Tor Ulven

Tor Ulven (1953–1995) werd  in Oslo geboren en groeide op in Årvoll. Hij woonde het grootste deel van zijn leven in zijn ouderlijk huis.

Ulven legde geen examens af en wordt daarom vaak een autodidact genoemd. Wel leerde hij op eigen houtje verschillende talen waaronder Frans en Duits en las hij filosofen als Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer en Maurice Blanchot. Daarnaast was hij geïnteresseerd in het modernisme en het surrealisme en vertrouwd met auteurs zoals Guillaume Apollinaire, Francis Ponge, Paul Celan, Georg Trakl en André Breton.  Ulven tekende en schilderde, was muzikaal begaafd en geïnteresseerd in beeldende kunst. Hij werkte een tijd als kraanmachinist, maar stopte ermee na een angstaanval. Ulven werd voortdurend geplaagd door angst en ziekte en leefde lange tijd in fysieke afzondering. In 1995 stapte hij zelf uit het leven.

Zijn eerste werken waren een surrealistisch manifest en een aantal gedichten gepubliceerd onder het pseudoniem Ludvig Vargfot (“Ludwig Wolvenpoot”). Met zijn tweede dichtbundel, Efter oss, tegn (1980) bevrijdde Ulven zich van zijn surrealistische voorbeelden en vond hij zijn eigen stem.

Na de publicatie van de dichtbundels Det tålmodige (1987) en Søppelsolen (1989) schreef Ulven vooral proza: Gravgaver (1988), Nei, ikke det. Historier (1990), Fortæring. Prosastykker (1991). Avløsning (1993) was zijn enige roman. Daarnaast was hij ook actief als vertaler. Hij vertaalde vaak zonder overeenkomst of contract met een uitgever, maar koos gedichten en teksten waarmee hij een bijzondere affiniteit had. Ulven publiceerde twee belangrijke werken met vertalingen van

René Char en verder o.a. vertalingen van Samuel Beckett en Claude Simon, beide voorzien van een door hemzelf geschreven nawoord.

Avløsning

Waar ik ook heen ga in deze roman krijg ik de indruk dat ik op een dwaalspoor zit. Ik blader heen en weer, maar kom er niet uit. Elke open plek, elke bocht is gewoon weer een doodlopende weg. Ik word er moe van. Terneergeslagen. Ik wil het boek dichtslaan en vergeten. Maar ik doe het niet. (Kjersti Dybvig, Haugesunds Avis, 02.11.1993)

Ulven heeft de tekst zo meerduidig gemaakt dat het ontcijferen ervan verschillende herlezingen en een zekere speurneusactiviteit noodzakelijk maakt. Deze recensent kreeg de indruk dat het over verschillende personen ging wiens sporen elkaar binnen eenzelfde tijdperiode kruisen, maar een gerespecteerde criticus van de Noorse publieke omroep was van mening dat het boek over een persoon ging en verschillende  hoofdstukken uit diens leven beschreef. (Vilhelm Lund, Samholds-Velgeren, 29.06.1993)

Die “gerespecteerde criticus van de Noorse publieke omroep” stond niet alleen:

Verschillende recensenten zijn van mening dat je in het boek maar één persoon ontmoet, die je volgt terwijl hij terugblikt op zijn leven vanaf de kindertijd en via zijn jaren van volwassenheid tot aan de terugkijkende oude man die hij nu is geworden.

schreef Johann Grip (Kritikkjournalen, Skjønnlitteratur 1993). O.a. Svein Iversen had het in Haugesunds Avis (28.05.1993) over Tor Ulven die

de werkelijkheid beschrijft zoals de hoofdpersoon die ervaart

We kunnen er wel zeker van zijn dat het over verschillende personen gaat: Gripp wijst daarvoor naar een aantal details in de roman. Het zijn er 15 om precies te zijn. Dat heeft Ulven zelf gezegd in het enige interview dat hij ooit gegeven heeft (Vagant, 1993/4; de interviewers waren Alf van der Hagen en Cecilie Schram Hoel).

