
Anders Bortne (1973) is tekstschrijver voor het ministerie van Justitie, muzikant, (voormalig) stripscenarist en auteur. Voor Ismannen (2011) werd hij genomineerd voor de Ungdommens Kritikerpris. Karikaturen (2014) gaat over een striptekenaar die in de problemen komt na de publicatie van een karikatuur.
Anders Bortne lijdt al meer dan 15 jaar aan chronische slapeloosheid. In Søvnløs (2019) (in 2020 vertaald als Slapeloos) brengt hij verslag uit over de lichamelijke en geestelijke problemen die hij daardoor ondervindt en over de (tevergeefse) pogingen die hij door de jaren heen heeft ondernomen om “normaal” te kunnen slapen. Het gaat dan onder andere over geneesmiddelen, vrij verkrijgbare “middeltjes”, alternatieve therapieën (yoga, meditatie, acupunctuur…) en zelfhulpboeken vol onbruikbare suggesties zoals met blote voeten over “leidende oppervlakten” (gras, zand…) lopen. En met welbedoelde raad van vrienden en kennissen (masturberen voor je gaat slapen is er een van) kom je ook nergens. Van een huisarts mag je niet te veel hulp verwachten en een aanvraag voor een “slaaponderzoek” werd (wegens gebrek aan voldoende middelen) afgewezen. Bortnes meest recente “reddingsboei”‘ (“Cognitive Behavioral Therapy for Insomnia “) bracht (onder andere door zijn thuissituatie) niet de verhoopte beterschap, ook al staat hij nog altijd positief tegenover het uitgangspunt:
Punt een is elke dag op hetzelfde tijdstip opstaan. Punt twee is opblijven totdat je zo moe bent dat je meteen kunt slapen. Punt drie: Blijf niet in bed liggen als je niet kunt slapen. In het begin slaap je misschien maar 2-3 uur achter elkaar op deze manier, en daarna kun je dat geleidelijk uitbreiden. (Vårt Land, 21.04.2020)
Formeel heeft Søvnløs iets van een dagboek met aantekeningen en overwegingen die per maand (van april tot december) opgetekend werden. Bortne vertelt over zijn achtergrond, zijn gezinssituatie, over wat hij in de loop der jaren allemaal over slapeloosheid te weten is gekomen, over zijn ontmoetingen en gesprekken met mensen die in gelijkaardige situaties verkeren. Dagdagelijkse dingen dus, maar er is ook de angst voor wat slapeloosheid op de langere termijn teweeg kan brengen: pillen zorgen niet voor en natuurlijke slaap en verhogen de sterftekans, bij volwassenen die minder dan vijf uur per nacht slapen ligt het sterftecijfer beduidend hoger…
Soms komt hij met verrassende informatie, zoals dat mensen een aantal eeuwen geleden een ander slaappatroon hadden: een eerste periode van vier uur slapen werd gevolgd door een korte periode van wakker zijn voor de tweede periode van vier uur slapen begon. Dat smartphonegebruik ’s avonds een negatieve impact heeft op het slaapcomfort is dan weer geen verrassing. Zelf zei hij in het al vermelde interview in Vårt Land dat hij de zogenaamde “sociale media” een half jaar links liet liggen:
Toen ik na een half jaar weer inlogde, had ik het gevoel dat er niks was gebeurd. Maar ik besefte hoe grenzeloos de schermwereld is. Hij maakt komaf met ons 24-uren ritme. Dat maakt ons kwetsbaar.
In een interview in Jyllands-Posten (03.03.2020) zei hij daarover nog:
In 2011 bleek uit een Noors onderzoek dat 15,5% van de volwassen bevolking ernstige slaapproblemen had. En dat was meer dan in oudere onderzoeken. Mijn eigen theorie is dat het komt doordat er tegenwoordig zoveel om ons heen gebeurt. De moderne mens wil liever andere dingen doen dan slapen – uitgaan, films kijken, online zijn.
In zijn boek gaat Bortne ook dieper in op het al verrichte wetenschappelijke onderzoek. Hij heeft het vaak over het circadiaans ritme, een intern biologisch proces van ongeveer 24 uur dat o.a. de slaap-waak cyclus reguleert. Een aantal keren wordt hij echt “technisch”, bijvoorbeeld wanneer hij het heeft over onderling verschillende slaapstoornissen – lees er in dat verband deel III van september maar op na. Bortne citeert ook uitgebreid uit Why we sleep van de gerenommeerde slaaponderzoeker Matthew Walker, voor wie slaapgebrek een “trigger” is voor psychische aandoeningen en geen bijwerking ervan.
In het nawoord komt Bortne met 10 tips die weliswaar het probleem niet oplossen, maar het toch gemakkelijker kunnen maken om er mee om te gaan. Hij begint met
het belangrijkste is niet hoe lang, maar hóé je slaapt
en eindigt met
leef je leven. Ik weet dat het niet gemakkelijk is.
Søvnløs kreeg over het algemeen goede recensies. Liselotte Rønne (isleep.dk, 26.12.2023) vond Bortnes boek het beste boek over slapen dat ze ooit gelezen had:
Het boek leest gemakkelijk. Bortne combineert algemene informatie over slapen en de geschiedenis ervan met zijn eigen verhaal als ernstig slapeloze. Zelfs wanneer hij het heeft over de verschillende slaapstoornissen, komt dat in deze context relevant over, ook al gaat het boek eigenlijk niet daarover (…) Door het boek heen krijgen we veel informatie over het eigen leven van de auteur, en vernemen we hoe iemand functioneert, of niet functioneert, als chronisch slapeloze. Over de dagen waarop hij ’s nachts goed heeft geslapen, energie te over heeft, keihard werkt en alles doet waar hij zin in heeft en zijn achterstand probeert in te halen. Om dan de erop volgende nacht weer niet te slapen.
Sven Egil Omdal (Stavanger Aftenblad, 24.04.2019) omschreef Bortnes boek als
fantastisch non-fictie proza over een probleem waarmee meer dan een half miljoen Noren worstelen. (…) een sublieme beschrijving van hoe zwaar het aanvoelt om wakker te liggen terwijl de wereld rond je slapend zwaar ademhaalt. (…) Vanaf de eerste bladzijden laat de auteur je de twijfel, wanhoop, hoop, schaamte en verwondering voelen die hij ervaart wanneer hij pendelt tussen de weinige nachten dat hij goed slaapt en de vele nachten dat hij wakker ligt.
Bjørn Gabrielsen (Dagens Næringsliv, 05.04.2019) vond dat, ook al was wat Bortne schreef over slapeloosheid interessant, het toch vooral zijn beschrijvingen waren van het anders zijn, van het getroffen zijn, die het boek waardevol maakten.
Een Nederlandse recensie vind je hier.

