Larsen, Litteratursiden, 01.02.2016) heet het echter dat
dit laatste deel helemaal aan de verwachtingen beantwoordt, en de hele reeks, met in totaal bijna 1500 bladzijden, verduiveld goed entertainment is.
En in Publishers Weekly(11.06.2018) luidt het oordeel:
Enger seamlessly integrates all [the] individual stories into a larger tale of dirty business and politics. As Henning approaches the end of his painful journey, he longs for the certainty that he has touched someone’s life. His excruciating ordeal will touch the heart of every reader.
Chorley Guardian (19.02.2018) gaat nog een stapje verder en heeft het over
the final, mind-blowing instalment of former journalist Thomas Enger’s brilliant five-book series which has delivered a thrilling vein of emotional intensity to classic Nordic Noir stories of death, darkness and corruption.
Thomas Enger, Doodsteek, vertaald door Carla Joustra en Kim Snoeijing, Amsterdam (Q), 2016 ISBN 978-90-214-0152-2
In 2019 sloeg Enger een nieuwe richting in met De bortførte ***½, het eerste deel van een reeks van op zijn minst drie adolescentieromans met als globale titel “Enkebyen”.
De bortførte speelt zich af in een niet nader gespecificeerde, maar toch nabije toekomst en is dystopisch van strekking. De opwarming van de aarde heeft tot een “Wateroorlog ” geleid:
De Wateroorlog was uitgebroken omdat het te warm en te droog was op het zuidelijk halfrond van de aardbol, en omdat de zee eilanden verzwolgen en grote gebieden overstroomd had. De autoriteiten in ons land weigerden de grenzen open te stellen voor al wie naar het noorden wou, waar er nog water was en er nog gewassen geteeld konden worden. Dat beviel de landen die niet zo veel geluk hadden helemaal niet. Hun wanhoop en onze tegenkanting vormden een slechte combinatie. De rest van de wereld wou mee bestemmen over wat er nog over was aan plaats en natuurlijke rijkdommen. Uiteindelijk moesten ze geweld gebruiken om hun wil door te zetten.
De overwinnaars van die oorlog zijn de nieuwe machthebbers in het land waar de 16-jarige Stella Stærk woont. De door hen opgerichte “Fredsstyrkene” zijn een soort bewakingskorps dat als opdracht heeft de orde te handhaven.
Stella, wiens oudere broer sinds het einde van de oorlog “vermist” is, woont in het kustdorp Gravdal. De smelting van de ijskappen heeft ervoor gezorgd dat het zeeniveau sterk gestegen is, en wanneer de watermassa uiteindelijk de slecht onderhouden dijk overspoelt, wordt het hele dorp zo goed als vernietigd en vallen er veel doden.
Heropbouwen is bijna onmogelijk, en daarom besluit Stella’s vader om samen met een aantal anderen te voet naar de verafgelegen Enkebyen te trekken. Stella’s moeder werkt daar als arts.
Die tocht roept herinneringen op aan Cormac McCarthy’s The Road: de chaos brengt het slechtste naar boven in sommige mensen, waardoor er tijdens de tocht allerlei dreigingen op de loer liggen.
Stella en haar vader verblijven eerst korte tijd in een tentenkamp buiten de muren van Enkebyen. De situatie daar doet duidelijk denken aan de hedendaagse vluchtelingenstromen:
Velen zijn zo wanhopig dat ze proberen aan land te komen zonder daarvoor de toestemming gekregen te hebben. Dan wordt er, misschien niet op, maar in elk geval naar ze geschoten[…] Anderen proberen zo vlug mogelijk bij de oever te komen. Springen dan uit de boot en waden dan naar het strand of naar de rotsen wat verderop. Gokken erop dat ze niet tegengehouden worden, en zo in de rij wachtenden terechtkomen. Maar het lukt ze nooit.
Stella en haar vader krijgen wel al snel toelating om in de stad te wonen. Haar vader is daarvoor wel eerst in dienst moeten treden bij de “Fredsstyrkene.”
Stella komt in Enkebyen terecht in een wereld die wat weg heeft van Orwells 1984. Iedereen krijgt een unieke scancode op de onderarm geprint. Er zijn drones die alle stadsbewoners in de gaten houden. “Den sosiale Troverdighetindeksen” (in de volksmond “Svartelisten”) kent aan de inwoners positieve of negatieve punten toe naargelang ze zich houden aan de officieel voorgeschreven regels. Verklikking wordt door de overheid aangemoedigd.
Omdat er te weinig voedsel is werden er nog andere drastische maatregelen ingevoerd. Wie vrijwillig voor de dood kiest in de “Eternity-klinikk” (populaire naam: “Dødsfabrikken”) bezorgt daarmee de rest van zijn gezin materiële voordelen – vandaar de naam “Enkebyen” (“Weduwenstad”). Ook vrijwillige sterilisatie (vooral van vrouwen) wordt sterk aangemoedigd en financieel beloond. Levensverlengende geneesmiddelen zijn verboden, alleen pijnstillers zijn toegelaten.
Maar het wordt nog erger. Op haar school (die de naam “Orwell” draagt!) maakt Stella deel uit van een groepje kritische jongeren. Ze ontdekken dat er een geheimzinnige organisatie bestaat die geleid wordt met door iemand met de onheilspellende naam “Hynrach Himm”:
Sommigen zijn van oordeel dat meisjes en vrouwen er de oorzaak van zijn dat er hier op aarde heel wat dingen helemaal fout gelopen zijn […] Ze vinden dat het legitiem is om ons te vermoorden […] Ze zijn van oordeel dat mannen meer echt op leven hebben, omdat ze beter toegerust zijn om de maatschappij weer op te bouwen [….] Door vrouwen te vermoorden, slaan ze twee vliegen in één klap […] op korte termijn neemt de bevolking af, en op lange termijn worden er minder kinderen geboren.
Omdat de Fredsstyrkene niet ingrijpen, besluiten ze zelf ruchtbaarheid aan de zaak te geven. Stella komt daardoor, net zoals een aantal andere leden van de groep, in levensbedreigende situaties terecht. Uiteindelijk komt ze wel te weten wat er met haar broer gebeurd is.
Naar het einde toe verliest het (voor de rest erg goed opgebouwde) verhaal wat van zijn geloofwaardigheid, maar het blijft hoe dan ook een “tankevekker”,
een boek van internationale klasse
schreef Elin Brend Bjørhei in VG (14.02.2019)

Thomas Enger, Enkebyen – de bortførte, Oslo (Capitana), 2019
ISBN 978-82-93671-20-6
Voor de Blix en Ramm-serie, die Enger samen met Jorn Lie Horst schreef, zie onder Jorn Lier Horst.
Terug naar Auteurs