Die personen komen één na één aan het woord in een soort monoloog die er stream-of-consciousness-achtig uitziet en een “du” heeft die een vermomde “jeg” is. Erg lange zinnen vol komma’s en lange opsommingen maken het grootste deel van de tekst uit. In het volgender fragment is (hoop ik) een net met een kater wakker geworden copywriter aan het woord die in een eerste opwelling zijn irritatie over zijn opdrachtgever uit de bankwereld de vrije loop laat:

Zou de campagne voor die nieuwe seniorenrekening nou vandaag worden gelanceerd? Je kunt het je niet herinneren. Wat je je wel kunt herinneren zijn de bankmedewerkers in hun grijze of nachtblauwe pakken, van die dwangneurotische, humorloze, anaal gefixeerde duitentellers, die terwijl ze met hun arrogante hoofden en een plastic koffiebekertje in de hand het kantoor binnenwandelen en een gratis koffiebroodje naar binnen werken, uitsluitend in staat om een grapje in een advertentie zuiver theoretisch te begrijpen, maar des te beter in staat om zich zorgen te maken over hoeveel het wel niet gaat kosten, of er niet te veel uren worden geschreven, of er niets kan worden geschrapt, of er geen goedkoper medium kan worden gebruikt, deze puriteinse gierigaards, fossiele rekenmachines uit het klassiek-kapitalistische spaarzame ora-et-labora-stadium: het geliefde verhaal van de bankdirecteur over zijn vader, die zo vermogend was geworden omdat hij zo zuinig was, omdat hij gebruikte spijkers van de straat opraapte en ze rechtboog en ze in een daartoe bestemd doosje legde, net zoals hij iedere verduvelde stuiver die overbleef op een rekening van een middenstandsbank zette waarvan hij later aan het hoofd zou staan, een bankrekening die moet zijn aangegroeid tot een gigantische, fonkelende, explosieve constipatie van geld, geld dat hij vervolgens tegen woekerrente kon lenen aan boeren en kleine ondernemers op de rand van het faillissement (vertaling Michal van Zelm)

Is het verwonderlijk dat je dan op goodreads.com naast lovende commentaren ook oprispingen leest? Enkele voorbeelden

Ik kwam tot ongeveer pagina 30 voordat ik het opgaf, en ik heb me in het verleden door veel zware boeken heen geworsteld. Wat een rommelig prutswerk van een verhaal  (Gard)

Put down on page 86, more than midway through. Wrong book, wrong time. Too elusive, too recursive (too many parenthenticals (and parentheticals within parentheticals offset by parentheses instead of brackets [I prefer brackets!])). (Lee Klein)

I have absolutely no idea what the fuss is about this book. I gave it a good try, but I must give up. A book, for me, totally devoid of feeling. The words hollow as any I have ever read. I got nothing, nothing at all, from reading any of this. Nothing. A complete waste of time.  (M. Sarki)

Wat zei, behalve dat het over 15 verschillende personages gaat, Ulven zelf over Avløsing in zijn enige interview?

In principe verwacht ik niet van de lezer dat hij erudiet is. Je hebt misschien een woordenboek en een naslagwerk nodig, maar dat is alles.

► (interviewers) De personages zijn uiterlijk verschillend, maar niettemin is de manier waarop ze praten bijna identiek, ze denken in dezelfde richting, ze hebben hetzelfde levensgevoel, waardoor je de indruk krijgt dat het gaat over dezelfde persoon in verschillende fases van zijn.

(Ulven) Ik heb niet geprobeerd om ieder van hen een eigen manier van praten te geven. Ik wou een dubbel effect bereiken: het is iemand anders, en ze zijn allemaal gelijk; het zijn bijna individuele variaties op een onpersoonlijk thema (…) Het is die mogelijkheid dat we allemaal evengoed iemand anders konden zijn. In principe kon je geboren zijn met een heel andere subjectiviteit. Wanneer de personages in Avløsning in elkaar overvloeien, is het alsof ze opnieuw geboren worden. Opnieuw geboren, maar geboren in dezelfde ellendigheid, dezelfde monotonie. Mogelijkheden die plots vernauwen.

(Interviewers) Dat maak je erg concreet door vele van de personages met lichamelijke defecten op te zadelen.

(Ulven) Niet alleen lichamelijke, ze zijn allemaal ziek.

► (Interviewers) Je schrijft zelf dat het maar goed is dat we het einde niet kennen van alle geschiedenisfragmenten die ons dagelijks overspoelen. Deze houding komt ook tot uiting in de roman Verlossing, waar het ene onvoltooide verhaal op het andere volgt. Hoe heb je over deze overgangsfasen nagedacht?

(Ulven) Alle overgangen in het boek worden gemarkeerd door een lichtbron die overgaat in de andere, of uitgaat. Je weet niet dat je geboren wordt. Het bewustzijn ontwikkelt zich geleidelijk. (…) Niemand besluit te worden wie hij wordt. Je weet niet wie je bent voor je iemand bent, en dan ben je een tijdje iemand, en dan ben je iemand anders. Altijd een ander. Of je bent niemand.

► (Interviewers) Waarom staan er zo goed als geen dialogen in je boeken?

(Ulven) Omdat ik geen dialogen kan schrijven.

(Interviewers) Als er al gesprekken gevoerd worden in Avløsning dan gebeuren die via de telefoon.

(Ulven) Dan is er afstand.

