Trude Marstein

foto nrk.no

Trude Marstein (1973) studeerde pedagogie, psychologie en literatuurwetenschap aan de Universiteit van Oslo en volgde de schrijversopleiding in Bø. Voor haar debuut Sterk sult, plutselig kvalme (1998) kreeg ze de  Tarjei Vesaas’ debutantpris. Marstein geldt als een van de beste stilisten van haar generatie:

Ze beschrijft haar personages aan de hand van schijnbaar onbelangrijke rekwisieten, concrete details en kleine gebeurtenissen. De beschrijvingen bevatten een grote hoeveelheid op een onsentimentele manier gebrachte nauwkeurige observaties, die er toch voor zorgen dat de lezer vaak een onderliggende existentiële onrust voelt. (Per Thomas Andersen, Store norske leksikon)

Gjøre godt *** (2006) (Nederlandse vertaling: Weekend (2009)) speelt zich volledig af tijdens het weekend van 7 en 8 juli in een Noors stadje. Grøstad Technology, een grote producent van vliegtuigonderdelen, is er de voornaamste werkgever. Wat er gebeurt op 8 juli komt (min of meer chronologisch) eerst aan bod, daarna volgt een eveneens min of meer chronologische terugblik op 7 juli.

Karoline Skramnes heeft een belangrijke functie binnen Grøstad Technology en op 7 juli wordt haar verjaardag feestelijk gevierd in aanwezigheid van een grote hoop vrienden, bekenden en collega’s.

Karoline lijkt de centrale figuur van de roman, maar toch komt de lezer eigenlijk bitter weinig over haar te weten. Peter Storli (zie hieronder) zegt over haar dat ze

heel haar leven lang alles tot in het kleinste detail had weten te regelen  (vertaling Maaike Lahaise)

Volgens Karolines schoonmoeder Bjørg zijn alle mannen

verliefd op Karoline en doen verwoede pogingen om dit verborgen te houden. Alle vrouwen haten Karoline en doen verwoede pogingen om dit te verbergen (vertaling Maaike Lahaise)

en dat is het zowat. Wel wordt verschillende keren vermeld dat ze erg vroeg (en zonder er ook maar iets tegen iemand over te zeggen) op haar eigen verjaardagsfeest verdwenen is, en dat zou volgens sommigen te maken hebben met de nogal merkwaardige (en misschien zelfs beledigende) toespraak die haar echtgenoot Egil vroeger op de avond gehouden heeft.

Dat we zo opvallend weinig over Karoline Skramnes te weten komen heeft alles te maken met de bijzondere structuur van de roman. Het vertelperspectief wisselt voortdurend. Er komen niet minder dan 118 (ik heb ze niet zelf geteld) personages aan het woord in een soort schakelsysteem waarin er gewoonlijk een of andere link bestaat met de persoon die net daarvoor aan het woord was: ze zijn allemaal op het feest aanwezig (geweest) of zijn op de een of andere manier met iemand die er was verbonden. Maar ze hebben het lang niet allemaal zelfs maar eventjes over Karoline Skramnes. Heel vaak gaat het over hun privéleven. Het resultaat is een caleidoscoop aan motieven.

Gjøre godt getuigt van veel metier en boeit en frustreert tegelijkertijd door het enorme aantal personages dat aan het woord is en/of vermeld wordt, dan weer verdwijnt en (veel) later weer opduikt. Het is voor de lezer zo goed als onmogelijk om een volledig overzicht te krijgen van alle relaties en verbanden die aan bod komen – de bewering van Maya Troberg Djuve (Dagbladet, 04.09.2006) dat

het niet moeilijk is om het overzicht te behouden

komt mij in elk geval nogal ongeloofwaardig over. Drie voorbeeldjes ter illustratie:

1. De hierboven al vermelde Peter Storli komt als eerste aan het woord (6 – in dit fragment komen we alleen zijn voornaam te weten): vijf jaar geleden was hij een collega van Karoline en had hij een kortstondige relatie met haar. Nu ziet hij Karoline in een trein zittendie de zijne passeert. Op 20 krijgen we via Filip Vadø van Palle Jørgensen (een ex-collega van Karoline) te horen dat zijn achternaam Storli is: hij zit op dat moment op zijn eentje in de hotelbar whisky te drinken. Ongeveer 170 pagina’s later duikt Storli weer op (194); aan het woord is dan zijn zus Julia. Later komt hij nog twee keer boven water. Er wordt naar hem verwezen (385) – aan het woord is nu Sverre, de echtgenoot van Bjørg – zie hierboven. En ten slotte ziet Karoline (die als allerlaatste aan het woord komt en de ambiguïteit rond haar figuur nauwelijks opheft, wel gebruikt ze de woorden die de titel van de roman vormen) hem in een passerende trein, en daarmee is de cirkel rond.