Enige kritiek op het boek viel er wel te vinden bij Cecilie Ann Molvik Markvoll (sykepleien.no, 24.05.2019):
Bortne combineert onderzoek, verbazing en persoonlijke ervaringen en laat ons uitgebreid kennis maken met zijn gezinnetje. Dat illustreert hoe moeilijk een slapeloze het heeft. Tegelijkertijd is het net het persoonlijke dat ervoor zorgt dat het boek een beetje aan geloofwaardigheid verliest. Bortne zegt dat hij alles zou doen om te slapen, maar tegelijkertijd lijkt het alsof hij gemakkelijk stopt met verschillende vormen van behandeling wanneer hij ongeduldig wordt of tegenstand ondervindt. (…) wanneer Bortne vertelt dat het enige dat zijn vijfjarige dochter weer aan het slapen krijgt nadat ze midden in de nacht wakker is geworden, een film op de iPad is, moet ik bijna in m’n ogen wrijven om te zien of ik het wel goed gelezen heb.

Anders Bortne, Slapeloos, vertaald door Carla Joustra en Kim Snoeijing, Amsterdam/Antwerpen (Volt), 2020 ISBN978-90-214-2193-3
Het is niet de terreur zelf die het ergst is, maar dat die je dwingt om elke dag opnieuw na te moeten denken over hoe je door een terreurdaad aan je eind zou kunnen komen.
is een centrale zin uit de in 2017 gepubliceerde roman Ulvens år **½ . De impact van de moorddadige aanslag op Utøya liet zich de eerste jaren erna niet wegcijferen…
Daniel en Ragnhild zijn gescheiden, hebben allebei een nieuwe partner en delen het hoederecht over hun elfjarige dochter Sara.
Wanneer Sara de dag na een bezoek aan haar familie langs moederskant, samen met haar vader voorbereidingen treft voor een vakantie in Denemarken, verspreiden de media berichten over een mogelijke nakende aanslag in Noorwegen.
Die dreiging wordt nooit echt concreet, maar komt wel aan bij Sara’s ouders.. Vooral Sara’s moeder maakt zich veel zorgen nu haar dochter bij Daniel is en hij volgens haar onnodige risico’s neemt: het komt tot heftige discussies over de telefoon. Daniel zelf wordt dan weer herinnerd aan een tragische gebeurtenis uit hun gezamenlijk verleden…
Orjan Greiff Johnsen publiceerde in Adresseavisen (21.06.2017) een erg positieve recensie over de roman:
Intens, trefzeker en fijngevoelig over de liefde tussen ouders en kinderen. Met op de achtergrond een voortdurende terreurdreiging. (…) Bortne schrijft minutieus, low-key, maar erg precies en includerend En hij schrijft herkenbaar, zeker wanneer het gaat over de sterke liefdesband tussen ouders en kinderen. Hij doet dat met eenvoudige middelen, maar de boodschap wordt er alleen maar sterker door. Een sterk verhaal.
maar er valt zeker ook wat te zeggen voor het oordeel van Vidar Kvaldshaug in Dagsavisen (19.04.2017), die onder de titel “For vagt, for svakt” (“te vaag, te zwak”) schreef dat het onduidelijk was wat de roman nu precies probeerde te zeggen:
er wordt veel over en weer gereden in de roman, mobieltjes moeten ontgrendeld worden, ze zijn onvoldoende opgeladen, nu en dan wordt er wat op de radio gezegd, ze gaan op bezoek bij Daniels vader die in een verzorgingstehuis verblijft (…) De scènes volgen elkaar snel op, maar waar leiden ze naartoe? (…) Je verwacht dat er iets zal gebeuren, dat is niet echt het geval. Halverwege in de roman gebeurt er iets dat het gedrag van Sara’s ouders verklaart, maar het is niet sterk genoeg om een nieuw licht te laten schijnen op wat er zich afspeelt.
Zo kun je je bijvoorbeeld afvragen wat de functie is van Sara’s vrij lange uiteenzetting over het boek dat ze aan het lezen is.

Andreas Bortne, Ulvens år, Oslo (Tiden Norsk Forlag), 2017 ISBN 978-82-10-05578-2
Terug naar de startpagina