(Interviewers) En vijandigheid.

(Interviewers) Bestaan er conflictloze relaties tussen individuen? Alle personages in Avløsning hebben bovendien een connectie met iets dat of iemand die afwezig is. Daarom ontmoeten ze, voor zover ik me kan herinneren, ook nooit iemand.

(…)

(Interviewers) De personages in Avløsning zijn mannen, en ze denken aan vrouwen.

(Ulven) Niet allemaal. Een mist zijn dode hond, een andere is op zoek naar geld, terwijl nog anderen alleen gezond of jong willen zijn. Maar de meesten missen uiteraard een vrouw. Die ze niet hebben en niet krijgen. Hun private utopie, als je wil. Onze verhouding tot de objecten van onze liefde en onze haat is iets fundamenteels, zegt de psychologie.

(Interviewers) Je zegt ook niets over hun gezicht?

(Ulven) Over het algemeen niet. Het beschrijven van “borstelige wenkbrauwen, een karaktervolle kin, een arendsneus” is een nogal klassieke romantruc.

Als ik alles zou begrijpen wat ik zelf had geschreven, zou het volkomen oninteressant zijn.

In Noorwegen werd het boek druk becommentarieerd. Enkele kleine selectie:

Avløsning heeft veel lagen. De lezer moet er zelf achter komen hoe ze met elkaar verbonden zijn; een pasklare interpretatie is er niet. De auteur verwacht dat we mee-schrijven (…) De taal is afwisselend sensueel en erg gedetailleerd. De stijl varieert tussen kurkdroog, encyclopedisch en met compacte beelden, broos en gevoelig. Van realistische beschrijvingen tot surrealistische droombeelden (…) Dichter bij Beckett komen we niet in Noorwegen. (Ellen Pollestad, Nordlys, 27.10.1993)

Avløsning breekt met het traditionele epische romanconcept. Ulven zag het als zijn literaire opgave om de constructivistische roman (die pretendeert objectiverend te zijn) te verenigen met de subjectief beeldenvormende fantasie van de lyriek. (…) De roman bestaat uit kleine deeltjes, momenten zonder duidelijke sammenhang, flarden, syntactische restjes, onderbroken gedachtegangen, afgeratelde waarnemingen, nauwkeurig genoteerde gewaarwordingen (…) Het boek is oneindig rijk, hier vind je metaliteraire beschouwingen, mooie poëzie, preciese, al zij het ongewone, beschrijvingen, ik weet het niet, maar ik kan het boek zeker nog een keer lezen, want er is veel te vinden in het boek

(Sindre Hauge Ekrheim, Sudvest, 22.09.1993)

De roman beschrijft wat Ulven in een essay “laag-bij-de-grondse werkelijkheid” genoemd heeft, iets wat onder andere blijkt uit de catalogi van verschillende consumptiegoederen en de grondige beschrijving van aspecten van het bestaan waar men normaal aan voorbijgaat, aspecten die niet aan bod komen in meer episch gerichte romans. (Ole Karlsen, Steinens hvorfor og ditt hvorfor: om Tor Ulvens forfatterskap (2003))

► Grip wees erop dat de schijnbaar onvoltooide zin op een van de eerste bladzijden van Avløsning

bare hvis han stirret standhaftig på én av dem kunne han registrere hvordan avstanden mellom båten og for eksempel en av øyene stadig minket, inntil seilet ble borte bak den,

(alleen als hij ingespannen naar een ervan bleef kijken kon hij registreren hoe de afstand tussen de boot en bijvoorbeeld een van de eilandjes steeds kleiner werd, totdat het zeil erachter was verdwenen – (vertaling Michal van Zelm)

voltooid wordt op een van de laatste bladzijden:

for til slutt å komme til syne lenge etter, på den andre siden.

(– om uiteindelijk pas lang daarna weer op te duiken, aan de andere kant. (vertaling Michal van Zelm)

en besloot:

De roman heeft met andere woorden de vorm van een novelle die in twee delen is geknipt, waarbij zich in de ruimte tussen een komma en het vervolg van de zin een hele roman ontvouwt – een oneindig kort moment dat je zou kunnen vergelijken met de epistemologische afgrond van de cesuur, of de bijna onmerkbare pauze tussen het in- en uitademen door de longen.