Er nog even bij vermelden dat er in Gjøre godt ook nog een Peder (de beste vriend van Einar – zie hieronder – en een Trond Petter zitten. Heel goed opletten is dus de boodschap!

notities voor Gjøre godt (fragmenten)

2. Het tweede personage dat in Gjøre godt aan het woord komt is Glen (8). Het is nog niet helemaal duidelijk op dat moment, maar het lijkt er sterk op dat hij en zijn vriend Jan Erik graag zouden hebben dat hun gezamenlijke vriendin Trine als draagmoeder voor hun kind fungeert. Meer dan 150 bladzijden later (173) is Trine er weer. Aan het woord is nu Yvonne, aan wie ze toevertrouwt dat ze misschien een kind zal krijgen. De interpretatie van de eerste passage was dus correct. Dat blijkt nog een keer wanneer Jan Erik tegen Glen zegt dat hij seks met Trine eigenlijk niet ziet zitten (219). Veel later (438) is Trine zelf aan het woord en doet Glen zijn “plan” uit de doeken. Nog wat later (444) zegt Truls dat ze hem een “tekstmelding” gezonden heeft waarin ze schrijft dat ze niet naar het café waar zij zitten komt omdat ze te moe is. Aangezien 8 juli in de roman voor 7 juli komt bevinden de laatste twee passages zich chronologisch voor de andere.

3. Nog eentje om het af te leren. Einar Wold komt voor het eerst ter sprake op pagina 27, wanneer zijn ex Marit tegen zijn beste vriend Peder (zie hierboven) zegt dat hij (Einar dus) amper

wist […] dat er iets bestaat dat clitoris heet (vertaling Maaike Lahaise)

In “levende lijve” verschijnt Einar pas op pagina 224, wanneer hij eerst door Marte opgemerkt wordt (zonder dat die weet wie hij is) en daarna zelf aan het woord komt. Hij runt een soort snackbar-café en heeft een relatie met Fatima, een van zijn serveersters. Later wordt Einar nog vernoemd (398 en 432), en daar blijkt dat Fatima nog een verrassing voor hem in petto heeft…

De hele roman staat bol van dit soort verspreid liggende verbanden, en als lezer krijg je dan onvermijdelijk het gevoel dat je niet met alles mee bent. Maar de onoverzichtelijkheid van het leven en het verwarrende en wisselende van relaties zijn wellicht belangrijke motieven in Gjøre godt?

Maya Troberg Djuve vond dat Marsteins literaire techniek in Gjøre godt deed denken aan

Joyces Ulysses en Virginia Woolfs Mrs. Dalloway.

Zelf zei Marstein over haar roman:

het moeilijkste was kinderen en jongeren een stem te geven. Dat wordt zo gemakkelijk gekunsteld en pijnlijk. Vanuit het bewustzijn van een man of een mens van leeftijd schrijven is niet zo moeilijk. Dat heb ik vroeger al gedaan. (…) In vergelijking met de andere boeken die ik heb geschreven, speelt dit zich af over een kortere tijd, met veel meer personages. Maar ik ga uit van hetzelfde stel basisregels als vroeger. Ik schrijf in de tegenwoordige tijd, in de eerste persoon, zonder alinea’s, en moet daarom alles meenemen, ook het triviale. (Dagsavisen, 30.08.2006)

Voor Gjøre godt kreeg Trude Marstein de Kritikerpris in de categorie “beste voksenbok”. De jury zei/schreef o.a.:

Met iemands vijftigste verjaardag als verbindend element geeft Trude Marstein in Gjøre godt een stem aan wat niet minder dan 118 mensen overkomt. Marsteins scherpe blik en ongekunstelde vertelstem zijn bijzonder typisch voor haar reeds gevestigde oeuvre. In Gjøre godt komt dit volledig tot zijn recht.

Trude Marstein, Weekend, vertaald door Maaike Lahaise, Antwerpen/Amsterdam (Houtekiet/Atlas), 2009   ISBN 978-90-8918-014-8


De 65 “fortellinger” in Trude Marsteins debuut Sterk sult plutselig kvalme **½ vertonen zo veel onderlinge gelijkenissen dat ze volgens een vooraf vastgelegd patroon geschreven lijken te zijn. Voor Christine Hamm (Vagant, 2005/1) zijn het overigens eerder “situatiebeschrijvingen” dan vertellingen:

de teksten beschrijven over het algemeen een relatie tussen twee mensen zoals die zichtbaar wordt in alledaagse omstandigheden.

