
Torbjørn Ekelund (1971) is redacteur en mede-eigenaar van het tijdschrift “Harvest Magazine”. Zijn leven veranderde drastisch toen hij na een epileptische aanval niet meer met de auto mocht rijden. Hij begon weer te lopen, en daarover vertelt hij in De geschiedenis van het pad. Een voetreis. (2018)
“Lopen” is voor Vlamingen een verwarrend woord. We associëren het gewoonlijk met wat in Nederland “rennen”,”hardlopen” genoemd wordt. Dat is trouwens de eerst vermelde betekenis in Van Dale:
zich op de benen snel voortbewegen
Ik zeg er al meteen bij dat Ekelund over hardlopen niet veel goeds te melden heeft:
Ik hou niet van hardlopen. Ik heb geprobeerd om mijn lichaam te laten geloven dat hardlopen een natuurlijk deel is van mijn bestaan. Een paar keer is het me gelukt. Dan liep ik een paar maanden hard, maar altijd wist ik dat het op een dag zou ophouden […] De reactie van mijn lichaam, mijn spieren die stijf worden, mijn raspende ademhaling als ik te weinig zuurstof krijg, mijn knieën die het zwaar te verduren hebben onder het gewicht van mijn lichaam, en het feit dat niets mij kan afleiden van het lijden en de wens dat het snel voorbij is.

Lopen en hardlopen: het verschil volgens Ekelund
Verder heeft hij het over een hardloper,
een oudere man in een reflecterend geel hesje, die zijn uiterste best deed om hard te rennen, hij ademde zijn doodsangst uit
“Lopen” is voor Ekelund dus “zich met de voeten voortbewegen”, “gaan”, en van dat lopen zingt hij uitgebreid de lof, waarbij hij zijn betoog kruidt met eigen belevenissen (jeugdherinneringen, verdwalen in Nordmarka…). Een erg duidelijke structuur heeft Stiens historie. En reise til fots niet, en dat is niet zo verwonderlijk:
Het is geschreven op een computer in een stoel achter een bureau, maar de ideeën, de gedachten, de reflecties en de associaties heb ik gekregen terwijl ik aan het lopen was.
Zo portretteert hij naast wandelende filosofen (Merleau-Ponty, Næs en Rousseau) een aantal exceptionele wandelaars (excusez-moi le mot!), zet hij een boompje op over het lezen van sporen, analyseert(?) hij een gedicht van Robert Frost, citeert hij uit Shakespeare en Goethe, en ziet hij de uiteindelijke toekomst van de aarde somber in:
Ooit, ergens in de toekomst, zullen mangroven en kakkerlakken waarschijnlijk het enige leven zijn op deze planeet
In Noorwegen, waar “friluftsliv” (buitenrecreatie, vooral in bossen en velden en op hoogvlakten) hoog aangeschreven staat, is men dol op dit soort boekjes. Wat mij eerlijk gezegd o.a. opvalt is dat Ekelund gemeenplaatsen niet schuwt:
Langeafstandspaden onderscheiden zich op één punt van de andere wandelpaden: ze zijn ontzettend lang.
De metaforische betekenis van het pad is helder en begrijpelijk, want het leven draait om het volgen van het juiste pad.
Baby’s liggen, maar al na een paar maanden richten ze zich langzaam op.
Langzaam lopen is een ondergewaardeerde kunst …..
En voor de rest: ik vrees dat De geschiedenis van het pad vooral als “preaching to the converted” zal functioneren…

Torbjørn Ekelund, De geschiedenis van het pad. Een voetreis, vertaald door Maud Jenje, Amsterdam (De Geus), 2019 ISBN 978-90-445-4156-4
Terug naar Home