Het is ook geen zwaar en moeilijk boek, ook al verandert het gezichtspunt voortdurend en volgen de situaties elkaar bijna ongemerkt op (we kunnen in één zin van oudejaarsavond naar midzomeravond gaan). Door mensen van verschillende leeftijden een stem te geven en toch de hoofdpersoon een “du” te laten zijn, slaagt Ulven erin om een aantal intieme en sensuele beelden uit een mensenleven te presenteren. Beelden die herkenbaar zijn, en in veel gevallen humoristisch. (Brit Bildøen, Morgenbladet, 07.09.1993)

Avløsning wordt als een roman bestempeld (…) Maar het boek is op geen enkele wijze wat we traditioneel associëren met een roman. Ulven sluit aan bij een modernistische traditie, waarin actie en karakteruitbeelding vervangen of afgelost worden door associaties en fragmenten. Tijd, plaats en personages zijn geen vaste begrippen; veranderen voortdurend (…) Ulven onderzoekt een andere realiteit dan de geldende, maar het alledaagse heeft nog steeds zijn plaats in de tekst. De lezer stuit voortdurend op verzamelingen van triviale voorwerpen, dingen die je in een benzinestation, een vakantiewoning, een alleswinkel vindt. Deze dingen, waar je toch je leven mee vult, hebben iets ouderwets, bijna vreemds, zoals lijsten met archeologische curiosa. (Linn Ullmann, Dagbladet, 28.05.1993)-

► Atle Christiansen (Dag og Tid, 16.09.1993) was niet enthousiast:

De titel van Ulvens roman had een binnenkomer voor dit boek kunnen zijn. “Avløsning” – Wie is het die afgelost wordt, door wie wordt hij/zij afgelost, wordt hij/zij gedwongen afgelost of is het vrijwillig? Is de vervanging een bevrijding, een vrijstelling of is het een uitsluiting uit een gemeenschap, een werkgemeenschap bijvoorbeeld. (…) De titel van het boek helpt de lezer niet verder. Avløsning is een titel die aansluit bij andere ondergangsromantische of ondergangsdweperige titels van Tor Ulven. Het Noorse recensentenbestand heeft sinds lang een erg grote bewondering voor wat Tor Ulven schrijft. Een gevolg daarvan is misschien dat de (…) critici zwijgen wanneer Tor Ulven minder goed schrijft. Die met ondergang, verval en de vergankelijkheid van het leven dwepende titels zijn niet alleen overduidelijk maar ook kinderachtig. (…) Een ander gevolg van die met stomheid geslagen bewondering (…) is dat het lijkt alsof niemand Ulven begeleid heeft bij zijn debuut als romancier dit jaar, het lijkt erop dat niemand moedig genoeg geweest is om hem erop te wijzen dat de roman (…) een verhaal nodig heeft om de lezer tot de laatste bladzijde te brengen.

Christiansen had ook stilistische bedenkingen bij de roman:

De stijl die de dichter Ulven in zijn roman gebruikt komt vreemd over. Het gedicht is de kortste en nauwkeurigste literaire vorm die we hebben. Wanneer de dichter Ulven een roman schrijft lijkt het alsof hij twijfelt aan zijn eigen bekwaamheid om te zeggen waar het op staat.

Ulven begaat de blunder die de roman door zijn omvang uitlokt: hij schrijft te veel, hij weidt uit en weidt uit, maalt in het lang en het breed, zonder iets toe te voegen, hij maakt het alleen maar troebeler.

In Arbeiderbladet recenseerde Kjell Olaf Jensen de roman onder de kop “Jawel – en wat dan nog?”, en hij was echt niet genadig: “Voor ondergetekende lijkt de roman niet geslaagd, ook al is hij niet oninteressant. (…) De details zijn erg scherp waargenomen en worden beschreven met een precisie die grenst aan de nauwgezetheid van de rococo. Voor de rest lijken ze erg banaal, en ik begrijp helemaal niet wat de auteur bedoelt.” Jensen vergelijkt Ulven met Robbe-Grillet en beweert dat de boeken van laatstgenoemde “de mislukte poging van een cineast om romanschrijver te worden” zijn. Naar analogie hiermee wordt Ulven verondersteld een dichter te zijn die een even mislukte poging waagde. Jensen vergeet misschien dat Ulven toen al een aantal jaren proza schreef en al drie prozaboeken had gepubliceerd, die wel niet als romans kunnen worden geclassificeerd. (Torunn Borge en Henning Hagerup, Skjelett og hjerte: en bok om Tor Ulven (1999))

Een deel van het interview van Alf van der Hagen en Cecilie Schram Hoel  werd in het Engels vertaald en vind je hier.

Een erg uitgebreide close-reading achtige analyse van Avløsning staat in

Ole Karlsen, Steinens hvorfor er ditt hvorfor: om Tor Ulvens forfatterskap (2003)

Voor een uitgebreide Nederlandstalige recensie van Avløsning zie Tzum.

Tor Ulven, Vervanging, vertaald door Michal van Zelm, Zaandam (Oevers), 2022

ISBN 978-94-9206875-0

Terug naar startpagina.