Ze zijn allemaal kort (1 à 3 bladzijden), niet in paragrafen of alinea’s onderverdeeld, in het presens geschreven, titelloos (de eerste vijf woorden staan in kapitalen en fungeren als en soort titel in de inhoudsopgave achterin het boek), de werkwoordvorm “sier” wordt opvallend veel gebruikt, plaats- en tijdsaanduidingen zijn vaag, het auctorieel commentaar is onrechtstreeks, de personages blijven naamloos en worden met “hun” en “han” aangeduid. Vaak wordt er ook iets beschreven dat (op het eerste gezicht) niet echt ter zake lijkt te doen. De nauwe onderlinge band blijkt ook uit de ondertitel “fortelling”.

Inhoudelijk gaat het over een contact (in sommige gevallen lijkt “confrontatie” een geschikter woord) tussen een man en een vrouw die elkaar op de een of andere manier kennen. Enkele keren is een van de twee niet “lijfelijk” aanwezig. Dat is o.a. het geval in 29, 33,40, 59 en 133 (het cijfer verwijst naar de bladzijde waarop de vertelling begint). Eén keer gaat het over een vrouw en een baby (80), één keer (88) is een van de twee zo goed als afwezig (88).

De relatie tussen “hun” en “han” is niet altijd even duidelijk; dat is bijvoorbeeld het geval in 76. Veel blijft ongezegd, de uiteindelijke interpretatie wordt aan de lezer overgelaten: wat is er bijvoorbeeld gebeurd met het kind in 101? En wat betekent de laatste zin van 56?

Volgens uitgeverij Oktober behoorde Trude Marstein tot de nieuwe generatie schrijvers, die zich

verdiepen in het taalgebruik tussen personen die een nauwe band met elkaar hebben en die uitzoeken hoe taal gebruikt wordt om onzekerheid en angst, verlangen en verwachtingen te camoufleren (…) de teksten zijn thematisch en verteltechnisch onderling verbonden door de manier van vertellen (Anne-Lise Johnsen, Fredriksstad Blad, 20.12.1998)

Wat zei Marstein toentertijd zelf over haar debuut? Verwijzend naar Nathalie Sarraute (“het gaat niet over het zichtbare tonen, maar over het zichtbaar maken”) zei ze dat het belangrijk is

om dingen te beschrijven waarvan de lezer zich niet bewust is dat hij ze kent, maar ze toch dadelijk herkent. Ik ben op zoek naar verrassende vanzelfsprekendheden (Dagsavisen, 18.11.1998)

— vandaar de provocerend klinkende uitspraak:

de taal is belangrijker dan de inhoud.

In Tønsbergs Blad (04.03.1999) klonk het zo:

Ik wou schrijven over wat dichtbij is – geen grote gedachten, maar het eenvoudige en het triviale. Ik vond dat ik erg hard was, de personages in het boek zijn gemeen, triest, zielig en pathetisch. Maar achteraf, ook door de feedback die ik gekregen heb van mensen die zich in het boek herkend hebben, zie ik dat dit vaker voorkomt dan ik graag wou geloven.

Over de betekenis van de titel Sterk sult plutselig kvalme schreef Christine Hamm:

De titel van Marsteins debuut kan erop wijzen dat haar schrijverschap een poging is om te onderzoeken in welke gevallen en met welke gevolgen het lichaam kan worden gezien als een fysieke eenheid, onafhankelijk van wat we met het begrip “ziel” proberen te vatten.

Tegelijkertijd wordt dit onderzoek gecontrasteerd met de menselijke gewoonte om het lichaam te zien als een afspiegeling van de menselijke ziel. De titel van het debuutboek roept de vraag op of lichamelijke ervaringen zoals honger en misselijkheid opgevat moeten worden als puur fysieke gebeurtenissen, of dat het ook psychische gebeurtenissen zijn. Honger en misselijkheid behoren duidelijk tot de meer primitieve uitingen van het lichaam, en juist daarom is de vraag relevant. (…) Voor mij onderzoekt Marstein in haar debuut wat het inhoudt lichamelijke uitingen als louter fysieke manifestaties te beschouwen.

Voor de recensente van Fett (2008/.2) was de titel een verwijzing naar

de intense verlangens naar zowel seks, intimiteit als naar het verlangen om bemind te worden. De relaties tussen mannen en vrouwen in Marsteins boek blijven vaak hangen bij basale en onaangename zaken. Marstein portretteert zowel mannen als vrouwen als egoïstisch. Soms ook als onderdanig of dom. Je zou misschien kunnen zeggen dat ze neerkijkt op haar eigen literaire personages, maar ik zou eerder zeggen dat ze de tendensen van de tijd blootlegt.

Forfatterweb.dk zag in de titel dan weer een verwijzing naar

“antipathieke” persoonlijkheden zoals die beschreven worden in Hamsuns Sult en Sartres La Nausée

Voor Sterk sult plutselig kvalme kreeg Trude Marstein de Tarjei Vesaas debutantpris:

In de motivering van de Literaire Raad van de Forfatterforening, die de prijs uitreikt, wordt er benadrukt dat Tarjei Vesaas zelf wilde dat de prijs een prijs speciaal voor jongeren zou zijn. In de statuten staat dan ook dat ‘er grote waarde moet worden gehecht aan de leeftijd van de debutant, die bij voorkeur jonger dan 30 is’. Daarnaast benadrukt de voorzitter van de raad, Arild Stubhaug, Marsteins taalkundige kwaliteiten en verteltechnische middelen: eenvoudig en duidelijk, licht en zeker, levendig en pakkend. Je wordt omhoog getild en valt niet helemaal terug op dezelfde plaats.

Stian B. Hope sloeg op bokelskere.no in elk geval de spijker op de kop toen hij schreef dat

het boek het best overkomt (wanneer het) in kleine porties (gelezen wordt)

Trude Marstein zei zelf in een later interview in Dagsavisen (30.08.2006):

Het allereerste boek dat ik schreef bestond uit korte teksten met veel verschillende invalshoeken. Later vond ik dat het leek alsof ik 60 ideeën voor een roman weggegooid had.

Trude Marstein, Sterk sult plutselig kvalme, Oslo (Oktober), 1998 ISBN 978-82-7094-840-3


Over “gewone” mensen gaat het (ook) in Hjem til meg ***½ (2012). Hoewel gewoon…

Ove Haugli is een toegewijde arts en absoluut geen kwaaie vent. Toch heeft hij één bijzonder kenmerk: ontrouw zit hem blijkbaar in het bloed en dat wordt geïllustreerd aan de hand van zes periodes uit zijn leven. Het verhaal begint in 1978 wanneer hij nog stage loopt en eindigt in 2010 wanneer hij de pensioenleeftijd nadert.

In een interview met Kjersti Nipen, (“Seks  is het beste in de verleden tijd” – Aftenposten, 25.11.2012) beschreef Marstein haar romanfiguur als iemand die

alles wil, bang is om iets te missen, en ervoor kiest ervoor om de gevolgen van wat hij doet, niet te overzien.

We zouden het nu over FOMO hebben…

Het resultaat is: twee huwelijken (eerst met de “stabiele” Wenche, daarna met de (pseudo-) artistieke Marion) die allebei op een echtscheiding uitlopen. Terzelfder tijd en tussen de huwelijken in heeft Haugli heel wat relaties met onderling erg verschillende vrouwen, van de steeds positief gestemde Silje tot de grijzemuizerige Charlotte:

Ik begreep niet hoe ik kon houden van vrouwen die onderling zo erg van elkaar verschilden. Ik beminde ze tot in het kleinste detail, vond dat al hun eigenschappen met de mijne overeenkwamen, ik leek wel een kameleon.

zegt hij zelf. En op 61-jarige leeftijd moet hij dan erkennen

Ik had zoveel verprutst, ik had dingen laten gebeuren zonder de juiste keuzes te maken

nadat hij daarvoor al tot de conclusie gekomen is:

ik heb me steeds schuldig gevoeld tegenover van wie ik hield

Een humoristische roman is Hjem til meg zeker niet, hoewel enig hoofdschudden over zoveel morele naïveteit bijna onvermijdelijk is in deze roman die geen ogenblik verveelt en waarover Silje Stavrum Norevik (Dagbladet, 28.09.2012) terecht schreef dat hij

clichés evalueert en erg goed aantoont waarom we altijd verlangen om ergens anders te zijn dan waar we zijn, iets anders willen hebben dan wat we hebben, en waarom dit zowel volkomen zinloos maar toch onvermijdelijk is.

De roman leest vlot en is onderhoudend, maar bevat nogal wat herhalingen wanneer de hoofdpersoon telkens weer zonder succes met zichzelf de strijd aanbindt, en niet kan weerstaan aan de nieuwe vrouw die zijn leven binnenstormt. Maar misschien is dat net het punt dat de auteur wil maken? Dat het leven zichzelf steeds herhaalt als je geen actie onderneemt? ? (Esperanza Diaz; Tidsskrift for Den norske legeforening, 19.03.2013)

rude Marstein, Hjem til meg, Oslo (Gyldendal) 2012 ISBN 978-82-05-42870-6

Terug naar startpagina.